Plus Interview

Ze zouden 22 keer trouwen. Na het vierde huwelijk stierf Julian

Fleur Pierets: ‘Op een gegeven moment moet je de vraag stellen: hoe draai ik dit naar iets creatiefs?’ Beeld Marijn Achten

Fleur Pierets (46) en haar vrouw zouden trouwen in de 22 landen waar dat was toegestaan voor gays, maar na het vierde huwelijk stierf Julian Boom. Pierets schreef er een boek over.

‘De laatste slok uit een fles, een loszittende wimper, het zien van een regenboog. Alles was steeds een reden geweest om een wens te doen.
“Ik weet niet wat te wensen,” zei ze vaak. “Ik heb jou al.”
“Wens een egeltje,” zei ik dan. “Voor op het terras.” We hadden om gezondheid moeten vragen. Dat hadden we in al ons geluk over het hoofd gezien.’

Het is wat de Vlaamse Fleur Pierets het ‘verhuiswagen-gen’ noemt: de neiging van lesbo’s om zo’n beetje na de tweede date bij elkaar in te trekken. Nu ja, lesbisch: Pierets kwam uit een huwelijk van tien jaar met een man. De Amsterdamse Julian Boom, de eerste en enige vrouw op wie zij ooit verliefd werd, cultiveerde als dragking ­nadrukkelijk ook haar mannelijke kant.

Na hun tweede ontmoeting wilden ze geen moment meer zonder elkaar doorbrengen. Ze woonden samen in onder meer Amsterdam, Antwerpen, New York en Spanje. Het bevragen van de identiteits­labels die anderen dan zijzelf aandroegen toen hun relatie vorm kreeg, was een van de thema’s waar ze als kunstenaarsduo hun levenswerk van maakten. Zodanig dat ze op een gegeven moment al hun bezittingen van de hand deden om zich te wijden aan het project ‘22’: ze zouden in het huwelijk treden in elk land waar paren van gelijk ­geslacht dat mogen, op dat ­moment 22. Met wat zij als ­positief activisme uitdroegen, wilden ze aandacht vestigen op het tegengestelde: in nog veel meer landen mag het niet.

Er was persaandacht van over de hele wereld, Ellen ­DeGeneres nodigde ze uit in haar show. Zover kwam het niet. Bij het vierde huwelijk, in Parijs, strandde hun ­poging. Er werd uitgezaaide kanker geconstateerd bij ­Julian. Na een ziekbed van zes weken stierf Julian. Zeven jaar samen was hun gegund. Nu, anderhalf jaar na het overlijden, verschijnt Pierets boek Julian, over hun daverende liefde en het verdriet dat volgde op de dood van haar partner.

Betekent geïnterviewd worden over dit boek het verhaal opnieuw beleven?

“Het verhaal opnieuw beleven is wat ik met het schrijven van dit boek anderhalf jaar lang heb gedaan. Elke keer weer als ik de drukproef opnieuw moest lezen.”

Wordt het niet abstract langzaamaan?

“Nee, dat is het rare. Ik heb er wat onderzoek naar gedaan: als je leest kunnen je hersenen het verschil niet uitmaken of het echt gebeurt of niet. Je zit elke keer weer in die ziekenhuiskamer, terug in het mortuarium.”

Parijs. Beeld Mahdi Aridj Photography

Hoe gaat het momenteel met u?

“Ik moet mezelf nog vinden. Er is veel kapotgemaakt. Ik was heel idealistisch, en optimistisch en vrolijk. Ik voel dat het ergens nog wel zit, maar mijn vertrouwen in het ­leven… Ik heb altijd het gevoel gehad dat het wel goed komt, dat ik op het juiste pad word gezet. Nu denk ik: wat naïef. Het leven heeft het helemaal niet goed met mij voor. Maar, misschien ook heeft het leven in de eerste plaats niet voor. Het leven is. Punt. Het stuurt u niet, het is er niet voor jou. De enige betekenis die je aan leven kunt geven is waar je het zelf toe zet. Niet het universum dat zegt: jij zit hier voor die reden. Dat verlies van vertrouwen, daar worstel ik – behalve haar dood – nog ­altijd mee.”

Het leven heeft jullie iets gegeven – ook weer afgenomen: jullie grootse liefde.

“Ja, is dat zo? Dat is een vraag die ik me stel. Het probleem is: als ik nu zeg dat dingen een reden hebben, dan moet ik ook een reden geven aan haar dood. Ik kan niet zeggen: dit heeft een reden, dat niet. Het is alles of niets. Dus is al het geloof nu weg. Ik kan aan haar dood geen reden ­geven. Nee. Dat is zo vreselijk geweest. Dat heeft echt nul nut gehad. Het voelt heel eenzaam natuurlijk, het betekent dat ik het alleen moet doen.”

Geeft het enig gevoel van macht, het idee dat u zelf de volledige sturing neemt over uw leven?

“Goh… Op zich wel. Maar omdat jij zelf je keuzes maakt, wil dat nog niet zeggen dat het leven daarop reageert ­zoals jij het graag zou zien. Dus dat is nog altijd een onzekere factor.”

New York.

“Ik zal eens een voorbeeld geven waarom ik denk dat er geen reden is. Zoals ik het zie heb ik elke ochtend twee keuzes. Ik kan in mijn bed blijven liggen of ik kan opstaan en verder werken. Ik mag in mijn bed liggen, who cares. Het is omdat ik daar voldoening uithaal – spreken voor publiek, al die dingen – dat ik mijn voet op de grond zet. Maakt het leven dat wat uit? Ik denk het niet. En soms zou ik liever in mijn bed blijven liggen.”

Mag u dat van uzelf?

“Met mate. Ik heb één regel: thuis mag alles, maar en plein public ga ik niet huilen. Het is belangrijk om te zeggen: nu even niet. Doorgaan. Maar elke ochtend is nog van: zucht, oké, nu ga ik rechtstaan. Dat gaat niet weg. Ik moet mij dwingen, en dat vind ik wel heftig.”

Onder die omstandigheden slaagde u erin een formidabel boek te schrijven.

“Ik kon niet anders. Toen zij stierf, was ik mijn vrouw kwijt, mijn huis, alles. Ik had letterlijk niets meer. Toen ik het contract kon krijgen om dit boek te schrijven, moest ik dat wel pakken. Het gaf enige houvast. Ik pak al het werk aan. Een lezing voor vijf man? Graag! Voor het MoMA in New York maak ik een kinderboek over Fleur & Julian, twee meisjes die in alle landen van de overal wereld willen trouwen. Ik ben benaderd door een regisseur voor een ­documentaire over gayrechten wereldwijd.”

Antwerpen. Beeld Jovandenbroucke

U heeft uzelf twee jaar gegeven om over het heel rauwe verdriet heen te komen. Als het dan nog niet gaat, mag u ­ermee stoppen van uzelf. U bent nu anderhalf jaar verder.

“Ik heb nooit eerder over zelfmoord nagedacht. Nu heel veel. Negentig procent van de tijd wil ik niet hier zijn. Het concept van zelfdoding is een enorme geruststelling. Ik mag, maar wel pas na twee jaar, want dan heb ik het tenminste geprobeerd. Met dat in het achterhoofd is die tien procent voorlopig steeds net voldoende. Ik moest mezelf twee jaar geven. Alles binnen die twee jaar zou opwelling zijn. Als ik het ooit doe, is het weloverwogen.”

U las ergens dat rouw het tweede jaar heviger is dan het eerste. Ervaart u het zo?

“Ja. Het eerste jaar ben je deels weg, je hoofd en lijf schakelen zichzelf uit. Het tweede jaar trekt de mist op. Je wordt realistischer en de realiteit is: ze komt nooit meer terug. Ik zit constant met haar in mijn hoofd. Vrienden, hoe dichtbij ook; er zijn momenten waarop ze haar vergeten. Dat is heel heftig. Ze begint te verdwijnen, ze is er echt niet meer.”

U heeft het boek breder getrokken door ook te schrijven over queer grootheden die geliefden verloren.

“Dat perspectief was belangrijk voor me. In de boeken die ik las over rouw kwam ik het niet tegen. Tot ik las over ­Annie Leibovitz die Susan Sontag verloor. Als twee vrouwen hou je op een andere manier van elkaar, je leeft buiten de norm, in de marge. Ik was tien jaar getrouwd met een fantastische man. Nadat ik 37 jaar gewoon mijn leventje had geleid, was ik ineens lesbisch, een identiteit die je wordt aangereikt door je omgeving. Ik werd onderdeel van een wereld waarin mensen van torens worden gegooid in Irak, waarin kinderen zelfmoord plegen omdat ze gay zijn. Mijn verbazing daarover was waar veel van ons werk over ging, en daar ga ik ook mee door.”

Amsterdam. Beeld Femke van Hettema

In het boek stelt u de vraag: wat wil ik nog nu ik verder moet zonder Julian? Heeft u een begin van een antwoord?

“Ik wil werken – het enige dat mij nog een beetje blij maakt. Ik heb gesproken op een Human Rightssymposium. Mensen kwamen achteraf naar mij toe: ik ga mij ook meer ­inzetten. Dat is heel fijn. Dat kan ik blijkbaar. Ik probeer te tonen dat je iets kunt doen om dingen beter te maken, in plaats van te blijven hangen in boosheid. Het voelt alsof mijn leven nooit meer honderd procent oké zal zijn. Ook al doe ik iets fijns, altijd zit er ruis op: zij is er niet om het mee te delen. Ik ben verschrikkelijk boos, razend kwaad, dat het leven mij dit heeft aangedaan. Maar op een gegeven moment moet je de vraag stellen: hoe draai ik dit naar iets creatiefs? Ik kan niet boos zijn de hele tijd.”

U komt levenslustig over. Hoe zit u straks in de trein ­terug naar Antwerpen?

“In de trein weet ik me nog te gedragen. Thuis kruip ik in bed. Mijn energie is gelimiteerd, maar ik weet hoe ik daarmee moet omgaan. Soms is het alsof het pas vorige week is gebeurd. Het mag wel effe wat minder, ik zou graag willen dat het wat rustiger wordt in mijn hoofd.”

Fleur Pierets: Julian, Das Mag, €22,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden