Plus Portretten

Zij adopteren een naam op het Holocaust Namenmonument: ‘Ik voel me verbonden met hun lot’

Ali Taghlaoui. Beeld Jakob Van Vliet

Binnenkort start de bouw van het Holocaust Namenmonument in het Weesperplantsoen. Deze Amsterdammers adopteerden een Joodse naam op de muur.

Ali Taghlaoui (35), directeur Dream Hotel: ‘Ik wil mensen bewust maken van de haat’

Het Namenmonument moet er komen, vindt Ali Taghlaoui, directeur en eigenaar van het Dream Hotel in de Vijzelstraat. “De mensen die in de Tweede Wereldoorlog zijn vermoord, hebben geen graf. Nazaten kunnen niet naar een plek om hun oma of opa te gedenken. Door het Namenmonument is die er straks wel.”

Taghlaoui heeft de namen van alle 27 bewoners uit de Vijzelstraat geadopteerd. Een van de door hem geadopteerde namen betreft de tweejarige Eveline Essinger. Ze woonde met haar ­ouders op Vijzelstraat 119-driehoog. “Ik heb zelf een zoontje van drie. Beeld je in dat hij plotseling van huis wordt gehaald en wordt ­vermoord.”

De hoteleigenaar wil zijn gasten ervan bewust maken wat er in de oorlog is gebeurd. “Overal, in elke straat zijn er mensen weggevoerd. Er was door de Duitsers een ware machine opgezet, waarbij onschuldige mensen werden opgepakt en vermoord. Ik wil mijn gasten niet alleen een mooi weekend bezorgen, maar ook een boodschap meegeven.”

Het certificaat met namen hangt Taghlaoui in de lobby van zijn hotel. “Laat het een waarschuwing zijn. We moeten groepen mensen niet ­tegen elkaar opzetten. Ik wil mensen bewust maken van de haat en discriminatie. Het begint allemaal met stereotypering en vooroordelen: ­Joden zijn rijk, alle Marokkanen stelen en iedere moslim met een baard is een terrorist. Kijk waar vooroordelen en discriminatie uiteindelijk toe hebben geleid.”

Taghlaoui, zelf moslim, vindt dat elke minderheid moet opkomen voor de andere minderheid. “Zodat we een meerderheid vormen,” zegt hij. “Ik voel me verbonden met het lot van de Joodse gemeenschap. Weet je dat in ­Marokko honderdduizenden Joodse onder­danen zijn ­gered tijdens de Holocaust? Sultan Mohammed V, de opa van de huidige koning, weigerde de uitlevering van Joodse Marokkanen aan nazi-Duitsland.”

Mohammed V zei: “Ik ken geen Joden, ik ken alleen ­Marokkanen.”

En zo hoort het, vindt Taghlaoui.

Ofer Gilboa. Beeld Jakob Van Vliet

Ofer Gilboa (54), ceo van MRP Investments: ‘Juist voor deze mensen willen we een bijdrage geven’

Lang hoefde Ofer Gilboa er niet over na te denken. Zijn ­Israëlische bedrijf besloot alle 178 ­namen te adopteren van de vermoorde Joden die in de oorlog aan de Weesperstraat woonden, op de plek waar het Namenmonument komt te staan. “We wilden juist voor deze mensen een bijdrage ­geven. Velen hebben geen familie meer die hun ­namen kunnen adopteren. Zie dit als een kleine bijdrage van onze kant om niet te vergeten wat er in de oorlog is gebeurd en om ervoor te zorgen dat dit niet weer geschiedt,” zegt Gilboa.

De ondernemer hoorde anderhalf jaar geleden van de mogelijkheid namen op het Namenmonument te adopteren. Het initiatief ontroerde hem. “Herdenken vind ik belangrijk,” zegt ­Gilboa.

Zijn bedrijf houdt zich bezig met nieuwbouwprojecten in Amsterdam, onder meer in het Amstelkwartier en bij het Osdorpplein. “We willen niet alleen bouwen, maar plekken creëren waar iedereen zich welkom voelt, ongeacht nationaliteit, cultuur of achtergrond.”

De door zijn bedrijf geadopteerde Joodse namen waren bewoners van de Weesperstraat 2-38 en de Nieuwe Keizersgracht 1-3. Onder de bewoners waren Isaac en Schoontje Vuijsje, die op ­nummer 14 een bakkerij runden. Later noemde het echtpaar hun zaak Vuysje, wat in hun ogen chiquer stond. Ook bezorgde de winkel brood door de hele stad. Voor de ­Duitse Joden werd zuurdesembrood gebakken.

Aanvankelijk had het echtpaar een Sperre, waardoor zij voorlopig waren gevrijwaard van deportatie. In 1943 ­werden Isaac en Schoontje ­tijdens een razzia opgepakt en via Westerbork naar Sobibor gebracht, waar ze direct na aankomst werden vermoord.

De 178 namen staan op een document afgedrukt. Gilboa heeft dit certificaat opgehangen in zijn kantoren in ­Amsterdam en Israël. 

Yu Mee Koning links) en Yu Lan Michael. Beeld Jakob Van Vliet

Yu Mee Koning (38), pr-manager (38) en Yu Lan Michael (41), tandarts: ‘Onze overgrootouders hebben nooit een afscheid gehad’

De Amsterdamse zussen Yu Mee Koning en Yu Lan Michael hebben de ­namen van drie Joodse familieleden geadopteerd. Het gaat om hun overgrootvader Philip Peper en hun overgrootouders Isaäc en Aaltje Drukker. Het echtpaar Drukker woonde in de oorlog in de Eendrachtstraat, overgrootvader Peper was diamantslijper en woonde in de Uilenburgerstraat. Alle drie zijn in 1942 vermoord in Auschwitz.

Over de oorlog werd bij de zussen thuis niet gesproken. “Daar praatte je niet over,” zegt Koning. “Ik was met mijn jaarclub in Westerbork. Ik liep er rond en dacht: misschien heeft mijn familie hier gezeten. Het was heel heftig. Later ben ik naar het Holocaust Monument in Berlijn geweest. Ik vond het indrukwekkend.”

Toen Michael over het Namenmonument las, belde ze haar zusje op met het voorstel de drie namen van hun overgrootouders te adopteren. “Onze overgrootouders hebben nooit een afscheid gehad. Wij adopteren hun ­namen om hen te herinneren. Het zijn tenslotte onze stamhouders. Als zij er niet waren geweest, waren wij er ook niet geweest,” zegt Michael.

Koning: “En we doen dit zodat ze niet vergeten worden. Het is toch eigenlijk gek dat we geen monument hebben waarop alle namen van de 102.000 gedeporteerde Joden staan? Ik vind het mooi dat dat er straks wel is.”

Michael heeft even geaarzeld of hun verhaal over de adoptie wel in de krant moet. “Mag je er wel zo openlijk mee naar buiten komen?”

Koning: “Dat krijg je toch mee van huis uit. Wij zijn een product van de oorlog. We zijn grootgebracht met angst: laat je niet registreren en kom niet met je Joods zijn naar buiten.”

Michael: “Ik denk dat onze overgrootouders het een mooi idee hadden gevonden dat we hun namen hebben geadopteerd.”

Dennis Katz. Beeld Jakob Van Vliet

Dennis Katz (64), clubmanager van De Amstel Club: ‘Wij zijn mega­­bevoorrecht dat we er nog zijn en in vrede leven’

Dennis’ grootvader Benjamin Katz was samen met zijn broer Nathan eigenaar van kunsthandel D. Katz in Dieren. De broers legden zich toe op een handel in zeventiende- en achttiende-eeuwse meester als Frans Hals, Rembrandt, Rubens, Avercamp en Ferdinand Bol. Nadat de oorlog was uitgebroken besloten zij in 1942 Rembrandts Portret van een man, lid van het ­geslacht Raman te verkopen aan ­Hermann ­Göring. Met de verkoop kregen ze 25 uitreisvisa.

Dennis Katz’ vader Nico (1925) kwam met diens ouders via Jamaica in Curaçao terecht. Het levensverhaal van de gevluchte familie Katz is opgetekend in het boek Eén Rembrandt voor 25 levens van Robert Lemm.

Na de oorlog werd Benjamin Katz aangehouden op ­verdenking van fraude en collaboratie. De zaak werd geseponeerd en Katz kwam op vrije voeten.

De nazaten Katz dienden ruim twaalf jaar geleden een claim in om 227 schilderijen uit de ­collectie van de kunsthandel terug te krijgen. Bij een van de schilderijen, Man met hoge baret van Ferdinand Bol, gaf de Adviescommissie Restitutieverzoeken Cultuurgoederen en Tweede ­Wereldoorlog in 2013 een positief advies. Het schilderij, dat in bruikleen was gegeven door de overheid, hing al vijftig jaar in het Museum Gouda.

“De opbrengst van het schilderij is na de betaling van alle juridische kosten deels naar het Holocaust Memorial ­Museum in Washington gegaan en deels ­besteed aan de adoptie van de namen van zestien familieleden. We willen ook namen van vermoorde Joodse ­families adopteren van wie niemand meer bestaat. Ook zij hebben recht op adoptie. Ik zie het als het onbekende-soldaatverhaal,” zegt Dennis Katz. “De oorlog is en blijft altijd een onderdeel van mijn leven. Wij zijn megabevoorrecht dat we er nog zijn en in vrede kunnen leven.”

Namenmonument

De bouw van het Holocaust Namenmonument kan bijna beginnen. Het verzoek van tegenstanders om de bouw te schorsen is vorige week door de voorzieningenrechter van de Raad van State voorlopig afgewezen. Op het monument – een grote muur – van de Amerikaanse architect Daniel Libeskind in het Weesperplantsoen komen de namen te staan van 102.000 uit Nederland gedeporteerde Joden, Sinti en ­Roma met hun geboorte- en sterfdata. Deze namen kunnen voor vijftig euro per stuk geadopteerd worden. Inmiddels zijn 60.000 namen door particulieren, bedrijven en gemeenten geadopteerd. De opbrengst hiervan gaat naar de financiering van het monument, dat naar verwachting over twee jaar klaar zal zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden