PlusAchtergrond

Zodra alles straks weer kan en mag, is dragqueen Lady Galore in vol ornaat van de partij

Sander den Baas: ‘Vanuit mijn huis naar een taxi lopen zorgt al voor problemen.’ Beeld Nienke Veneboer
Sander den Baas: ‘Vanuit mijn huis naar een taxi lopen zorgt al voor problemen.’Beeld Nienke Veneboer

Bijna hing Sander den Baas (37) zijn pruiken en jurken aan de wilgen. Zijn alter ego Lady Galore, een van de bekendste dragqueens van Amsterdam, kon toch nergens een podium op. Hij kwam uit de diepe dip, met een boek dat een hoop verklaart: Glitter maakt alles beter.

Midden in de compacte, gezellig rommelige woonkamer van Sander den Baas staat een groot bed. Zijn appartement in Oost heeft wel een slaapkamer, maar die offerde hij met liefde op voor zijn grootste hobby en werk: drag. Outfits samenstellen, omkleden, opmaken en heel theatraal nummers oefenen voor de spiegel: in deze ‘dragkamer’ vol pruiken, jurken en make-up begint elk optreden.

En dat zijn er nogal wat, normaal gesproken dan. Den Baas treedt als Lady Galore op in clubs en kroegen, heeft een eigen podium op Milkshake Festival en vliegt zo’n twee keer per maand naar het buitenland voor optredens.

Nu staat de kamer vol dozen. Buiten gebruik. “Kijk, die make-uptafel staat er normaal gesproken ook,” zegt Den Baas, wijzend naar een tafeltje in de gang waarop een indrukwekkende verzameling kwasten en poeder staat. “Mijn dragkamer is nu meer een opslaghok geworden. Op een podium staan met een microfoon en avonden aan elkaar praten voor een menigte heb ik al bijna anderhalf jaar niet meer gedaan. Ik denk dat ik daar straks best een beetje zenuwachtig voor ga zijn. Ook al weet ik dat ik het kan.”

Toen de kroegen hun deuren sloten, festivals werden afgelast en reizen werd afgeraden vanwege corona, werd Den Baas’ agenda in één keer leeggeveegd. En dat terwijl het net zo lekker ging met de documentaire Galore – filmmakers Dylan en Lazlo Tonk volgden hem voor, tijdens en kort na de gastric bypass die hij in 2018 onderging. “Vorig jaar zou ik met de regisseurs langs allerlei lhbt-filmfestivals gaan in India, Amerika, Wales en Roemenië. Het zou het jaar van het reizen worden. Het viel allemaal in duigen.”

null Beeld Nienke Veneboer
Beeld Nienke Veneboer

Van de ene op de andere dag kwam Den Baas, single en ineens zonder werk, thuis te zitten. Het viel hem zwaar. “Je kon niks, er was niks. Heel demotiverend. Ik heb een PlayStation gekocht en ben gaan gamen,” zegt hij. “Horizon Zero Dawn en Assassin’s Creed heb ik uitgespeeld. Enorme spellen, maar ik vloog er zo doorheen omdat ik niks te doen had. Ik keek Netflix uit, zat alleen maar thuis, en af en toe kwamen vrienden langs voor een huisfeestje. Toen de cafés tijdelijk opengingen, was er geen budget voor entertainers.”

En toen kwam de tweede lockdown er alweer aan. “Ik dacht: ik kan mijn bed net zo goed weer naar de slaapkamer verplaatsen, want what’s the point? Ik werd er echt een beetje down van. Ik heb er bijna over gedacht om te stoppen met drag. Dat heb ik uiteindelijk niet gedaan, omdat je zoiets nooit moet beslissen als je down bent. Bovendien: dit is wat ik doe, dit is wat ik kan.”

Cocktails

En toen begon hij meer te drinken. “Ik vind cocktails maken fantastisch en kreeg met kerst een prachtig cocktailboek, waarna het echt de spuigaten uitliep. Op een gegeven moment was het elke dag feest. Ik dacht: waarom heb ik dit nodig? Toen ben ik het rustiger aan gaan doen – ik drink deze maand helemaal niet – en ben ik over de hele situatie gaan praten met mijn vrienden. Die zeiden: het komt wel weer. Het kwam inderdaad weer, dus ik ben blij dat ik mijn pruik niet aan de wilgen heb gehangen.”

Dit jaar heeft Den Baas veel fotoshoots gedaan om toch een beetje bezig te blijven en pakte hij het sporten weer op. Hij viel zestig kilo af na zijn maagverkleinende operatie, maar op gewicht blijven gaat niet vanzelf, merkte hij tijdens het lockdownjaar. Elke week bootcampt hij daarom in het Oosterpark met vrienden. De meesten vinden het net zo vervelend als hij, maar het bewegen loont: hij wordt steeds sterker.

null Beeld Nienke Veneboer
Beeld Nienke Veneboer

Verder geeft hij presentaties. Soms – na een zelftest – op locatie, en vaak vanuit huis. Voor advocatenkantoren, Google, Nike en KFC, bijvoorbeeld. “Veel bedrijven die iets met diversiteit willen doen vragen mij een presentatie of quiz te verzorgen,” zegt hij. “Dan zet ik een laptopje neer, backdrop erachter, lamp erop, en geef ik een pubquiz of doe ik een chatsessie met mensen. Leuk, al is een online presentatie toch minder rewarding dan live iets doen. Met mijn make-up ben ik drie uur bezig, en vervolgens ga ik nergens heen.”

Klein voordeel: omkleden kost minder tijd. “Sommige mensen zitten in overhemd en joggingbroek te zoomen. Dat is bij mij net zo. Normaal zou ik padding, vier lagen panty’s en hakken dragen, maar je ziet die jurk toch maar tot mijn middel.”

Na een maand of acht had Den Baas zijn coronadip overwonnen. Of, nou ja, dip: het zat tegen een depressie aan, zegt hij. Iets waarmee hij in het verleden vaker heeft geworsteld, zoals hij schrijft in zijn boek Glitter maakt alles beter. Depressies kwamen al vroeg op zijn pad, omdat hij thuis en op school een veilige basis miste.

Alto-puber

Den Baas groeide op in een mariniersgezin uit Den Helder, als middelste van drie kinderen en de enige zoon van een streng­gelovige moeder en een norse vader. Als hij tegen zijn ouders in ging, kreeg hij klappen en tot overmaat van ramp werd hij op school gepest. Na de scheiding van zijn ouders ging hij bij zijn moeder wonen, die een nieuwe vriend kreeg. Zijn stief­vader vond de make-up waarmee Den Baas als alto-puber experimenteerde maar niks. En als hij hem dreigde te slaan, kwam Den Baas voor zichzelf op, met hoogoplopende ruzies tot gevolg.

null Beeld Nienke Veneboer
Beeld Nienke Veneboer

Kort nadat hij zijn moeder had verteld op jongens te vallen, werd hij uit huis gezet. Ze wilde ‘geen flikkers in huis’, aldus het briefje op de koffer die klaarstond toen hij op een dag uit school kwam. Hij was 15 jaar. “Ik was al het huis uit voor ik over een toekomst kon nadenken,” zegt Den Baas. “In die tijd had ik even geen contact met mijn vader, en hoewel ik heb geprobeerd contact te houden met mijn moeder, is dat verbroken. Daardoor heb ik mijn eigen pad kunnen volgen, maar was ik ook lang zoekende.”

De opleiding sociaalpedagogisch werk en de ROC-opleiding tot schoonheids­specialist maakte hij niet af. “Ik had moeite met autoriteit. Als iemand mij ­vertelde wat ik moest doen, dacht ik: dat bepaal ik zelf wel.”

Lellebel

Alles viel op z’n plek toen hij als twintiger voor het eerst drag deed. “Als tiener was ik al eens met een homostel naar een gaycafé op de Wallen gegaan, waar een dragqueen een bingoshow presenteerde. Een beetje eng, maar vooral heel tof. Ik vond het ­meteen een leuke vorm van entertainment en had bewondering voor de transformatie. Al dacht ik toen nog niet: dit ga ik later ook doen.”

Dat kwam jaren later pas, toen hij in Amsterdam woonde, veel in café Lellebel te vinden was en zijn vrienden zeiden: drag is echt iets voor jou. “Toen heb ik het gewoon eens geprobeerd. Eerst veel thuis oefenen, en op een gegeven moment naar buiten, op de boot van Lellebel, tijdens Pride Amsterdam in 2009. Heel spannend. En heel veilig, want op zo’n boot krijg je meteen heel veel liefde. Iedereen zwaait naar je, je bent met je eigen community en je hoort geen negatieve dingen. Ze ­zeggen altijd dat er twee momenten zijn waarop je met drag begint: tijdens Hallo­ween of ­tijdens de Pride. Het was dus een goed moment om te beginnen, en het was verslavend.”

“Eindelijk had ik iets gevonden waar ik goed in was, wat ik leuk vond en waarin ik kon uiten wat ik wilde uiten. Alles waar ik naar had gezocht, vond ik hier. Ik vond toen trouwens dat ik er heel mooi uitzag, maar als ik de foto nu terugzie: oooh. Nou ja, dat hoort erbij. Daarom staat die foto ook in het boek.”

null Beeld Nienke Veneboer
Beeld Nienke Veneboer

In zijn boek vertelt Den Baas zijn levensverhaal, duikt hij in de geschiedenis van drag en legt hij van alles uit. Welke soorten queens er zijn, bijvoorbeeld. En hij gaat in op het verschil tussen travestie en drag. Daarover bestaat verwarring, zegt hij. De korte uitleg: bij travestie vindt een man het prettig alledaagse vrouwen­kleding te dragen, en drag is vooral een kunstvorm. Al is natuurlijk niet iedereen in vaste hokjes in te delen, benadrukt Den Baas.

Drag heeft de laatste jaren meer bekendheid gekregen. Toen Den Baas begon met drag, was er een handvol dragqueens in Amsterdam, nu zijn er honderden in heel Nederland. “Destijds werd er op neergekeken en was het alleen entertainment in een kroeg of club; buiten de gayscene bestond het niet. Nu is het op televisie, op Netflix, met programma’s als RuPaul’s Drag Race en Holland Drag Race. Het is gecommercialiseerd. Drag is nu voor iedereen.”

Toch zijn veel mensen bang om het ­verkeerde te zeggen of te doen, zegt hij. Toen hij werd benaderd om het eerste Nederlandse boek over drag te maken, dacht hij dus: waarom niet? “Als dragqueen ben je heel visueel en krijg je veel aandacht, en die kun je gebruiken om mensen iets bij te brengen. Dat kun je als dragqueen ook nog eens op een humoristische manier. En daarmee op mijn manier, want Lady Galore is niet heel anders dan ik ben – op een hoger divagehalte na.”

Regenboogvlag

Zo wilde hij heel graag vertellen waarom de regenboogvlag belangrijk voor hem is. “Veel mensen zeggen: die vlag is toch niet meer nodig, het is toch oké om gay te zijn? Maar als ik in het buitenland ben, ga ik naar een plek waar die vlag hangt. Omdat ik me veiliger voel in een omgeving waar ik niet hoef uit te leggen wie ik ben, waar ik volledig mezelf kan zijn. Als die vlag er hangt, weet ik: hier ben ik welkom.”

Die veiligheid ervaart Den Baas niet altijd in zijn eigen stad; hij kent de verhalen over homogeweld en dragqueens die op straat werden mishandeld. “Vanuit mijn huis naar een taxi lopen zorgt al voor problemen. Jongeren die op straat hangen, schelden me dan uit. Ik reageer dan niet zo subtiel: als ik dubbel zo hard reageer, doen ze dit een volgende keer misschien niet meer. Maar dan begin ik mijn avond rot, en dat wil ik niet.”

null Beeld Nienke Veneboer
Beeld Nienke Veneboer

“Daarom wacht ik nu achter de trap tot de taxi recht voor de deur staat. Iemand anders houdt de deur open en ik loop er snel heen. Dat is helaas nodig. Voorheen liep ik gewoon van de Prik naar de Reguliers – op platte schoenen dan hè, op hakken is dat niet te doen – maar dat zou ik nu niet meer doen, qua veiligheid. Ik heb er weleens met een wethouder over gepraat, maar die wilde volgens mij vooral in the picture komen als wethouder die dit probleem zo geweldig aanpakt, in plaats van het probleem echt aan te pakken.”

Tegelijkertijd is de stad aan het ver­trutten, zegt Den Baas, verwijzend naar grachtenbewoners die klagen over geluidsoverlast van de Canal Parade tijdens Pride. “Die dag is een feestdag voor mijn community, zoals gelovigen ook hun feestdagen hebben. Gelukkig is de Pride nu cultureel erfgoed. Dan kan niemand er meer aan­komen.”

Vakantie

Wat er ook gebeurt, Den Baas blijft doen wat hij doet. “Vroeger vond ik het heel belangrijk wat anderen van me vonden. Nu denk ik: als ze me niet leuk vinden, vinden ze me niet leuk.” Zodra alles straks weer kan en mag, is Lady Galore in vol ornaat van de partij. Mooie ervaringen opdoen, mooie mensen ontmoeten.

Maar nu eerst: vakantie. Naar Italië, met vrienden. Een beslissing die hij een paar jaar geleden niet zomaar had genomen. “Er was lang geen ruimte voor Sander,” zegt hij. “Al mijn geld ging gewoon, hop, terug mijn drag in. Het afgelopen jaar is alles juist naar Sander gegaan, omdat er niks te doen was. Ik spaar nu dus eerst voor vakantie en daarna komt drag.”

Dat is dan wel weer uit dat uitzichtloze jaar voortgekomen. Nu is alleen nog de vraag: zal hij zijn drag meenemen of niet? “Het is natuurlijk vakantie, maar als ik een mooie foto-optie voor Galore zie bij het zwembad, denk ik toch: ja, leuk. Galore zit altijd in mijn systeem.”

Sander den Baas: Glitter maakt alles beter. Verschijnt 15 juni bij uitgeverij Lev.

null Beeld

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden