PlusEssay

Yesim Candan: ‘Mijn levensboom staat in Nederland, maar de wortels zitten diep in de Turkse bodem’

null Beeld SASIKA
Beeld SASIKA

Toen ze plots Turkije niet meer in kon om de begrafenis van haar lievelingsoom bij te wonen, ondervond publicist Yesim Candan hoe allesbepalend je roots zijn. En hoe het voelt als die bruut worden afgesneden.

Yesim Candan

“Je weet dat ik van je hou hè?” waren de laatste woorden die mijn opa tegen me zei. Zoals elk jaar belde ik mijn grootouders in Ankara op om ze een fijn offerfeest en ­suikerfeest toe te wensen. Mijn opa was slechthorend, waardoor ik altijd heel hard in de hoorn moest gillen.

Dat mijn wortels in Turkije liggen, was me als kind al duidelijk. Bij een zoutmeer vlak bij Ankara, waar als de flamingo’s hun overtocht houden het witte uitzicht verandert in roze. Iedere zomervakantie gingen we er met het hele gezin heen. En elke zomer opnieuw, als kind, maar later ook als volwassen vrouw, voelden die bezoeken als een warme terugkeer naar de kern van mijn ziel. De leegte die ik voelde wanneer ik in Nederland was, werd altijd weer gevuld als ik mijn opa, oma, oom en tantes zag in Turkije. Het voelde als thuiskomen, terwijl mijn wieg toch echt in Rotterdam stond.

Geëxposed

Kort na dat laatste telefoongesprek overleed mijn opa. Zijn vrouw, oma Sultan, was een rasechte feminist. Ze was alleen trots op vrouwen die hun eigen geld verdienden. Mijn emancipatie kreeg mede door haar vorm. Ze vond dat ik een man op de zoveelste plek moest zetten in mijn leven en mijn studie en carrière op de eerste.

Het was mijn oma’s grootste wens om na haar overlijden te worden begraven bij haar jongste zoon. Oma Sultan had twee zonen, van wie er eentje was overleden op elfjarige leeftijd – een groot drama dat de familie nooit heeft kunnen verwerken.

Toen ze overleed, kwam de familie bijeen in Turkije. Ik herinner me het moment nog goed dat mijn oma werd bijgelegd in het graf van haar zoon. Ik keek naar haar andere zoon, mijn oom Mustafa, en vóélde zijn verdriet.

Twee maanden later overleed ook hij. Ik denk dat hij is gestorven aan een gebroken hart. Oom Mustafa was de beste vriend en zielsverwant van mijn moeder. In mijn ogen was hij de knapste en leukste man op aarde. Mijn moeder is nooit meer over de dood van haar broertje heen gekomen. En ik ook niet.

Ik kon niet naar mijn ooms begrafenis omdat ik op dat moment geëxposed werd door een Turks online mediaplatform in Nederland. Daarop waren valse beschul­digingen over mij de wereld ingebracht nadat ik undercover een Turks halalstrand had bezocht – een strand waar ­vrouwen zwemmen achter een groot ­gordijn– en daar een column over had geschreven. Ze verbonden mijn naam zelfs aan terrorisme en ik kon daardoor niet het risico nemen om voet op Turkse bodem te zetten; er zijn eerder journalisten in vergelijkbare situaties vastgehouden.

Ik voel nog altijd een steek in mijn hart als ik eraan denk dat ik de begrafenis van mijn lievelingsoom heb moeten missen. Hoezeer ik er op dat moment naar hun­kerde om bij mijn familie te zijn, ons verdriet te delen, maar daarvan werd weerhouden door krachten van buitenaf.

Melancholie

Als je roots wegvallen door het overlijden van je opa en oma, worden met hen geen nieuwe herinneringen meer gemaakt. Wat overblijft is melancholie. Want mijn levensboom staat dan wel in Nederland, de wortels zitten diep in de Turkse bodem.

Als we weer naar Turkije gingen, in het turkenbusje met geruite gordijntjes voor de ramen, was ik altijd zo opgewonden dat ik al een week voor vertrek niet kon slapen. De autoreis was in zekere zin mijn levensreis. Gewoon drie dagen in een ruk doorrijden, zoals mijn vader altijd deed. Onderweg aten we de van thuis meegebrachte börek met feta, slapen deden we op de parkeerplaats. Ik lag dan altijd op de stoel achter de bestuurdersstoel, waarop mijn vader sliep, de hele nacht wakker van de kramp in mijn benen. Als kind had ik altijd een gruwelijke hekel aan die lange autorit, maar wat genoot ik van de lange vakantie erna.

null Beeld SASIKA
Beeld SASIKA

Ik kan de geur van het appartement nog steeds terughalen. Een warm mengsel van nootmuskaat en schoonmaakmiddel. Mijn oma Sultan had namelijk smetvrees en iedere dag werd het hele huis geboend met bleek. O, wat mis ik die geur. En dan mijn oma zelf, met de tatoeages op haar handen en gezicht – waar ik altijd jaloers op was. Na haar dood heb ik het Arabische woord voor ‘ziel’ in mijn nek laten tatoeëren, ter nagedachtenis aan haar.

Nieuwe vormen

Sinds de dood van mijn oom Mustafa zijn de sterke wortels van die grote, mooie boom voor mijn moeder en mij doorge­sneden. De band met het moederschip is weg. Je hoort het vaker, ook bij Nederlandse families, dat als een oma doodgaat, de matriarch, de hele familie uit elkaar valt. Het is iets universeels. Dat de ooms en tantes niet meer met elkaar spreken, niet zelden vanwege de verdeling van de erfenis, of dat het contact gewoon verwatert. Grootouders zijn vaak de verbindende factor in een familie. Uiteindelijk geloof ik dat ieder mens een kern nodig heeft en familie is zo’n kern. Bij ons was de oorzaak van het uit elkaar vallen van de familie de dood van mijn oom. Mijn moeder en haar zussen spreken elkaar nauwelijks meer. Hun verdriet hebben ze op elkaar geprojecteerd.

“Wie is je vader, wie is je moeder?” Zo treffend als Tante Es het gesprek altijd opent met haar gasten – zo ís het ook gewoon. Je familie, je roots, bepalen wie je bent in het leven. En als die ineens wegvallen, wat doe je dan?

Mijn Turkse familie heeft me veel ­gegeven in het leven. Die zomervakanties hebben me gevormd tot wie ik ben, de feministische levenslessen van mijn oma hoe ik de wereld bekijk. Bij het uiteenvallen van onze familie viel de bodem onder dat alles weg. Het betekende dat ik ergens anders opnieuw wortel moest gaan schieten. Ik ging op zoek naar nieuwe vormen. Net zoals bomen doen: als je de grond onder een boom zou bestuderen, zou je zien dat wortels van de ene boom contact maken met de wortels van andere. Datzelfde deed ik boven de grond, in Nederland.

Börek met feta

Voor mij betekent dit dat ik, als rasechte Rotterdamse, nu mijn basis in Amsterdam heb. De stad waarin ik met mijn kinderen woon, waar zij geworteld zijn, naar school gaan, hun vader en zijn familie wonen. Waar ze hun vrienden hebben en wij samen onze roots. Want wat mijn Turkse familie was voor mij, ben ik natuurlijk voor mijn eigen kinderen. Ik vind het belangrijk dat ik mijn wortels aan ze doorgeef omdat zij daar baat bij hebben. Zo geef ik de wijze levenslessen van mijn oma natuurlijk door aan mijn zoon en dochter, en leer ik ze de wijsheden van mijn opa. Gaan we elk jaar op vakantie naar Turkije. Vertel ik ze over mijn vakanties daar als kind. En börek met feta – die is tegenwoordig gewoon te koop bij Albert Heijn.

De familiebanden mogen dan zijn doorgesneden, de herinneringen blijven. Mijn biculturele wortels hebben mij gevormd als mens, als vrouw, als moeder. En uit­eindelijk zijn alle dierbare mensen die iets voor ons hebben betekend een toekom­stige wortel. Iedere traan en herinnering, elk stukje melancholie draagt bij aan ons leven. Ieder mens kan zelf beslissen hoe zijn of haar levensboom verder groeit, want uiteindelijk blijven herinneringen voortbestaan in je hart. Oma Sultan, oom Mustafa en mijn hardhorende opa zullen daar altijd deel van uitmaken.

null Beeld SASIKA
Beeld SASIKA

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden