PlusUitleg

Zo sla je je als ouder en achtstegroeper door het open dagen-circus

Een spannende tijd voor achtstegroepers en ouders: de keuze voor een middelbare school komt eraan. Hoe voorkom je dat je verstrikt raakt in alle informatie tijdens open dagen? ‘Er valt niets strategisch te kiezen.’

Beeld Olf de Bruin

1. Wie bepaalt: het kind of de ouder?

Waar gebeurd, enkele jaren geleden: een school die onderweg afviel voor een best snuggere groep 8-leerling omdat ‘de gordijnen daar te geel’ zouden zijn. Er zijn goede redenen om niet voor een school te kiezen, maar er zijn ook slechte redenen. De keuze voor een middelbare school is een delicaat proces, ouders en kind moeten er samen uitkomen. Maar wat als het kind zijn of haar keuze baseert op, in de ogen van ouders, vrij belachelijke argumenten?

“Blijf in gesprek,” zegt ­onderwijskundige en psycholoog Ruud van Beijsterveldt. “Wat je vaak ziet, is dat kinderen een voorkeur hebben voor een bepaalde school, vooral omdat vriendjes daar ook heen gaan. Het draait om goede argumenten. Dat geldt voor kinderen, maar natuurlijk ook voor ouders.” En vergeet niet: kinderen zijn meestal pas een jaar of elf, ­onderscheid tussen hoofd- en bijzaken ontbreekt nogal eens. Joli Luijckx van oudervereniging ­Balans adviseert altijd de rust te bewaren. “Wat soms kan helpen is de basisschool erbij betrekken: leraren kennen je kind vaak ook lang en kunnen een bijdrage leveren.”

2. Waarop moet je letten tijdens open dagen?

Het kunnen soms hectische middagen of avonden zijn als scholen de deuren opengooien: voor populaire scholen moet je je nogal eens inschrijven, maar dan nog is het vaak dringen geblazen. Bezoek er drie en je zult merken dat je scherpte afneemt, elke volgende school voelt dan als meer van hetzelfde. Tip: ga systematisch te werk. Er zijn ouders die twee jaar van tevoren al lijsten aanmaken waarop al wordt genoteerd wat her en der wordt opgevangen aan schoolervaringen.

Daarnaast is het handig om te werken met checklists: die dwingen ouders en kind heel bewust na te denken over wat voor hen belangrijk is. Natuurlijk letten ouders daarbij op andere zaken. Is opvang geregeld bij uitval van lessen? Hoe vaak worden ouders geïnformeerd? Welke specifieke ondersteuning is er? Kinderen zijn vaak gevoeliger voor de sfeer op open dagen. Hoe ziet de kantine eruit? Zijn de leraren en leerlingen aardig? En zijn de kluisjes eigenlijk groot genoeg? Samen kunnen ­ouders en kind tot een ­af­gewogen oordeel komen.

3. En waar moet je misschien wat minder op letten?

Of die gordijnen geel zijn, is natuurlijk niet ­belangrijk. Ook de afstand vanaf huis (een veelgehoord criterium) blijkt er uiteindelijk nauwelijks toe te doen: kinderen zijn doorgaans binnen een week gewend aan het feit dat hun nieuwe school niet om de hoek is, maar soms veel verder weg. De schoolkeuze van vriendjes speelt ook vaak een rol, maar hiervoor geldt dat kinderen vaak in no time nieuwe contacten leggen.

Laat je vooral niet afleiden, blijf hoofd- van bijzaken onderscheiden. Die glijbaan in het Hyperion is best spectaculair, maar met onderwijs heeft het weinig te maken. En dan zijn er nog de slagingspercentages. Blijf je realiseren: dat zijn gemiddelden. Ze zeggen wel iets, maar het is belangrijker je goed te verdiepen in de praktijk: hoe is de sfeer op school, het pedagogisch klimaat, de manier waarop ­docenten leerlingen benaderen?

4. Geven die open dagen een waarheidsgetrouw beeld?

Ehm, nou ja, een beetje. Vrijwel alle scholen plaatsen de leerling centraal en willen zonder uitzondering een bijdrage leveren om kinderen te laten opgroeien tot verantwoordelijke en zelfbewuste volwassenen. Maar, niet te vergeten: tijdens open dagen zetten de scholen hun beste beentje voor. Leraren geven uitsluitend ­spannende proeflesjes, modelleerlingen leggen vaak gedwee uit hoe er op hun school nooit wordt gepest. Een school plaatste speciaal voor de open dagen nieuw meubilair in de kantine, banken die direct erna weer werden afgevoerd.

Volgens onderwijskundige en psycholoog Ruud van Beijsterveldt is de praktijk lang niet altijd wat je krijgt voorgeschoteld op de open dagen. “Het zijn natuurlijk óók gewoon pr- en marketinginstrumenten, er is sprake van marktwerking: hoe meer leerlingen, hoe meer geld scholen krijgen.” Van Beijsterveldt zegt dat ouders en kinderen vooral gericht moeten blijven doorvragen. “Alleen door veel en kritisch te blijven doorvragen kun je daar doorheen ­prikken.”

5. Hoeveel scholen moet je af?

Afhankelijk van de richting moeten kinderen vaak wel twaalf voorkeursscholen opgeven. Een voor velen bijna onmogelijke taak, als je het serieus doet. Om deze periode iets minder intensief te maken, werd begin november een scholenmarkt georganiseerd in de Johan Cruijff Arena: kinderen en ouders konden 85 middelbare scholen tegelijk bezoeken. Nadeel zou kunnen zijn dat je dan niet alles meekrijgt van de sfeer in de school, maar het maakt het vergaren van informatie wel minder tijdrovend.

Hessel Oosterbeek, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en een van de onderzoekers naar het Amsterdamse matchingsysteem. “Ik zou zelf altijd bij twaalf scholen langsgaan, waarschijnlijk nog bij meer. Als je dat te belastend vindt, kun je bijvoorbeeld de scholen die je op nummer één tot en met zes hebt fysiek bezoeken. Dat, en het het verzamelen van informatie van verschillende scholen, lijkt mij heel zinvol om tot een weloverwogen lijst te komen.”

6. Moet je nu wel of niet strategisch kiezen?

Daarop is het antwoord heel duidelijk: strategisch kiezen, en niet je echte voorkeuren opgeven, is gewoon niet handig. Voorheen zette je alles op één school: als die heel ­populair was, bestond de kans dat je achter het net viste. Het kon daarom lonend zijn om je bij een relatief veilige tweede of derde voorkeur aan te melden als je dacht dat de kans op uitloting bij je nummer één en twee aanzienlijk was. Sinds de invoering van het nieuwe matchingsysteem, waarbij iedere leerling een lotnummer krijgt, wordt het overgrote deel van de leerlingen ingeloot in een school uit zijn of haar top 3. Afgelopen jaar kwam meer dan 83 ­procent terecht op de school van eerste voorkeur. Van alle 7580 leerlingen kwamen er ‘slechts’ 137 terecht op een school buiten de top 5.

Deskundige Hessel Oosterbeek: “Wie een te laag lotnummer heeft voor zijn of haar nummer één, komt alsnog voor nummer twee – en drie, en vier, etcetera – in aanmerking, ook als die school door meer leerlingen op nummer één is gezet dan er plaatsen zijn. Kortom: in het oude systeem kon je er spijt van hebben juist wel of juist niet strategisch gekozen te hebben. In het nieuwe systeem is het niet voordelig om scholen niet in volgorde van je echte voorkeuren op te geven. Er valt dus niets strategisch te kiezen.”

7. Hoe zit het met die voorrangsregels?

Het voelt niet helemaal eerlijk: kinderen van bepaalde ­basisscholen die voorrang krijgen bij de keuze voor een school in het voortgezet onderwijs. Sommige leerlingen hebben recht op die voorrang, omdat ze van een basisschool met een bepaald onderwijsconcept komen, bijvoorbeeld montessori of ­dalton. Leerlingen die recht hebben op voorrang kunnen hier alleen gebruik van maken door de school waar ze voorrang hebben op de eerste plek van hun voorkeurslijst te plaatsen. De voorrangsregels voor broertjes of zusjes van zittende leerlingen en voor kinderen van personeelsleden van een middelbare school worden afgebouwd.

8. Wat kun je doen als je niet op een school binnen je top 3 terechtkomt?

Dat is slikken: je hebt je maanden verdiept in allerlei scholen, bent tot een afgewogen voorkeurslijst gekomen en dan val je er ineens buiten. Houd je dan vast aan de ­gedachte dat dit leed doorgaans van tijdelijke duur is. Zo sprak Het Parool vorig jaar met Kiek Peeters (15), die in 2015 werd uitgeloot voor al haar zes voorkeurscholen. Woonachtig in Landsmeer moest zij naar het Caland 2 – ‘helemaal in Nieuw Sloten.’ Gelukkig voor haar besloot de school van haar vierde keuze, het Cartesius Lyceum, plek te maken voor extra leerlingen. “Ik was superblij,” aldus Peeters. Ze is nog steeds tevreden met haar school. ­Scholieren die dit jaar uitgeloot zijn, raadt ze aan positief te ­blijven. “In je klas zitten waarschijnlijk andere kinderen die hetzelfde hebben meegemaakt, zij willen vast helpen als je je echt niet thuisvoelt.”

Mocht je het niet eens zijn met de uitkomst van de loting: protesteren heeft weinig zin. Vorig jaar nog werden enkele ouders die naar de rechter stapten om af te dwingen dat hun kinderen naar hun favoriete middelbare school kunnen, in het ongelijk gesteld. Volgens de rechter faalt het plaatsingssysteem niet. Ook onderling ruilen van is niet toegestaan; binnen het gebruikte systeem is er namelijk geen mogelijkheid om hoger op je voorkeurslijst terecht te komen.

‘Teleurstellend’

Jaarlijks stappen in Amsterdam ruim 8.000 leerlingen van de basisschool over naar het voortgezet onderwijs. Ze komen van bijna 300 basisscholen en verspreiden zich over ruim 80 scholen voor voortgezet onderwijs.

Afgelopen jaar is ruim 83 procent van de kinderen uit groep 8 ingeloot bij zijn of haar school van eerste voorkeur. 98 procent heeft een school binnen zijn of haar top 5. Die uitkomst was ongunstiger dan het jaar ervoor: toen was bij 87 procent de voorkeursschool gehonoreerd en viel 99 procent in zijn of haar top 5. Vijf kinderen kwamen op hun elfde plek van voorkeur, vijf op hun twaalfde, en nog eens vijf werden niet geplaatst. Die hadden een te korte lijst ingeleverd.

De stichting Vrije Schoolkeuze Amsterdam noemde de uitslag ‘teleurstellend’: 1256 Amsterdamse kinderen konden niet terecht op hun school van aanmelding, 314 kinderen vielen buiten hun top 3. De stichting schat in dat veel vmbo’ers op hun voorkeursschool terechtkonden, maar dat voor de populaire gymnasia veel kinderen zijn teleurgesteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden