Plus Uitleg

Zo kunnen ouderen zich wapenen tegen digitale inbrekers

Van digitale babbeltruc tot ‘romance scam’: ouderen zijn steeds vaker doelwit van internetoplichters, die uit zijn op de inhoud van hun laptop. Hoe kunnen zij  zich wapenen tegen digitale inbrekers? ‘De kosten lopen in de tienduizenden euro’s.’

Beeld Jip van den Toorn

Hoewel de meeste online criminaliteit jongeren treft, zijn senioren boven de 75 jaar de snelst groeiende groep slachtoffers. En dat is reden voor thuiszorgorganisatie Zuster Jansen om aan de bel te trekken. De oorzaak is simpel: ­‘Ouderen gaan steeds vaker het internet op en moeten ook steeds meer zaken online regelen,’ signaleert de zorgorganisatie. Hoe dat precies werkt, is voor hen niet altijd duidelijk. ‘Daardoor ontstaat een groot risico.’

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het aantal internetgebruikers boven de 75 jaar sinds 2012 verdubbeld van 34 naar 68 procent in 2018, en nam het aantal slachtoffers van oplichting in deze groep met de helft toe.

Ouderen zijn online niet alleen kwetsbaar omdat zij minder digitale ervaring hebben. Het kenmerkende verschil met andere generaties is dat ze te goed van vertrouwen zijn, zegt wetenschapper Tommy van Steen (29). De beveiligingsexpert specialiseert zich in de psychologie van ­cybersecurity: de manier waarop menselijk gedrag beveiligingsrisico’s kan vergroten of verkleinen.

“De generaties die zonder digitale techniek opgroeiden, vertrouwen makkelijker wat zij lezen en gaan sneller van goede bedoelingen uit,” zegt Van Steen. Daardoor zijn ­ouderen gevoeliger voor bepaalde trucs dan jongere generaties. “Zo kan iedereen voor een phishing-truc met valse e-mails vallen, maar ouderen zijn bijvoorbeeld in het ­bijzonder gevoelig voor de ‘romance scam’. De oplichter benadert slachtoffers per mail, chat of datingsite en bouwt een romantische band op. Vervolgens vraagt hij of zij om geld, bijvoorbeeld voor een vliegticket en onvoorziene ­bagagekosten.”

Het slachtoffer betaalt en de oplichter wordt rijk. “Aan het einde van het verhaal komt de geliefde ­natuurlijk nooit opdagen en kunnen de kosten in de ­tienduizenden euro’s lopen.”

75+ of niet, op internet is het onderscheid ­tussen echt en nep soms moeilijk zichtbaar. Kom je iets vreemds tegen? Stel jezelf dan eerst deze vijf vragen.

1. Is het te mooi om waar te zijn?

‘Goed nieuws, u heeft een fantastische prijs gewonnen!’

‘U kunt duizenden euro’s per jaar besparen!’ ‘Doe mee met onze loterij en win een nieuwe telefoon!’ Op internet doen advertenties en e-mails de mooiste beloftes.

Van Steen: “Het gaat vaak om aanbiedingen of wedstrijden, waarbij je jouw gegevens moet achterlaten.” Dikwijls zijn dit trucs van oplichters die op je persoonsgegevens en geld uit zijn. Gelukkig is er volgens Van Steen een makkelijke vuistregel: “Als het te mooi klinkt om waar te zijn, dan is het dat ook.” Wie oplichters geen kans wil geven, laat verdachte aanbiedingen en ongevraagd advies dus links liggen.

Maar wat als je twijfelt? Zou het niet zonde zijn om een aanbieding te missen omdat je misschien paranoïde bent? Nee, aldus de beveiligingsexpert. “Bij onzekerheid kun je beter voorzichtig zijn. Soms is het niet erg iets te laten schieten omdat je zeker weet dat je mogelijk ook een hoop leed voorkomt.”

2. Kunnen ze niet netjes een brief sturen?

Krijg je plots een bericht op een website dat je openstaande rekeningen hebt, of een probleem met je computer? Dan moeten alle alarmbellen gaan rinkelen. Oplichters doen zich graag als vertrouwde instanties voor. Om jouw gegevens te krijgen, spelen zij in op gevoelige onderwerpen, ­zoals pensioenregelingen of veiligheid.

“Oudere gebruikers beseffen niet altijd via welke kanalen bedrijven contact opnemen.” Zo herkennen ze misschien niet meteen dat een zogenaamd ­dringend bericht dat oppopt op een website een malafide truc is. Een goede vuistregel is dat dit soort berichten altijd algemeen van aard zijn, al lijken ze aan jou persoonlijk gericht. Dus als plots aan de zijkant van het scherm het bericht verschijnt dat ‘jij’ of ‘u’ computerproblemen hebt, moet je argwaan krijgen. Dat is alsof een wildvreemde je op straat vastgrijpt en zegt dat er een probleem met je gasleiding of koelkast is. Zo’n vreemd figuur zou je ook gewoon negeren, en dat is precies wat je ook met dit soort zogenaamd persoonlijke berichten op internet moet doen.

Stel jezelf daarom altijd de vraag of de berichtgever ­normaal gesproken op een andere manier contact zou ­opnemen. “De Belastingdienst zoekt bijvoorbeeld geen contact via een willekeurige website, maar stuurt netjes een brief.”

3. Heeft het echt zo veel haast?

Sommige oplichters zoeken persoonlijker contact. Zij ­sturen een e-mail met je naam erin of bellen je op. Dit laatste is een soort digitale babbeltruc. De beller doet zich voor als een groot bedrijf zoals Microsoft of Apple en zegt dat je computerproblemen hebt. Vervolgens krijg je instructies die de digitale inbreker toegang tot je apparaat geven.

Als je onder druk staat en niet weet wat je moet doen, kun je volgens Van Steen het best even de tijd nemen. “Oplichters zetten je onder druk om zo snel mogelijk te beslissen. Maar als de kwestie oprecht is, hoef je niet meteen te ­beslissen. Zeg dat je er later op terugkomt en er eerst een nachtje over slaapt. Voel je nooit verplicht meteen te ­handelen.”

4. Klopt het adres van de website of afzender?

Soms zit een ongeluk in een klein hoekje, en dat is in dit ­geval de adresbalk van je internetbrowser. Sommige oplichters bouwen de websites van bekende internetwinkels of een bank na en verschuilen zich achter een webadres dat net één of twee letters of cijfers verschilt van het origineel. Controleer daarom of het webadres echt klopt. Is de naam van het bedrijf exact goed geschreven? Is het adres niet korter of langer dan het moet zijn? En klopt de extensie, zoals ‘.nl’, ‘.org’ of ‘.com’?

Dat geldt ook voor mailadressen. Vooral nepmails die van een bank lijken te komen, zijn soms nauwelijks van echte te onderscheiden. Controleer daarom eerst de ­afzender en klik in geval van twijfel nooit op een bijlage. En bedenk: een bank zal je nooit via mail vragen om (pin)codes, om een bankpas op te sturen, of verzoeken om een nieuwe site of je computer te testen.

5. Kan ik iemand om advies vragen?

Zeker voor wie op latere leeftijd online gaat, kan het internet een verwarrende plaats zijn. Maar net als op vakantie, kan een gids je wegwijs maken in internetland. “Vraag vrienden en familie om advies, zeker als je twijfelt. Twijfel is vaak een belangrijk teken dat iets niet klopt.” De (klein)kinderen kunnen een gids in de online wereld zijn. “Als een bekende met computers kan omgaan en weet wat je wel of niet moet doen, kun je die persoon om hulp ­vragen.”

Alles goed met de computer?

Jongere generaties zijn opgegroeid met internet en begrijpen de ongeschreven gebruiksregels beter. Kijk daarom met een (groot)ouder mee of iets vals of betrouwbaar is, leg uit hoe je tot die conclusie komt en zet samen de juiste vervolgstappen.

Omdat je niet constant kunt meekijken, kun je programma’s installeren die internetten veiliger maken. Misleidende advertenties verdwijnen met een goede advertentieblokker, een goed spamfilter helpt tegen malafide e-mails. Daarnaast kun je een gebruikersprofiel zo ­instellen dat iemand met weinig ervaring geen programma’s kan installeren of belangrijke wijzigingen kan uitvoeren.

Blijf alert. “Vaak gaat het juist fout als het lang goed gaat,” zegt beveiligingsexpert Van Steen. “Dan glipt één malafide mailtje er doorheen. Vraag dus bij de koffie ook even hoe het met het computeren gaat.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden