Plus Analyse

Alleskunner Van de Beek toont vechtlust en finesse

Donny van de Beek. Beeld Sjoekje Bierma

Donny van de Beek beleefde twee roerige seizoenen met Ajax. Het kampioenschap maakt veel los. ‘Ik draag de 34ste landstitel op aan Appie Nouri.’

Het is 16 april 2019 en Donny van de Beek loopt stralend door de catacomben van het Allianz Stadium. Ajax heeft zojuist met 2-1 gewonnen van Juventus en de halve finales van de Champions League gehaald. Na Real Madrid hebben de Amsterdammers opnieuw een favoriet voor de eindzege uitgeschakeld. Cristiano Ronaldo, de Koning van de Champions League, is zijn troon kwijt.

Van de Beek neemt de complimenten in ontvangst. Hij is blij met zijn goal, de 1-1. “Na de thuiswedstrijd tegen Juve kreeg ik wat kritiek. Goed gespeeld, maar een kans gemist. Ik ben blij dat ik vandaag belangrijk kon zijn met een treffer. Ik scoorde in de 34ste minuut. Ik keek naar de klok en zag het gelijk. Een ultiem moment, dat me altijd zal bijblijven. Toeval bestaat niet.”

34 is het rugnummer dat zijn vriend en ploeggenoot Abdelhak Nouri droeg. Ze werden samen groot bij Ajax, joegen dezelfde droom na en deelden lief en leed. Op 8 juli 2017 veranderde alles. Nouri zakte tijdens een oefenwedstrijd ­tegen Werder Bremen in het Oostenrijkse Hippach in elkaar. Door hartfalen liep de toen 20-jarige voetballer ernstige en blijvende hersenschade op.

Het verdriet hing als een deken over Ajax heen. Van de Beek scoorde nog wel tegen Nice in de voorronde van de Champions League, zowel uit als thuis, maar de club plaatste zich uiteindelijk voor geen enkel Europees toernooi. Het seizoen 2017-2018 ging al snel op zwart.

Vliegtuig in, vliegtuig uit

Het is 20 april 2019 en Donny van de Beek zegt: “Klaas is een baas.” Klaas is Klaas-Jan Huntelaar, de spits die met zijn invalbeurt tegen FC Groningen geweldig werk heeft verricht. Hij maakt de winnende treffer in stadion Euroborg, waar Ajax het zwaar te verduren heeft. Huntelaar is zo blij dat hij zijn shirt uittrekt (gele kaart). Een paar minuten later krijgt hij opnieuw geel voor een beuk die hij uitdeelt aan tegenstander Memisevic. Dom. Van de Beek: “En toch is Klaas een baas.”

Het is aftellen in de kampioensrace. PSV en Ajax houden gelijke tred. Ajax neemt in Groningen een lastige horde. Het is een harde wedstrijd. Ajax krijgt niets cadeau. Van de Beek: “We zeiden het in de rust al tegen elkaar: dit potje wordt op karakter beslist. En karakter zit in deze ploeg. We zijn hecht. Dat zie je als we een feestje vieren in Turijn, maar ook als er geknokt moet worden.”

Van de Beek zegt in Groningen dat hij in een cocon zit. Vliegtuig in, vliegtuig uit. Hotel in, hotel uit. Hij heeft twee dagen eerder zijn 22ste verjaardag gevierd. Rustig, met wat taart en koffie, familie en vrienden over de vloer. Uit de band springen is er niet bij. De selectie heeft de avond voor de wedstrijd in Groningen in een hotel doorgebracht. Prima, zegt Van de Beek. Er wordt voor je gezorgd, goed eten, veel rusten. En ’s avonds een beetje darten en een theetje drinken met de jongens. Hij slaapt goed. “Behalve na een wedstrijd. Als we om negen uur voetballen, duurt het tot diep in de nacht voor ik in slaap val. Is de adrenaline.”

Bankzitter

Het is 23 april 2019 als Ajax met 4-2 wint van Vitesse. Vlak voor rust opent Hakim Ziyech de score. Hij rent naar de reservebank en vliegt David Neres om de hals. De Braziliaan, de laatste weken basisspeler, wordt tegen Vitesse gepasseerd door trainer Erik ten Hag. Van de Beek wil er niet te veel woorden aan vuil maken: “David wil ook altijd spelen. Mooi dat Hakim hem opzoekt. Neres is een belangrijke speler voor ons.”

Van de Beek weet hoe het is om op de bank te zitten. In het begin van het seizoen staat hij er geregeld naast. Hij is de twaalfde man.

Zijn zaakwaarnemer Guido Albers trekt aan de bel. Van de Beek heeft volgens hem geen perspectief in de tactische invulling van het middenveld onder Ten Hag. Van de Beek is daarin de nummer 10, de schaduwspits, en daarin komt hij minder tot zijn recht. “Uit niets blijkt dat Van de Beek dit jaar nog basisspeler wordt,” zegt Albers, die schermt met belangstelling van andere (top)clubs. “Als in de winter niets is veranderd, dan is het tijd voor een gesprek met Ajax.”

‘Hij blijft maar gaan’

Het is 30 april 2019 wanneer Donny van de Beek op fraaie wijze de winnende treffer maakt tegen Tottenham Hotspur. Zijn aanname op een harde steekpass van Hakim Ziyech is perfect. Hij loert tussen de verdedigers altijd op het randje van buitenspel op zijn kans. De rust die hij bewaart bij de afronding verraadt zijn klasse en zijn zelfvertrouwen. Hij zet een klein pasje extra, laat keeper Hugo Lloris vallen en schuift beheerst binnen.

Van de Beek is in de winterstop dus niet naar een andere club gegaan. Hij ging de strijd aan. “Het was niet altijd makkelijk en ik was ook niet de gemakkelijkste, maar ik heb de knop omgezet en ben blijven vechten.” Van de Beek rendeert uiteindelijk uitstekend als nummer 10. Hij wordt steeds belangrijker voor het elftal en hij krijgt de waardering. In de bekerfinale tegen Willem II, op 5 mei, scoort Van de Beek weliswaar niet, maar bij één van de vier doelpunten levert hij wel de assist. In het programma Studio Voetbal zijn de oud-internationals John van ’t Schip en Pierre van Hooijdonk die avond complimenteus. “Donny van de Beek heeft zoveel gevoel voor tijd en plaats,” zegt Van ’t Schip. “Offensief creëert hij kansen met zijn loopjes, hij blijft maar gaan. Hij scoort zelf, levert assists en vergeet ook zijn verdedigende arbeid niet. Hij ontwikkelt zich tot een complete speler.” Van Hooijdonk: “Een kwestie van tijd voordat hij in Oranje staat.”

Met vallen en opstaan

Het is 12 mei als Ajax een stevig voorschot neemt op de landstitel. In de voorlaatste speelronde verliest PSV van AZ (1-0) en wint Ajax met 4-1 van FC Utrecht. De zege van de Amsterdammers komt niet eenvoudig tot stand. Midweeks is Ajax in de laatste minuut van de blessuretijd uitgeschakeld door Tottenham Hotspur en in de laatste loodjes van de eredivisie komt FC Utrecht al na 42 seconden op voorsprong in de Johan Cruijff Arena.

Het past in het beeld van dit seizoen. Ajax voetbalt goed, heel goed zelfs, maar niets komt de ploeg aanwaaien. 

Van de Beek: “We hebben niet alleen maar mooie momenten beleefd, maar we zijn als team dicht bij elkaar gebleven. Het was een jaar van vallen en opstaan. Dat gold ook voor mezelf. Maar als je ziet wat de impact is van de nederlaag tegen Tottenham en hoe het elftal daar nu op reageert, dat is fantastisch.” Van de Beek zelf is van grote waarde tegen FC Utrecht. Na een subliem passje van Ziyech geeft hij de bal strak voor op Klaas-Jan Huntelaar(1-1). Op slag van rust kopt hij de 2-1 binnen, uit een voorzet van Dusan Tadic.

De wedstrijd eindigt in 4-1. Het gat met PSV is geslagen. De Johan Cruijff Arena viert feest. Drie dagen later krijgt Ajax de kampioensschaal uitgereikt op De Vijverberg, waar het in 2016 zo vreselijk misging in de kampioenswedstrijd. Vijf jaar moest de club wachten op een titel. De blijdschap en opluchting zijn groot.

Ook de naam van Abdelhak Nouri galmt door het stadion. Zijn naam en zijn rugnummer zijn voor altijd verbonden aan dit kampioenschap: 34. Van de Beek: “Appie heeft zelf gekozen voor dit rugnummer, omdat hij zo graag deze titel met Ajax wilde winnen. Het is verschrikkelijk dat het zo is gelopen, enorm verdrietig. Hij is een kind van de club. Appie is supergeliefd bij iedereen. Een prachtmens.”

Het was een droom voor Nouri om aanvoerder te worden van Ajax 1. In de jeugdteams was hij ook vaak aanvoerder. “Appie was een echte leider,” zegt Van de Beek. “Een verbinder. Hij vond het belangrijk dat je de dingen samendeed. Dat je een eenheid vormde. Precies dat was onze grote kracht van dit seizoen. Ik draag de 34ste titel op aan Appie Nouri.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.