PlusDe klas in

‘Zullen we nog een keer op kamp gaan?’

Uitzonderlijke tijden in het onderwijs. Jocelyn Vreugdenhil volgt leerkrachten van basisscholen in Amsterdam. Deze week: groep 8, Noord.

De klas in 17 april. Beeld Inge Duiker
De klas in 17 april.Beeld Inge Duiker

De meester van groep 8 kan de klok erop gelijkzetten: de basisschoolblues. Elk jaar rond april begint het, om door te gaan tot aan de zomervakantie. Wanneer de keuzelijsten voor de middelbare scholen zijn doorge­geven, de Cito-toetsen afgerond en alle stress voorbij is, is het tijd om de balans op te maken voor de leerlingen van groep 8.

Dat begint ongeveer zo: “Meester, weet u nog vroeger? Toen ik in groep 7 zat, toen hoopte ik dat ik u zou krijgen in groep 8. En dat ik in groep 6 vaak ruzie had met Appie, en dat hij nu mijn allerbeste vriend is.” Met vroeger wordt dan een halfjaar of hoogstens twee jaar geleden bedoeld.

Het is het besef dat er een einde komt aan de basisschooltijd en alles ineens leuker lijkt dan ooit. De school, de leraren en de klas. Waar in diezelfde klas in groep 6 en 7 nog dagelijks gedoe was met onderlinge ruzies, zijn de leerlingen nu een hechte groep. Ze kunnen lachen om de ruzies die ze hadden, zijn liever voor elkaar en spelen aan één stuk door met iedereen. Misschien zijn het de hormonen, maar de jongens en meisjes zoeken elkaar continu op. De meester ziet het op het plein, en als hij wegrijdt naar huis: de klas die zwermt als een groep vogels. Kinderen die elkaar jarenlang niet zagen staan, zijn nu beste vrienden en komen bij elkaar over de vloer. Ouders delen hun verbazing met de meester: hun zoon nam een klasgenoot mee naar huis om te spelen, iemand die ze nooit eerder hadden gezien.

Helemaal in coronatijd merkt de meester dat de leerlingen aanhankelijker zijn. Een aantal jongens loopt de hele dag als kwispelende hondjes achter hem aan. Waarschijnlijk omdat ze straks op de middelbare school meerdere leraren per dag zien en het vertrouwde van één leraar die ze goed kennen willen vasthouden. Andersom komt ook voor, dat leerlingen juist veel zin hebben om van school te gaan en moeilijke dingen willen leren, zoals natuurkunde, scheikunde en Latijn. Het is een tijd van voelbare spanning en opwinding over wat komen gaat. Van de vragen en opmerkingen die de komende maanden in de klas zullen langskomen, kan de leraar wel een bingokaart maken.

“Kan ik een jaartje blijven zitten?”

“Ik denk wel dat zij en ik vrienden blijven meester, omdat mijn moeder en haar moeder ook vriendinnen zijn.”

“Meester, gaan we nog met de klas een nachtje op school slapen?”

“Zullen we nog een keer samen op kamp gaan?”

“Kunnen we niet met z’n allen naar een pretpark?”

“We gaan toch nog barbecueën op het plein, met een opblaaszwembad erbij?”

“Meester, je hebt op de middelbare school toch losers en populaire kinderen, zoals in dat boek Het leven van een loser? Ik denk dat ik bij de nerds hoor, omdat ik een bril draag. Gaan ze me dan pesten?”

“Weet je nog vroeger, toen we…?”

En tot slot de mooiste: “Meester, kunt u volgend jaar niet gewoon mee naar de middelbare?” Zijn antwoord: “Dat ligt eraan hoeveel ze betalen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden