PlusReconstructie

Ajax Cape Town: al twintig jaar een blok aan het been van de moederclub

De vraag is niet of maar wanneer Ajax stopt met de filiaalclub in Kaapstad. Ajax Cape Town is al twintig jaar een blok aan het been van de beleidsvoerders in Amsterdam.

Januari 2007: Ryan Babel en Kenneth Vermeer trainen in het Philippi stadion in Kaapstad met de jeugd van Ajax Cape Town.Beeld Proshots/Stanley Gontha

De twee decennia waarin Ajax grootaandeelhouder is van Ajax Cape Town laten zich ­grofweg in drie hoofdstukken verdelen: de hoopvolle maar moeizame beginperiode van de satellietclub, de opleving rond het WK 2010 in Zuid-Afrika en de ineenstorting in de jaren daarna.

1999 - 2006

Het was toenmalig Ajaxvoorzitter Michael van Praag die eind vorige eeuw in Planet Hollywood in Kaapstad de ambitieuze plannen met Ajax Cape Town ontvouwde. De club ging op zoek naar de nieuwe Benni McCarthy, de talentvolle Zuid-Afrikaanse spits die twee jaar daarvoor in Amsterdam was neergestreken. Benni kwam van Cape Town Spurs, de club die na een fusie met Seven Stars overging in Ajax Cape Town. Met een consortium van Zuid-Afrikaanse zakenmensen kreeg AFC Ajax NV voor vier miljoen euro 51 procent van de aandelen in bezit.

Ajax was in 1998 naar de beurs gegaan. Die emissie leverde zo’n 56 miljoen euro op. Een aanzienlijk deel van dat geld werd gespendeerd aan buitenlandse projecten. Naast Ajax Cape Town begon de club een voetbalschool in Ghana (5,8 miljoen dollar) en verwierf het een meerderheidsbelang in de Belgische club Germinal Beerschot Antwerpen (GBA).

In 2003 deed Ajax het Belgische filiaal alweer van de hand, voor het symbolische bedrag van één euro. De kosten hadden bij lange na niet opgewogen tegen de opbrengsten. Ajax nam het verlies van 23 miljoen euro. De club was ook vertrokken uit Ghana. Ad Zonderland, die de academie van Ashanti Goldfields in Ghana had opgezet en die later ook werkzaam was bij Ajax Cape Town, benoemde de afstand als de grootste beperkende factor. “De directie in Amsterdam had geen tijd om dagelijks of wekelijks bezig te zijn met zaken die zich in de schaduw en op een ander continent afspeelden.”

Arie van Eijden, tussen 2000 en 2005 algemeen directeur van Ajax, stootte alle buitenlandse projecten af of zette die op een laag pitje. Van Eijden voelde vooral een figuurlijke afstand tussen Amsterdam en de deelnemingen. “Want Antwerpen is slechts twee uur rijden. Bob-Jan Hillen, die eerder in Amsterdam werkte, was algemeen directeur bij GBA en we zaten er als directie zelf ook geregeld. Maar het wordt nooit helemaal jouw club.”

Ook de handel en wandel van de eigenaren en bestuurders van Cape Town onttrok zich grotendeels aan het zicht van de directie in Amsterdam. De aandacht voor de filiaalclub verflauwde. De steenrijke aandeelhouder John Comitis, tevens algemeen directeur van Cape Town, verstevigde zijn greep op het beleid.

In januari 2005, toen Ajax een trainingskamp belegde in Kaapstad en trainer Ronald Koeman er met de A-selectie neerstreek, zei Comitis in gesprek met deze krant: “We hebben geen Nederlanders meer hier. Ad Zonderland, Rob McDonald en spelers als Marciano Vink en Geert Brusselers hebben in het verleden allemaal hun best gedaan, maar zij kunnen ons niet verder helpen. We zouden iemand als Danny Blind wel willen hebben, maar dat kunnen we ons niet veroorloven.”

De Zuid-Afrikaan Gordon Igesund was op dat moment hoofdcoach. Hij werkte autonoom. Als technisch directeur had Zonderland in de jaren daarvoor al nauwelijks bemoeienis gehad met Igesund, die ook een aantal spelers van Cape Town zakelijk begeleidde. Zonderland, in 2005: “Hij dacht totáál anders over voetbal dan bij Ajax. In Amsterdam vonden ze dat geen probleem. ‘Zolang het ons geen geld kost, laat het maar lekker gaan,’ kreeg ik te horen.”

Ook de veranderde regelgeving van de Uefa speelde Ajax parten bij het rendabel maken van de buitenlandse deelnemingen. Het was spelers jonger dan achttien jaar van buiten de EU niet langer toegestaan om in een Europese competitie te spelen. De jeugdopleiding van de club, in de eerste jaren op poten gezet door Edmond Claus, werd in 2005 ook aangestuurd door Zuid-Afrikanen. Claus, terugkijkend op zijn werk­zame periode in Kaapstad: “Ik denk dat Ajax ­beter een goede hoofdscout in Afrika kan neerzetten dan een hoofd opleidingen bij Ajax Cape Town. Iemand die het hele continent bestrijkt met een heel netwerk aan scouts, met Cape Town als uitvalsbasis.”

2007 - 2012

De negatieve geluiden hadden plaatsgemaakt voor optimisme toen de selectie van Ajax, met trainer Henk ten Cate aan het hoofd, in januari 2007 opnieuw een wintertrainingskamp belegde in Kaapstad. Maarten Fontein, opvolger van algemeen directeur Arie van Eijden, wees op de kansen die het voetbal in Zuid-Afrika zou krijgen nu het land het WK in 2010 zou organiseren. Het nagelnieuwe Greenpoint Stadium zou ook de thuishaven worden van Ajax Cape Town. Daarin moest de club sportieve successen gaan vieren.

De directie haalde de banden met Cape Town strakker aan. Maarten Stekelenburg, de huidige assistent van Ronald Koeman bij het Nederlands elftal, werd begin 2009 gedetacheerd in Kaapstad om de opleiding van de club te herstructureren. Er moest weer met ‘Ajax-ogen’ naar het voetbal van Cape Town worden gekeken.

Het was in tien jaar nog niet gelukt om spelers uit de opleiding van Cape Town klaar te stomen voor de A-selectie van Ajax. De Zuid-Afrikanen Benni McCarthy en Steven Pienaar, en de Kameroener Eyong Enoh die de stap hadden gemaakt, hadden geen van drieën ooit in een jeugdteam van het Ajaxfiliaal gespeeld.

Stekelenburg slaagde behoorlijk in zijn opdracht. Verschillende jonge spelers maakten de sprong van de jeugdteams op Ikamva (letterlijk: De Toekomst) naar het eerste elftal. Het seizoen 2010-2011, het eerste seizoen na het WK, was sportief het beste jaar van Ajax Cape Town. Met de ervaren Foppe de Haan als trainer greep de club net naast de landstitel. Voor middenvelder Thulani Serero lag als bonus een contract bij Ajax klaar. Hij volgde daarmee technisch directeur Hennie Spijkerman, die Cape Town verliet om assistent te worden van Frank de Boer in Amsterdam.

2013 - heden

Op 22 december 2019 maakte Lassina Traoré zijn debuut in het eerste elftal van Ajax. De jonge spits zette zijn optreden tegen ADO luister bij met een doelpunt. “Het plan is tot nu toe gelukt,” zei Traoré, die begin dat jaar was overgekomen van Ajax Cape Town. Als 16-jarige werd de aanvaller uit Burkina Faso door Ajax ondergebracht in een gastgezin in Kaapstad. Hij trainde op Ikamva. Wedstrijden spelen mocht hij niet vanwege de regelgeving. Traoré verbleef twee jaar lang als student in Zuid-Afrika. Technisch directeur Marc Overmars van Ajax: “Alles is gebeurd op basis van vertrouwen. We konden niets vastleggen. Pas op zijn achttiende konden wij Lassina een contract aanbieden.”

Bijna op hetzelfde moment dat Traoré zijn debuut maakte bij Ajax beleefde Cape Town opnieuw een treurige periode. De club was in 2018 gedegradeerd naar het tweede niveau, had geen hoofdsponsor meer en trok nauwelijks publiek. Die degradatie was het gevolg van falend beleid, geruzie, desinteresse en de straf die de club kreeg vanwege het opstellen van een ongerechtigde speler. Op de achtergrond – en soms op de voorgrond – werd jarenlang een strijd uitgevochten in de clubleiding tussen twee Grieks-Zuid-Afrikaanse families die tevens aandeelhouder waren.

De gebroeders Comitis, George en John, verkochten in 2013 hun aandelen, zodat Ajax alleen nog te maken had met de familie Efstathiou. Maar rustiger werd het er niet op. Twee maanden geleden legde algemeen directeur Ari Efstathiou technisch directeur Hans Vonk een schorsing op wegens ‘wangedrag’. Die maatregel leidde ook tot het vertrek van hoofdtrainer Andries Ulderink – door Ajax in Kaapstad gestald – die zich solidair verklaarde met Vonk. Ajax was zeer ontevreden over de gang van zaken, liet een woordvoerder weten. “In onze optiek deden Vonk en Ulderink uitstekend werk.”

Wat twee decennia geleden als een veelbelovend project begon, is op een mislukking uitgedraaid. Dat blijkt ook uit het boek Ajax in Afrika van Jonathan Ursem dat onlangs verscheen. Onder anderen financieel directeur Jeroen Slop (eind 2018 bij Ajax vertrokken) en algemeen directeur Edwin van der Sar spreken zich uit. Van der Sar laat zijn onvrede over de deelname in Ajax Cape Town duidelijk blijken.

Slop, die met toenmalig algemeen directeur Maarten Oldenhof nauw betrokken was bij de ‘deelnemingenpolitiek’ eind jaren negentig, legt uit wat de speerpunten in het beleid destijds waren: professionalisering van de scouting, de merchandising moest naar een hoger niveau en Ajax wilde op grotere schaal voetballers voor de eigen selectie opleiden.

De talentenstroom kwam echter nooit op gang. Dat heeft Ajax veel geld gekost, hoewel de verliezen van Ajax Cape Town over twee decennia nog meevallen. Toch dringt de vraag wat Ajax nog in Kaapstad te zoeken heeft, zich steeds nadrukkelijker op.

De huidige directie van Ajax vaart inmiddels een andere koers buiten de landsgrenzen. De expansiedrift is er niet minder om geworden, maar de club neemt beduidend minder financi­ele risico’s. De club hoopt in China, Japan, Australië, de Verenigde Staten en Zuid-Amerika voet aan de grond te krijgen. Dat gebeurt niet meer door middel van overnames. Ajax wil samenwerkingsverbanden aangaan en zoekt strategische partnerclubs om de unieke jeugdopleiding aan de man te brengen en de naamsbekendheid te vergroten.

Jonathan Ursem, Ajax in Afrika, uitgeverij Volt, €20,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden