AFC is verleden voor rolstoelbasketballer

Televisiepresentator Marc de Hond (31) raakte zes jaar geleden verlamd door een medische blunder. Met de journalisten Thomas Rijsman en Nils Adriaans, twee oud-ploeggenoten bij AFC, haalt hij herinneringen op. Tijdens een potje rolstoelbasketbal, zijn nieuwe sport. Een verslag.

We moeten van Marc zelf een stoel uitkiezen. Ze staan uitgestald tegen de muur, drie rijen hoog. Veel kleuren, soorten en maten. Voor elke positie in het team, een speciaal soort stoel. We pakken er allebei een van de bovenste plank. De stoel is lichter dan verwacht. Schuine wielen met een kooiconstructie er omheen. "Dat is het belangrijkste," zegt Marc. "De benen moeten beschermd worden, want je botst de hele tijd tegen elkaar aan."

We gaan zitten. Marc kijkt toe hoe ons lichaam zich vormt naar het zijne. Een krappe zit. Knieën tegen elkaar. Handen aan de wielen. Het rubber van de banden voelt nu nog niet stroef aan. We rollen naar de deur. "Komen jullie er doorheen?" vraagt Marc.

Tumor
De sporthal is gevuld met licht. Zes jaar geleden ontmoetten we elkaar ook in het Revalidatie Centrum Amsterdam (RCA). We waren de eerste ploeggenoten die hij zag na zijn operatie aan een tumor in zijn ruggenmerg. Het gezwel werd succesvol verwijderd, maar de nachtzuster verzuimde de voorgeschreven controles uit te voeren. Een bloeding werd over het hoofd gezien, met een catastrofe tot gevolg.

De eerste keer dat we elkaar weer zagen, waren er drie maanden verstreken sinds de dag dat Marc hoorde dat hij nooit meer zou kunnen lopen. Het was bijna lente, buiten scheen de zon, net als nu.

De parkeergarage onder het hoekige gebouw brengt de eerste herinneringen boven. De zenuwen, dat ongemakkelijke gevoel. De onzekerheid over wat we zouden zien. De knoop in onze buik is allang verdwenen. Toen was die er wel.

Niet bij Marc. "Het was leuk dat jullie er waren. Ik vond het niet erg om me te laten zien. Ik had die dag ook positief nieuws ontvangen. De MRI zag er goed uit. Ik dacht toen echt dat ik ooit weer zou kunnen lopen."

Evolutie
Destijds zag hij er minder goed uit dan nu. "Ik denk dat ik heel dun was. Ik zat waarschijnlijk ook in een lelijke rolstoel. Nog niet op maat gemaakt. Een in elkaar geflanste stoel van hier, met losse onderdelen. Er moest nog van alles af kunnen. De zijkanten bijvoorbeeld. Ik was toen nog niet sterk genoeg om mezelf over de rand van de stoel te tillen."

Vandaag draagt Marc een strak grijs shirt zonder mouwen. Dat ronde buikje, slap als pudding, is nieuw. Die stevige armen ook. Ze zijn indrukwekkend dik. "Wie zich het beste kan aanpassen aan een nieuwe situatie, heeft de grootste kans te overleven. Dat is evolutie. Bij mij is eigenlijk sprake van evolutie binnen één generatie. Het is bijzonder
dat mijn lichaam zich zo heeft aangepast nadat de situatie zo drastisch is veranderd. Als ik was blijven voetballen, waren mijn armen nooit zo dik geworden."

We rollen tot een plek op vijf meter van de basket, precies zoals Marc ons instrueert. Er volgen meer aanwijzingen. "Mik op het witte lijntje van het vierkantje. Gooi er een stuk of tien. Het is ook goed als je de bal in één keer in de basket wil mikken. Eéntje moet afvangen. Iets meer met een boogje gooien. Jullie zijn gewend ook met je tenen af te zetten, nu mag je alleen met je armen gooien, niet met je hele lichaam, dat doe ik ook niet." We voelen ons betrapt.

Multimiljonair
Marc was onze reservedoelman. We zaten samen in het eerste zaterdagelftal van AFC. Zijn bijnaam was Le Chien, De Hond in het Frans. Hij speelde zelden, maar trainde het meeste van iedereen. In het jaar dat ons team de titel veroverde, werd hij door de trainer gekozen tot speler van het jaar. "Door mijn aanwezigheid hebben we misschien toch dat puntje gewonnen dat nodig was voor het kampioenschap. Ik heb mijn bijdrage gehad."

Toen we Marc leerden kennen - bijna tien jaar geleden - was hij een jongen met een staart en een baard: een dun geschoren lijntje, van oor tot oor. Hij kwam naar de club in een Audi TT, een overblijfsel van zijn internetbedrijf waarmee hij eind jaren negentig enige tijd virtueel multimiljonair was, tot de zeepbel barstte. Zijn vermogen verdampte als sneeuw voor de zon. Als zijn ploeggenoten merkten we daar weinig van. Hij was zelfverzekerd - op het koppige af - maar nooit arrogant. Gewoon een jongen die ongewoon hoog inzet.

Over zijn tijd bij AFC zegt hij nu terecht: "Ik had in vergelijking met jullie weinig balgevoel of aanleg. Mijn grootste talent is de drang om beter te worden. Dat had ik met voetbal én met revalideren."

Marc is nog steeds aangewezen op een rolstoel, ondanks de heilige overtuiging, die hij jaren had, dat hij ooit weer zou kunnen lopen. Op de eerste elftalfoto na zijn mislukte operatie, zit hij op de eerste rij, alsof er slechts sprake was van een tijdelijke blessure. Zo van: 'Ik ben er zo weer bij'.

SV Lely
Hij heeft zich inmiddels neergelegd bij zijn lichamelijke beperkingen. "Alles boven borsthoogte doet het nog. Daaronder niets. Het gevoel is vertekend. Ik heb nog een beetje buikspieren. Redelijke rugspieren. Een beetje beenspieren. Er is altijd pijn. Als '10' helse pijn is en '0' geen pijn, zit ik op zijn best op '5', maar meestal op '8'. Als ik iets leuks doe, of afgeleid ben, zoals nu, heb ik er geen last van. Althans, dan zit de pijn niet in de weg."

Nu doet hij al drie jaar aan rolstoelbasketbal. Met SV Lely speelt Marc in de eredivisie. Vanavond speelt hij de laatste wedstrijd van het seizoen. Ze zijn al verzekerd van de eerste plaats in de verliezerspoule. "Best of the rest," zegt een trotse Marc.

Zijn oude voetbalspullen zitten in een kartonnen doos. Hij kijkt er nooit meer naar om. "Maar het is heel raar om geen keepersshirt meer aan te trekken en niet bij AFC te spelen, maar bij een club die BV Lely heet. Na de eerste basketbaltraining dacht ik ook: wat een rare gasten. Nu hoor ik bij dit team. Alles wat ik leuk vond aan voetbal zit er in: het groepsgebeuren, elkaar oppeppen, naar een wedstrijd toeleven, blij zijn bij winst, balen bij verlies. Aan rolstoelbasketbal beleef ik inmiddels net zoveel plezier als aan voetbal."

Wat Marc betreft is de rolstoel niet alleen een hulpmiddel, maar ook een sportmiddel. "Net zoals een golfclub, hockeystick of een paar keepershandschoenen dat zijn."

Rolstoelbasketbal is gewoon een andere sport, vindt Marc. We zijn het met hem eens, na een uur rollen, duwen, trekken, mikken en schieten, al voelt het wel een beetje vreemd dat wij weer opstaan. De benen moe en verstijfd, als na een voetbalwedstrijd, zes jaar geleden.

Marc de Hond doet in zijn boek 'Kracht' verslag over de gevolgen van de medische fout. (THOMAS RIJSMAN)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden