PlusExclusief

Youssouf, 20 jaar later: ‘Ik ben nog steeds veel te aardig’

Youssouf nu, zes jaar nadat hij zijn profcarrière beëindigde. Hij viel niet in een gat. ‘Nu is gewoon mijn volgende hoofdstuk gekomen.’ Beeld Raimond Wouda
Youssouf nu, zes jaar nadat hij zijn profcarrière beëindigde. Hij viel niet in een gat. ‘Nu is gewoon mijn volgende hoofdstuk gekomen.’Beeld Raimond Wouda

Twintig jaar geleden stelde Hans van der Beek grote vragen aan 18-jarige Amsterdammers. De zin van het leven, liefde en seks, God en de dood, vaders en moeders. Tien jaar later vroeg hij hen weer. En nu weer. Aflevering 8 (slot): Youssouf Hersi was aanvoerder van Oranje onder achttien. De absolute top haalde hij niet, gelukkig is hij wel.

Youssouf Hersi was vijf toen hij met zijn ouders vluchtte uit Ethiopië.Als profvoetballer deed hij alles om ervoor te zorgen dat zijn familie niets ­tekortkwam. Nu is er eindelijk tijd voor Youssouf zelf.

Familie

18:
“We zijn gevlucht, weet je. We hadden niks. Nul. En dan krijg je dat: een hechte band. Als je het overleeft.”

“Ik ben een moederskindje. Ik geef niemand een boze ­indruk: ik haat die, of die. Dat heb ik van mijn moeder.”

“Ik kijk ontzettend op tegen mijn vader – om alles wat hij gedaan heeft. Sommige klussen waren niet echt lekker, maar er was toch geld voor eten op tafel. Nu is het mijn beurt. Eerst kregen we van Ajax een huis en een auto, en pas heb ik een ander huis voor ze gekocht. Daarom heb ik ook een stem in de familie als er iets besloten moet worden. Eigenlijk wil ik dat helemaal niet. Omdat ik nog maar zoontje ben.”

28:
“Die band is nog steeds zo hecht. Maar ja, mijn vader is overleden. Lastig, maar je moet gewoon verder. Ik heb een half jaar niet gespeeld, tot zijn dood. En daarna rouwen natuurlijk.”

“Ik doe nu alles voor mijn moeder, dubbelop. Ik ben geen moederskindje meer, ik ben volwassen, maar ik lijk nog ­altijd op haar. Ik probeer altijd mensen te helpen zonder daar iets voor terug te krijgen. Dat is naïef soms, dan snijd ik me in de vingers. Maar de volgende keer doe ik dat weer. Dat zit in mij.”

“Ik ben bevoorrecht, ik ben voetballer, je hebt geld, dan zeggen ze: ‘Je moet jezelf verwennen.’ Maar als ik honderd euro heb, geef ik die liever aan een buurman. Dan denken mensen: dat is die jongen die mij hielp en er niks voor ­terug wilde. Dat betaalt zich later terug.”

38:
“Het draait nu niet meer zo om mijn familie, want ze hebben het in principe goed. Vroeger ben je jong, en steunt de hele familie op je. Maar nu: mijn broertjes doen het hartstikke goed, mijn moeder is stabiel, niks aan de hand. ­Iedereen is gezond, verdient goed. Voor mij is het nu een kwestie: oké, je bent voetballer geweest en je hebt daar je brood mee verdiend, niet voor eeuwig, maar gewoon, maar nu kom je in de maatschappij terecht. Dat is een heel andere wereld.”

“Eerst wilde iedereen iets van je; je speelt bij Ajax, bij NEC, bij Twente, iedereen wil een handtekening of contact met een sponsor, en ineens is dat niet meer. Dan ben je gewoon Youssouf Hersi en staan er weer andere mensen op. Dat was voor mij absoluut niet moeilijk. Zo gaat het ­leven.”

“De band met mijn moeder is nog steeds hetzelfde, maar toen was ik de oudste, en nu zorgt iedereen voor mijn moeder. Want ze is de enige die we nog over hebben. De dood van mijn vader heb ik een plek gegeven. Kijk, het leven dat wij leven is: mensen komen en mensen gaan. Sommigen gaan eerder dan verwacht, maar als het je dag is, is het je dag. Niks is ons gegeven.”

“Ik kan mijn vader ook niet missen: ik bén hem. Zo zie ik het. Ik ben een stukje van hem. Als ik praat, praat ik ook namens hem. Als ik praat, luisteren mijn moeder en broertjes ook naar mij. Ze weten: de oudere praat, dus hij weet wat hij zegt en wat hij doet.”

Het leven

18:
“Mijn doel is, ten eerste: mijn ouders alles geven wat er te geven valt. En dan ten tweede: de naam van mijn vader zo hoog mogelijk brengen. Ik kan niet uitleggen waarom. Misschien omdat we zo veel hebben meegemaakt. Ik wil zoveel mogelijk met voetbal bereiken. Alleen moet je in je hoofd drukken: ik kan het, ik kan het, ik kan het, doorgaan, doorgaan, doorgaan. Daarom heb ik ook haast geen vrienden. Vrienden willen uitgaan, samen op vakantie. Vrienden is: wat wil je van me drinken? Maar dat kan ik allemaal niet. Want er is maar één ding belangrijk: mijn familie.”

28:
“Dat had ik wel, na zijn dood: wat is nu nog de zin van het leven? Vooral het eerste half jaar. Ik vroeg elke keer: waarom, waarom, waarom, waarom, waarom, waarom, waarom, waarom. Ja, dat was wel een probleem. Ik heb veel met mijn moeder gepraat en ik besefte: ik moet verder. Ik kon mijn verdriet ook niet laten zien, ik heb ook nog broertjes en die kijken tegen me op. Als ik het laat zien, hebben zij het ook.”

“Ik heb alles voor het voetbal gedaan, voor mijn ouders, voor mijn vader, en toen ging hij dood. Ik heb er nog met hem over gepraat, op het laatst, toen hij nog praten kon. Hij zei: ‘Zorg voor je moeder en je broertjes, jij bent nu de man in huis, neem mijn taak over.’ En het is gelukt. Iedere voetballer weet wie Hersi is, en dat is belangrijk. Maar mijn vader was sowieso al trots.”

38:
“Het belangrijkste in het leven is sowieso mijn familie. Wat is verder belangrijk? Dat je gelukkig bent. Dat je de dingen liefdevol doet. En vroeger was voetbal belangrijk, nu is dat gewoon voetbalmanagement.”

“Kijk, Youssouf Hersi was profvoetballer, hij was ooit het grootste talent van Nederland, de subtop heeft hij gehaald, de absolute top niet. En nu is dat allemaal gestopt. De meeste jongens vallen dan in een gat, maar dat is een beetje een karakterding. Ik schaam me niet als ik ergens werk. Er is elke dag een nieuwe kans. Nu is gewoon mijn volgende hoofdstuk gekomen: spelersmakelaar, bij mijn bedrijf Play Now Management.”

“Ik help bijvoorbeeld een jongen van net negentien. Hij heeft twee keer zijn scheenbeen gebroken, maar speelt nu bij Telstar. Hij zegt: ik heb de wil, maar ik mis de begeleiding. Dat soort spelers wil ik om me heen verzamelen. Die kansen nodig hebben, die alles ervoor doen, maar jij regelt dat ze op het podium komen.”

“De voetbalwereld is niet eerlijk. Tegen jonge jongens wordt gezegd: jij bent goed, ik breng je daar, teken een ­contract voor twee jaar, en dan eindstand: helemaal niks voor die jongen doen. Heel veel mensen liegen in je gezicht. Ik ben totaal niet zo. Ik vertel geen fabeltje, ook niet tegen de ouders. Ik zeg: je komt dit en dat tekort voor een transfer naar die club. En als ze daar niet tegen kunnen: nou, is goed, succes. De jongens die bij mij zitten, zijn ­eigenlijk allemaal jongens die een tweede kans krijgen. Jongens die wel een talent hadden, maar op de een of ­andere manier is dat er niet uitgekomen.”

“Ik ben nog steeds veel te aardig. Mensen zeggen dat ik moet veranderen, maar nee. Het is wie ik ben, en dat ­accepteer ik gewoon.”

God

18:
“Ik ben moslim, maar niet echt serieus. Vijf keer per dag bidden en zo, dat doe ik niet. Ik bid wel voor de wedstrijd altijd, maar dat is een automatisme. Voor de rest denk ik er niet veel over na.”

Youssouf in 2001. Beeld Raimond Wouda
Youssouf in 2001.Beeld Raimond Wouda

“Bang voor de dood ben ik niet. Het staat toch gewoon geschreven – de dag, de maand en het jaar zijn al bekend. Dus. Het hoort erbij, de dood, ik denk er niet eens aan. Ik heb al zo veel aan mijn hoofd: voetbal, mijn vader, mijn ­familie, dat het goed met ze moet gaan. Dat is belangrijker dan de dood.”

28:
“Ik probeer zoveel mogelijk te bidden, maar het is lastig. Mijn geloof is door de dood van mijn vader juist sterker ­geworden. Zo is het leven. En het is toch wat God wil. Het leven is uitgestippeld, de datum van je dood is bekend. ­Natuurlijk is dat gek, maar ik sta er niet bij stil. Mijn broer en zijn vrouw kregen een kind, twee maanden later overleed mijn oma. Het tweede kind van mijn broer kwam een jaar later. En toen ging mijn vader. Misschien is het een ­cirkel. Dat de ene op de wereld overlijdt en de andere wordt geboren. Dat geloof ik heel sterk. Zeker, dat geeft troost, maar het is wel jammer. Ik had liever mijn vader er nog bij gehad.”

“Ik ben nog steeds niet bang voor de dood. Voor wie moet ik bang zijn? Je datum is toch al geschreven. Dat is gewoon zo, klaar.”

38:
“God speelt in alles een rol. In mijn eten, in mijn bewegingen, in mijn ziel en zaligheid, in mijn passie, in alles wat ik doe in principe. Als je dat niet hebt, heb je geen houvast. Kijk, je kunt je altijd aan je ouders vasthouden, maar als die wegvallen – aan wat hou je je dan vast? Als mensen ­bijvoorbeeld eenzaam zijn, dan gaan ze op zoek. ­Hypocriet is een te groot woord, ik vind het te makkelijk. Boem, auto-ongeluk, en ineens heb je het licht gezien. Ook dat is goed, het is nooit te laat.”

“Ik zou willen dat iedereen geloof had, welk geloof dan ook. Ik zeg ook niet dat de ­islam de beste is; elk geloof is goed, als je je maar ergens aan kunt vasthouden. Heel veel mensen hebben dat niet, en die denken dat dit een vrij land is en alles mag. Weinig respect en weinig medeleven. Dat heb je wel als je een ­geloof hebt. Want dan heb je discipline, respect en liefde. Ik heb alle respect voor iedereen, wie je bent, of je je ­lichaam wil verbouwen of wat dan ook – dat moet je lekker zelf weten, zolang ik maar mijn geloof mag hebben. Ik leg niks aan jou op, maar dan moet jij ook niks aan mij opleggen.”

“Nee, ik ben niet bang voor de dood. Uiteindelijk komt de dag des oordeels, en dan is niet de vraag: wat heb je ­gedaan, maar: wat heb je teruggegeven, wat heb je achtergelaten? Ik ben ook niet bang om alles kwijt te raken, ik ben al eens alles kwijtgeraakt. Een paar jaar terug was dat. Ik was geblesseerd, ik had geen huis, geen contract. Het ­belangrijkste is daarom dat je schoon bent. Schoon van ­binnen.”

De liefde

18:
“Daar trek ik me niks van aan, liefde. Ja, voor mijn familie en mijn zaakwaarnemer. Vroeger had ik drie dingen: school, meisje, voetbal. Dat ging niet, dus moest ik één ding laten vallen: meisje. En toen ging het nog altijd niet, dus liet ik school vallen. Twee dingen tegelijkertijd kan niet.”

“Seks maakt je blij. En waarom zou je wachten tot na het huwelijk? Je gaat weleens uit, je ziet weleens wat. Het brengt ook even andere dingen in je hoofd: even weg van voetbal, even weg van je familie, even lekker je hoofd leeg. En dan kun je weer aan de bak.”

28:
“Het is net een jaar uit. Helaas. We waren vijf jaar samen. Elaine. De dochter van Henk ten Cate, dat mag je best opschrijven, dat weet toch iedereen. Ik dacht: zij is de ware. Het was een klap. Echt een klap.”

“Vroeger liet ik een meisje zo vallen voor voetbal, maar als een persoon op het juiste tijdstip instapt bij jou, en het klikt, dan kan liefde ontstaan. En zij was er voor mij toen mijn vader overleed, en daar ben ik haar dankbaar voor.”

“Ik kijk nu anders aan tegen de liefde, je wordt volwassen, je weet: eerst jezelf in orde maken en niet je rommel meenemen naar een andere relatie.”

“En wat ik zei over seks: je bent jeugdig, speels, naïef. Vraag buiten elk jongetje van achttien over seks en hij geeft je hetzelfde antwoord. Nu is het anders, gewoon normaal. Gewoon normaal.”

38:
“Nu op dit moment is de liefde mijn management. Ik heb drieënhalf jaar een relatie gehad, dat is nu een jaar uit. Dus, ja. Leuke vrouw, maar het werkte op een gegeven ­moment niet. Ik heb altijd gezegd: na mijn carrière ga ik settelen, met kinderen en noem maar op. Maar ja, ook met management en scouting ben je zo vaak weg, en dat heeft toch invloed op je relatie.”

“Een partner met wie je alles kan delen is super. Alleen, het is niet iets dat moet. Als jij gelukkig bent met jezelf, dan ben je gelukkig. Heel veel mensen zijn eenzaam zonder partner, maar ik kan nu zomaar een maand in Australië zitten of Dubai of Curaçao of Spanje, en dan ben ik ook ­supergelukkig.”

“In deze wereld is het altijd zo: o, ik pas me wel aan jou aan. In het begin is het supergezellig en alles erop en eraan, maar aan het einde van de rit gaat die persoon weer terugvallen op oude gewoonten. En dan ineens gaan ­jullie botsen. En dan is het: we zijn toch uit elkaar ­gegroeid. Nee, het is vanaf dag één al verkeerd gegaan, je hebt je totaal aangepast. Daarom zeg ik in het begin al: ik ben wie ik ben. Ik hou van sport, ik hou van het leven en van genieten, maar ik wil ook keihard werken.”

“Seks, aantrekkingskracht, het intieme, dat is wat jou man en vrouw maakt. Seks kan je liefde nóg versterken. Het verschilt natuurlijk. Soms ben ik hard aan het werk, soms geniet ik van het leven en soms staat mijn focus er niet eens op. Het is geen continu iets. En ik ben vrij om te bewegen. Of ik het nou elke dag, een keer in de week of in het jaar wil doen, dat kan ik zelf bepalen.”

De ideale dag

18:
“Om zeven uur opstaan. En dan naar Venetië vliegen en daar met mijn broertjes een dag genieten. Boottochtje ­maken, lekker rustig eten, gewoon kijken hoe mooi het is. We nemen de laatste vlucht terug en dan nog effe in de stad kijken of er nog wat te beleven valt. Zo zou mijn droomdag zijn. Barcelona is ook goed.”

“Kijk, sommige jongens kunnen het niet doen. Ik wel, dus waarom niet? Ik heb heel veel dingen opzijgezet. ‘Hé, ga je mee uit?’ ‘Nee, mijn moeder is ziek.’ Terwijl ze helemaal niet ziek was. Dat zijn geen leuke leugens om te ­vertellen, maar zulke dingen worden nu beloond.”

28:
“Sowieso sta ik om zeven uur op, ik ben altijd vroeg ­wakker. Naar beneden, cappuccinootje, omkleden en dan even kijken hoe het met mijn moeder is. Wacht, ik mag het helemaal zelf verzinnen…”

Youssouf in 2011. Beeld Raimond Wouda
Youssouf in 2011.Beeld Raimond Wouda

“Lekker rustig, helemaal niks doen. Lekker in Dubai, met mijn broertje en een vriend, genieten van de dag. Beetje ­relaxen aan het zwembad. Op een gegeven moment moet je toch iets doen, dus dan pakken we een taxi en gaan we lekker shoppen. Een broek, schoenen, voor je familie iets. En vandaaruit lunchen en misschien wat rondcruisen. En ’s avonds lekker eten, vis, Italiaans, garnaaltjes, en voor de rest…”

“Zo ging dat op Ibiza, of Griekenland. Dan begon je ’s ochtends op het strand en bleef je daar tot half acht ’s avonds. Lekker liggen, lekker zwemmen. Oké, zij zwom dan niet. Maar wel lekker samen lunchen of cruisen, dat was mooi. Omdat ik met haar was.”

38:
“Die heb ik al een paar keer meegemaakt. Ik sta iets voor vieren op. Dan wassing en bidden. Iets over half vijf ga ik naar beneden, even op mijn computer, een cappuccinootje halen. Ik open mijn mail en probeer een transfer te realiseren. Daarna trainen met de jongens.”

“Tussendoor een lunch met de mede-eigenaar van mijn bedrijf. Een carpaccio of broodje tonijn, ik ben niet zo’n hele grote eter. En ’s avonds gaan we meestal wat drinken, of met een speler een aantal dingen bespreken.”

“Ik heb eigenlijk geen ideale dag. Ik geniet van elk ­moment. Voor mij is dit ook een ideale dag. Dat ik jou na tien jaar weer ontmoet, is ook een ideale dag. Dat mijn jongens nu aan het trainen zijn. Ik doe alles met plezier.”

“En eigenlijk heb ik mijn ideale dag in principe al gehad. Dat was tijdens voetbal, op Wembley spelen. Dat heb ik ­gedaan. In de Arena spelen, in de Kuip. Nu kijk ik alleen naar: ben ik gezond, ben ik gelukkig, en ben ik tevreden met mijn leven hoe het nu is? En dat ben ik.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden