Plus

8 mei: de dag dat Ajax géén kampioen werd

Op 8 mei 2016 beleefde Ajax een dramatisch dieptepunt in de clubgeschiedenis. Terug naar Doetinchem, terug naar de dag waarop Ajax de 34ste landstitel verspeelde.

Aan het eind van een bizarre middag gaat Frank de Boer in de spelersbus zitten. Terug naar Amsterdam, zonder schaal Beeld Olaf Kraak/ANP

Het woord 'kampioenschap' wordt in de dagen voorafgaand aan de laatste speelronde in de eredivisie zo veel mogelijk gemeden in Amsterdam.

Er kan weinig misgaan voor Ajax, de club heeft aan een zege op De Graafschap, dat een-na-laatste staat, immers voldoende, maar toch: je moet de goden niet verzoeken.

De tweet die zanger Robert Leroy de wereld instuurt, waarin hij aankondigt dat hij mag optreden op het kampioensfeest van de Amsterdammers, wordt in een mum van tijd verwijderd.

Van alles gepland
Ajax treft uiteraard de nodige voorbereidingen voor de festiviteiten. Zowel op zondag- als op maandagavond zal het team te gast zijn in de A'DAM Toren, die dan nog proefdraait. Hoe de club in die week ook probeert de spelers af te schermen voor randzaken, dat lukt nooit helemaal.

"Er wordt van alles gepland," zegt Lasse Schöne. "Er is een draaiboek voor na de wedstrijd: de busreis, het feest. Hoort er allemaal bij. Je moet je er alleen voor kunnen afsluiten."

Schöne kan dat, met al zijn ervaring, maar hij speelt niet. De Deen heeft zijn basisplaats verloren aan de jonge Vaclav Cerny. De selectie vertrekt zondagochtend rond tien uur uit Amsterdam en stopt onderweg nog in het Van der Valk Hotel Arnhem-Duiven voor een sportmaaltijd.

Gastheer
Het is half elf. Het FOX-programma De tafel van Kees komt rechtstreeks vanuit de bestuurs­kamer van De Graafschap. Buiten zijn werk­nemers van de KNVB bezig met de generale ­repetitie van de huldigingsceremonie. Genummerde podiumdelen worden in elkaar gezet. Met de hand wordt de tijd geklokt: binnen een half uur moet de klus geklaard zijn.

"Op zo'n dag komt er van alles op je af," zegt Marc Teloh, communicatiemanager van De Graafschap. "We hadden het stadion wel drie keer kunnen uitverkopen en we kregen drie keer zo veel persaanvragen als bij een normale wedstrijd tussen De Graafschap en Ajax. Tachtig journalisten hadden we binnen. Maar we waren gastheer van een feestje waarop we helemaal niet zaten te wachten. Voor ons telde maar één ding: de play-offs die later die week zouden beginnen."

In het hotel in Arnhem schuift Vaclav Cerny aan tafel bij Nemanja Gudelj. De jonge Tsjech heeft een week eerder nog gescoord tegen FC Twente. "Ik was heerlijk wakker geworden die ochtend. Voor mij kwam een droom uit: ik was 18 en ik mocht de kampioenswedstrijd spelen." Alles klopt voor zijn gevoel. "Maar er gebeurde wel iets raars tijdens het eten. Nemanja neemt altijd zijn eigen drinken mee, gemaakt door zijn moeder. Die beker viel om. Alles zat onder. Dat was geen goed teken."

Kampioensschaal
Rond half één is de bestuurskamer op de Vijverberg ontruimd. Even later arriveert KNVB-directeur Bert van Oostveen met de kampioensschaal. Na het fotomomentje buiten het stadion gaat de schaal achter slot en grendel op kantoor.

De spelers van De Graafschap druppelen het stadion binnen. Zij hebben zich gewoon thuis voorbereid op de wedstrijd. Nathaniel Will, voormalig jeugdspeler van Ajax, is een van hen. "We probeerden de wedstrijd zo normaal mogelijk te benaderen. De play-offs waren voor ons veel belangrijker, maar onze trainer Jan Vreman zei: we gaan het niet rustig aan doen, dat is de verkeerde insteek. Bovendien kijkt heel Nederland toe, dan wil je je huid zo duur mogelijk verkopen."

Ontspannen
Met een dubbeldekker worden sponsors en ­medewerkers van Ajax afgezet bij het stadion. De bus rijdt daarna door naar de Oude Terborgseweg, waar hij op een afgelegen bedrijven­terrein zal worden bestickerd. Op de voorruit komt te staan: 'Landskampioen 2015-2016'. Met deze bus zullen ook de spelers de terugreis naar Amsterdam maken.

Amin Younes opent na een kwartier de score Beeld Erwin Spek/Pro Shots
Bryan Smeets wordt in één klap beroemd: 1-1 Beeld Erwin Spek/Pro Shots

De spanning en de temperatuur in Doetinchem lopen gestaag op. Het is drukkend warm. Vanaf het moment dat de selectie van Ajax ­arriveert, valt het Will op dat de tegenstanders ontspannen ogen. Hij begrijpt dat wel, maar het prikkelt hem ook. "Je denkt dan toch: zó makkelijk gaan wij het niet weggeven."

Als arbiter Björn Kuipers om half drie voor de eerste maal fluit, staat Teloh achter het glas van een skybox. "Er was geen plek meer om te zitten." Ajax is gehuld in het nieuwe uittenue: zwart shirt, blauwe broek.

De ploeg begint sterk. Amin Younes, de directe tegenstander van rechtsback Will, opent in de zestiende minuut de score. Nog vóór rust heeft Cerny de 2-0 op zijn schoen, maar de voorzet van Arek Milik is hard en er zit een vervelende stuit in.

De linksbenige Cerny krijgt de bal voor zijn rechterschoen. Hij heeft twee keer eerder gescoord voor Ajax, tegen Celtic en FC Twente - allebei met rechts. Maar nu verdwijnt de bal hoog naast het doel. "Het moest 100 procent een goal zijn, want ik kan dat. Het was geen makkelijke bal, maar hij moest ­gewoon zitten."

Paniek
De Graafschap vecht zich in de wedstrijd en krijgt na 54 minuten loon naar werken. Een strak uitgevoerde counter levert de thuisploeg de 1-1 op: voorzet Youssef El Jebli, harde schuiver Bryan Smeets.
Smeets is geboren en getogen in Maastricht, maar van jongs af aan Ajaxfan. En vooral van ­Johan Cruijff. Om die reden speelt hij bij De Graafschap met nummer 14.

Na dat doelpunt trilt het stadion van opwinding. Smeets kijkt naar boven en denkt: dat ik hier op dit veld mag staan en zo'n doelpunt mag maken. Hij heeft het gevoel alsof hij naar zichzelf kijkt en de hoofdrolspeler is in zijn eigen film.

Bij Ajax slaat de paniek toe. Er staan nog 35 minuten op de klok, maar het team implodeert. "Dat merk je wel," zegt Will. "De ene speler van Ajax schreeuwt dat het tempo omhoog moet, de ander maant juist tot kalmte. We kregen het gevoel dat Ajax niet meer wist hoe ze het moesten oplossen."

Groter nieuws
Miel Brinkhuis, communicatiemanager van Ajax, verlaat vijf minuten na de gelijkmaker de tribune. "Het voelde niet lekker. Ik moest met alle scenario's rekening houden, in de wetenschap dat als Ajax geen kampioen zou worden dat groter nieuws was dan als Ajax het wél zou worden."

Op een van de tv-schermen in de catacomben ziet Brinkhuis hoe trainer Frank de Boer zijn spits en topscorer naar de kant haalt. In de 66ste minuut gaat het bord met nummer 9 omhoog. Vol onbegrip sjokt Arek Milik naar de kant. Hij wil in één beweging doorlopen naar de kleed­kamer, maar bedenkt dat hij zijn ploeggenoten niet in de steek mag laten. Waarom kiest de trainer voor Anwar El Ghazi en Mike van der Hoorn? Dat zijn toch geen spitsen?

Steeds zenuwachtiger
Schöne slaat het tafereel gade vanaf de reservebank. "Milik speelde een draak van een wedstrijd, maar hij is toch je spits. Als die bal een keer goed voor zijn linker rolt, kan hij 'm er zomaar in rossen."

De Boer denkt er anders over, al overweegt hij wel om aanvoerder Davy Klaassen naar de kant te halen in plaats van Milik. Middenvelder Klaassen loopt al een tijdje op zijn tandvlees. "Maar tegen FC Utrecht speelde Davy ook matig en scoorde hij toch nog. Dat heb ik meegenomen in mijn afwegingen."

Het is wel tekenend voor de verhoudingen: De Boer heeft weinig vertrouwen in Milik, maker van 21 goals dat seizoen, en veel vertrouwen in Klaassen.

De Graafschapmiddenvelder Youssef El Jebli troost Anwar El Ghazi Beeld Erwin Spek/Pro Shots
In de 66ste minuut haalt De Boer zijn spits Arek Milik naar de kant voor Anwar El Ghazi Beeld Erwin Spek/Pro Shots

Voor Schöne is deze middag helemaal geen rol weggelegd. "Ik werd steeds zenuwachtiger op de bank. Ik zat naast Viktor Fischer en zei: 'Verdomme, er moet nu wel iets gebeuren.' Het was zo steriel. Niemand wil een cruciale fout maken, dat begrijp ik wel, maar je moet wel blijven voetballen. Na die 1-1 heb ik geen moment meer het gevoel gehad dat we nog gingen winnen."

Culthelden
Na het laatste fluitsignaal van arbiter Björn Kuipers storten de spelers van Ajax ter aarde. Will probeert zijn tegenstander Younes overeind te helpen. "Maar die wilde blijven liggen." De spelers van De Graafschap maken een ereronde. Teloh: "Zoals altijd. Spelers zijn hier culthelden. De interactie met het publiek is groot en dat stimuleren we ook."

Will: "Wij waren niet blij omdat we Ajax van het kampioenschap hadden afgehouden. Ik snap de frustratie, en met mijn Ajaxverleden gun ik de club alles, maar kampioen worden moet je toch echt zélf doen."

Riechedly Bazoer loopt als eerste de catacomben in. Woedend. "Zó kun je toch geen kampioenswedstrijd spelen." Maar zodra alle spelers in de kleedkamer zijn, heerst er doodse stilte. Minuten lang. Sommige Ajacieden zitten met een handdoek over hun hoofd, een enkeling huilt. Maar er wordt niets gezegd. Geen woord.

"Iedereen negeerde iedereen," zegt Schöne. "Je kijkt elkaar amper aan. Je bent een team, maar op zo'n moment is iedereen op zichzelf. Je kunt wel met de vinger wijzen, maar daar wordt niemand beter van. Troosten kan ook niet. Wat moet je zeggen? Het komt wel goed? Nee, want het komt niet goed."

Doelpuntenmaker Smeets krijgt ondertussen tal van berichtjes binnen op zijn telefoon. De meeste zijn felicitaties, maar er zitten ook bedreigingen tussen: 'Als ik je tegenkom, maak ik je af.' 'We weten waar je woont.' Van de stadionbeveiligers krijgt hij even later het advies om te vertrekken van De Vijverberg en die avond niet thuis te slapen.

Bier en taart
Op social media gaat een foto rond van de dubbeldekker van Ajax: 'Landskampioen 2015-2016' staat er groot op de voorruit. Brinkhuis: "Er is te vroeg door iemand met bestickeren begonnen. Dat had makkelijk ná de wedstrijd gekund. Daar was zeker een uur de tijd voor."

De technische staf van Ajax kruipt bij elkaar in de gang vóór de kleedkamer. De trainers ploffen neer op een paar zwarte boxen die daar zijn neergezet. Wat ze niet weten is dat in die boxen flessen kampioensbier zitten van sponsor Jupiler. Directeuren Marc Overmars en Edwin van der Sar voegen zich al snel bij de trainers.

Teloh: "Grote sportmannen bij elkaar. Zo veel meegemaakt in hun leven en toch zo van de leg. Even schoot het door mijn hoofd: wat hebben we aangericht? Maar zo is het natuurlijk niet. Ajax heeft dit zichzelf aangedaan."

Professionele indruk
De Boer raapt zich bij elkaar en staat drie cameraploegen te woord: die van de NOS, Fox en Ajax TV. Daarna verschijnt hij op de persconferentie. "Zeer professioneel," zegt Teloh. "Zoals heel Ajax op mij een professionele indruk heeft gemaakt. Er is geen onvertogen woord gevallen."

Op de persconferentie feliciteert De Boer eerst collega Phillip Cocu en PSV met de landstitel. Drie Ajaxspelers worden aangewezen om de media te woord te staan: Davy Klaassen, Nemanja Gudelj en Joël Veltman. De Boer gaat als eerste in de bus zitten. Hij staart wezenloos voor zich uit.

Als Cerny even later stilletjes zijn plekje opzoekt in de bus, pakt hij zijn telefoon en belt hij zijn vader in Tsjechië, die de wedstrijd op tv heeft gevolgd. "Toen moest ik huilen. Omdat ik over die ene kans begon en dat het aan mij lag dat we geen kampioen waren geworden. Mijn vader stelde me gerust. Het was een grote kans, zei hij, maar één man wint of verliest geen kampioenschap."

Binnen in het stadion rinkelt de telefoon van ­Teloh onophoudelijk: "De wereld draait door, Pauw. Iedereen wilde Bryan Smeets in de uitzending. We hebben alles afgehouden. Ik zei: 'Nodig maar mensen van Ajax uit, laat hen hun verhaal maar doen.' Wij wilden de wedstrijd zo snel mogelijk vergeten en richting de play-offs gaan."

De kampioenstaart die De Graafschap heeft ­laten maken voor Ajax wordt opgegeten door journalisten en medewerkers van de thuisclub. Onderweg naar de uitgang neemt Nathaniel Will een bloemetje mee. "Die stonden nog in de gang. Ik dacht: leuk voor thuis."

Ajax blaast de geplande feesten voor zondag en maandag in de A'DAM Toren af. De kam­pioensshirts met daarop het nummer 34 (Ajax zou voor de 34ste keer kampioen woerden) worden vernietigd.

Wonden likken
Voor de Amsterdammers staat nog een trip naar China op de planning, maar De Boer geeft zijn spelers eerst vier dagen vrijaf. Cerny sluit zichzelf thuis op. "Ik had nergens zin in."

Als hij na een paar dagen buiten komt, voor een wandelingetje door het Vondelpark, blijkt zijn muur beklad met teksten als 'Hoe kon je?'. "Dat doet wel iets met je. Ik mocht van de trainer een paar dagen naar mijn familie in Tsjechië. Toen ik ­terugkwam, ben ik verhuisd. Ik voelde me in mijn huis niet meer op mijn gemak."

Brinkhuis: "Alles wat vóór, op en na die zondag is gebeurd, is geëvalueerd. Een van de conclusies is dat het beter was geweest de spelers de dag na de wedstrijd toch bij elkaar te laten ­komen, om samen de wonden te likken. Bijna niemand is in die vier dagen de deur uit geweest. Een groot deel van de groep kon zijn ei niet kwijt."

Uit die evaluatie, onder leiding van de inmiddels vertrokken directeur Dolf Collee, is ook ­gebleken dat Ajax over allerlei (rand)zaken rondom de kampioenswedstrijd te veel heeft nagedacht. Brinkhuis: "Het was overgeorganiseerd."

Maar hoe het op 8 mei op het veld zo mis heeft kunnen gaan, blijft een raadsel. En is voer voor (sport)psychologen.

Vaclav Cerny Beeld Stanley Gontha/Pro Shots
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden