PlusInterview

Yfendo van Praag (17) speelt zichzelf in I Don’t Wanna Dance: ‘Toen ik het script las, kwam het wel heel dichtbij’

Yfendo van Praag (17) speelt een gefictionaliseerde versie van zichzelf in de film I Don’t Wanna Dance, en kijkt daarmee een dramatisch moment uit zijn jeugd recht in de ogen.

Yfendo van Praag: ‘Ik ben eigenlijk veel sterker dan ik dacht.’ Beeld Aaron van Valen
Yfendo van Praag: ‘Ik ben eigenlijk veel sterker dan ik dacht.’Beeld Aaron van Valen

De 17 jaar oude Yfendo van Praag heeft er een passie bij: acteren. Die moet nu wedijveren met zijn eerste liefde, het dansen – Van Praag is een bedreven freestyler. Het vuur voor acteerwerk ontvlamde op de set van I Don’t Wanna Dance, een speelfilm die is gebaseerd op Van Praags eigen leven, en waarin hij een gefictionaliseerde versie van zichzelf speelt.

“Acteren is echt part of me geworden, man,” zegt Van Praag grijnzend. “Ik heb echt gezien dat ik dit wil. Als je nu vraagt: wat wil je liever, dansen of acteren? Dan zeg ik: allebei! Ik wil meer rollen doen, meer spelen.”

I Don’t Wanna Dance draait om een dramatische gezinssituatie zoals Van Praag die zelf ook heeft meegemaakt. In feite is het al de derde keer dat dezelfde tumultueuze passage uit zijn leven door regisseur Flynn von Kleist op film wordt gezet.

Eerst was er de documentaire Omdat ik Yfendo heet (2017), gemaakt toen hij 12 jaar oud was. Toen de korte fictiefilm Kraaiennest (2018), waarin Van Praag de 13-jarige hoofdpersoon Joey speelt, nauw op zijn ­eigen leven gebaseerd. Die short was min of meer een vingeroefening voor de speelfilm I Don’t Wanna Dance, waarin Van Praag opnieuw een versie van Joey speelt, maar dan als 15-jarige.

Opgroeien

Drie films met hetzelfde uitgangspunt – een tiener en zijn jongere broertje gaan weer bij hun moeder wonen, ­nadat ze enige tijd uit huis geplaatst waren. Dat gaat ­bepaald niet van een leien dakje: de moeder is liefdevol maar ook onvoorspelbaar, wat wordt versterkt door verslavingsproblematiek.

In de drie films komen soms zelfs identieke momenten langs; de uitspraak waaraan de documentaire zijn titel ontleent, komt bijvoorbeeld ook in I Don’t Wanna Dance terug. “Er zijn allerlei scènes met dingen die je kan ­relaten uit de documentaire,” beaamt Van Praag. “Het vlecht echt allemaal in elkaar: de documentaire, de short en nu de speelfilm. Flynn heeft dat helemaal uitgestippeld, hij heeft er goed over nagedacht.”

Ondanks al die overeenkomsten zijn het drie compleet verschillende werken. Dat zit hem in de vorm, in het verschil tussen documentaire en fictie. Maar het zit vooral in die jongen die in alle drie de films centraal staat, of hij nou zichzelf is of zichzelf speelt. Wie de drie films achter elkaar kijkt (de documentaire en kortfilm zijn beschikbaar op de website van regisseur Von Kleist), ziet Van Praag stap voor stap opgroeien – van een kind van 12 naar een jongeman van 17.

Die ontwikkeling zie je zelfs binnen I Don’t Wanna Dance doorgaan. De film werd grotendeels gedraaid in de volgorde van het verhaal (wat in de filmindustrie zeker niet standaard is). Daardoor weerspiegelt de ontwikkeling van Van Praag als acteur die van zijn personage als mens, zegt hij. “Als je goed kijkt, zie je dat ik in het begin nog een beetje twijfelachtig ben, maar als de film op de helft is, zie je alleen maar vuur. In het begin is Joey heel onzeker, maar gaandeweg wordt hij sterker; hij weet beter wat hij wil en hij gaat er gewoon voor. Dat is ook wat met mij is ­gebeurd.”

Nogal intens

Dat I Don’t Wanna Dance op zijn eigen leven gebaseerd was, betekende nog niet dat Van Praag de hoofdrol in de schoot geworpen kreeg. “Ik heb gewoon een casting ­gedaan,” zegt hij lachend. “Ik moest er wel wat voor doen!”

Bij die casting stond hij tegenover Romana Vrede, die ook in Kraaiennest al zijn moeder speelde. Samen met ­Daniël Kolf, die in de film zijn criminele, oudere broer Roy speelt, werd Vrede tijdens het maken van de film ook een soort acteercoach voor Van Praag. “Toen ik het script voor het eerst las, kwam het wel heel dichtbij,” vertelt hij. “Ik ging twijfelen: kán ik het wel? Die twijfel kon ik loslaten door de tools die Romana en Daniël me meegaven. Zij leerden me hoe ik vanuit Yfendo Joey kon acteren.”

Yfendo van Praag in I Don’t Wanna Dance. Beeld
Yfendo van Praag in I Don’t Wanna Dance.

Want de film mag dan op zijn leven gebaseerd zijn, Joey is toch echt een personage, en reageert soms lijnrecht ­tegenovergesteld op situaties als Van Praag zelf zou doen. “Het grootste verschil is dat Joey nogal intens kan zijn; ik ben vrij rustig,” zegt hij. “Er zijn dingen toegevoegd, gedramatiseerd en gefictionaliseerd, maar de energy is hetzelfde.”

De scène die voor Van Praag misschien wel het belangrijkst was, zit uiteindelijk niet in de film: een moment waarop hij onder dwang bij zijn moeder wordt weggehaald. “Het is een moment dat ook echt is gebeurd, een ­hele commotie, politie erbij en al die dingen. Dus die scène kwam superdichtbij. Ik heb hem wel tien keer opnieuw ­gedaan, en het was echt een pijnlijk ding, maar ik kon steeds weer in die energy gaan, steeds weer gefocust zijn. Het was een pijnlijk proces, maar daar is zoveel uit ­gegroeid – zoveel zelfvertrouwen, eigenwaarde, liefde, kracht. Dat heb ik uit die scène kunnen halen, juist omdat de echte gebeurtenis nog zo recent was. En daardoor ging ik ook nog beter spelen. Het heeft echt veel voor me betekend.”

Punt erachter

Sowieso was het maken van I Don’t Wanna Dance bijna een vorm van therapie, vertelt Van Praag. “Het was soms lastig, maar ook wel refreshing. Je leert jezelf beter kennen. Het is een periode in mijn leven waar ik doorheen moest, maar niemand sprak er echt over, het werd een beetje achtergehouden. Als je dat verhaal dan mag vertellen, kom je jezelf weer tegen. Door het maken van de film heb ik er nu heel nuchter naar kunnen kijken. Ik heb veel meer begrip voor wat er gebeurd is. Ik heb het een plek gegeven. En het heeft me geleerd dat ik eigenlijk veel sterker ben dan ik dacht.”

De film eindigt met een shot waarin de echte familie van Van Praag om hem heen staat, krachtig en kwetsbaar tegelijk. Het is een gedurfde keuze als slotstuk van een film die hun hele getroebleerde gezinsleven op tafel heeft gegooid. “Het maken van dat shot zette ook ergens een punt achter,” zegt Van Praag. “Ik hoop dat het dat ook brengt voor de kijker – dat je weer even kunt ademen. Ik heb de film ­samen met mijn moeder gekeken en een keertje met mijn vader. Iedereen is trots, omdat het ons verhaal is. Zij weten hoe het was om het te leven. Natuurlijk, sommige dingen kunnen wel hard aankomen, maar uiteindelijk zijn ze er blij mee. En ook wel een beetje opgelucht. Omdat zij het ook een beetje beter begrijpen.”

Zoals hij ook hoopt dat de kijker een beetje begrip zal vinden. En wie weet hebben lotgenoten er ook nog iets aan om te zien dat je erdoorheen kunt komen, denkt hij. Voor hen heeft hij een simpel advies: “Nooit opgeven. Er zijn zoveel mensen die in de situatie zitten die ik heb meegemaakt. Over de hele wereld kun je dit soort verhalen vinden. Ik wil gewoon vertellen: blijf jezelf en ga ervoor. Dat is mijn kernzin.”

I Don’t Wanna Dance draait vanaf zaterdag in Arena, City, Filmhallen, Het Ketelhuis, De Munt en Rialto.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden