Plus

Zeven vrouwen, één keuken: Wilde Chefs koken voor hun buurtgenoten

Vrouwen uit de Wildemanbuurt in Osdorp koken onder de naam Wilde Chefs elke donderdagavond gerechten uit hun geboorteland voor buurtbewoners. ‘Thuis eet ik alleen stamppot.’

Iedere donderdag wordt Garage Notweg in Osdorp omgetoverd tot een restaurant waar iedereen aan kan schuiven. Beeld Dingena Mol

In de Garage Notweg, een creatieve werkplek in de Wildemanbuurt (Osdorp), staan Shermila Camelia (45) en Farhat Afza (58) gebogen over een grote pan rijst. Met een houten spatel pulkt Camelia er een bergje korrels uit. Ze voelt met haar wijsvinger. “Nog eventjes.” Op het gasfornuis staan nog drie pannen: bonen, kalfsvlees dat zachtjes gaart en bananen ondergedompeld in een flinke laag boter.

De blik van Camelia blijft op de pannen gericht, af en toe zet ze een stap naar achteren om het zweet van haar voorhoofd te vegen. Afza kijkt over haar schouder mee. Camelia wijst naar twee schalen pasta­salade die op het keukenblok staan. “Wil jij die opmaken, lieverd? De presentatie is net zo belangrijk als de smaak, weet je nog?”

Camelia en Afza dragen oranje schorten en staan in een kleine, open hoekkeuken met turquoise kastjes, omlijst door een okergele muur. Door de glaswand aan de voorzijde van de garage schijnt het zonlicht de keuken in. Het is het meest kleurrijke hoekje van de garage, en illustratief voor de manier waarop de vrouwen koken: ze stralen, maken plezier en hebben constant een brede glimlach op hun gezicht.

Zelfvertrouwen

De Wilde Chefs zijn zeven vrouwen uit de Wildemanbuurt die vanuit hun culturele achtergrond traditionele gerechten koken voor buurtbewoners. Dat doen ze elke donderdag, steeds in wisselende duo’s. Vandaag is Camelia de hoofdchef, dus wordt er Antilliaans gegeten. Afza ondersteunt haar. Een andere keer staat er Turks, Marokkaans, Pakistaans, Egyptisch of Eritrees op het menu. 

De etentjes worden gefaciliteerd door The Beach, een organisatie die bestaat uit ontwerpers, kunstenaars en creatievelingen die via sociale projecten de leefomgeving van buurtbewoners willen verbeteren. Ze opereren al tien jaar vanuit de Garage Notweg, midden in de Wildemanbuurt. “Hier leven veel bewoners in armoede, spreken gebrekkig Nederlands of zijn eenzaam,” zegt Frank Blom (65) van The Beach.

“Ook de Wilde Chefs waren eenzaam en konden daardoor moeilijk aansluiting vinden in de buurt. Inmiddels zijn ze helemaal opgebloeid. Ze doen iets wat ze leuk vinden, waar ze goed in zijn. Iets creëren geeft een gevoel van controle, wat weer zelfvertrouwen opwekt. Dat is ook onze manier van werken: we organiseren activiteiten zodat buurtbewoners samen iets kunnen creëren.”

Maar niet alleen De Wilde Chefs zijn gebaat bij het kokerellen. Veel buurtbewoners, bijvoorbeeld ouderen die hun partner zijn verloren, komen wekelijks langs om voor acht euro mee te eten. “Ze bouwen hier een nieuw sociaal netwerk op en ontdekken culturen waarmee ze nooit eerder in aanraking zijn gekomen,” zegt Blom. “Er komen ook buurtbewoners uit nieuwsgierigheid langs. Gewoon om een keertje mee te eten.”

Aan een lange tafel

Het is vijf uur, Camelia en Afza staan al twee uur in de keuken. Over een uur zal een aantal bewoners van de Wildemanbuurt plaatsnemen aan een lange tafel tegenover de keuken. Hoeveel buurtbewoners er komen, weet eigenlijk niemand. De ene keer zijn het er vijftien, dan dertig. Daarom koken de Wilde Chefs meestal voor vijfentwintig man. Wat ze overhouden, gaat mee naar huis. Komen er dertig gasten, eet iedereen iets minder.

“We toveren de garage om tot een écht restaurant,” zegt Camelia. Ze vist wat flessen rode wijn uit een kastje en zet ze op tafel. “In de koelkast staat ook nog witte wijn en andere drank. Maar mensen mogen ook water of een frisje drinken.”

De Egyptische Mimmi Salah (links) en Pakistaanse Farhat Afza. Beeld Dingena Mol

De voorbereidingen voor het diner begonnen een dag eerder met boodschappen doen. De chefs halen hun producten in de supermarkt, maar ook bij lokale ondernemers in Osdorp. Zoals boeren en telers in de Tuinen van West. “We koken veel met verse streekproducten,” zegt Camelia. “Wanneer we langsgaan in de Tuinen van West leren we over de herkomst van de producten waarmee we koken. We zijn laatst ook naar een molen geweest om te zien waar meel eigenlijk vandaan komt.”

Plots stapt Mimmi Salah (63) binnen, ook een van de zeven chefs. “Ik kom ze even helpen met de laatste loodjes en heb pasteitjes meegebracht. Maar eigenlijk ben ik er meer voor de gezelligheid.” Camelia is nog in de weer met haar pannen, geeft Afza af en toe aanwijzingen en maakt hier en daar een grapje. Haar aanstekelijke lach galmt om de tien minuten door de garage.

Beter dan thuiszitten

Wanneer Salah haar pasteitjes heeft opgewarmd in de oven, komen Afza en Camelia proeven. “Wat lekker!”, zegt Camelia. Ze geeft Salah een dikke knuffel. “Zo doen we dat hier bij de Wilde Chefs.”

Salah komt uit Egypte, waar ze afstudeerde aan de universiteit. Daarna verhuisde ze naar Nederland. Ze vond geen baan, omdat ze de taal niet goed genoeg sprak en zat veel thuis bij de kinderen. Daar kon ze geen Nederlands tegen praten, want dan zouden ze het verkeerd aanleren. “Mijn man schaamt zich een beetje. Hij vindt dat ik niet als kok moet werken met mijn opleiding. Maar dit is mijn hobby. Ik vind het heel leuk. Praten met mensen is beter dan alleen thuiszitten.”

Camelia geniet ervan dat de mensen uit de buurt haar tegenwoordig op straat herkennen. “Ze maken een babbeltje met me. Ik vind dat heel fijn, maar dat geldt ook andersom, denk ik. Veel van hen zijn eenzaam. Ome Jan, een vaste gast, vraagt altijd of ik koffie met hem wil drinken. Laatst heb ik dat gedaan en het was zó gezellig. Dat had ik eerder niet gedurfd.”

Onderdeel van de buurt

Afza, iets stiller van aard dan Camelia, zou thuiszitten en nietsdoen als de Wilde Chefs niet op haar pad was gekomen. “Ik leer mensen kennen, voel me voor het eerst onderdeel van de buurt,” zegt ze terwijl ze de laatste hand legt aan het toetje. Ze drapeert stukjes fruit op het bord met dezelfde precisie waarmee ze eerder de pastasalade garneerde. “Ik krijg steeds meer zelfvertrouwen. Eerst durfde ik geen borden naar de tafel te brengen. Nu ik beter Nederlands spreek, doe ik dat wel en vertel ik over mijn geboorteland Pakistan.”

Afza maakt vaak Biryani, of een variant daarop. Een klassiek Pakistaans gerecht van kip, rijst, kruiden en groenten met frisse bijgerechten. “Dat heb ik in Pakistan geleerd. Ik zat daar op een Amerikaanse school en kreeg onder andere kookles. Maar het meeste heb ik hier in Nederland geleerd, bij de Wilde Chefs.” Thuis begint Afza ook steeds meer te koken. “Maar niet altijd Pakistaans. Soms maak ik stamppot. Vinden mijn man en ik ook lekker.”

Dan slaakt er een zucht van opluchting door de keuken. De rijst is klaar. “Ik had er even moeite mee,” zegt Camelia. Die pan is zo groot. En thuis heb ik inductie, hier gaspitjes. Maar hey, het is gelukt.” Om het te vieren drukt ze Salah en Afza stevig tegen zich aan. “We zijn heel hecht geworden, een soort familie.” Afza knikt. “We zien elkaar veel, ook buiten het koken om. We zijn vriendinnen geworden.”

Shermila Camelia serveert Noortje Verbrugge en Jan Bijster. Beeld Dingena Mol

De vrouwen denken terug aan een jaar of vijf, zes geleden toen ze meededen met een inburgeringscursus en Nederlandse les kregen. Camelia: “We zagen medewerkers van The Beach broodbakken en werden allemaal heel enthousiast. We herkenden dat vanuit ons geboorteland en hadden het in Nederland nog nooit gezien.”

Ambitieus

Blom van The Beach, die soms even de keuken binnenstapt om te kijken of de chefs alles onder controle hebben, weet het nog goed: “We besloten met een buurtbewoonster die een taalachtergrond heeft de handen ineen te slaan. De vrouwen gingen broodbakken terwijl ze Nederlandse les kregen. De hoofddoeken gingen af en er werden selfies gemaakt. Ze kwamen helemaal los.”

De vrouwen schieten in de lach. Afza: “En zo zijn de Wilde Chefs ontstaan. Wij wilden meer dan enkel broodbakken. We waren ambitieus.” Camelia vertelt over afgelopen zomer, toen ze zelf een pizza-oven hadden gemaakt. Blom loopt naar buiten en wijst naar de houten leemoven pal naast de ingang. “Buurtbewoners hebben de hele zomer pizza’s gegeten. Ze hebben het er nog steeds over.”

Blom is ontzettend trots op de Wilde Chefs. “Twee jaar geleden waren ze nog onzeker en timide. Nu zijn het sterke vrouwen die met beide benen in de samenleving staan. Ze blijven maar groeien, krijgen steeds meer zelfvertrouwen. Dat werkt heel aanstekelijk. Dat is ook de reden dat ik nog lang niet nadenk over met pensioen gaan. Ik wil hierbij betrokken blijven.”

Vaste gasten

Het loopt tegen zessen, Lily Mijnarends (88) en Mitchel van Daal (55) zijn de eerste gasten die plaatsnemen aan tafel. De Wilde Chefs komen ze welkom heten.

Mijnarends, die vast kussentjes op de stoelen links en rechts van haar heeft klaargelegd voor als haar vriendinnen komen, vindt de chefs heel hartelijk. “Ik kom hier graag. Ik ken de andere dames die hier eten zo langzamerhand goed. En ook enkele heren. Ik kom echt voor het praatje. Mijn man is overleden, ik woon alleen. En ik kan je vertellen: telkens in je eentje achter een bord is ook niet alles.”

Van Daal zit tegenover Mijnarends. Hij is een beetje zenuwachtig, eet pas voor de tweede keer mee. De vorige keer moest hij er nog inkomen. “Ik ben een Hollander en eet meestal stamppot. Deze gerechten zijn nieuw voor me. Ik zie veel nieuwe gezichten in één keer. Dat is wennen, maar dat heeft iedereen in het begin.”

Alles is pittig

In de keuken zijn de chefs bezig om de laatste schalen met eten mooi op te maken. Salah brengt haar pasteitjes vast als voorafje naar de eettafel, waar inmiddels meerdere buurtbewoners zijn aangeschoven. Ze maakt een praatje, de bewoners happen gretig toe wanneer ze de schaal op tafel zet. “Gelukkig zijn we er vroeg bij,” zegt een van hen. “Hoeven we ze met minder mensen te delen.”

Net voordat Camelia het eten wil opdienen, vraagt Afza zich af of het wel pittig genoeg is. Camelia schiet in de lach. “Alles wat Farhat maakt is pittig. Rijst: pittig. Aardappelgebak: pittig. Soep: pittig. Maar wij Antillianen houden daar niet van.” Afza: “Mijn truffelsoep van laatst vond iedereen wel heel lekker.” Camelia slaat haar arm om Afza heen. “Alles wat jij maakt is lekker. Pittig is ook goed. Maar niet elke dag, Farhat!”

Stagiaire Lydia dient op. Beeld Dingena Mol

De laatste buurtbewoners stappen de garage binnen. Er zijn ruim twintig eters, de meesten liepen even langs de keuken om de chefs te begroeten, voordat ze aan tafel gingen. Een paar minuten nadat iedereen is gaan zitten, komen de Wilde Chefs het eten op tafel zetten. Camelia neemt het woord en vertelt over de Nederlandse Antillen en specifiek Curaçao, waar ze is geboren. De buurtbewoners zijn stil en luisteren aandachtig naar haar verhaal. “Ik heb dit gerecht van mijn oma. Ik moet altijd aan haar denken wanneer ik dit eet. Koken zit in de familie. Mijn opa was ook een chef. Smakelijk eten allemaal.”

Gretig opscheppen

De buurtbewoners scheppen gretig op. Vooral het kalfsvlees en de pastasalade zijn in trek. Er zit ook een Wilde Chef aan tafel die vandaag niet hoefde te koken, maar wel mee wil eten. Camelia, Afza en Salah zitten samen met enkele medewerkers van The Beach aan een aparte tafel. “Chefs eten natuurlijk niet bij hun gasten aan tafel,” zegt Camelia. “Dat doen ze in restaurants ook nooit.” Om het kwartier loopt ze naar de tafel met buurtbewoners om te polsen of iedereen het lekker vindt.

“Shermila kookt altijd heerlijk, ook nu is het weer genieten,” zegt Noortje Verbrugge (80). Ze zit naast Jan Bijster (78), ook wel ‘Ome Jan’, aan tafel. “Thuis kook ik ook, maar nooit zo speciaal als hier.” Bijster kookt op oliestellen om gas te besparen. Daar weet Verbrugge alles van, want ze eten weleens bij elkaar. Ze wonen allebei alleen.

Verbrugge: “Op dat gasstel van jou kun je toch geen biefstuk bakken?” Bijster: “Nou, neem jij volgende week maar een biefstuk mee, dan zal ik het laten zien. Ik kan alles maken.” Verbrugge: “Je kan niet schroeien, het is niet heet genoeg.” Bijster: “Wacht maar af, Noor, wacht maar af.”

Harde kern

Aan de andere kant van de tafel zit Joke van der Woude (58). Ze liep vaak langs de garage, maar durfde niet naar binnen te gaan. “Toen deed ik ’t toch een keer en sindsdien zit ik hier wekelijks. Ik werd met open armen ontvangen en sloot vriendschappen met buurtbewoners. Er is wel één nadeel: de ouderen horen niet zo goed meer. Een groepsgesprek is dus moeilijk.”

Een vaste groep buurtbewoners komt wekelijks eten en vormt de harde kern. Daar hoort Van der Woude ook bij. Ze organiseren weleens een uitje, gaan bij elkaar op de koffie. “Als ik hier een paar weken niet kom, word ik gebeld. Of er wat aan de hand is.”

Een uur nadat Camelia de pannen op tafel heeft gezet, het is ongeveer half acht, zijn de meeste buurtbewoners naar huis. Camelia is gesloopt. Ze staat sinds vanmorgen in de keuken, omdat ze ook nog een catering moet verzorgen. Maar een dag als vandaag geeft haar veel energie.

“Ik heb vier jaar geleden een TIA gehad. Ik zat alleen maar thuis, kreeg paniekaanvallen en kwam niet meer buiten. Vanaf het moment dat ik een Wilde Chef werd, is mijn leven compleet veranderd. Als dit soort initiatieven niet bestond, zouden veel vrouwen zoals ik thuiszitten en eenzaam zijn. Nu heb ik een nieuwe passie gevonden. Ik ga een opleiding volgen tot zelfstandig kok en mijn eigen cateringbedrijf beginnen.”

Koken, timmeren, zagen en breien voor leukere wijk

‘Iets doen’ is het terugkerende thema bij The Beach. Of dat nou koken, timmeren, zagen of breien is. Exemplarisch is het werkblad met naaimachines in Garage Notweg, de thuisbasis. Daarop hebben vluchtelingen kledingstukken gemaakt van zwemvesten. Frank Blom van The Beach: “Nu hebben ze een eigen kledingbedrijf: Makers Unite.”

Een ander initiatief is de Wilde Munt. Buurtbewoners verzamelen plastic en vormen het om tot munt: een wettig betaalmiddel bij lokale ondernemers als stadsboerderij Osdorp en de Wilde Chefs. Het doel van The Beach is de gemeenschap sterker te maken. In dit geval draait het om de Wildemanbuurt.

Geen overbodige luxe, want de wijk in Osdorp-Noord staat al twintig jaar aangemerkt als aandachtswijk. Den Haag en de Stopera beloven steeds beterschap, maar er gebeurt niets. In het gebiedsplan (2018) stelt de gemeente dat de armoede groot is, de leefbaarheid laag en de bewoners kwetsbaar. Er zijn daarnaast veel spanningen tussen de verschillende culturen die er samenleven. Sociale projecten als de Wilde Chefs zijn daarom belangrijk voor de buurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden