Plus Achtergrond

‘Zeeverkennèèèrs. Paraat!’ Scoutingclub Erskine uit Amsterdam

Wolf, 22 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan

Oubollig en niet van deze tijd? Niets is minder waar. In Amsterdam zijn nog veertien scoutingverenigingen actief, waaronder Scouting Erskine. ‘Ja, dat uniform. Daar schamen de jongeren zich in het begin soms voor.’

“Wèèèèèlpèèn. Paraat!” schreeuwt iemand van de leiding door de oude loods, waarna zestien kinderen beginnen te stampen.

Ze zijn gekleed in donkerblauwe overhemden met emblemen en een rood-groene das.

“Zeeverkennèèèrs. Paraat!” Er wordt nu zo hard gestampt door de twaalf verkenners dat de vloer trilt. Daarna klinkt geschreeuw en gejoel.

Nathan, 19 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan

Het seizoen van Scouting Erskine, ingeklemd tussen de Nieuwe Meer en de oprukkende Zuidas, is bijna geopend: alleen de vlag moet nog worden gehesen. Dat gebeurt binnen, want buiten regent het.

“Salúúúút!” klinkt het, terwijl een welp en zeeverkenner er samen voor zorgen dat de vlag omhoog gaat. Daarna strekken alle leden de wijs- en middelvinger, en houden die tegen de zijkant van het hoofd.

“Salúúúút, af!”

Het is een zaterdagochtend 11.00 uur. Voor de duidelijkheid: in het jaar 2019. Het is namelijk niet moeilijk om je even in het begin van de twintigste eeuw te wanen: toen de Britse luitenant-generaal Robert Baden-Powell een jeugdspel ontwikkelde, gebaseerd op zijn verkennerservaringen in het Britse leger. De uniformen, de emblemen, de commando’s: het komt allemaal voort uit het boek Scouting for Boys dat Baden-Powell in 1908 publiceerde. En hier, in de oude loods aan het Jollenpad lijkt het door de kruidige geur – van teer en nat hout? – zelfs naar vroeger te ruiken.

Vera, 13 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan
Duncan, 24 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan

Het gevoel dat scouting vooral iets uit het verleden is, en dat zich in deze moderne tijd wonderbaarlijk genoeg op sommige plekken staande houdt, wordt versterkt als het bestuur van Erskine bij deze seizoensopening het woord neemt.

Secretaris Eelco Nachbahr memoreert dat 1961 een ‘heugelijk jaar’ was, toen dit clubgebouw werd neergezet. Daarmee werd de club, die in 1946 in de kelder van de Vondelkerk werd opgericht als katholieke padvindersbeweging, een watervereniging. Op de nieuwe locatie konden de lelievletten aan eigen steigers liggen, aan de rand van het Amsterdamse Bos.

Ana Maria, 13 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan

Oude clubblad

Het clubgebouw bestaat uit twee grote ruimtes, waarvan een ruimte tot vorig jaar met Scouting Sint Maarten werd gedeeld. “Maar zoals het wel vaker gaat met vrijwilligersorganisaties,” zegt Nachbahr. “Ze hebben het niet gered.”

Vanaf dit seizoen heeft Erskine, met 67 leden, dus twee keer zoveel ruimte. In de andere ruimte heeft bestuurslid Ted Bradley een paar exemplaren van De Semafoor op tafel gelegd. “Ons oude clubblad. Dat wordt niet meer gedrukt, maar de onderwerpen die dertig jaar geleden aan bod kwamen spelen nu nog steeds.”

Maar dan, als de openingsceremonie voorbij is en buiten de zon weer schijnt, is het de beurt aan de nieuwe generatie scouts. Vanuit de opslag tillen de welpen en zeeverkenners de riemen naar de lelievletten, en worden de zeilen gehesen. Jongens én meisjes, want bij Erskine is sinds 1988 iedereen welkom.

“Tja, het imago van de scouting. De buitenwereld lijkt het wel een beetje oubollig te vinden hè,” zegt Bas (19). “Als ik erover vertel, hoor ik ook weleens: wat doe je dan, koekjes verkopen? Mensen denken altijd meteen aan de Amerikaanse padvinders. Maar als ik uitleg dat dit gewoon een grote vriendengroep is, snappen ze het vaak wel. Zonder scouting zouden we elkaar niet zo vaak zien.”

Bas, 19 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan

Welpen en zeeverkenners

Dat zegt Jelle (22) ook. Hij begon bij op zijn zevende bij de welpen, de jeugdtak van zeven tot elf jaar, groeide door naar de zeeverkenners en is nu loods: de oudste groep, met een eigen hut. Dat is de enige plek waar ook alcohol mag worden gedronken, en waar ze soms tot ’s avonds laat zitten. “Scouting is de plek waar ik mijn vrienden heb ontmoet.” 

Jelle, 21 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan

Veel van de oudere leden als Jelle vormen ook de leiding, die de activiteiten voor de welpen en zeeverkenners begeleiden. “Met de welpen doen we normaal op zaterdag spelletjes, maar omdat het de start van het seizoen is, gaan we met zijn alle varen.”

Trouwens: het woord padvinders wordt al sinds 1973 niet meer gebruikt, sinds alle verschillende soorten scoutingverenigingen fuseerden tot Scouting Nederland. En ze verkopen dan geen koekjes, maar acties voor goede doelen doen ze wel.

Teun, 10 jaar, zeewelp. Beeld Adrie Mouthaan

“Geld inzamelen voor Jantje Beton, voor speeltuinen enzo, dat vond ik het leukst. En apenkooien,” zegt Teun (10). Hij weet niet precies hoelang hij lid is (“Ik denk minder dan een jaar”), maar wel dat hij bij de scouting werd geïntroduceerd door zijn klasgenoot Tamudgin (9).

“Ik dacht wel dat Teun het leuk zou vinden,” zegt hij. “We doen namelijk veel spellen, maar vooral de kampen zijn leuk. In de winter gaan we twee dagen weg, en in de zomer een hele week. Laat slapen, en pas om negen uur opstaan.”

Tamudgin, 9 jaar, zeewelp. Beeld Adrie Mouthaan

Gabriël (8) is vooral trots op zijn insignes op zijn uniform. Hij wijst op zijn installatieteken, dat hij kreeg toen hij na een ceremonie echt lid werd van Erskine. “Toen moest je een touw knopen, de naam noemen van de scouting en een zin zeggen... Maar die weet ik niet meer.”

Gabriël, 9 jaar, zeewelp. Beeld Adrie Mouthaan

Groepsgevoel

“Ja, dat uniform. Daar schamen de jongeren zich in het begin soms voor,” zegt Bas. “Later merk je dat je juist trots bent op dat uniform. Het is ook belangrijk, omdat het ons samenbrengt als groep. Aan een shirt van tweehonderd euro heb je hier niets. Het uniform breekt de verschillen en ­verkleint de afstand.” Django (23): “Dat groepsgevoel is belangrijk voor de vereniging. Je leert hier zeilen, knopen, pionieren en samen dingen doen. Maar de generaties moeten elkaar wel opvolgen: de welpen van nu zullen uiteindelijk de leiding moeten nemen.”

Django, 22 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan

Scouting als sport

Dat maakt scoutingverenigingen ook kwetsbaar. Als er een paar jaar geen nieuwe aanwas van leden is, zijn er op een gegeven moment niet genoeg vrijwilligers om de vereniging te dragen. En er is altijd een risico dat jonge leden afhaken, omdat ze ook lid zijn van een sportvereniging. Django: “Bij de welpen kan je nog én naar scouting én voetballen, maar op een gegeven moment gaat dat niet meer. Dan moet je kiezen. Maar scouting is mijn sport, ik vind zeilen zoveel leuker dan voetballen.”

En Django is niet de enige. Voetbalbond KNVB heeft ruim 600.000 leden onder de 19 jaar, maar Scouting Nederland benadrukt altijd graag dat zij groter zijn dan mensen soms denken: in Nederland zijn er meer dan 100.000 leden, bij meer dan 1000 verenigingen, actief in 80 procent van de gemeenten. Zo zijn er alleen al in Amsterdam veertien verenigingen actief, het ledenaantal is licht gegroeid de afgelopen jaren. Van 2016 met een totaal van 1238 leden naar bijna 1400 leden in 2019.

Lelievletten

“Overal zijn scoutingverenigingen te vinden,” zegt bestuurslid Ted Bradley, terwijl de drie boten vol welpen en zeeverkenners over de Nieuwe Meer zeilen. “We weten ze wel te vinden: als we op kamp gaan, naar Roermond, Zeeland, Groningen of alles daartussen, is er altijd wel een scoutinggroep waar we kunnen slapen.”

Arris, 15 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan
Lara, 17 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan

Met Erskine gaat het volgens Bradley goed. Over twee jaar bestaan ze 75 jaar, ze hebben met hulp van alle kanten drie nieuwe lelievletten kunnen kopen en het aantal leden blijft groeien. “En dat is opvallend, want meestal groeien we alleen in tijden van recessie, want scouting is vergeleken met andere clubs ook vrij goedkoop.”

En ook al lijkt het soms misschien niet zo, volgens bestuurslid Kees Verweij (75) is er bij de scouting veel veranderd. “Ik heb nog gezien dat dit gebouw in de jaren zestig werd gebouwd. Eerst was hier alleen rietland, nu is het een compleet andere wereld. En daarbij is alles nu veel losser.”

Yuran, 13 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan

Alleen de uniformen en de ceremoniële gedeeltes zijn nog hetzelfde. En misschien is dat wat een groep als Erskine bij elkaar houdt: bij Sint Maarten, de nu verdwenen vereniging waarmee het pand lang werd gedeeld, werden al jaren geen uniformen meer gedragen.

Kyuss, 8 jaar, zeewelp. Beeld Adrie Mouthaan
Simon, 12 jaar, zeeverkenner. Beeld Adrie Mouthaan
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden