Plus Reportage

Zij staan dag en nacht klaar voor Marokkaanse vrouwen in Nieuw-West

Stichting Nisa4Nisa helpt al sinds 2001 vrouwen van voornamelijk Marokkaanse komaf bij problemen als Nederlands leren, omgaan met verslaafde familieleden en liefde voor zichzelf vinden.

Vanaf links: vrijwilliger Fatima Bouchtig, directeur Miemoent el Fakih en medewerker Naziah Senoussi van Nisa4Nisa. Beeld Dalal El Ouariachi

Achter een bureau in een klein pand aan de Chris Lebeau­straat in Nieuw-West zit Miemoent el Fakih (49), directeur van stichting Nisa4Nisa. Ook in de kamer, maar gezeteld aan een ander bureau: vrijwilliger Fatima Bouchtig (52) en medewerker Naziah Senoussi (52). Dit zijn de vrouwen die dag en nacht klaarstaan voor Marokkaanse vrouwen in Nieuw-West die hun hulp nodig hebben. Ze willen de ­Nederlandse taal leren of andere vrouwen ontmoeten, maar kloppen ook aan omdat ze slachtoffer zijn van huiselijk geweld of niet weten hoe ze moeten omgaan met hun drugsverslaafde partner.

Het toont direct de twee gezichten van Nisa4Nisa: enerzijds een laagdrempelige organisatie waar vrouwen deelnemen aan taalles, naailes, kookworkshops, een filmavond of een juridisch spreekuur bijwonen, anderzijds een toevluchtsoord voor degenen die in zwaar weer verkeren.

Hoofddoel van de stichting is vrouwen met een migratieachtergrond te ‘empoweren’. El Fakih: “We stimuleren het niet de hele dag thuis te zitten, maar te participeren in de Nederlandse samenleving. Dat is niet makkelijk. Veel vrouwen missen vertrouwen. De instelling is: wij kunnen dit en dat niet, daar zijn we niet goed in, onze taak is voor het gezin te zorgen. Ik vraag dan: wat wil je in het leven? Antwoord: dat mijn kinderen gezond zijn. Dan zeg ik: maar wat wil jij? Zeggen ze: ik leef voor mijn kinderen. Tja. We helpen die vrouwen zichzelf eens centraal te zetten. Dat ze zich niet alleen maar wegcijferen voor hun ­gezin. Leef!”

Het kost soms wel een paar jaar, maar veel vrouwen ontdekken bij Nisa4Nisa een versie van zichzelf die ze nog niet kenden. Ze besluiten bijvoorbeeld om op latere leeftijd een opleiding te volgen. Een deel van hen besluit om stage bij de stichting te lopen. Daarna kunnen ze er als vrijwilliger aan de slag. Zo is in de loop der jaren een gemeenschap ontstaan van vrouwen die elkaar helpen.

Fatima Bouchtig is een goed voorbeeld. Zo’n acht jaar geleden kreeg ze een zware burn-out. Ze zat thuis zonder iets omhanden te hebben, werd depressief. Ze zocht een plek om de draad weer op te pakken en stuitte op Nisa4Nisa. Nu werkt ze twee dagen in de week op kantoor waar ze de stichting met de administratie helpt. Ze is tevens vertrouwenspersoon. “Dit is mijn redding geweest,” zegt Bouchtig. “Als vertrouwenspersoon help ik vrouwen van wie ik vermoed dat ze ook ontvankelijk zijn voor een burn-out. Ik leer ze hun grens aan te geven.”

Mond-tot-mondreclame

Nisa4Nisa is in 2001 opgericht door Fatima Sabbah. Ze zag dat er veel mannenorganisaties bestonden, dus besloot ze een tegenbeweging op te zetten. Ze is begonnen in een ­aftandse pizzazaak met een budget van 4000 gulden (ruim 1800 euro). Al snel wist ze veel vrouwen te mobiliseren die voorheen nooit de deur uitgingen, omdat er niets voor ze was. Sabbah begon klein: met fietslessen. Fietsen was volgens haar ­essentieel wanneer je wilde deelnemen aan de maatschappij.

Ongeveer zeven jaar geleden sloot El Fakih zich aan bij Nisa4Nisa. Ze dacht meteen: wat gebeurt hier? Het was heel provisorisch, de organisatie kreeg nauwelijks steun of subsidie. Dat is nu wel anders. Nisa4Nisa wordt serieus ­genomen, beschikt over voldoende subsidie en werkt ­samen met maatschappelijke partijen als Streetcornerwork, Combiwel en de GGD.

In totaal zijn er 600 vrouwen aangesloten bij Nisa4Nisa, 90 procent daarvan is van Marokkaanse afkomst. De overige vrouwen zijn Turks, Syrisch, Egyptisch, Surinaams of Indonesisch. Iedereen is welkom, al bestaat voor de taallessen een flinke wachtlijst, weet Naziah Senoussi, die al tien jaar werkzaam is bij de stichting. Ze organiseert het gros van de activiteiten en ziet hoe steeds meer vrouwen de stichting weten te vinden. “Door mond-tot-mondreclame. En Marokkaanse vrouwen worden assertiever. Ze willen ondernemen, eropuit. Ze richten kookclubs op, willen zwemles, onder elkaar zijn.”

Dat was pakweg vijftien jaar geleden nog anders, volgens El Fakih. “Toen was de man veel assertiever. Nu komen ze hier klagen, want hun vrouwen zijn nooit meer thuis. Dat is natuurlijk met een knipoog, maar je ziet wel dat de man een beetje achter de vrouw aan sukkelt. Dat heeft vaak te maken met een andere mentaliteit. De vrouw wordt losser, de man blijft conservatief.”

Dat is een lastige situatie, meent El Fakih. “Marokkaanse Nederlanders leven tussen twee culturen. Als de een losser is dan de ander, kan dat problemen veroorzaken. Jonge vrouwen worden bijvoorbeeld voor hoer uitgemaakt wanneer ze roken of op stap gaan. Of: hoogopgeleide vrouwen kiezen er juist voor zichzelf te bedekken. Ze zoeken een ­eigen identiteit, alleen is die niet Nederlands, maar ­Marokkaans-islamitisch. Ze studeren en leven hier, maar vinden op die manier geen baan. Wij praten met ze en leggen uit dat ze zichzelf zo buiten de samenleving plaatsen.”

Verslaafd aan heroïne

Nisa4Nisa is ook een plek waar vrouwen met zware problemen om hulp kunnen vragen. Veel van hen komen om te praten over hun drugsverslaafde partner of kind. “Het grootste probleem is dat veel vrouwen onwetend zijn,” zegt El Fakih. “Sommige echtgenoten zijn bijvoorbeeld zwaar verslaafd aan heroïne. Hun vrouwen denken: we doen de hadj, de pelgrimstocht naar Mekka, en dan is het weer genezen. Ze denken dat heroïne gelijkstaat aan het roken van een sigaret, onderschatten de ernst. Die vrouwen, die uiteindelijk ook slachtoffer zijn, zullen niet zo snel direct naar een hulpverleningsorganisatie stappen. Wel naar ons, want dit is een vertrouwde omgeving voor ze. Wij proberen vervolgens het juiste hulpverleningstraject voor die vrouwen te vinden. Soms gaan we met ze mee, omdat ze niet alleen durven.”

Veel vrouwen zijn daarnaast slachtoffer van huiselijk ­geweld. Een aantal van hen is op jonge leeftijd vanuit ­Marokko naar Nederland gebracht omdat ze werden uitgehuwelijkt. El Fakih: “Zo’n meisje kent de weg en taal niet, moet vaak inwonen bij schoonouders, het huishouden doen. Dan is die man er op een gegeven moment klaar mee, bijvoorbeeld omdat de vrouw veel progressiever in het leven staat, en stuurt ie haar terug naar huis, alsof het een kledingstuk is dat niet past. Dan vangen wij zo’n meisje op.”

Ondanks alle problematiek, is El Fatih blij dat ze zo veel vrouwen uit de buurt kunnen helpen. “Nisa4Nisa is echt een begrip geworden in Nieuw-West. Vrouwen bloeien op hier. Ik zie sommigen nog als musje binnenlopen… Nu zijn ze helemaal opgebloeid, assertief, ondernemend.”

Bouchtig knikt hevig mee. “Nisa is voor mij een grote familie. Mijn steun en toeverlaat.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden