PlusInterview

Younes (27) zat 7 jaar vast: ‘Ik moest een stoere gangster zijn’

Younes Finani.Beeld Jitske Schols

Younes Finani (27) is een voormalig Top600-crimineel en zat zeven jaar in de gevangenis. Met een boek over zijn leven wil hij jongeren behoeden voor de criminaliteit. ‘Ik denk dat het een bestseller wordt.’

Toen Younes Finani een jaar of 15 was, was hij er wel klaar mee dat hij nooit aandacht kreeg van mooie meisjes. Hij dacht: ik heb nú dure kleding nodig. En een Vespa. Want mooie meisjes hingen altijd om de schouders van jongens met dure kleding en een Vespa. Moest hij daarom lang nadenken toen een oudere jongen uit zijn buurt hem benaderde voor een gewapende overval? Natuurlijk niet.

Finani had een brommer en kon goed rijden. De oudere jongen zat achterop. Finani droeg een bandana, de oudere jongen een bivakmuts. Hij had ook een luchtdrukpistool vast. Het plan: iemand van Canal Bike, een rondvaartbedrijf, beroven terwijl hij met de dagopbrengst naar huis liep. Het resultaat: de oudere jongen handelde te traag en de man met de dagopbrengst liep zijn woning binnen zonder de jongens ooit te hebben opgemerkt.

“We gaan een pizzakoerier pakken, die hebben ook buit, man,” zei de oudere jongen. Ook dat mislukte: de koeriers hadden minstens zo snelle brommers en konden eenvoudig vluchten. Oké, poging drie: Finani reed de Jordaan in. De oudere jongen zag een groep jongens en zei: “Ik pak die Mokkies daar.” Finani wist niet dat ‘Mokkies’ straattaal was voor ‘Marokkanen’ en wist ook niet dat hij en die ­Marokkanen elkaar kenden. Logisch wel, achteraf, hij kende immers iedereen in zijn buurt. De oudere jongen riep: “Hé, zakken leeg, dit is een kankeroverval!” De Mokkies overmeesterden hem. Drie weken later werd Finani flink in elkaar geslagen. Daarna was het goed. Hij en de Mokkies zijn zelfs vrienden geworden.

Hoewel Finani’s debuut in het criminele milieu dus niet bepaald succesvol was, schrok het hem niet af. Hij wilde nog steeds dure kleding en aandacht van mooie meisjes, en daarvoor moest alles wijken.

Gekkenhuis

Twaalf jaar later, Finani is nu 27, blikt hij in het nog te ­verschijnen boek Het verhaal van Johannes uit de Jordaan terug op zijn leven. In een notendop: Finani groeide op in de Jordaan, ging naar het gymnasium (waar zijn vrienden hem Johannes noemden, vandaar de titel), nam een andere afslag en bracht als Top600-crimineel zeven jaar door in de gevangenis. Met zijn boek wil hij jongeren ­behoeden voor dezelfde fouten als hij maakte.

“De laatste weken waren een gekkenhuis,” zegt Finani, terwijl hij een cocktail drinkt op het dakterras van Hotel W, dat afgelopen nacht meerdere keren is beschoten. “Een vriend van me zei dat ik Instagram moest aanmaken. Dat zou mijn boek onder de aandacht brengen. Dus ik een ­account aanmaken en een filmpje posten, en daarna barstte het los. Tweeduizend volgers in een uurtje. De ene na de andere journalist belde me.”

Wat Finani niet wil, is criminaliteit verheerlijken. Maar hij schrijft er ook niet omheen. “Het is true crime. Alles is waargebeurd. Ook de dialogen zijn intact: straattaal, ­Nederlands, Marokkaans, het Engels van een Ghanees. Zelf ga ik ook met de billen bloot. Ik beken diefstallen en woningovervallen waarvoor ik nooit ben gepakt. Ik leg uit hoe we zoiets bedenken en uitvoeren. Alle namen heb ik wel gefingeerd.”

Amsterdams Lyceum

Terug naar die eerste overval, zo’n twaalf jaar geleden. Veel andere jongens van 15 zouden niet meedoen. Waarom Finani wel? Volgens hemzelf begon het met zijn thuissituatie: zijn vader en moeder gingen uit elkaar toen hij drie was, zijn vader verhuisde naar Groningen. Hij voelde zich in de steek gelaten. Zijn stiefvader was altijd boos op hem. Het liefst was hij ver weg van huis, bij vrienden of op straat. Op zijn 15de werd hij van school gestuurd, omdat hij er nooit was. Hij zat toen in de derde klas van het gymnasium op het Amsterdams Lyceum in Zuid. In die tijd hing hij elke dag op straat, jatte brommers en werd uiteindelijk door Jeugdzorg in een jeugdinstelling geplaatst.

Omdat hij een maand moest wachten tot er een plek vrijkwam, werd hij tijdelijk in een jeugdgevangenis geplaatst. Daar zaten zware criminelen die een paar jaar ouder waren dan hij. “Een traumatische periode. Ik heb doodsangsten uitgestaan. Ik moest onder druk vechten, werd in elkaar geslagen. Ik kwam eruit en dacht: ik ga nooit meer over me heen laten lopen. Ik moest een stoere gangster zijn. Dat heeft me veranderd, hard gemaakt.”

Er was geen weg meer terug. Het kwam niet in hem op om bijvoorbeeld weer naar school te gaan. Hij bleef kruimelen: straatroven, brommers jatten, toeristen oplichten, nepdrugs verkopen. Hij werd door zijn moeder uit huis ­gezet, zat uiteindelijk drie maanden vast voor een straatroof. Een poos later pleegde hij weer een (gewelddadige) straatroof. Het Openbaar Ministerie maakte een overzicht met al zijn strafbare feiten van de laatste jaren. Hij werd veroordeeld tot twee jaar jeugddetentie en plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

“Het is zwaar om die uitspraak te horen. Je zakt in elkaar, het voelt alsof je je leven weggooit en niets meer gaat bereiken. Ik voelde me een dom, miezerig wezen. In de gevangenis denk je dat je het buiten allemaal anders gaat doen, je hebt hoge verwachtingen. Dat lukte ook, een paar maanden. Daarna wilde ik weer dure spullen. Dus ging ik drugs dealen.”

In die periode moest je overigens geen ruzie zoeken met Finani. Het was aardig gelukt een stoere gangster te worden. Hij had in de gevangenis elke dag getraind. Liep ­iemand te dicht achter hem bij de tramhalte, dan riep hij meteen: ‘Wat is er met je kankermoeder.’ Als iemand stoer deed, kreeg hij een klap.

Finani verdiende twee maanden lang wel duizend euro per dag, en gaf dat ook weer uit. Hij haalde nachten door in clubs, bij sekswerkers en begon zijn eigen cocaïne te ­gebruiken. Hij sliep elke nacht in dure hotels. Uiteindelijk werd hij na een lange politieachtervolging aangehouden met een tas gestolen spullen, op een gestolen scooter.

Hij kreeg vijf maanden celstraf. Dat werd verlengd met twee jaar, omdat hij bij terugkomst van zijn verlof hasj de gevangenis in probeerde te smokkelen en daarna op de vuist ging met de bewakers. Toen Finani hoorde dat zijn straf verlengd werd, ontsnapte hij direct uit de gevangenis. Dat was vier dagen feesten in de stad, tijd inhalen, en weer worden opgepakt. Hij werd naar een jeugdgevangenis in Drenthe gestuurd.

Daar ging het beter. Het was minder chaotisch dan in Amsterdam, het waren – in zijn woorden – ‘gemoedelijke boeren’. Finani, toen 19, behaalde er zijn havodiploma. Op verlof bleef hij feesten en drinken. Zijn straf is daardoor nog twee keer met een jaar verlengd. Dat vond hij niet erg. Hij wilde nu eenmaal genieten van het studentenleven, net als zijn ­oude vrienden van het gymnasium, met wie hij nog ­weleens contact had. Hij had last van fomo, fear of missing out. Op zijn 23ste kwam hij vrij. 

Crowdfunding

Daarna duurde het een paar jaar om helemaal te breken met criminaliteit. Er was nog een poging tot autodiefstal en hij bleef dealen. “In 2017 ben ik helemaal gestopt. Jongens uit mijn telefoon verwijderd, op straat alleen nog groeten in plaats van een praatje maken. En gewoon zeggen: ‘Ik ben nu op andere dingen.’ Dat vinden ze prima.”

De afgelopen twee jaar heeft Finani verschillende baantjes gehad in de sales en als verkoopmedewerker. Vond hij prima, maar hij vroeg zich ook af: ga ik dit heel mijn leven doen? Hij dacht: ik kan het ook mijn missie maken om jongeren te behoeden voor de criminaliteit. Met ze in gesprek gaan, misschien wel workshops geven voor de gemeente, of speeches schrijven en daarmee jongeren inspireren.

Dus begon hij drie maanden geleden met het schrijven van zijn verhaal. Finani heeft geen uitgever en doet alles zelf, om de regie te behouden. “Uitgevers moeten eerst mijn manuscript accepteren, gaan dan dingen schrappen, anders verwoorden, daar heb ik geen zin in. En dan pakken ze ook nog eens negentig procent van je inkomsten. Om alles te bekostigen ben ik een crowdfunding gestart, ik heb al vierduizend euro opgehaald, het doel is negenduizend. Van het gedoneerde geld heb ik een fotograaf en eindredacteur geregeld. Ik heb ook contact met boekhandels, Bruna heeft al interesse. Ik begin met vijfduizend exemplaren. Ik denk dat het een bestseller gaat worden. Het is goed geschreven en heel spannend.”

Top600

In 2012 is de gemeente Amsterdam gestart met de aanpak van 600 veelplegers in de stad, de Top600. Dat zijn veelplegers die over een periode van vijf jaar zijn aangehouden voor een high impact-delict zoals inbraak of een straatroof. Daarnaast zijn ze minstens drie keer veroordeeld voor een delict. Reden voor het opzetten van de Top600 is dat de gepleegde delicten in de stad steeds zwaarder werden. Ook viel op dat bij een steeds jonger wordende groep criminelen de overvallen en het geweld gepaard ging met wapenbezit en -gebruik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden