PlusPortretten

Zij hadden de Elfstedentocht mogen schaatsen: ‘Henk Angenent kan me gestolen worden’

Áls er een Elfstedentocht was geweest, hadden deze Amsterdammers hem mogen schaatsen. ‘Liever heb ik dat het ijs uiteindelijk niet dik genoeg is dan dat corona dit ook nog verpest.’

Chris Bajema. Beeld Nosh Neneh
Chris Bajema.Beeld Nosh Neneh

Chris Bajema (49)

Radio- en theatermaker, sinds 2014 lid van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden

“Er is maar één doel in mijn leven: ik wil die tocht rijden. Dat heb ik nooit gedaan, terwijl er in mijn ­bestaan wel een paar voorbij zijn gekomen. Tijdens die Elfstedentochten in de jaren tachtig zat ik op de middelbare school. In de kantine werden televisies neergezet en Evert van Benthem werd mijn absolute held. Dat is hij nog steeds, wat een man! Hij won twee keer, hè. Henk Angenent kan me gestolen worden.

Tijdens de laatste Elfstedentocht, in 1997, was ik vijfentwintig. Toen had het gekund, ware het niet dat ik het absoluut voor onmogelijk hield. Ik dacht gewoon dat het niet kon, zo lang en zó ver schaatsen, en bovendien wist ik niet hoe je lid kon worden van de Elfstedenvereniging. Ik heb er nog spijt van. Wel ben ik naar Friesland gegaan toen, ik heb zelfs bij de finish gekeken. Ik kon bij een vriend logeren, zijn ouders woonden in Leeuwarden. Door de drukte waren we aan de late kant. We stonden op de Bonkevaart toen de eerste vrouw over de streep kwam.

Dat heroïsche is me blijven fascineren. En op een gegeven moment moest en zou ik lid worden van de vereniging. Dat krijg je trouwens niet zomaar voor elkaar, je moet voorgedragen worden. Daarom besloot ik samen met een vriend eerst de Alternatieve Elfstedentocht te gaan rijden. Ik ben ervoor gaan trainen op de Jaap Edenbaan, heb in Oostenrijk die tweehonderd kilometer gereden en we zijn vervolgens voorgedragen door de vader van een andere vriend. En nu ben ik lid en ben ik er helemaal klaar voor, maar wordt het ons toch door de neus geboord.

Het is zo ontzettend zuur. We maken elkaar helemaal gek. Ik kijk naar weerpluimen waarvan ik niet wist dat ze bestonden, volg meteorologen waar ik nog nooit van heb gehoord. Ik ben eind veertig. Ik ben fit omdat ik die tocht wil schaatsen. Al is de voorbereiding door corona ook weer niet optimaal. Ik ren thuis veel op de loopband, maar je schaatst maar een uurtje in de week vanwege de beperkingen. Ik zal het vooral op wilskracht moeten doen.

Want als het ijs er ligt, gaan we gewoon. Het maakt niet uit hoe: als we die tocht maar aftikken. We zoeken wel iets uit. Powerbanks mee voor de telefoon, ergens een route vinden. Er gaan toch wel mensen bordjes ophangen? En lukt het niet, ach, die teleurstelling is er elk jaar. Die had ik ook in 2012, en in 2017. Dat hoort er nou eenmaal bij.”

Elsa Leenstra. Beeld Nosh Neneh
Elsa Leenstra.Beeld Nosh Neneh

Elsa Leenstra (35)

Interieurarchitect, sinds 2020 lid van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden

“Hoewel ik vlak bij Thialf in Heerenveen ben opgegroeid – onze buurman was Geert Kuiper – schaats ik sinds een aantal jaar pas echt fanatiek. Ik vind het geweldig. Afgelopen najaar heb ik op de Jaap Eden een abonnement genomen, een rittenkaart gekocht én me ingeschreven voor een lesprogramma. Zo kan ik ondanks de beperkingen dit jaar toch drie keer in de week naar de ijsbaan. Met mijn conditie en voorbereiding zit het wel goed dus. Komt de Elfstedentocht er tóch nog, dan ben ik er helemaal klaar voor.

Ik was twaalf tijdens de laatste tocht, maar weet het nog zo goed. Het was legendarisch. De hele dag ging ik op in het televisieverslag. En af en toe zelf even naar buiten om op een slootje of weiland te schaatsen. In mijn herinnering schaatste iedereen in Friesland elke winter, elke dag.

De langste tocht die ik tot nu toe heb gereden, was er een van 180 kilometer in Zweden. Een hel. Superslecht weer en de route werd aangepast omdat het te gevaarlijk was. De omkleedtent was zelfs weggewaaid. Ik was alleen maar bezig om die afstand te halen. Dan ga ik maximaal, tot het echt niet meer gaat, of het nou tien uur duurt of langer. Helemaal gesloopt was ik. Maar als ik nu naar het weerbericht kijk, ga ik de komende dagen met een grote glimlach tegemoet. Koud en zonnig, beter kan niet.

Nu ben ik in elk geval zoveel mogelijk op het ijs te vinden. Ik hou het weerbericht goed in de gaten en word er zelfs een beetje zenuwachtig van. Ik heb al vrije dagen opgenomen, het wordt een prachtig avontuur. Eerst een dag met mijn zoontje, daarna met schaatsvrienden. Hier in de buurt, maar ook zeker in Friesland. Dat hele schaatsfeest daar zorgt ervoor dat ik me nog altijd verbonden blijf voelen met de provincie.

Ik snap heel goed dat een officiële tocht er niet in zit dit jaar, hoe jammer dat ook is. Maar als het ijs goed genoeg is, kan ik misschien een deel van de tocht zelf rijden. En hopelijk, ooit, wordt er dan toch eens een officiële Elfstedentocht georganiseerd. Met kruisje. Wat ik dan verwacht? Zere voeten. Maar het zal het helemaal waard zijn.”

Peter Becker. Beeld Nosh Neneh
Peter Becker.Beeld Nosh Neneh

Peter Becker (52)

Schaatsleraar, sinds 1998 lid van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden

“Elk jaar, net na de zomer, komt de brief van de Elfstedenvereniging binnen. Een uitnodiging voor de algemene ledenvergadering en de verschuldigde contributie. Die moet je ook echt op tijd betalen, anders kun je fluiten naar je startbewijs. Dat is een brief op mooi, dik papier. Die staat het hele jaar te pronken op mijn bureau.

Voor de Elfstedentocht moet je klaar zijn, altijd. Dat begint al in de zomer, als je de basis legt om een lange schaatstocht te kunnen uitrijden. Fietsen, conditietraining, kracht. Die 200 kilometer gaat anders niet. Ja, tenzij op karakter, in de roes van zo’n evenement. Ik roep in mijn lessen ook weleens: heb je je pasje binnen handbereik? Die tocht kan er elk moment zijn!

Natuurijs is magie. Heel Nederland gaat los op ijs. Het zit in je onderbuik, man. Die hoop begint zodra de temperatuur onder nul gaat. Ik ben niet zo van de weerkaarten, maar hoor het meteen van bronnen en andere schaatsers als er een langere periode van kou komt. Als ik met iemand een contract afsluit voor mijn werk of trainingen, zet ik het in de algemene voorwaarden: zodra het vriest, kan ik afwijken van gemaakte afspraken. Dan ben ik naar buiten, het ijs op. Al is het maar op het slootje achter mijn huis: elke slag op natuurijs is er een.

Zelf een Elfstedentocht rijden is er nog nooit van gekomen, al sta ik al vanaf mijn vierde op het ijs. Ik heb lange tochten genoeg gereden, in Nederland, in het buitenland. In Luleå in Zweden bijvoorbeeld, met -25 graden op zee-ijs. Maar het haalt het allemaal niet bij die ene tocht. Ik wil precies doen wat we zo goed van alle beelden kennen. Met z’n allen in het donker weg, in het donker aankomen. Starten in dat vak, stempelen. Daar gaat het allemaal om. Niet alleen dat kruisje, maar die hele dag avontuur. Dat je diep in de nacht thuis wegrijdt, dertien uur later terugkomt en kunt zeggen: ik heb het gedaan.

En ergens denk je nu ook: het zal toch niet? Niet nu, tijdens corona. Ik mag het eigenlijk niet zeggen, maar dan heb ik misschien nog liever dat het ijs uiteindelijk niet dik genoeg is. Dat corona niet ook dit nog verpest. Dat we later een stuk geruster kunnen terugblikken: die tocht van 2021 ging bijna door.”

Wat is de status van de Elfstedentocht?

Om de tocht der tochten te kunnen rijden én daar het felbegeerde kruisje aan over te houden, moet je in ieder geval lid zijn van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden en op tijd je jaarlijkse contributie van 12,50 euro hebben betaald. Is dat in orde, dan krijg je een startnummer en starttijd. De afgelopen jaren was er nog sprake van loting, maar door een kleine terugloop in leden is dat niet meer het geval. Iedereen die lid is, kan de tocht dus rijden.

Maar, voorzitter Wiebe Wieling heeft deze week opnieuw aangegeven dat een officiële Elfstedentocht organiseren onverantwoord is in coronatijd, en dat ook een alternatieve versie uitgesloten is. “Dat is geen Elfstedentocht,” meldde hij aan de NOS.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden