Plus Interview

Zihni Özdil: ‘Jesse Klaver heeft me teleurgesteld’

Zihni Özdil (38), historicus, publicist en oud-Kamerlid voor GroenLinks, ‘vluchtte’ van Rotterdam (‘kleinzielig’) naar Amsterdam (‘warm bad’). Hij vertrok deze zomer uit de Tweede Kamer na een knallende ruzie met Jesse Klaver over het studieleenstelsel. 

‘Ik wil een nieuwe Paul Scheffer zijn; jaren relevant blijven.’ Beeld Ivo van der Bent

Met een plof zet Zihni Özdil zijn tas op de grond en gaat zitten aan een tafel in het restaurant van sociëteit De Kring aan het Kleine-Gartmanplantsoen. Özdil was parlementariër voor GroenLinks, maar vertrok in juni na een knallende ruzie uit de Tweede Kamer. Jesse Klaver verweet Özdil eigenmachtig optreden in de discussie over het studieleenstelsel. In een persoonlijk gesprek tussen hem en Klaver vielen harde woorden en niet veel later kwam het tot een vertrouwensbreuk.

Het is half vier in de middag. Het restaurant is nog leeg, de obers wrijven de glazen, uit de keuken klinkt het gerinkel van pannen en potten. We zitten aan een gedekte tafel bij het raam met uitzicht op het Hirschgebouw. De glazen en servetten schuiven we opzij.

Özdil heeft expliciet gevraagd om op deze plek te worden geïnterviewd. “Amsterdam heeft me omarmd,” zegt hij. “In Rotterdam, waar ik vanaf mijn negende heb gewoond, hoorde ik er nooit echt bij. Hier krijg ik als kleinzoon van een geitenhoeder een uitnodiging voor het Boekenbal, ben ik lid geworden van een cultureel bolwerk als De Kring, waar ik allemaal leuke mensen ontmoet. Amsterdam is voor mij als een warm bad, de stad waar je elke dag de leukste dag van je leven hebt.”

Drie jaar geleden bent u hiernaartoe verhuisd uit Rotterdam.

“Gevlucht, zeg maar.”

U schreef op Twitter: ‘Rotterdam is een kleinzielige, chauvinistische, naargeestige stad, blij dat ik daar weg ben.’ Toe maar. Waarom zo fel?

“In Rotterdam kan je nog zo lang wonen, als iemand met een Turkse achtergrond blijf je een buitenstaander. Als scholier en student werd ik vaak geweigerd toen ik uitging. Rotterdam is een culturele woestenij. Plekken als debatcentrum De Unie zijn gesloten nadat de door Leefbaar Rotterdam gedomineerde gemeenteraad de subsidie had stopgezet. Hier zijn er avond aan avond discussies in De Balie en de Rode Hoed. Rotterdam is een dood paard, hier gist en borrelt het.”

U noemde de Maasstad ook ‘een postmoderne strafkolonie van het neoliberalisme’.

“Alle lelijke maatregelen die horen bij de afbraak van de verzorgingsstaat zijn daar als eerste ingevoerd. Bijstandsgerechtigden moesten in Rotterdam als eerste verplicht in een geel hesje vuilnis gaan prikken. Dat was echt het vernederen van mensen.”

“Vreemd genoeg blijven de inwoners van Rotterdam, de armste stad van Nederland, stemmen op partijen als Leefbaar die zulke maatregelen invoeren. Ze houden hun strafkamp dus zelf in stand. En Rotterdammers van Turkse afkomst laten zich ook nog eens gevangenhouden door de Turkse president Erdogan. Die hoeft maar met zijn vingers te knippen of ze gaan de straat op. In Amsterdam lopen ze goddank niet in groten getale achter hem aan.”

U zei ooit: als je in Nederland een kleurtje hebt en kritisch bent, word je gereduceerd tot buitenstaander. Nog steeds?

“Dat is aan het veranderen, grote mediaorganisaties beginnen het te snappen. Kijk naar Lamyae Aharouay bij NRC, die heeft een hoofddoek, maar dat is niet relevant, ze schrijft goede stukken over andere onderwerpen. En als ik kritiek heb op mijn eigen land Nederland, maak ik veel minder mee dat mensen zeggen: rot op naar Turkije, waar bemoei je je mee. Dat is positief.”

U kreeg aanvankelijk hier een woning aangeboden van 27 vierkante meter, inclusief balkon.

“Het was een kamer ter grootte van een klerenkast vlak bij de Nieuwmarkt. Echt schandalig. Kijk, Amsterdam is niet de hemel op aarde, het is absoluut een stad voor welgestelden aan het worden. Maar daartegen is ook verzet. Ik woon nu in De Pijp, daar wonen yuppen maar ook mensen met een klein inkomen. Die zijn niet gedwee zoals in Rotterdam, die laten zich niet naaien. Ze richtten lokale initiatieven op om tegen de neoliberale woningmarkt te protesteren.”

Wat deed u op de eerste dag dat u in Amsterdam kwam wonen?

“We hebben het gevierd en hoe! Ik ben met vrienden om de hoek op het Gerard Douplein op een terras gaan zitten en we hebben geproost op mijn nieuwe leven hier. Sindsdien is het één groot feest.”

“Laat ik een voorbeeld geven. In september 2016, ik woonde nog niet zo lang hier, trad ik op in Buitenhof. Daar was ook hoogleraar en columnist Paul Scheffer te gast. We bleven na afloop lunchen en raakten in gesprek. Ik vroeg hem om advies; moest ik wel of niet de politiek in. We zetten ons gesprek voort op het terras van De Ysbreeker, onder de bomen aan de rivier. Daarna door naar een andere gelegenheid. Het was een geweldige dag, we hebben urenlang zitten eten en praten.”

‘Ik ben nog steeds een doelwit, met dank aan mijnheer Kuzu. Als mij of een van mijn oud-collega’s iets overkomt, hou ik Kuzu daarvoor verantwoordelijk.’ Beeld Ivo van der Bent

Wat was zijn advies?

“Hij zei: niet doen. Je bent een intellectueel, je moet de zaken beschouwen en daar boeken over schrijven. Maar hij merkte ook dat ik ambities had, de handen uit de mouwen wilde steken. Dus uiteindelijk zei hij: misschien moet je het toch maar doen.”

In uw boek Nederland mijn vaderland noemde u Paul Scheffer PVV light, omdat hij volgens u met mooiere woorden hetzelfde zegt als de PVV: niet te veel mensen toelaten tot Nederland anders verliezen we onze eigenheid.

“Dat klopt, en het fantastische aan Scheffer is dat hij als een van de weinigen in Nederland begrijpt dat je het fundamenteel met elkaar oneens kan zijn, maar dat je toch vrienden kunt worden. Ik heb het eerste exemplaar van Nederland mijn vaderland dan ook aan hem overhandigd.”

Zijn jullie het eens geworden?

“Nee dat niet, maar we hebben wel veel met elkaar gesproken over bijvoorbeeld het Nederlanderschap. Ik vind dat salafisten met een Nederlands paspoort onderdeel zijn van dit land. Natuurlijk, ze zijn eng en walgelijk, maar we moeten niet het Nederlands burgerschap afhankelijk maken van de vraag of je al dan niet aanhanger bent van een levensovertuiging of religie. Scheffer vindt dat bepaalde ideologieën niet bij Nederland horen, daar verschillen we dus van mening.”

Zou u willen uitgroeien tot een nieuwe Paul Scheffer?

“Absoluut, dat is mijn droom. Iemand die altijd bij zichzelf blijft en er al jaren achter elkaar in slaagt relevant te blijven. Ik hoop dat mij dat ook lukt. Zo niet, dan word je een soort gebroken plaat met steeds dezelfde analyses en meningen.”

Zihni Özdils analfabete opa was in de jaren zestig en zeventig gastarbeider in Nederland, terwijl het gezin in Turkije bleef. Zijn vader was de eerste die ging studeren. Hij wilde dichter worden. Eind jaren zeventig waren het roerige tijden in Turkije. Aan de universiteit werden mensen doodgeschoten, onder wie een neef. Zijn opa belde op en zei: het is levensgevaarlijk, stop je studie en kom hiernaartoe.

En zo belandde de student literatuurwetenschappen aan de lopende band bij de Jonker-Frisfabriek in Heusden. Al snel haalde hij zijn onderwijsbevoegdheid.

De kleine Zihni had het in die jaren niet breed thuis, het gezin zat in de bijstand. Vader Özdil werd na zijn avondstudie leraar en later ambtenaar, het gezin verhuisde naar Rotterdam-Zuid. Na de lagere school stond zijn vader erop dat hij naar het Erasmiaans Gymnasium ging.

Werd u op de school als jongetje uit Rotterdam-Zuid weggekeken?

“Integendeel, het Erasmiaans is een oase in Rotterdam, een humanistisch bolwerk waar je afkomst niet telt. Die school heeft ervoor gezorgd dat ik me in Nederland thuis ben gaan voelen en dat ik me nu op een natuurlijke wijze kan bewegen tussen de hoogopgeleide elite van het land.”

In uw jeugd bent u vaak uitgescholden voor ‘kankerturk’. Wanneer is dat voor de laatste keer gebeurd?

“Tijdens het uitgaan in mijn studententijd in Rotterdam. Daarna niet meer.”

Als Kamerlid werd u hard aangepakt door de politieke partij Denk die intimiderende filmpjes online zette waarin u figureerde.

“Niet alleen ik maar ook Dilan Yesilgöz-Zegerius (VVD), Sadet Karabulut (SP) en Nevin Özütok (GroenLinks) werden bedreigd, net als Kamervoorzitter Khadija Arib. Kijk, de PVV en het Forum voor Democratie staan politiek het verste van me af. Maar de PVV heeft me nooit individueel tot doelwit gemaakt. Dat doet Denk wel, met mijn portret waar ze een vizier op mijn hoofd hebben geplakt en een lastercampagne in de Turkse media.”

Hoe is het nu? Uw ouders wonen in Turkije, kunt u daar gewoon heen?

“De laatste keer was met kerst vorig jaar, toen heb ik advies gevraagd aan de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid en die zei dat Erdogan niet zo gek zou zijn om een Nederlandse parlementariër op te pakken. Maar nu ik Kamerlid-af ben durf ik het risico niet te nemen. Ik ben nog steeds een doelwit, met dank aan mijnheer Kuzu. Als mij of een van mijn oud-collega’s iets overkomt, hou ik Kuzu daarvoor verantwoordelijk.”

In maart 2017 kwam Özdil in de Tweede Kamer. Hij stond op de achtste plek en was de hoogstgeplaatste nieuwkomer bij GroenLinks, zonder ooit politiek actief te zijn geweest. Mensen als Paul Scheffer en de dit jaar overleden nestor van de parlementaire journalistiek Max van Weezel waarschuwden hem: het leven van een Kamerlid is heel anders dan dat van een columnist of wetenschapper. Een parlementariër moet zich houden aan de fractiediscipline en kan zich niet zomaar met elk onderwerp bemoeien.

Özdil was zich van die beperkingen bewust en besloot de stap te wagen. Daarbij kwam dat hij goed kon opschieten met generatiegenoot Jesse Klaver.

Vol enthousiasme begon hij campagne te voeren tijdens de verkiezingen. Na zijn installatie viel hij meteen op; in zijn maidenspeech noemde Özdil het neoliberalisme een ‘achterlijke ideologie’ en een ‘middelvinger-politiek voor rechtse partijen’. Dat standpunt was twee jaar geleden misschien controversieel, maar inmiddels gemeengoed. Zelfs VVD-fractievoorzitter Dijkhoff zei tijdens de Algemene Beschouwingen dat de vrije markt niet goed werkt.

U was een van de eersten in Den Haag die begon te ageren tegen het neoliberalisme. Achteraf gelijk gekregen?

“Er moest wel een keer een draai komen. Sinds de paarse jaren is er geen land geweest in West-Europa waar de verzorgingsstaat zo grondig is afgebroken als in Nederland. We hebben de meeste zzp’ers van alle OESO-landen, de zorg is vergaand geprivatiseerd, studieschulden hopen zich op, de inkomenskloof tussen arbeiders en directeuren is veel te groot.”

“Er heerste een taboe om dat aan de kaak te stellen. Het begrip ‘neoliberalisme’ is in de Tweede Kamer de afgelopen jaren niet vaak gebruikt. Ja, door mij in mijn maidenspeech, en verder door Kamerleden van de SP en de Partij voor de Dieren. Als je als politicus dat woord in de mond nam was je af, dan was je gek.”

Het is wel opvallend dat nu bijna alle partijen tegelijk lijken te draaien.

“Joris Luyendijk schreef onlangs dat wij een land zijn dat lang niks doet aan een probleem totdat het te ver is gegaan. Pas dan zetten we er met zijn allen de schouders onder en gaan we de andere kant op. Daar ben ik het helemaal mee eens.”

Vorig jaar rond deze tijd raakte u overwerkt, wat uitmondde in een burn-out. Hoe kwam dat?

“Als je me nou vraagt waar ik spijt van heb, is het wel wat er in die maanden is gebeurd. Ik kwam als zijinstromer in de Tweede Kamer en kreeg nauwelijks ondersteuning vanuit de fractie. De meeste fractiemedewerkers werkten voor wat team-Jesse werd genoemd, waardoor in ieder geval ik het soms best moeilijk had. Onlangs is er in de Kamer een motie aangenomen voor meer fractieondersteuning. Dat lijkt me heel belangrijk.”

“Achteraf had ik tegen mezelf moeten zeggen: Zihni, kies twee mooie onderwerpen uit, ga daarmee aan de slag, maar gebruik je weekenden om bij te komen. Uit een soort plichtsbesef deed ik het tegenovergestelde. Ik ging dag en nacht door, ik verwaarloosde mijn vrienden en familie.”

Wanneer voelde u voor het eerst dat het misging?

“Ik was in mijn privéleven prikkelbaar, gejaagd, gestrest. Mijn vrienden zeiden dingen als: vroeger was je relaxter. Zelf dacht ik steeds: ah, het valt wel mee.”

Ging u ook in uw werk fouten maken?

“Ik maakte geen fouten, pakte veel aan en bleef maar doorgaan. Maar ik voelde me niet goed. Uiteindelijk heb ik een collega-Kamerlid in vertrouwen genomen en heb ik tweeënhalve maand thuis gezeten. In die periode ben ik totaal uitgerust en had ik er echt zin in. Ik nam vanaf dat moment minder hooi op mijn vork en bracht meer tijd door met vrienden en familie. Iedereen die ooit een burn-out heeft meegemaakt weet dat je ervan leert, je gaat dingen anders doen.”

Dan nog even over de rel rond u en Sid Lukkassen, de academicus met opvattingen die volgens velen extreemrechts genoemd kunnen worden. U ging in de Kamer een stevig debat met hem aan. Na afloop ging u samen op de foto, de armen om elkaars schouders. De kritiek was enorm, vooral uit uw eigen achterban. U zou heulen met alt-right. Achteraf spijt?

“Helemaal niet. Sid is een ongepolijste diamant die af en toe ver uit de bocht schiet, maar voor zover ik kan inschatten is hij geen nazi of zo. We zijn het dan wel niet eens met elkaar, maar wel allebei voorstander van een open debat. We hadden elkaar fel bestreden in de Kamer maar ik gaf hem achteraf een hand. En toen werd een foto genomen die ik op Twitter heb gezet. Tot mijn stomme verbazing – misschien was ik daar naïef – kwam de GroenLinks-achterban in opstand.”

“Lokale fractievoorzitters eisten mijn aftreden. Van de top kreeg ik geen enkele steun. Niemand zei in het openbaar: handen af van Zihni. Integendeel, ik kreeg de wind van voren van de fractietop. Ik blijf vinden dat je met iedereen in gesprek moet blijven, dat je moet verbinden, moet proberen bruggen te bouwen.”

‘Ik blijf vinden dat je met iedereen in gesprek moet blijven, dat je moet verbinden, moet proberen bruggen te bouwen.’ Beeld Ivo van der Bent

Een paar maanden na uw terugkeer in de Kamer bent u uit de fractie gezet. Het begon met een interview met Trouw waarin u ageerde tegen het studieleningstelsel dat er mede door toedoen van GroenLinks was gekomen. Hoewel de partij zich achter uw standpunt schaarde, werd u solistisch optreden verweten. Nu is er een Kamermeerderheid om het stelsel te veranderen.

“Ik ben er wel een beetje trots op dat ik het mede in gang heb gezet.”

Heeft u vanuit de GroenLinks-fractie ooit te horen gekregen: dat heb je toch goed gezien.

“Alleen van mijn fractiegenoot Lisa Westerveld, verder van niemand.”

Destijds was er veel kritiek op fractievoorzitter Jesse Klaver die u op een volgens velen onbehouwen manier de wacht had aangezegd. Hij gaf later toe dat hij zich had schuldig gemaakt aan ‘moddergooien’ en ‘lelijke politiek’. Hoe kijkt u daarop terug?

“Het is nog wel pijnlijk, daar ga ik niet over liegen. Ik probeer verder te gaan met mijn leven, niet te veel terug te kijken.”

Wat had u anders moesten doen?

“Misschien had ik veel eerder het schuldenstelsel in de media aan de orde moeten stellen. Twee jaar lang heb ik er intern aandacht voor gevraagd, maar kreeg steeds weer nul op het rekest.”

Op uw allerlaatste dag omhelsden Klaver en u elkaar. Was dat ongemakkelijk, of voelde dat goed?

“Ik was helemaal niet van plan om nog een omhelzing te geven. Maar vlak voordat in de plenaire zaal mijn afscheid begon, kwam Jesse naar me toe en bood hij zijn excuses aan voor de gewraakte mail die hij had verstuurd aan de leden met daarin al die beschuldigingen. Ik zei: fijn dat je dat nu zegt, maar dat heeft alleen waarde als je aan de leden een soortgelijke mail stuurt waarin je al die aantijgingen terugneemt die je eerder tegen mij hebt geuit. Jesse antwoordde: ‘Ik snap wat je zegt.’”

“Daarna meldde Kathalijne Buitenweg, de vicefractievoorzitter, dat ze bezig waren met die mail. Weet je wat, dacht ik, ik ga geen rancunes koesteren. En toen Klaver naar me toe kwam om me een knuffel te geven, gaf ik een knuffel terug.”

En, wat gebeurde er vervolgens?

“Die mail is er nooit gekomen.”

Heeft ook dat u teleurgesteld?

“Ja.”

Achteraf kreeg u veel steun in de media. Kamerleden moeten zich vrij kunnen uiten, de fractiediscipline waar u slachtoffer van bent geworden werd gehekeld door columnisten.

“Daar ben ik heel blij om. Als het anders was gelopen, was ik helemaal nergens geweest.”

Het is nu een jaar na zijn burn-out en vier maanden na zijn vertrek en het leven lijkt Özdil toe te lachen. Hij kreeg al vrij snel zijn column in NRC Handelsblad terug en is bezig met een boek voor De Bezige Bij over zijn ervaringen als parlementariër. En het leven lacht hem ook om een andere reden toe. Deze zomer raakte hij op het terras van Brouwerij ’t IJ in gesprek met een vrouw en het klikte direct. Sindsdien zien ze elkaar vrijwel dagelijks.

Is ze lid van GroenLinks?

“Nee, het tegenovergestelde. Ze werkt bij een groot cosmetisch bedrijf, heeft het zonder problemen over ‘zwarte piet’, van vliegschaamte heeft ze nog nooit gehoord. Maar ze is ook sprankelend, ontwapenend, slim, ik vind haar echt heel leuk.”

­Heeft u dan geen discussies met haar?

“Over Zwarte Piet wel, maar ze ziet het probleem niet. Ze staat niet ingewikkeld in het leven. Ik wel. Wij van GroenLinks willen de wereld verbeteren, dus dan kan het leven nooit leuk zijn. Het is verfrissend om met haar te zijn.”

Zihni Özdil
8 september 1981, Kozakli, Turkije

1993-2000 Erasmiaans Gymnasium, Rotterdam
2002-2007 Studie geschiedenis aan de Erasmus Universiteit, Rotterdam
2006-2007 Redacteur Roest
2008 Onderzoek naar Amerikaanse migratie, Central Michigan University
2009 Masteronderzoek de geschiedenis van de Amerikaanse identiteit
2010-2017 Wetenschappelijk docent Erasmus Universiteit Rotterdam
2014-2017 Columnist NRC Handelsblad
2015 Nederland mijn vaderland verschijnt bij De Bezige Bij
2016-2017 Wetenschappelijk docent Amsterdam University College
2016-2017 Bestuurslid NVJ, vakbond voor journalisten
2017-2019 Kamerlid GroenLinks
2019-heden Columnist bij NRC Handelsblad en Vrij Nederland

Zihni Özdil woont in Amsterdam.

Een jonge Zihni Özdil.

Tekst Harm Ede Botje

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden