Sport Bewaar

Ajax en Suriname: twee handen op één buik

Ajax 1995. VLNR: Nordin Wooter, Edgar Davids, Patrick Kluivert, Márcio Santos, Arnold Scholten en Danny Blind
Ajax 1995. VLNR: Nordin Wooter, Edgar Davids, Patrick Kluivert, Márcio Santos, Arnold Scholten en Danny Blind © ANP

De open dag van Ajax werd gisteren afgesloten met een vriendschappelijk potje tussen Ajax en de Suriprofs. Gezien de geschiedenis was dat geen toeval. Ajax en Suriname hebben een speciale band.

Ruim veertig voetballers met Surinaamse achtergrond haalden inmiddels het eerste elftal. De huidige selectie telt er vijf: Kenneth Vermeer, Jaïro Riedewald, Stefano Denswil, Ruben Ligeon en Ricardo Kishna. De eerste was Frank Rijkaard in 1980, hij was toen zeventien jaar.

'Rijkaard is heel belangrijk geweest voor de latere generatie. Een groot voorbeeld,' zegt zijn voormalige teamgenoot Stanley Menzo. Volgens de oud-keeper is de warme band tussen Suriname en Ajax gemakkelijk te verklaren. 'Vanaf de jaren vijftig zijn er erg veel Surinamers deze kant op gekomen. En zeker in de Bijlmer heeft de club een grote aantrekkingskracht.'

Spelen met schijn
Oud-teammanager David Endt - hij heeft een Surinaamse moeder - denkt dat de latino-achtergrond in combinatie met het systematische denken bij Ajax doorslaggevend is geweest. 'Surinaamse jongens zijn van nature enorm creatief. Ik noem dat 'spelen met schijn'. Ze zijn de meester over de bal, altijd getruct. In de jeugdopleiding van Ajax leerden ze daarnaast volgens een duidelijk concept te voetballen.'

Gerald Vanenburg debuteerde een paar maanden na Rijkaard en was qua speelstijl eigenlijk het beste voorbeeld voor de Surinaamse jeugd. Endt: 'Vanenburg was de verpersoonlijking van 'het spelen met schijn'. Hij vertaalde het straatvoetbal naar het stadion. Dat was een enorme stimulans voor alle straatvoetballertjes. De film 'Van straat tot stadion' met Vanenburg in de hoofdrol was een soort bijbel voor de succesvolle generatie van 1995.'

Paramaribo
In dat jaar kwamen bij de gewonnen Champions Leaguefinale van AC Milan liefst vijf spelers met Surinaamse achtergrond in actie. Patrick Kluivert maakte de winnende goal. Naar aanleiding daarvan schreef ene W.R. Simons het volgende gedicht: Wenen werd Amsterdam. Amsterdam was zeker ook Paramaribo. Paramaribo haalde Europa binnen.

Bryan Roy, nu jeugdtrainer bij Ajax, ziet het absoluut niet zo. 'Voor mij heeft Ajax die beker gewonnen, als team. En niet Suriname. Zo zag de gemeenschap het ook.'

Endt vindt het succes van Ajax deels wel het succes van Suriname. 'Ik zag bij die jongens in 1995 een sterk gevoel van eenheid. Als donkere jongen heb je het gevoel dat je altijd wat meer moet doen. Die gouden generatie zette dat om in een enorme positieve kracht. Ze hadden houvast aan elkaar en waren geen eenlingen meer in de kleedkamer. Prachtig.'

Band
Er valt volgens Endt overigens nog veel meer uit de vruchtbare relatie met de Surinaamse gemeenschap te halen. 'Ik heb me erover verbaasd dat Ajax niet een keer als gebaar naar Suriname is gegaan. Een geste voor al die successen. Daarnaast versterkt het natuurlijk ook de populariteit van de club. Nu zie je vaak dat Surinaamse jongens niet vanzelfsprekend voor Ajax kiezen, maar ook voor FC Utrecht of FC Twente. Als de club dat beter had aangepakt had de band nog 25 procent beter kunnen zijn. Daar ben ik van overtuigd.'

Misschien is dat de reden dat er al een tijd geen Surinaamse speler écht is doorgebroken. De laatste was mogelijk Nigel de Jong, of Ryan Babel. 'Die periodes heb je er bij zitten. Het komt misschien ook doordat de Surinamers welvarender zijn geworden. De jeugd voetbalt daardoor minder op straat. De Marokkanen hebben dat nu overgenomen,' zegt Roy.

Het feit dat er, ondanks het grote aantal Marokkaanse jeugdspelers, veel meer Surinamers doorbreken, heeft volgens Roy ook te maken met cultuur. 'Wij Surinamers spreken van huis uit Nederlands en kunnen ons makkelijker aanpassen. En daarbij is ons lichaam gemaakt om te sporten. Maar geloof mij, ze komen eraan. De Marokkanen van nu zijn de Surinamers van toen.'