null

PlusReportage

Zo voelt het om door een leeg Koninklijk Paleis op de Dam te dwalen

Beeld Arjan Benning & Polina Gladkova

Hoe zou het voelen om door een leeg Koninklijk Paleis op de Dam te dwalen? Het kunstenaarsduo Arjan Benning en Polina Gladkova kreeg de kans: als het publiek naar huis was, maakten zij hun foto’s. Lelijke stopcontacten zijn weg­gefotoshopt.

Lex Boon

Het kunstenaarsduo wil nu eigenlijk wel weg uit de Burgerzaal, het pronkerige hart van het Koninklijk Paleis op de Dam. Elke keer als Arjan Benning en Polina Glad­kova hier de afgelopen jaren aan het fotogra­feren waren, hadden ze de grote ruimte helemaal voor zichzelf. Dan konden ze in alle rust urenlang naar de kleinste details speuren – Kijk! Een eekhoorntje in het marmer! – of probeerden ze de steeds veranderende lichtval op de vloer te vangen. Hooguit werden ze af en toe gestoord door beveiligers die kwamen kijken waarom het alarm afging. Dan waren ze per ongeluk weer met een hoogwerker door de infraroodstralen van het bewakingssysteem gegaan. Het was echter de enige manier om de grote historische wetenschappelijke kaarten op de vloer van de Burgerzaal vast te leggen.

Polina Gladkova en Arjan Benning. Beeld
Polina Gladkova en Arjan Benning.

Maar nu is het druk in het paleis en lopen er tientallen bezoekers door de zaal. Terwijl er in het vuistdikke fotoboek Het Paleis juist helemaal geen mensen voor­komen. Benning: “Het is eigenlijk voor het eerst dat we niet alleen zijn in het Paleis. Normaal waren we er na openingstijd. Dat is even wennen.”

null Beeld  Arjan Benning & Polina Gladkova
Beeld Arjan Benning & Polina Gladkova

Benning was al vaak langs het paleis gefietst, maar hij was er nog nooit binnen geweest. Tot hij in 2017 door conservator Alice Taatgen werd gevraagd de historische stoelen te fotograferen voor ansichtkaarten en daarna samen met Gladkova de opdracht kreeg in anderhalve week meer dan twintig stijlkamers te fotograferen.

Gladkova: “Dan stonden we elke keer dat er weer een sunray op een bepaalde manier door het raam scheen en er een marmerstuk op een prachtige manier werd verlicht te kwispelen. Stonden we weer van: dit is zo mooi, dit is zo mooi, dit is zo mooi.”

Relatie met het gebouw

Benning: “Het voelde elke keer bijzonder dat we hier mochten zijn. Alsof we het paleis voor onszelf hadden.”

Gladkova: “En als je hier op dat soort momenten bent, zonder bezoekers, ga je een relatie aan met het gebouw. Het paleis wordt bijna een mensje, met een ziel.”

null Beeld  Arjan Benning & Polina Gladkova
Beeld Arjan Benning & Polina Gladkova

Kortom: ze voelden zich er al snel thuis. Alsof het hún paleis was. En toen werden ze door Taatgen gevraagd na te denken over een boek over het paleis. “Die eerste foto’s waren prachtig en prima voor de publieksboekjes en ansichtkaarten,” vertelt de conservator. “Maar er zijn van alle paleizen in de wereld boeken met dat soort glamourfoto’s, maar het past niet bij dit gebouw . Ik wilde heel graag eens een boek met kunstfoto’s laten maken.”

Gladkova: “En die ervaring die wij hadden, het gevoel dat we het paleis voor onszelf hadden, werd het idee voor het boek: wat ervaar je als hier 24 uur alleen zou zijn, met steeds dat veranderende licht.”

Bloemenkamer

Om in een druk paleis – in 2019 waren er 315.000 bezoekers – toch op zoek te kunnen gaan naar de sfeer van het boek, haalt de conservator een bos met lange, metalen sleutels uit haar zak en opent ze een deur. Er volgt een lange wandeling door smalle, witgestuukte gangen waar normaal alleen personeel loopt. Ze leiden langs een geïmproviseerde kantine met een koffiezetapparaat en twee magnetrons, met bankjes en stoelen. Ergens staat een veegmachine, er hangen posters van oude tentoonstellingen en er zijn ruimtes als ‘de bloemenkamer’: een grote, gekoelde hal waar de koninklijke bloemisten de decorstukken maken waarmee, bijvoorbeeld, een staatsbanket wordt aangekleed.

Het zijn allemaal zaken die Benning en Gladkova niet hebben gefotografeerd, want in hun boek draait het om de betovering. Op een van de foto’s in het boek is om die reden ook een stopcontact – je ziet ze overal in het paleis – weggefotoshopt. “Wij zijn geen documentair fotografen,” zegt Benning. “We fotograferen zoals we schilderen, niet op zoek naar de werkelijkheid. En dan zit er dus ineens zo’n stopcontact: dat vinden we best wel een lelijk ding.”

null Beeld  Arjan Benning & Polina Gladkova
Beeld Arjan Benning & Polina Gladkova

Gladkova: “Toen ik door de gang van de foto heen liep, is dat stopcontact mij ook niet opgevallen. Mijn gevoel van de gang was blauwig, mistig en rustgevend. Dus dan wil ik niet dat de aandacht van de kijker alsnog naar een stopcontact gaat. In het boek willen we de sfeer en het gevoel overbrengen dat wij hadden toen we hier rondliepen.”

Benning: “Alsof je bijna slaapwandelend door het paleis gaat.”

null Beeld  Arjan Benning & Polina Gladkova
Beeld Arjan Benning & Polina Gladkova

De wandeling door de coulissen van het paleis leidt langs de voor publiek verborgen plek die Taatgen graag wil laten zien: een zeventiende-eeuws cellencomplex, aangelegd toen dit gebouw tussen 1648 en 1665 werd gebouwd als stadhuis. Er zijn zware houten deuren en dikke, dubbele tralies, daarachter een kille ruimte van slechts een paar vierkante meter groot.

Antieke meubelen

Tegenwoordig staan er stellingkasten in, waar dozen met draagtassen, stickers en kerstballen in staan, maar die hebben Benning en Gladkova genegeerd. De foto’s van de cel die in dit boek terecht zijn gekomen, zijn de details van de krastekeningen in de stenen onder de tralies, die gevangenen hier eeuwen geleden hebben achtergelaten. Iemand heeft zelfs een verfijnde afbeelding van een molen weten uit te slijten in het steen. Er staat ook een jaartal bij: 1807. “Dat is het jaar voordat Lodewijk Napoleon hier in kwam,” zegt Taatgen. “Dus het laatste jaar dat er hier mensen gevangen hebben gezeten.”

Op 20 april 1808 arriveerde Lodewijk Napoleon in Amsterdam, nadat hij door zijn broer keizer Napoleon was benoemd tot koning van Holland – door vrienden en familie als staatshoofden aan te stellen probeerde de keizer de door hem veroverde gebieden onder controle te houden. Lodewijk Napoleon zag eigenlijk maar één gebouw in Amsterdam dat geschikt was voor zijn verblijf, en zo werd het majestueuze stadhuis van Amsterdam binnen een paar maanden omgebouwd tot paleis.

null Beeld  Arjan Benning & Polina Gladkova
Beeld Arjan Benning & Polina Gladkova

Op de deuren van de voormalige cellen is te zien waarvoor Lodewijk Napoleon ze na zijn intrek heeft gebruikt: vins blancs, staat in sierlijke letters op een ervan. Ook bracht hij duizenden nieuwe meubelstukken naar het paleis, waardoor en naast de ergonomische zit-stabureaus in het kantoorgedeelte van het paleis ook antieke meubelen worden gebruikt.

“Wat gaan we er anders meedoen? In de opslag zetten?” zegt Taatgen. “Het is allemaal heel degelijk en bruikbaar. En we zijn dan 250 dagen per jaar open voor publiek, maar dit gebouw is geen museum zoals Het Loo, het wordt echt actief gebruikt. Er zijn zo’n vijftien evenementen per jaar, waaronder twee staatsbezoeken.”

Het koninklijk appartement, dat nu van achter een stuk plexiglas te bekijken is door bezoekers, wordt dan echt gebruikt door de koninklijke familie. Al het plexi-glas, de informatiebordjes en de afzetlinten, worden dan weggehaald. De koninklijke televisie – die nu voor het publiek uit zicht is geplaatst – wordt teruggezet en het historische bed van Lodewijk Napoleon wordt weggehaald en vervangen door een boxspring.

null Beeld  Arjan Benning & Polina Gladkova
Beeld Arjan Benning & Polina Gladkova

Maar zelfs dan heeft het paleis niet de rust die te vinden is op de foto’s in het boek. “Op dat soort dagen is het hier ook gigantisch druk,” zegt Taatgen. “Als er een staatsbanket is, werken collega’s van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Die mensen blijven hier ook slapen.”

Gladkova: “Zoals het paleis in het boek staat, zo is het hier eigenlijk nooit. Er is altijd reuring, er gebeurt altijd iets. Wat we hebben gefotografeerd, is een theoretische realiteit.”

Kroonluchters

Is er dan echt geen plek waar je dat gevoel kunt ervaren? Taatgen pakt haar sleutelbos weer, opent een paar deuren en de ­lange tocht die volgt leidt naar een grote donkere ruimte. Het is de Krijgsraadzaal, een lege zaal van zo’n tweehonderd vierkante meter groot. Taatgen zoekt naar het lichtknopje: drie van de vier gigantische kroonluchters gaan aan – eentje blijkt kapot. Het voelt er kil en verlaten.

Maar als Taatgen een van de luiken opent, het zonlicht via de Raadhuisstraat naar binnenvalt en je ondanks de dikke muren van het paleis contact hebt met de rest van de stad, is er even, heel even dat magische gevoel dat is vastgelegd op elke pagina in het boek. Plots kun je je voor­stellen hoe het is om hier te wonen. Maar dat geluksgevoel vervliegt al snel. Want zou je je, als je hier dag in dag uit zou rond­slenteren, niet enorm gaan ergeren aan de McDonaldszakken, omgevallen milkshakes en openbare toiletten recht onder je neus?

null Beeld  Arjan Benning & Polina Gladkova
Beeld Arjan Benning & Polina Gladkova
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden