PlusReportage

Zij begonnen in coronatijd een eigen bedrijf – met hun ouders

Bodhy Buit (22) en Dokus Dagelet (48) organiseren silent disco’s. Beeld Dingena Mol
Bodhy Buit (22) en Dokus Dagelet (48) organiseren silent disco’s.Beeld Dingena Mol

Met je vader of moeder een bedrijf beginnen in coronatijd; je moet er maar zin in hebben. Deze Amsterdammers viel het niet tegen. ‘Je kent elkaar door en door. Dat is een groot voordeel.’

Bjarn van den Berg

Dokus Dagelet (48) en Bodhy Buit (22) organiseren sinds april 2020 silent disco’s onder de naam The Silent Club Amsterdam.

Bodhy: “The Silent Club Amsterdam is ontstaan uit de combinatie van sporten en feesten. Dokus heeft namelijk een eigen sportbedrijf en ik zit in mijn studententijd en feest graag. We organiseerden voor het eerst een silent disco als pilot ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van Dokus’ bedrijf.”

Dokus: “We konden vanwege corona geen groot feest geven. We mochten wel naar buiten en ik wilde nog steeds iets leuks doen. Toen bedachten we een silent disco, en dan buiten in de vorm van een soort tour, zodat je niet op één plek stilstaat. Dat boden we mijn klanten aan als cadeau. Het werd supercool ontvangen. Wij werden er ook blij van en wilden het sowieso vaker doen. We investeerden toen in koptelefoons. Sindsdien geven we elke laatste vrijdag van de maand een silent disco. Ook worden we ingehuurd door bedrijven en voor speciale feesten.”

Bodhy: “We hebben al verschillende edities georganiseerd, waaronder een Museumpleineditie en een art-editie in een galerie. Vooraf bedenken we een route en maken we een Spotifylijst met muziek.”

Dokus: “In de art-editie kwamen we bijvoorbeeld langs kunst met apenfiguren, daar vonden we Dance Monkey bij passen. En It’s Raining Men draaiden we in een ruimte vol paraplu’s.”

Bodhy: “We doen af en toe een spel tijdens een nummer, of dansjes en bewegingen die we van tevoren bedenken. Die helpen mensen los te krijgen. Soms vinden deelnemers het eerst een beetje ongemakkelijk, dansen in de openbare ruimte. Dokus is goed in het creëren van een vibe waarbij mensen zich fijn voelen om te dansen. Van haar blije energie leer ik veel.”

Dokus: “En ik leer veel van hem: hij heeft bedrijfskunde gestudeerd en ondernemen is niet mijn sterkste punt, ik doe vooral alles op gevoel. Ook is hij technischer dan ik. Hij maakt de Spotifylijsten, weet hoe de koptelefoonzenders werken en regelt de inschrijvingen en betalingen. Bodhy en ik staan samen ingeschreven bij de KvK, maar we zijn een echt gezinsbedrijf: mijn dochter doet onze socials en mijn man geeft soms raad bij het maken van een offerte.”

Bodhy: “We zouden in de toekomst graag vaker per maand een disco plannen. Er zijn nog veel plekken in Amsterdam waar mij dat cool lijkt: op de A’DAM Toren, of op een pont die we dan veranderen in een partyboot.”

Stephan Knecht (50) en Bram Knecht (24) begonnen in november 2020 wijnhandel Knecht Wijnen.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Stephan: “Al voor corona bestond het idee om samen een wijnhandel te beginnen. In ons café-restaurant Vrijburcht op IJburg, waar Bram sinds twee jaar mede-eigenaar van is, gaven we voor corona eens per maand een wijnproeverij. Mensen vroegen dan weleens of ze ook een flesje wijn konden kopen. Dat was niet de opzet van het verhaal, maar ik dacht: ja, natuurlijk kan het. Wijnverkoop is een mooie aanvulling op wat we al doen.”

Bram: “En de pandemie was een ideaal moment om de wijnhandel op poten te zetten. Als je een vol restaurant hebt, heb je geen tijd om daar aandacht aan te besteden. We zijn begonnen met een webshop en mensen kunnen hun bestelling in ons restaurant afhalen. Het publiek bestaat voornamelijk uit IJburgers, mensen die ook in ons restaurant komen.”

Stephan: “Het wijnassortiment dat wij verkopen is anders dan ons restaurantassortiment. Voor Knecht Wijnen hebben we ook een apart bedrijf opgericht, zodat alles goed gescheiden blijft. Het zou mooi zijn als de wijnhandel een eigen locatie en team krijgt, maar dat gaat in stapjes. En door alle maatregelen komen we niet echt verder. Ik zou ons assortiment willen uitbreiden door wijn te selecteren in het buitenland. Maar door de onzekerheid weet je niet of je een nieuwe rosé in Frankrijk kunt uitzoeken en terugkomt. Nu werken we met een importeur.”

Bram: “Voor mij is het comfortabel iemand naast me te hebben met veel ervaring. Hij is vinoloog, zijn wijnkennis is echt way up there. Ik pik het nodige van hem mee, dus die basiskennis van wijn komt vanzelf. Mijn vader heeft ook een ongekende drive waar ik mij makkelijk aan optrek. Hij is van het doorpakken: gaan, gaan, gaan.”

Stephan: “Brams grote kracht is dat hij alle mensen uit de buurt kent en andersom: contactueel is hij sterk. Qua uitstraling zijn we een sterke tweespan. Maar mijn expertise zit volledig in Knecht Wijnen. Bram zit wat dat betreft nog in een leerproces, hij zal in een later stadium veel meer toevoegen. Ik weet zeker dat hij op een gegeven moment zegt: hé pap, die wijn is hip en happening, die moeten we hebben.”

Bram: “Het positieve aan samenwerken met m’n vader, is dat het vertrouwen groot is.”

Stephan: “Ja, je kent elkaar door en door. Dat is een ontzettend groot voordeel: ik twijfel nooit aan de balans van de prestaties die we leveren, die zijn gelijk.”

Hany Shehata (56) en Marcelle Shehata (24) openden in juli 2021 Ristorante Papa Carlo.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Hany: “Al 28 jaar ben ik ondernemer en ik heb altijd horecazaken gehad. Door corona moest ik met drie zaken stoppen, maar ik had nog wel een pizzeria in Zuid die goed liep. Daarom wilde ik sowieso nog een Italiaans restaurant beginnen en daarvoor vond ik een geschikte locatie op de Kloveniersburgwal. Dat restaurant wilde ik graag beginnen met Marcelle. Stel dat er iets met gebeurt, dan kan zij er altijd mee doorgaan.”

Marcelle: “Ik wilde er ook graag bij betrokken zijn. Ik heb in heel wat horecazaken gewerkt waar ik ervaring opdeed in de bediening, achter de bar en in de keuken. Inmiddels ben ik van alle markten thuis. Bij Papa Carlo doe ik van alles: bediening, management en het openen en sluiten van de zaak.”

Hany: “Mijn vrouw Olga werkt hier ook: ze staat ’s weekends in de bediening en regelt zaken zoals verzekeringen. Mijn voornaamste taak is het inkopen van de groenten, het vlees en de Italiaanse producten bij de groothandels. Wij willen in dit restaurant honderd procent Italiaanse kwaliteit leveren. Daarom hebben wij twee echte Italiaanse koks, waarmee we ons willen onderscheiden. Zo zijn we onlangs ook begonnen met de pastatafel: pasta wordt dan aan tafel bereid in een grote Parmezaanse kaas, zodat de kaassmaak echt in die pasta gaat trekken.”

Marcelle: “Het is leuk om met mijn ouders te werken. Het is als thuis, ik voel me op mijn gemak. Ik werk hoe ik zelf wil en hoef mij niet aan te passen. Toch irriteer je je soms wel aan elkaar en kunnen onze denkwijzen verschillen. Over de werkkleding bijvoorbeeld. Mijn vader wilde lichtblauwe t-shirts. Ik zei: dat moet je niet doen, zo’n knalkleur, dat staat niet. Zwart vind ik netjes, en dat is het uiteindelijk geworden.”

Hany: “Ik laat mijn dochter ook gewoon dingen proberen, al heeft ze misschien nog niet genoeg ervaring met een eigen zaak. Maar zij is jong, heeft nieuwe ideeën. Als zij iets wil waarvan ik denk dat het geen goed plan is, laat ik haar haar gang gaan. Of het nu lukt of niet: beide oké, daarvan kan ze leren. De cocktailkaart, een idee van Marcelle waarvan ik dacht: zijn wij wel een restaurant voor cocktails?, loopt nu goed.”

Marcelle: “Thuis gaat het vaak over de zaak, we hebben met zijn drieën een groepschat over het restaurant, maar het bedrijf kunnen we ook makkelijk loslaten. Iedereen heeft hiernaast nog steeds gewoon zijn eigen leven.”

Marianne Blokvoort (69) en Mette Visser (47) geven vanaf augustus 2020 workshops aan moeders en dochters.

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Mette: “Van mensen om ons heen kregen wij vaak te horen dat ze onze moeder-dochterband bijzonder vonden. Die is heel hecht. We zijn erg open naar elkaar en ik durf alles te delen met mijn moeder.”

Marianne: “Wij kunnen schaamteloos en genadeloos dingen tegen elkaar zeggen, maar wel op een liefdevolle manier.”

Mette: “Bij andere moeders en dochters zie ik soms dat ze het vooral gezellig willen houden of een lastige band hebben waar ze niet over spreken. Daarom wilden we voor hen iets gaan betekenen. Nu organiseren we twee soorten workshops waarin zij elkaar op een nieuwe manier leren kennen aan de hand van opdrachten en vragen.”

“In de verkenningsworkshop beginnen we mild en kijken we bijvoorbeeld naar wat moeders en dochters van huis uit hebben meegekregen en -genomen. In de verdiepingsworkshop komen moeilijkere onderwerpen aan bod met vragen als: wat vind je lastig aan mij? Of: wanneer was het moeilijk tussen ons?”

“Daarnaast ontwierpen we een kaartspel en namen we een podcastserie op, genaamd De Tafeldames, waarin gelijke onderwerpen centraal staan. In sommige podcastafleveringen spreken we met bekende moeders en dochters, bijvoorbeeld Birgit Schuurman en haar moeder.”

Marianne: “In onze moeder-dochtersamenwerking leren wij enorm van elkaar. Mette komt bijvoorbeeld met ideeën voor filmpjes op sociale media. Ook maakte ze een planning van hoe het komende jaar eruit moet gaan zien. Mette is van de controle, structuur en grondige voorbereiding. Ik kijk vooral in het moment wat er moet gebeuren en heb meer inhoudelijke kennis en ervaring op het gebied van trainingen en workshops. Al zeker vijftien jaar geef ik persoonlijke en professionele coaching en training in leiderschapsontwikkeling. Wij twee vullen elkaar naadloos aan.”

Mette: “Voor nu steken we ongeveer een derde van onze werktijd in ons gezamenlijke bedrijf, verder geven we los van elkaar coaching. Ik geef dat aan managers en ondernemers die willen groeien in hun leiderschap. Maar als ons moeder-dochterbedrijf gaat groeien, moeten we kijken hoe we onze tijd qua werkzaamheden gaan verdelen.”

Marianne: “Ik zie het wel voor me dat we dan meer tijd in dit bedrijf gaan steken. Daar wil ik ook echt wel in investeren. Want ik ervaar het als een enorme rijkdom om dit samen met mijn dochter te doen.”

Mette: “Daarbij zijn de workshops denk ik ook een groot cadeau aan andere moeders en dochters. Ik vind het fantastisch als wij die met onze band kunnen inspireren.”

Alleen meekijken is niet genoeg

Ouder-kindbedrijven zijn van alle tijden, maar de coronapandemie heeft een extra impuls gegeven, zegt adviseur Gerdine Annaars, die zich bij de Kamer van Koophandel onder meer bezighoudt met jong ondernemerschap. “Nu hebben ze de tijd en de gelegenheid om er wat van te maken.”

Annaars begrijpt waarom ouders en kinderen samen een bedrijf starten. “Vaak zie je dat ouders zelf al onder­nemer zijn en dat het thuis aan de eettafel daarover gaat. Als de kinderen, die op school en tijdens hun studie ondernemende vaardigheden mee­krijgen, vervolgens zelf willen onder­nemen, stimuleren de ouders dat. Die vinden het leuk dat hun kind dat ook doet. En de jongeren staan open voor advies van hun ouders vanwege hun ervaring.”

Een ouder-kindbedrijf is vanwege eisen van de Belastingdienst enkel mogelijk als zowel de ouder als het kind ‘echt mee-onderneemt’. Annaars: “Samen een bedrijf starten moet meer zijn dan alleen zijdelings meekijken.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden