Plus Interviews

Zina Abboud wil hier blijven, Aghyad Alsherfawi wil terug

Meer dan de helft van de Syriërs wil hier blijven, maar de hogeropgeleide wil vaak terug, bleek uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Aghyad Alsherfawi en Zina Abboud over hun keuze.

Zina Abboud (38)

Ze komt uit Aleppo, is oprichter van cateringbedrijf ­Zina’s Kitchen. Ze wil dat haar kinderen, Layla (20), Hala (16) en Kareem (12) veilig en in vrijheid in Nederland kunnen opgroeien.

Zina Abboud Beeld Jakob Van Vliet

“Met mijn zus en haar twee kinderen vluchtte ik vier jaar geleden naar Nederland, om weer bij mijn kinderen te kunnen zijn. Ik was gescheiden van hun vader en zij waren allemaal al in Nederland. De eerste vluchtpoging ging mis; de motor ging kapot en vijf uur lang dobberden we in de zee, met ouderen en baby’s. De gedachte aan mijn kinderen hield me in leven. De tweede keer bereikten we Samos. Vanuit Athene zijn we met een groep van drieduizend mensen gaan lopen. We werden opgepakt door de Kroatische politie, ze sloegen ons met stokken en stopten ons in een militaire gevangenis, zonder eten of drinken.”

“Na drie dagen werden we per bus naar een bos gebracht, aan de overkant van de rivier was de grens met Slovenië. Mensen begonnen alle kanten uit te rennen. Voor het eerst verloor ik alle hoop, ik vreesde dat ik mijn kinderen nooit meer zou zien. Terwijl ik de politie smeekte ons door te ­laten, stond daar opeens een non, ze nam ons mee naar een klooster dichtbij. Ze belden na vijf dagen een ambulance die ons de grens overbracht. Vanuit Oostenrijk moesten we nog vier uur lopen naar de grens met Duitsland en vanuit daar namen we de trein naar Amsterdam.”

Tweede moeder

“De eerste zeven maanden zaten we in een azc, ik werkte als vrijwilliger: als kok voor de gemeente en het Leger des Heils. Daarna werden we naar een opvanglocatie in Ter Apel gebracht. Het was er afschuwelijk, ik sliep niet en was de wanhoop ­nabij. Via via kreeg ik een kamer in Amsterdam, in huis bij Hester, zij is als mijn tweede moeder.”

“Het eerste wat ik deed toen ik mijn verblijfsvergunning kreeg, was mijn bedrijf inschrijven bij de Kamer van Koophandel. Koken was altijd mijn passie en het bleek de allerbeste manier om te integreren; ik bouwde een enorm netwerk op. Ik kookte voor particulieren en bedrijven, voor de prinsessen Margriet, Laurentien en Beatrix. Ik werd zelfs uitgenodigd door de minister-president voor een ontbijt op het Catshuis – een enorme eer. Mark Rutte zei dat mensen zoals ik de economie van Nederland vooruithelpen.”

Dankbaar

“Met Zina’s Kitchen verzorg ik de lunch voor grote bedrijven, van BinckBank tot TomTom. Ik kook voor evenementen als het Zuidas Festival en De Kleurrijke Salon, en vorig jaar kwam mijn kookboek uit. Als alles goed gaat, krijgen we voor 2021 de Nederlandse nationaliteit. Met mijn paspoort wil ik eerst naar mijn moeder, we kunnen elkaar zien op een veilige plek, zoals Libanon. Ze is ernstig ziek en we hebben elkaar al lang niet kunnen vasthouden.”

“Mijn kinderen gaan hier naar school. Ze zijn vrij van geest, houden van de Nederlandse cultuur, hebben hier hun vrienden. Ze spreken de taal vloeiend, de twee jongsten spreken zelfs geen Arabisch meer. In Aleppo woedt de oorlog nog hevig, er is geen elektriciteit, geen water, nauwelijks voedsel. Ik ben heel dankbaar dat we in Nederland veilig en in vrijheid kunnen leven, studeren en werken. Mijn droom is om een restaurant te openen, onder de rook van Amsterdam. Onze toekomst ligt in dit mooie land.”

Aghyad Alsherfawi (25)

Hij is oprichter van trainingsbureau Consul-Tech. Alsherfawi hoopt over anderhalf jaar terug te keren om bij zijn familie te zijn en zijn land te helpen bij de wederopbouw.

Aghyad Alsherfawi Beeld Reyer Boxem

“Toen de oorlog uitbrak studeerde ik Business Administration en Engels aan de universiteit van Damascus. Daarnaast was ik druk bezig met een opleiding tot coach zelfontwikkeling. Als enige zoon in ons gezin hoefde ik niet in het leger, maar de oorlog maakte het leven onmogelijk. Op 15 juli 2014 ben ik vertrokken, met mijn zus, nichtje, haar man en zijn broer, eerst met de bus naar Libanon en verder met het vliegtuig naar Algerije.”

“Vanaf daar moesten we door de woestijn lopen naar de grens met ­Libië. In onze groep van 150 mensen waren veel kinderen en ouderen, we hadden nauwelijks water en niets te eten, het was vreselijk zwaar. In Libië werden we tien dagen vastgehouden in een huis van de smokkelaars, daarna gingen we naar zee.”

“Het ruim van het schip zat vol met Afrikaanse vluchtelingen, wij moesten op het dek gaan zitten. Na zes uur ­varen viel de motor uit, pas na uren dobberen, zonder ­water en eten, kwam er een boot van de smokkelaars die onze boot met een touw het Italiaanse gebied in sleepte. Daar lieten ze ons ’s nachts alleen, mensen raakten in ­paniek, begonnen te huilen, te bidden. We werden gered door een Italiaans schip. Via smokkelaars kwamen we in Milaan.”

Positieve verhalen

“Ik besloot om naar Nederland te gaan, omdat ik daar ­onderweg veel positieve verhalen over had gehoord. In Amsterdam ging ik meteen naar de politie, die geloofden niet dat ik een vluchteling was, ze stuurden me eerst weg. De volgende dag werd ik toch naar Ter Apel gebracht en vanuit daar naar verschillende azc’s in Nederland.”

“Na vier maanden kreeg ik een verblijfsvergunning en een paar maanden later een woning. Ik wilde graag vrienden maken, de taal leren en mijn leven weer oppakken na alle ellende en ben vrijwilligerswerk gaan doen voor ­Humanitas, als coach voor nieuwkomers. Het liefste van alles wilde ik mijn studie afmaken en een eigen bedrijf ­beginnen. Na een gesprek met de directeur van de Hanze Hogeschool voor Business mocht ik daar, als eerste Syriër ooit, mijn studie hervatten. Daarnaast werkte ik als trainer voor nieuwkomers op het Alfa College en als projectleider bij Voorbeeld Allochtoon.”

“Vorig jaar ben ik mijn eigen training- en consultancy­bureau begonnen, Consul-Tech, gericht op de integratie van nieuwkomers. Ik organiseer workshops en evenementen, en heb een eigen theatershow.”

Terugkeren

“Het gaat goed, maar toch denk ik steeds vaker aan terugkeren. De Nederlandse ­regels voor ondernemers zijn vaak moeilijk te begrijpen. In Syrië had ik in vier jaar al veel meer kunnen bereiken; het ondernemen is er minder ­ingewikkeld en niet zo aan regels gebonden. Maar ik mis vooral de Syrische levensstijl, waarbij je na een dag hard werken samenkomt om plezier te maken. Ik denk ook dat ik gelukkiger ben als ik weer dicht bij mijn familie kan zijn. Als de enige zoon is het mijn plicht om straks voor mijn ­ouders te zorgen, dat lukt niet vanuit Nederland.”

“De situatie in Damascus verbetert nu, de wederopbouw kan beginnen. Daar zijn millennials zoals ik, met kennis die we in andere landen hebben opgedaan, hard bij nodig. Mijn plan is om over anderhalf jaar terug te gaan, zodra ik mijn opleiding heb afgerond en ik de Nederlandse nationaliteit heb. Een Nederlands paspoort geeft me vrijheid en veiligheid om te gaan en staan waar ik wil. Eenmaal in ­Syrië wil ik verbonden blijven met Nederland, ik hoop een brug te kunnen slaan tussen de twee landen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden