PlusTips

Zo hou je het dagelijkse ommetje leuk

In coronatijd zijn we massaal gaan wandelen in eigen buurt. Heerlijk, die frisse neus, de beweging, het lege hoofd. Maar na bijna een jaar komt de klad er wel in. Hoe houden we het ommetje leuk?

null Beeld Stella de Kort
Beeld Stella de Kort

Het afgelopen jaar bracht ons vooral ellende maar óók een breedgedragen herwaardering van het ommetje. We zijn gaan wandelen – massaal. Niet van A naar B maar gewoon, een ommetje om het ommetje zelf. Om de frisse neus. De beweging. Om de verzette zinnen en omdat we nu eenmaal weinig anders kunnen nu.

Over de voordelen ervan is al vaak en veel geschreven. Mentaal, fysiek: de mens is ervoor gemaakt. Arnon Grunberg schreef: ‘Tijdens de wandeling valt alles op zijn plaats, de orde is volmaakt, niets van buitenaf kan deze orde verstoren, de wandelaar heerst over zijn universum.’

Dus daar gingen we afgelopen lente, toen het huis verlaten een luxe was geworden. Heersen over ons eigen universum, waarbij dat universum dan meestal onze eigen buurt was. Te voet kregen we opeens weer oog voor de schoonheid van de wereld om ons heen. We namen andere routes, plakten er soms een stukje aan. In de zomer werd lopen flaneren en we bleven gaan, ook daarna, toen de ­dagen korter werden. We liepen door weer en wind, omdat we er gewend aan waren geraakt. Gehecht zelfs.

Maar nu? Bijna een jaar zijn we verder, de samenleving zit weer op slot en de sleutel lijkt wel weggegooid. Het ­ommetje is onveranderd goed voor lichaam en geest, maar eerlijk gezegd: we weten het nu wel een beetje, hè? We kennen de routes rond onze huizen, de stappenteller vraagt om meer, de pas raakt eruit, de verveling slaat toe. Hoe houden we ons ommetje leuk? Nou, zo bijvoorbeeld.

1. Tel die stappen niét

Het is allemaal de schuld van de Japanse dokter Yoshiro Hatano. Tienduizend stappen per dag, dat was volgens hem hét elixer voor een lang en gezond leven. En nu onze telefoons standaard met een stappenteller zijn uitgerust, jagen we er massaal op. Zie ze gaan, nog even snel voordat de dag voorbij is: de arme zielen die er nog maar 9000 op de klok hadden en dus nog even moeten. U herkent ze aan een nukkige tred en de telefoon in de hand, steeds even kijkend of die vermaledijde tienduizendste stap al gezet is.

De vraag is: waar doen we het dan voor? Is ons loopje geen kostbaar moment in de dag waarop er juist even niks hoeft te worden gepresteerd, anders dan een frisse neus en deze voet voor deze voet? Onze hoofden raken niet leeg van koortsachtig stappen jagen. Daarom: laat die stappenteller zitten en loop niet voor Yoshiro, maar voor uzélf.

2. Luister iets

Muziek natuurlijk, dat kan. Of een luisterboek, dat werkt ook goed. Maar we leven in het tijdperk van de podcast. Noem een thema, noem een onderwerp, noem een sub­onderwerp en noem daar nog eens het subonderwerp van, en u zult zien: er ís over gesproken, het is opgenomen en nu is het als podcast terug te luisteren. Het heeft dus weinig zin om met specifieke tips te komen, u weet zelf wel wat u interessant vindt.

Nou ja, misschien toch een tip: laat de actualiteit even thuis. Dat ommetje is er nu juist om de waan van de dag even te doorbreken. Aan de andere kant, als u lekker doorstapt met de nieuwste coronacijfers door de Airpods, dan moet u dat doen. Grunberg zei het al: de wandelaar heerst over zijn universum. Dus vul dat universum naar eigen goeddunken in. Aan keuze in elk geval geen gebrek.

3. Mindful wandelen

U bent vast bekend met de bosbadentrend. Zo niet, dan kort: door langzaam, héél bewust en met alle zintuigen open door de natuur te wandelen, alles in je op te nemen en aan niks anders te denken dan aan het hier en nu, raak je verlicht. Een vorm van meditatie dus, bedacht in Japan. Die noemen het shinrin-yoku en dat laat zich enigszins vertalen als ‘onderdompelen in de natuur.’

Leuk en aardig, denkt u, maar ik woon driehoog-achter in de stad en voor mijn dagelijkse ommetje is elke iep al een onverwachte groene bonus. Bosbaden, dat gaat hier niet. Oké, maar misschien gaat het meer om een bepaalde staat van zijn. Voel eens aan een brugleuning. Ga eens met de ogen gesloten op een straathoek staan en luister, ruik en wéés. U zult zien: de stad blijft de stad, en toch voelt ie helemaal anders.

4. Bel

Lopend bellen – of bellend lopen, dat hangt ervanaf hoe het voor uzelf voelt – is aan te raden. Dat schrijft Theo Mulder, hoogleraar bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit van Groningen in het boek 300 alledaagse mysteries. Ingewikkelde materie natuurlijk, maar het komt erop neer dat het brein een soort oppepper krijgt door het rechtop staan en de beweging. De hersenen worden erdoor geactiveerd en dat praat beter. Maar met wie?

Ook daarvoor geldt: zelf weten, maar denk soms eens een sociale schil verder. Die vriend van vroeger die u al jaren niet meer spreekt, bijvoorbeeld. Of nog beter: een eenzame ziel. Kwijnt er geen oude tante van u weg in een verpleeghuis? Bel! De voldoening bij thuiskomst telt vervolgens dubbel.

5. Gluur naar binnen

Nee, het is niet zo netjes. Maar ja, we doen het allemaal. Wat is het mateloos interessant, die complete levens die zich ontvouwen, bij één blik naar binnen al. Voyeurisme? Misschien, maar met een verbindende uitkomst. Want als we nu door die ruiten gluren, zien we onszelf. Onze huispakken, onooglijke trainingsbroeken en hoody’s. Lethargisch op de bank, met kromme ruggen aan tafel, in Zoom-meetings, lezend, of gewoon marinerend in apathie.

U bent niet alleen deze lockdown: we moeten er allemaal doorheen. Hetzelfde schuitje, hetzelfde lot. U dénkt misschien dat u ordinair aan het gluren bent, maar u zoekt troost en verbinding. En zoeken we dat niet allemaal?

6. Eerst even op de fiets

Het is de luxe die hoort bij het wonen in een stad: fiets tien minuten en alles is anders. En omdat we het rondje in onze eigen buurt linksom en rechtsom hebben gelopen, is dat beetje verandering in decor precies wat de kuierlatten weer hernieuwd elan kan geven. Dat kan gepland, maar ook op de goede gok. Gaan fietsen en maar eens zien waar u uitkomt: het is een bevrijding met als beloning een ­ommetje op nieuwe grond. Bijkomend voordeel: dat beetje extra beweging op de fiets telt er nog eens bij op.

7. Kijk omhoog

In het beste geval zorgt een ommetje voor een frisse blik. En die blik kunt u zelf bereiken door die simpelweg eens ergens anders op te richten. Omhoog bijvoorbeeld. De Kalverstraat wordt een pracht van een historische allee als u boven de winkelpuien kijkt. Ga eens naar www.gevelstenenvanamsterdam.nl, daar vindt u meer dan duizend Amsterdamse gevelstenen, inclusief routes.

Of zie wat er leeft in boomtoppen, dakgoten en vensterbanken. Wie ’s avonds gaat – met hond, goede ­reden of nog net voor de avondklok – kijkt ook omhoog, maar voorbij dit alles. De kosmos in. Waar alle zorgen, zelfs zorgen van pandemisch formaat, zorgen van niks lijken. Met dat ­gevoel kunt u huiswaarts: nietig maar verlicht.

8. Ga tóch

Oké, alle tips ten spijt: u bent dat ommetje zat. Zoals u alles zat bent, de hele pandemische rambam. Dat licht aan het einde van de tunnel? U ziet het amper meer. En elke keer dat ommetje om het ommetje: voor wie? Hoezo? Waarom eigenlijk nog? Het zijn begrijpelijke mentale hobbels op de weg, maar geef u niet gewonnen. Laat de lethargie in elk geval een halfuurtje per dag thuis op de bank achter en zét die stappen. Gedachteloos, doelloos, maar met het hoofd omhoog. Even heerser van het eigen universum zijn. Dat is al meer dan genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden