PlusExclusief

Zangeres Wende Snijders: ‘Ik ben altijd een buitenbeentje geweest’

Wende, PS van de week 2 april  Beeld Imke Panhuijzen
Wende, PS van de week 2 aprilBeeld Imke Panhuijzen

Op een Franse berg, vastend en alleen, vond zangeres Wende Snijders (43) antwoorden op wezenlijke vragen. Haar avontuur resulteerde in de rauwe én opbeurende show De Wildernis. ‘Ik moet uitkijken dat ik de dingen niet te zwart-wit zie.’

Lorianne van Gelder

Ze zei het tegen niemand, maar ze ging gewoon. Op vision quest, een ­eeuwenoud ritueel van de oorspronkelijke bewoners van Amerika: alleen in de natuur, nachtenlang, vastend en denkend over het leven.

Het was de zomer van 2019, Covid-19 bestond nog niet en Wende Snijders was veertig geworden. Het was tijd voor het beantwoorden van levensvragen. Op die berg in Frankrijk, met alleen een slaapzak, een hangmat, een boekje, een pen en wat water, stond ze drie dagen en nachten stil bij wat ze echt belangrijk vindt. Wil ze kinderen? Wat laat ze na? Wat kan ze bijdragen aan de wereld?

Twee jaar later kwam uit dat avontuur op de berg de voorstelling De Wildernis voort. Een rauwe, felle, maar ook opbeurende show met geweldige teksten, heel persoonlijk, geschreven door geestver­wanten als Marjolijn van Heemstra, de jonge zangeres Froukje (Veenstra), songfestivaldeelnemer en goede vriendin S10, auteur Dimitri Verhulst en dichter en schrijver Marieke Lucas Rijneveld.

In de show wordt Snijders nu eens omringd door een Gregoriaans koortje piepjonge zangers, dan weer ramt ze op een elektrische gitaar of begeleidt ze zichzelf in een intiem lied op de piano. Op 8 april gaat de voorstelling in première in Carré.

Hoe kwam u erbij om op die berg te gaan zitten?

“Voor mij is beginnen aan een nieuw project echt een nieuw begin. Je gaat ­nummers schrijven, een show opzetten, een team bij elkaar brengen. Ik hou erg van rituelen, het is als paaltjes zetten in de tijd. Ik wilde mijn vorige show, Mens, met onder meer teksten van Dimitri Verhulst, afsluiten en een open landschap creëren voor nieuwe ideeën.”

“En mijn biologische klok begon rond mijn 39ste, 40ste ineens te tikken. Of nou, niet te tikken, meer dat ik vond dat ik eens echt moest nadenken over kinderen. In plaats van dat ik ineens zou denken: oeps, het is te laat.”

U had, plat gezegd, rammelende eierstokken?

“Nee, ze rammelden juist niet. Het was meer van: wil ik ze écht niet?”

In interviews heeft u altijd gezegd: ik wil geen kinderen.

“Ik heb er eigenlijk nooit goed over nagedacht. En op een gegeven moment gaan mensen het impertinent aan je ­vragen. En al je vrienden krijgen kinderen. Maar als ik op mezelf ben, heb ik daar geen dromen over. Ik wilde er goed over nadenken, zonder de ruis van anderen om me heen. Wil ik geen kinderen omdat ik een workaholic ben of omdat ik intense bindingsangst heb? Is er iets mis met mij? Ik behoor ook tot de eerste generatie die er bewust een keuze over kan maken. Mijn grootmoeder en mijn moeder hebben daar nooit echt een vraag over kunnen stellen. Het was zo vanzelfsprekend als vrouw dat je moeder werd. Maar als je dat niet wilt, is er ook geen ritueel voor. Ik wilde mijn eigen keuze ritualiseren.”

Bent u eruit?

“Ik heb vooral nagedacht over het begrip moederschap. Wat is dat? Wil ik dat? Als je al twintig jaar het werk doet dat ik doe als zangeres en producer van shows, wat is dan precies je functie? Waarom sta ik op dat podium, wat heb ik te geven? Dat ging ook samen met dat moederschap.”

Het klinkt ook als een klassiek vraagstuk van een veertiger die met midlife-vragen zit…

“... die of een ayahuascatrip gaat doen of aan de truffels gaat; zoveel verschillende wensen, zoveel rituelen. Het klinkt erg Amsterdam-hipsterig, maar het is meer dan dat. Het was het begin van de gedachte over wat voor mij De Wildernis is – de show, maar ook de wildernis an sich. En het heeft me een goede bodem gegeven om vooruit te gaan. En om te weten waar ik afscheid van kan nemen.”

Wat was uw voornaamste vraag op die berg?

“Wat heb ik nu te doen? Wat is nu de weg? En ook over dat moederschap. Moet ik dat doen? En toen kwam ik erachter: ik wil wel moeder zijn, maar ik wil geen kind.”

null Beeld Imke Panhuijzen
Beeld Imke Panhuijzen

Wende Snijders werd geboren in Engeland. Ze reisde met haar ouders het werk van haar vader achterna. Hij was civiel ingenieur en werkte in Indonesië en later in Guinee-Bissau, waar het gezin drie jaar lang op een compound leefde. Het was een afgezonderd bestaan, waar zij en haar broer zichzelf moesten vermaken. Ze hadden twee videobanden: Mary Poppins en The Sound of Music. Afzondering is haar dus niet vreemd. Toen ze op haar negende terugkwamen naar Nederland, naar Zeist, werd haar leven voorspelbaarder en gewoner: vwo, hockey, dans en toneel.

Sinds haar afstuderen aan de Amsterdamse Toneel en Kleinkunstacademie in 2002 maakte Snijders de ene na de andere bejubelde show en plaat. Van de Franse chansons waarmee ze doorbrak, via No.9, waarmee ze een andere weg insloeg, tot de intense elektronische show Last Resistance, het literaire Mens, haar versie van Schuberts Winterreise en de veel bezongen Kaleidsocoop-optredens in Carré, waarin ze het podium deelt met bijna alle interessante artiesten van het moment. Vorig jaar maakte ze ook nog haar eerste buitenlandse productie bij het Royal Court Theatre in Londen. Alles wat ze aanpakt, wordt goud, alles wat ze doet, doet ze vol overgave. ‘Compromisloos’ noemt haar geliefde Wouter van Ransbeek, ook haar producer en voormalig directeur van Internationaal Theater Amsterdam, haar. ‘Onvermoeibaar en rusteloos’, een ‘wandelend experiment’ en ‘de beste vragensteller van het universum.’

Met Snijders praten, is niet alleen een interview, het is ook vragen terugkrijgen en een meanderend gesprek voeren over woede naar je ouders toe, falen, bloedlijnen en creativiteit.

Nu wilt u iets doorgeven. Wat is dat dan?

“Mentorschap. Ik kijk naar wat ik als artiest door te geven heb, maar ook als vrouw. Dat is wat ik bijvoorbeeld doe met S10, soms met Froukje, in onze vriendschap en hoe ik met hun muziek maak. Met de shows van Kaleidoscoop, waarin ik artiesten kansen geef. Het grappige is dat dit soort ‘moederschap’ net zo goed gepaard gaat met gevoelens van jaloezie, en het ‘jullie weten niet hoe het was voor mij als twintigjarige’, en dat je je eigen vergankelijkheid voelt. Niets menselijks is mij vreemd. Leraar of mentor zijn is niet altijd een soort verlicht leiderschap zoals Mr. Miyagi in The Karate Kid.”

“Weet je wat het is,” zegt ze, voor ze een gepassioneerd betoog afsteekt, bijna alsof ze een tekst declameert. “Zullen we met zijn allen afspreken dat we kwetsbaar zijn, onzeker zijn? Zullen we toegeven dat we schaduwkanten hebben, een goed en een kwaad? Dat het een wirwar is van jaloezie, van gunnen, van groots zijn en klein zijn en dat daarbinnen een verlangen is naar verbinding, en een verlangen naar zelfbescherming... Dat wil ik.”

Een pleidooi voor kwetsbaarheid. Moest u altijd zo sterk zijn?

“Ik heb mezelf heel erg willen beschermen, ik had een soort hardheid. Wouter is de eerste van wie ik zo veel hield, de eerste die zo dichtbij kon komen dat mijn tanden zo scherp werden en mijn zwaarden zo geslepen. En dat hij toch zei: ik blijf.”

U heeft verlatingsangst, deelde u al vaker. Hoe uit dat zich?

“Je houdt jezelf overeind met allerlei verdedigingsmechanismen, en dan komt iemand heel dichtbij. Diegene moet wel verschrikkelijk liefdevol zijn, want mijn eerste reactie is wegslaan. Het is zoals het witte konijn in de tekenfilm The Secret Life of Pets, ken je die? Die is gemeen tegen iedereen, totdat er een meisje komt dat hem liefdevol omarmt. Hij stribbelt nog even tegen en dan geeft hij zich over.”

“Wouter heeft me ook gedwongen om mijn angst te delen. En hoe moeilijk ik het hem ook heb gemaakt door mijn verlatingsangst, hij is gebleven.”

In De Avondshow met Arjen Lubach (zie onderaan) zei u dat u zo hartstochtelijk ruzie met hem kunt maken.

“Dat is het nummer Kijk me aan geworden. Ik schreef dat na een ruzie en liet het hem lezen. Hij stuurde het me terug en zei: ‘Jij bent in het echt veel gemener.’

null Beeld Imke Panhuijzen
Beeld Imke Panhuijzen

“Je kent iemand zo goed dat je weet waar iemand zich rot door voelt, en dat ga je dan inzetten. De liefde is echt geen kumbaya. Er zijn momenten dat ik mezelf totaal niet in de hand heb.”

Haar ogen worden groter, ze komt verder op dreef.

“Sorry dat ik het wat groter maak. Maar wat ik wil zeggen: als het eng wordt, als wij mensen ons bedreigd voelen, kunnen we een ander ontmenselijken. Jij dood of ik dood. De ander totaal de grond in drukken. Maar dat kan helemaal niet, want alles heeft een consequentie. Je kunt wel doen alsof dat niet zo is, maar it’s going to bite you in the ass.”

“Toen mijn vader ernstig ziek was, niet lang voor hij overleed, kon ik daar als 26-jarige niet mee omgaan. Ik voelde me verlaten, ik was bang. In plaats van zijn hand vast te houden, ben ik weggerend. Ik ben niet met hem, mijn moeder en broer mee op reis gegaan naar Nieuw-Zeeland. Ik was aan het werk, ik moest optreden, het had me veel moeite gekost om een voet tussen de deur te krijgen – daar kan ik nu met een zacht hart naar kijken. Maar het kwam terug, die keuze. Ik kreeg paniekaanvallen, ik moest het aangaan. Dat heb ik gedaan.”

“Ik kom er steeds meer achter dat ontmenselijken en de route van de loopgraven kiezen minder oplevert dan als ik kan zeggen: ik ben zo bang dat je weggaat.”

Mag er bij u wel eens iets mislukken? Uw shows ademen compromisloze perfectie.

“Ik ben vooral voor een creatief proces. De zangers die nu als een koor in mijn show staan, zijn net klaar met een masteropleiding, ze zijn aan het leren. Dingen mislukken, ik zit soms ook eindeloos te klooien, maar daarbij vind ik het geweldig om aan die jonge zangers te laten zien dat niets zomaar is gemaakt. Daar gaat een heel proces aan vooraf. Zij zien mij ook de plank misslaan. Ik ben een groot voorstander van voorbereiding en ik kan me schamen als het fout gaat. Maar ik merk dat als ik het loslaat en dan faal, dat ik daar de vruchten van pluk. Creativiteit is het loslaten van zekerheden. En voordat ik mijn shows geef, is vijftig procent van wat ik heb gemaakt mislukt, alleen krijgt het publiek dat niet te zien.”

“Perfectie bestaat niet, maar ik werk wel zo hard als ik kan. Ik raak ontroerd door een jasje van Dries Van Noten omdat er zoveel skill en aandacht in zit. Een taartje van Holtkamp, mooie sieraden. Je ziet dat er volledige aandacht aan is besteed, zo wil ik dat ook.”

“Het is mijn misverstand geweest dat het of-of moest zijn. Ik zie aan de ene kant wat perfectie kan doen en hoe vernietigend het is, maar ook hoe vernietigend onverschilligheid kan zijn, en hoe relativerend. Ik moet in elk geval uitkijken dat ik dingen niet te zwart-wit zie.”

Behalve drie dagen vasten bent u vaker bezig met uzelf fysiek uitdagen. Ook zingt u over de angst om dik te worden. Hoezeer bent u met uw lichaam bezig?

“Ten eerste is ons lichaam ons instrument. Ik heb van jongs af aan veel bewogen, veel gedanst en gesport; ik kon echt letterlijk verdriet, woede en sensualiteit beter uiten in beweging dan in taal. Met iemand dansen of met iemand vrijen of samen keihard lachen doet evenveel als een goed gesprek. Ten tweede ben ik gehecht aan mijn onafhankelijkheid en wil ik sterk zijn: mentaal, fysiek, emotioneel. Want als ik niet sterk ben, moet ik een ander volgen en moet ik doen wat een ander zegt. Als iets me doodsangst aanjaagt, is het dat wel. En een derde ding is ook wel dat we als vrouwen zo gewired zijn dat we er goed uit moeten zien: ik weet het en toch vind ik het belangrijk dat ik niet te dik word.”

Bent u daar echt bang voor? U laat uw koekjes bij de koffie ook liggen.

“Ik hou van taart en friet, maar ik sport gewoon veel omdat ik het echt lekker vind. Mijn manager zei laatst: ik hou niet van sport. Ik snap daar niets van! Ik hou van zweten en over je grenzen gaan. Ik hou ervan als vooral vrouwen echt alles geven. Voorbij de conventie van je netjes gedragen: bezwete koppies en bloed in je ogen.”

En wanneer is het dan voldoende?

“Ik voel me lekker als ik er goed uitzie. Ik wil geen 45 kilo wegen, en geen liposuctie en geen borstvergroting. Zoals ik er nu uitzie, is het goed.”

U heeft in uw nummers iets te vertellen, te delen. Over kwetsbaarheid, bloedbanden, nalatenschap. Zou u ook op een andere manier, buiten de muziek, uw stem willen uiten?

“Het zal altijd met muziek te maken hebben, maar ik onderzoek nu wel met Wouter of we een academy kunnen beginnen om mensen in hun creatieve ontwikkeling te begeleiden. En niet alleen piepjonge mensen, maar juist ook dertigers en veertigers. Het is een misverstand dat dertigers, veertigers en vijftigers niet ook nog tot bloei moeten komen. Daar zit goud. Ik weet veel over muziek en performance, maar kan ook veel zeggen over een cr­eatief proces.”

null Beeld Imke Panhuijzen
Beeld Imke Panhuijzen

U heeft nu een paaltje gezet na uw eerste twintig jaar. Wat komt daarna?

“Ik ga weer een plaat maken. En shows geven en ik wil op de festivals staan. Ik doe dit tot ik dood neerval. Ik haal hier zo veel plezier uit.”

Zes albums heeft u op uw naam, maar daar stond nog geen hit op. Zou u er een willen scoren?

“Ja! Dat lijkt me heel leuk. Vooral om te voelen hoe dat is, het zou me niet completer maken als mens. Het belangrijkste voor mij is het maken van shows. Ik vind het nog steeds oneerlijk dat de concertvorm in de kunstwereld niet op dezelfde hoogte staat als een opera of een theatervoorstelling.”

Andersom geldt het ook: uw theatrale concerten staan niet in de Ziggo Dome.

“Ik ben altijd een buitenbeentje geweest. Daar heb ik me tegen verzet, maar dat is nu eenmaal zo. Toch ga ik er wel voor. Wat mij betreft sta ik wel in de Ziggo Dome, of als opening van het Festival van Avignon. En ik wil nog veel meer samenwerken! Met Anouk, Stromae en met Nick Cave. De tijd is er wel rijp voor dat binnen de muziek het theatrale wordt toegelaten en binnen het theater de muziek meer wordt toegelaten.”

Uw nummer Meer dan goed genoeg in De Wildernis raakte aan de essentie van uw zoektocht daar op die berg.

“Ik zocht de basis van goed moederschap, gulheid en zelfvertrouwen. Weten dat je goed genoeg bent en van daaruit willen dat een ander even goed of nog beter is. Oprah Winfrey zei eens: ik heb duizenden mensen geïnterviewd en de kern van alle strijd is de zelfhaat die in mensen zit. Als je denkt: ik ben goed genoeg, dan kun je anderen ook ruimte gunnen.”

Bent u zover?

“Nee, maar wel meer dan eerst.”

null Beeld

Wende Snijders

Geboren 10 oktober 1978 in Beckingham, Engeland.

1996 Vwo-diploma in Zeist
2001 Concours de la Chanson: eerste prijs van de jury en de publieksprijs
2002 Afgestudeerd aan Academie voor Kleinkunst
2007 Eerste keer Annie M.G. Schmidt-prijs
2009 Winnaar Gouden Harp
2009 No. 9, show en album
2013 Show en album Last Resistance, in Berlijn
2015 Hoofdrol in Zurich van Sacha Polak
2017-19 Mens, show en album, Edison Pop Award 2019
2017-21 Wende’s Kaleidoscoop in Carré, in 2020 bij NTR
2020 Rol van Connie Palmen in miniserie I.M.
2021 Show in The Royal Court Theatre, Londen
2022 De Wildernis, show en album

Wende Snijders woont samen met Wouter van Ransbeek in Amsterdam Oud-West.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden