PlusAchtergrond

Zo maak je van je tuin of balkon een insectenparadijs – zelfs de stekende soorten zijn nuttig

Ze zoemen, steken en kriebelen: insecten kunnen best irritant zijn, maar we hebben ze ook hard nodig. Alleen al omdat ze vaak andere insecten eten. Met deze acht tips maak je je tuin of balkon aantrekkelijk voor ze.

Carin Röst
null Beeld Eva van Brummelen
Beeld Eva van Brummelen

Insecten houden je tuin in balans. “Een tuin waar veel verschillende soorten leven, is veerkrachtig,” zegt Sanne Janssen van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal. “Omdat insecten ook elkaar opeten, houden ze elkaar in evenwicht. Wespen eten vliegen en muggen. Mieren ruimen hun omgeving op door insecten te doden en ze naar hun nest te brengen. De tuin is hierdoor minder vatbaar voor plagen van bijvoorbeeld bladluizen of muggen. Daarbij bestuiven vlinders en bijen de planten.”

“Insecten leven in de bodem en woelen deze op microniveau om,” voegt insectendeskundige Marcel Dicke toe. Hij is hoogleraar entomologie aan Wageningen University. “In één vierkante meter tuin vind je al snel een paar honderd insecten. Kevers lopen over de bodem, in de grond zitten keverlarven, er zijn mieren, bladluizen, vlinders, rupsen en wantsen. Ze hebben allemaal hun eigen rol. Ze zijn niet alleen nuttig maar ook mooi. Veel mensen gaan naar de Serengeti in Afrika om wild te kijken. Maar het echte wild zit gewoon in je achtertuin.”

Wees niet te netjes

Laat je opruimwoede links liggen. Insecten hebben beschutting en voedsel nodig, zoals uitgebloeide stengels en gevallen bladeren. In stengels van bijvoorbeeld bamboe of gewone berenklauw leggen solitaire bijen eieren. Gooi takkenbossen en uitgebloeide planten daarom niet meteen weg maar laat ze staan of leg ze ergens in een hoekje.

“Natuurlijk wil je niet dat al je planten onbeheerst gaan groeien,” zegt Dicke. “Maar eindeloos schoffelen is niet nodig. In een insectvriendelijke tuin bestaat geen onkruid. Heeft een merel of lijster een slak gegeten, laat het lege huisje dan liggen. Kevers schuilen hier ’s nachts in.” Voor wie toch een wat nettere tuin wil, heeft Dicke een tip. “Laat dan in elk geval een deel van je tuin rommelig.”

null Beeld Eva van Brummelen
Beeld Eva van Brummelen

Plant ‘insectentrekkers’

Op alle bloeiende planten komen insecten af, maar sommige planten zijn echte insectenmagneten. Klavers zijn bijvoorbeeld erg geliefd bij hommels. “Bij sommige planten is de nectar beter beschikbaar dan bij andere,” aldus Janssen van Milieu Centraal. “Schermbloemigen, zoals de kantbloem of engelwortel, hebben veel kleine bloempjes die goed bereikbaar zijn. Houd je van vlinders in de tuin, plant dan een vlinderstruik. Deze nectarrijke struik trekt trouwens ook andere insecten aan.” Een andere tip van insectendeskundige Dicke: kies bij voorkeur planten die hier van nature voorkomen, want hier kunnen insecten het beste mee omgaan. Dus liever geen palmboom of vijg, maar wel brandnetel, paardenbloem, klimop of speenkruid.

Goede bodem

Goede aarde is de basis van de tuin. “In veel tuinen is de grond compact,” zegt boswachter Mathiska Lont van Natuurmonumenten. “Bij nieuwbouwwoningen zie je dat vaak, door alle machines die er tijdens de bouw hebben gereden. Je kunt je tuingrond luchtig en gezond maken door te mulchen. Hierbij leg je bladeren, planten of eigen tuinafval op de grond en vervolgens schep je dit er doorheen. Zo komen er veel voedingsstoffen in de grond. Ook krijg je meer wormen, die de grond luchtig maken en ervoor zorgen dat het regenwater beter de grond in kan.”

Spit je tuin niet steeds om. “Kleine diertjes die twintig centimeter diep zitten komen dan ineens aan de oppervlakte. Het is voor hen een wereldreis om weer terug te komen naar de diepte. Zo verstoor je het bodemleven. Je kunt beter je grond op een natuurlijke manier voeden. Hoe gezonder je grond, hoe diverser je tuin en hoe meer insecten er leven.”

null Beeld Eva van Brummelen
Beeld Eva van Brummelen

Plaats een insectenhotel

Wil je wat extra ‘woonplekken’ voor insecten creëren, plaats dan een insectenhotel. Je kunt dit kopen of zelf maken. Neem hiervoor een stuk niet-geïmpregneerd hout van zo’n 20 centimeter dik en maak er met een boor met verschillende boordikten gaten in. Zorg dat de achterkant dicht blijft en dat het hout niet splintert, want anders beschadigen de insecten hun vleugels. Je kunt ook stengels van bamboe, riet, vlier of braam gebruiken. Bind de stokken samen. Hang je hotel op een zonnige plek en je hebt de ideale voortplant- en schuilplaats voor wilde bijen, sluipwespen en andere kleine dieren zoals pissebedden. Het is wel belangrijk dat er genoeg voedsel in de buurt is, benadrukt Lont. “Bijen vliegen bijvoorbeeld niet zo ver. Dus zorg voor genoeg bloeiende bloemen, bomen of struiken binnen een straal van zo’n zestig meter.”

Zorg voor bloeiers het hele jaar door

Het hele jaar door zoeken insecten voedsel. Zorg daarom voor veel verschillende bloeiende planten in je tuin, die niet allemaal tegelijkertijd bloeien. “In het najaar bloeit bijvoorbeeld nog de teunisbloem,” zegt Dicke. “Dit is een bijzondere plant omdat hij pas ’s avonds opengaat en dan nachtvlinders en kevers als bestuivers aantrekt.”

Gooi na de kerstdagen een uitgebloeide kerstroos niet weg, tipt Lont, maar zet hem in de tuin. “Deze bloeit tot in het vroege voorjaar. Als de hommelkoninginnen wakker worden, is dat een goede voedselbron.”

In het najaar kun je ook bolletjes zoals sneeuwklokjes, akonieten, herfstanemonen planten. “Of zet deze in een bak op je balkon. Zo heb je ook ’s winters bloemen. Vergeet ook klimop niet. De bloemen bloeien laat in het jaar en ze zijn erg aantrekkelijk voor bijvoorbeeld zweefvliegen en bijen.”

null Beeld Eva van Brummelen
Beeld Eva van Brummelen

Water in de tuin

Zeker als het een droge zomer is, hebben insecten water nodig. Plaats een waterschaal, adviseert Lont van Natuurmonumenten, of als je meer ruimte hebt een vijver. “Je krijgt dan allerlei insecten in het water zoals bootsmannetjes en waterkevers. Zorg ook voor drijvende planten in de vijver zodat insecten hun eieren kunnen afzetten.” Heb je weinig ruimte, dan kun je kleine bakjes ingraven. Let er wel op dat je niet overal in je tuin (bloem)potjes hebt staan, voegt Dicke toe. “Als hier regenwater in blijft staan, heb je de ideale muggenbroedplaats en daar zit je misschien niet op te wachten.”

Tegelijkertijd benadrukt hij dat je niet al te bang moet zijn voor insectensteken van bijvoorbeeld wespen. “Van wespen heb je alleen in augustus soms wat last en niet eens elk jaar. Bedenk dat wespen juist insectenplagen voorkomen doordat ze insecten eten. Je kunt ook de wespen afleiden door ergens in je tuin gistend fruit neer te leggen. Dan laten ze algauw je limonade op de tuintafel links liggen.”

Vermijd tegels

De tuinen zijn de laatste jaren van ‘groen’ naar ‘grijs’ veranderd: steeds vaker hebben tuinen veel bestrating, zegt Janssen van Milieu Centraal. “En met tegels kunnen insecten, en ook andere dieren, niks. Milieu Centraal adviseert daarom alleen te betegelen op plekken waar je loopt of zit. Of liever nog, doe het half, met bijvoorbeeld houtsnippers. Dat is goed voor insecten en ook voor de afwatering.”

Veel mensen denken dat een betegelde tuin weinig onderhoud kost, maar dat is een misverstand, benadrukt ze. “Je krijgt snel last van groene aanslag en dat kost veel tijd om te verwijderen.” Wil je aan de slag met het weghalen van je tuintegels? Mogelijk krijg je er subsidie voor vanuit de gemeente. Controleer dit via www.groenesubsidiewijzer.nl.

null Beeld Eva van Brummelen
Beeld Eva van Brummelen

Geen bestrijdingsmiddelen

Gebruik geen bestrijdingsmiddelen in je tuin, want deze zijn bedoeld om insecten te doden. Koop ook het liefst alleen biologische planten, zaden en bollen, want die zijn niet met gewasbeschermingsmiddelen behandeld. “Bepaalde gewasbeschermingsmiddelen, zoals neonicotinoïden, blijven lang in de plant zitten,” aldus Janssen. “Als insecten de nectar opzuigen, krijgen ze deze stoffen binnen en gaan ze dood. Planten, zaden en bollen die niet met dergelijke schadelijke gewasbeschermingsmiddelen zijn behandeld, herken je aan bepaalde milieukeurmerken, zoals EU biologisch.”

Dat er nog steeds pesticiden worden verkocht en gebruikt die heel moeilijk afbreken, is een van de redenen dat het aantal insectensoorten momenteel hard daalt, zegt Dicke. Wat ook meespeelt, is hoe we ons land tegenwoordig inrichten. “Een simpel voorbeeld: vroeger groeiden op vluchtheuvels planten, nu worden ze betegeld. Dat er steeds minder insecten zijn, is niet goed voor ons en onze omgeving. We hebben ze hard nodig. Het is daarom nu nog belangrijker dan ooit om aan ze te denken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden