Beeld Oof Verschuren

Ze zwijgen, ze drinken, ze kijken

Plus Roos Schlikker

Ze leven niet zoals ik denk dat je leven moet. Elke dag aan het einde van de ochtend schuifelen ze naar het café. Hun benen moeizaam scharnierende staken, hun blikken strak op de stoep. Even later zitten ze aan een glas witte wijn. Elke morgen. Een morgen die overgaat in de middag. Met meer wijn. Die eindigt in de avond. Nog meer wijn.

Ik keek er vaak hoofdschuddend naar. Daar gingen ze weer. Twee zeventigers. Getrouwd met elkaar. Maar ook met de fles. Het zou zoveel gezonder kunnen. Elke dag sporten. Veel groenten eten. Water in plaats van sauvignon. Het leven is kostbaar, je moet er voorzichtig mee omspringen.

Maar de laatste tijd ben ik ze anders gaan bezien: de twee oudere heren die vlak bij mijn kantoor wonen. Want de dood loopt al een tijdje met ze mee. Er was al eens een akelig ongeluk. Eén van hen was er bijna niet meer geweest. Omgekukeld. Misschien ook na een glas te veel. Of twee. Of vijf. Een paar maanden later: weer plotsklaps een ambulance voor de deur. Niet lang daarna: een nieuwe ziekenhuisopname. Steeds komt het goed.

De ochtend erna zitten er weer. Aan hun tafeltje. Ze praten niet veel. Ze lezen de krant. Ze drinken. Ze kijken naar buiten. Naar het leven in de straat. Een man met aktetas en heel veel haast. Een hipstermeisje dat verbeten van een afhaalsalade eet terwijl ze over de stoep snelt. Een moeder die moppert op een dreumes die heeft besloten een prullenbak aan een nauwgezet onderzoek te onderwerpen. “Kijk, een beestje!”

“Ja, Jelle. Dat is een pissebed.”

“Mooooooi.”

“Nee, niet mooi. Beestje bah. Kom op. We moeten weg, mama moet bellen met kantoor.” Haar ‘r’ die een keurig Gooise opvoeding verraadt, rolt de stoep over. Uiteindelijk trekt ze het jongetje dwingend mee. “We komen te laat!”

Achter het caféraam zitten de heren, als was het een etalage. Ze zwijgen. Ze drinken. En ze kijken. Niet alleen naar buiten, maar vooral naar elkaar. Ik zie hoe de één de ander helpt als hij moeizaam opstaat om richting toilet te slalommen. Ik zie hoe de ander bij terugkomst even naar de barman knikt die onmiddellijk begint te schenken. Ledemaat voor ledemaat zakt hij zuchtend op zijn stoel waarna hij voorzichtig zijn hand op die van zijn echtgenoot legt. Geen woorden. Slechts broze vingers die als vanzelf in elkaar vlechten.

De zon is ondergegaan. De avondspits in de straat zorgt voor talloze bijna-ongelukken en grote scheldpartijen. En de mannen kijken. Misschien zouden ze langer meegaan als ze meer zouden bewegen, minder zouden drinken, vaker radijs zouden eten. Maar dat ga ik ze niet vertellen.

 Het leven is kostbaar, je moet er voorzichtig mee omspringen, zij weten het als geen ander. De dood loopt nog altijd met hen mee. Ik hoop dat hij ze nog lang niet inhaalt. Want deze heren zorgen misschien slecht voor zichzelf. Maar ze zorgen voor elkaar.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden