Plus Interview

‘Amateur’ Arno Kamminga op weg naar het zwembad in Tokio

In het Sloterparkbad ontwikkelt Arno Kamminga zich tot wereldtopper op de schoolslag, met drie Nederlandse records op zijn naam. ‘Ik moet gaan.’

Kamminga tijdens de 200 meter schoolslag op de World Cup in Boedapest, waar hij het Nederlands record aanscherpte. Beeld EPA

Elke ochtend als Arno Kamminga (23) om 6.30 uur naast zijn bed staat om te trainen, werpt hij een blik op de vlag van Japan. Dat is waar hij het voor doet, zeker in deze donkere maanden waarin het verschil wordt gemaakt voor augustus. Als de schoolslagspecialist het zwaar heeft, kijkt hij naar de witte lap met de rode stip op zijn slaapkamerdeur.

Kamminga kwalificeerde zich nog niet officieel, maar de Olympische Spelen in Tokio kunnen hem niet meer ontgaan. De limiet zwom hij al bij de WK. Twee jaar geleden reed hij voor een World Cup dagelijks langs de bouwplaats die het olympisch bad nog was.

Daar wilde hij zwemmen. Om zichzelf er dagelijks aan te herinneren, kocht de geboren Katwijker de Japanse vlag, net als vroeger toen hij als kind de nationale kleuren kocht van het land van zijn vakantiebestemming. Een tatoeage nam hij zich ook voor: bij deelname aan de Spelen krijgen de olympische ringen een plek op zijn lichaam.

Een krap jaar voor de Spelen staat hij er beter voor dan gedacht. Kamminga hoort bij de top van de wereld en verbaasde met nationale records op de 50, 100 en 200 meter schoolslag. De laatste twee afstanden zijn olympisch.

Zonder regime

“Niet slecht voor een uit de hand gelopen grap,” zegt een lachende Kamminga, die in de kantine van het Sloterparkbad aanschuift voor een van zijn tien zwemtrainingen deze week. “Zonder strak trainingsregime zwom ik als tiener jaarlijks 3 seconden van mijn persoonlijk record. Dat was op basis van zes trainingen per week, heel erg weinig voor een sport waarin het draait om uren maken.”

Kamminga zag zichzelf als amateur, als een ­recreant. De bonkige sporter ploeterde in de marge van het Nederlandse zwemmen, haalde nooit de kwalificatie-eisen voor toernooien en had een achterstand op leeftijdsgenoten. Niets wees op een toekomst als topsporter, hij leek af te stevenen op een leven als student Bedrijfskunde.

Een laatste krachtsinspanning, om kwalificatie af te dwingen voor een Europees jeugdtoernooi, bleek de omslag. De zwembond zag ineens zijn potentie en Kamminga werd drie jaar geleden, na de Spelen in Rio de Janeiro, opgenomen in de ploeg van succescoach Mark Faber.

Daarna leek een wonder zich te voltrekken, blijkt ook uit de groter wordende ogen van Kamminga als hij woorden zoekt om de prestaties na een maand samenwerking met Faber te beschrijven. Zijn persoonlijke record op de 200 meter schoolslag verbrak hij met 5 seconden – het maakt hem de snelste Nederlander – en ook haalde Kamminga de WK-limiet.

Megabizar

Kamminga benadrukt onderuitgezakt op de rode bank in het zwembad meerdere keren dat hij destijds pas een maand met Faber, die de enige vaste bewoner van het Sloterparkbad lijkt, werkte. “Alles viel op zijn plaats. Dat persoonlijke ­record was echt megabizar. In een keer was ik van iemand die nog nooit iets had gepresteerd, een prutser in de marge, iemand geworden die naar het wereldkampioenschap mocht.”

Zijn studie werd in die zomer al afgebroken om alles op alles te zetten voor een topsportcarrière. In de trainingsgroep van Faber, waarvan ook ­Kira Toussaint en Jesse Puts deel uitmaken, bleef Kamminga de afgelopen jaren naar zijn doel werken: de Olympische Spelen. Decennialang excelleerden er geen Nederlandse zwemmer op de schoolslag, tot Kamminga kwam.

Inmiddels valt niets meer uit te sluiten. Met een verse toptijd op zijn favoriete 200 meter is hij nog maar een dikke seconde verwijderd van het wereldrecord. Het vertrouwen groeit, de mogelijkheden lijken eindeloos. Een eigenaardig besef, vindt Kamminga, na een rommelig jaar. “Ik was een paar keer ziek en heb meer gereisd voor wedstrijden en trainingskampen dan ooit. Mijn klokje was zo nu en dan van slag door het tijdsverschil. Dat was niet ideaal.”

Een afspraak met Faber, die Kamminga in het begin een ‘luie zwemmer’ noemde, lijkt van doorslaggevende betekenis. “Van hem moet ik elke wedstrijd op elk niveau alles uit mezelf trekken. Soms zou ik me makkelijk kwalificeren op de automatische piloot. Dat mag niet. Ik moet gaan. Dat zorgt ervoor dat ik bij sommige toernooien, zeker als ze twee weekenden achter elkaar zijn, helemaal kapot ben. De tijden lopen dan op, maar ik moet mezelf uit elkaar blijven trekken.”

Net als alles in het leven van Kamminga zijn de Spelen hierin leidend. “In Tokio zijn de finales in de ochtend. Hoe wen je daaraan? Door altijd te vlammen. De Spelen duren acht dagen. Je moet daar ooit aan wennen. Dat doe ik nu.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden