Plus Achtergrond

Zeldzaam: fotograaf Wim Dingemans ontwikkelt nog zwart-witrolletjes

Wim Dingemans (71) ontwikkelt in zijn doka op de Herengracht als een van de laatsten zwart-witrolletjes. Bekende fotografen zweren bij hem. ‘Wim is uniek.’

Beeld Marjolein van Damme

Wim Dingemans is fotograaf en een vakman als het op het ontwikkelen van film en afdrukken op bariet aankomt, maar bovenal is hij een verstokt verzamelaar. “Daar, in de hoek van mijn doka heb ik een vergroter staan, die komt uit een oude chocoladefabriek. Naast chocolaatjes fabriceerden ze ook het ontwerp voor de wikkels. Toen ze daarmee ophielden, mocht ik ’m komen ophalen. Het arme ding zat vol cacaopoeder, elk onderdeel moest worden ­afgestoft.”

De chocoladefabriekvergroter verkeert in goed gezelschap in de donkere kamer van Dingemans. Het rode schijnsel verlicht een stuk of zeven van zulke hoge, langgenekte apparaten. Ze staan in een halve cirkel aan de linkerzijde van de ruimte. In het midden een stevig bakbeest: een automatische foto-ontwikkelaar die het jaren geleden al heeft laten afweten. Dingemans gebruikt de grove ­machine alleen nog voor de lichtdichte bak aan de voorkant.

Ooit, om en nabij een halve eeuw geleden, begon hij in het keukentje van zijn studentenwoning; eten deed hij toch bij de mensa. De drie schalen – ontwikkelaar, fixeer en stabilisator – balanceerden toen nog op het aanrecht.

Als negentienjarige ging Dingemans aan de slag bij CapiLux, een van de grootste fotolabs uit die tijd. Na twee ­weken dweilen mocht hij de doka in. Elk half jaar draaide hij op een andere afdeling mee. Ook van kleur ontwikkelen weet hij alles, maar toen hij meer dan veertig jaar geleden voor zichzelf begon en de zaak Silver Hands in het leven riep, besloot hij zich enkel op zwart-wit te richten. “Kleur kan mooi zijn, maar dan wordt het ook meteen zo glamour. Ik kijk met meer interesse naar een mooie zwart-witfoto dan naar eentje in kleur.” Toen het digitale tijdperk zijn intrede deed, besloot Dingemans niet over te stappen.

Naakfoto’s

Waar een leek het verschijnen van een foto op een saai wit vel als magie kan ervaren, mist het trucje op Dingemans ­elke uitwerking. “Ik zie het niet meer.” Wat zijn ellenlange ervaring dan weer wél met zich meebrengt: negatieven ziet hij automatisch positief. In zijn hoofd draait de boel zich om. “Ik kan scherpte beter negatief dan positief zien. Maar wát gefotografeerd wordt, gaat vaak langs mij heen. Ik ga me niet verdiepen in wat men vastlegt, dat gaat me niets aan.” En ja, er komen ook naaktfoto’s voorbij, vertelt Dingemans, maar ‘daar ga ik niet met een loepje naar zitten turen’.

In Dingemans’ doka ruikt het naar azijn. De geur van de chemicaliën is penetrant, maar ook geliefd. Hij vertelt over de mensen die soms aan zijn deur verschijnen omdat ze ‘alleen even de geur van vroeger’ willen opsnuiven. Dat klinkt als een vreemde gewoonte, maar wie Silver Hands op de Herengracht betreedt, gaat terug in de tijd. De oude garage – een bestemming waar tegenwoordig niets meer aan herinnert – hangt vol zwart-witafdrukken van mooie taferelen. Allen zijn ooit door Dingemans’ handen gegaan, en de bijzonderste afdrukken kregen een plekje aan zijn wand. Een behang van allerhande shoots voor modebladen, maar ook een John Lennon en Yoko Ono tussen de ­lakens in het Hilton kijken terug vanaf de muur. Zijn ­atelier is raamloos, op de grote partij bij de voordeur na. Wel zo handig voor een man met een beroep dat zich voornamelijk in het donker afspeelt. Zet drie stappen de werkplaats binnen en het rumoer van de grachten is naar een verre achtergrond verdreven. “Als het hevig waait, nemen de vliegtuigen een andere aanvliegroute richting Schiphol en dan hoor ik ze over de stad razen, maar verder druppelt hier niets binnen.”

Naast de talloze apparatuur, pakken fotopapier, studiolampen en druiprekken heeft Dingemans ook een mechanische flipperkast uit de jaren zestig staan. Eveneens zo’n gevalletje zonde-om-weg-te-gooien, en bovendien biedt ie handig ruimte aan een lichtbak. Op het bureau van ­Dingemans geen computer (“Er is hier geeneens wifi, hoe analoog wil je het hebben”), maar wel een stel uitpuilende kaartenbakjes, met de gegevens van zijn klanten, handgeschreven, en op de achterzijde hoe het werk van de ­fotograaf in kwestie zich het beste laat ontwikkelen. “De ontwikkeltijd, welke film ze vaak gebruiken, dat soort ­handige kennis. Voor iedereen heb ik een eigen recept. Nou ja, voor de vrolijke klanten dan.”

In Dingemans’ doka ruikt het naar azijn. Soms verschijnen mensen aan de deur omdat ze ‘alleen even de geur van vroeger willen opsnuiven’. Beeld Marjolein van Damme

Vak van ego’s

De persoonlijke aanpak is een leidraad in het werk van Dingemans. En zijn eigen kijk op de zaken steekt hij niet onder stoelen of banken. “Het is niet: u roept, ik druk af. Nee, zo vind ik er niets aan, uit zulke opdrachten haal ik geen voldoening. Het liefst werk ik met fotografen van wie ik weet wat ze mooi vinden. Kijk, aan de compositie kan ik niets meer doen, die ligt al vast. Maar de beeldtoon, of ­ergens iets laten doordrukken of juist tegenhouden, daarmee kan ik mijn steentje bijdragen.”

Soms botst dat, geeft Dingemans toe. “Ik ben eigenwijs, en fotografie is een vak van ego’s.” Maar het gros van de klanten blijft hem trouw, juist vanwege zijn fotografenoog en zijn decennialange ervaring. Ook niet onbelangrijk: hij is in Amsterdam een van de allerlaatsten die nog zo ­geduldig, zorgvuldig en met de hand zwart-witfilm ­ontwikkelen.

Terug de doka in. Dingemans is bezig met een contactvel. “Het is allemaal proefondervindelijk. Ik maak vaak twee of drie vellen voordat ik de goeie belichtingstijd te pakken heb. En het is bewerkelijk: als ik een slechte nacht heb gehad, heeft dat effect op mijn prints. Ook moet ik me vaak verdedigen tegen de wens van de mensen, want dit is geen vlug klusje. Het is ongelooflijk arbeidsintensief en het vergt veel aandacht.” Intussen haalt hij geroutineerd de vellen langs de verschillende schalen, om ze vervolgens in de verticale spoelbak te hangen. “Vroeger had elke fotograaf een doka. En als je het proces kent, houd je daar rekening mee bij het fotograferen. Dat is nu wel anders. Kijk, de belichting is hier niet constant geweest, hier is het heel donker en daar juist overbelicht. Dit is behoorlijk slordig gefotografeerd. Iedere fotograaf denkt dat ie perfect belicht, maar dat is lang niet zo. En het probleem komt dan weer hier terecht.”

Beeld Marjolein van Damme

Voor zulk heibel heeft Dingemans zijn toverstokje: een ijzertje met daaraan een stukje karton. Als hij het gebundelde licht van de vergroter door het negatief laat schijnen, wuift hij een paar seconden met ‘z’n stokkie’ over het lichtgevoelige papier. “Het geeft je zeggenschap, op deze manier kan ik de film deels afdekken. Het is een soort Photoshop avant la lettre, maar je moet er wel voor waken dat het niet hele kunstwerken worden. Uiteindelijk gaat het erom dat de klant de foto’s kan bekijken. Ik vertel hen wel wat ik heb gedaan, voor zover ze daar open voor staan. Mensen die nog uit het analoge verleden komen zijn zo ­eigenwijs als een deur, maar juist de jeugd die met het digitale is opgegroeid, is leergierig.”

Soms was het sappelen, maar zijn eenmanszaak heeft de uitdoving van de analoge industrie overleefd. “Nooit heb ik gedacht: ik kap ermee. En ik ga door tot net iets voor mijn dood. En daarna? Ik weet het niet. Soms kloppen er mensen aan die willen meekijken, maar ze blijven nooit lang. Als er iemand opstaat met serieuze interesse en lust voor het werk, draag ik met alle liefde mijn kennis over. En mijn bonte verzameling apparatuur krijg je erbij.”

Anderen over hem

Portretfotograaf Koos Breukel: “Mijn zwart-witfilm wil ik nergens anders nog brengen dan bij Wim. Mijn vertrouwen in hem is groot. Hij werkt heel nauwkeurig en weet als geen ander hoe ik mijn rolletjes ontwikkeld wil hebben. Vroeger stond ik zelf in de doka, maar toen mijn dochter werd geboren moest die het huis uit. De ontwikkelaars stonden immers maar te verpieteren. Bij Wim is er regelmaat, en continuïteit. Dat is belangrijk voor ontwikkelen en afdrukken. Zijn fotografenoog is scherp, en hij heeft veel verstand van materialen. Kortom: Wim is uniek.”

Modefotograaf Paul Bellaart:

“Ik kom nog uit het analoge tijdperk en ik ben zo’n tien jaar geleden met Wim gaan werken, toen alle andere labs ermee ophielden. Hij is een groot vakman, een beetje eigenwijs, maar dat vind ik juist fijn. Hij kan je verbazen, maakt je materiaal nóg mooier of interessanter. Wim is mijn analoge geweten, hij leert mij onthaasten. Het is mensenwerk en dat zie je bij hem, alles doet hij met de hand. Het is klaar wanneer het volgens Wim klaar is, hij laat zich niet opjagen. Hij is de laatste die het op deze manier doet, en dat is dierbaar en kostbaar.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden