PlusReportage

Wreed, snel en meedogenloos: de drie-tegen-drie-basketballers gaan naar de Spelen om te winnen

De drie-tegen-drie-basketballers trainen in het Frans Otten Stadion in Zuid.  Beeld Jakob van Vliet
De drie-tegen-drie-basketballers trainen in het Frans Otten Stadion in Zuid.Beeld Jakob van Vliet

De Nederlandse drie-tegen-drie-basketballers hebben een primeur: ze kwalificeerden zich voor de Olympische Spelen. Ze trainen in Amsterdam en een medaille zit er zeker in: ‘Wij kunnen elke ploeg verslaan.’

Het Frans Otten Stadion in Zuid is op een doordeweekse zomeravond omgeven door sport. In de directe omtrek liggen tennisvelden waarop jong en oud les krijgt, binnen pompen zwetende Amsterdammers hun biceps en borstspieren op in de fitnessruimtes. In de ruime kantine op de eerste etage blussen de meesten van hen vervolgens af met water of bier.

Ze kunnen door de ramen in de naastgelegen sporthal kijken. Engelse kreten verstoren de fluisterstilte. ‘Defence! Come on! This is bad.’ Het geluid trekt de aandacht van de tennissers en fitnessers, net bijgekomen van hun eigen ­activiteit. Slechts een deel van de amateurs weet dat de olympiërs in de hal naast hen werken aan de laatste voorbereidingen voor Tokio.

Lange mannen in oranje en zwart bestrijden elkaar op een grijze oppervlakte onder een basket. De zaal is de ­nationale trainingsgrond van de drie-tegen-drie-basketballers. Wat sportcentrum Papendal betekent voor de atletiek, is het Frans Otten Stadion voor deze sport. Hier worden getalenteerden alle faciliteiten geboden om zich te ontwikkelen tot de beste versie van zichzelf.

De basketballers spelen niet op een klassiek groot veld, zoals in de Amerikaanse NBA, maar op nog geen helft daarvan. Teams bestaan niet uit vijf maar uit drie spelers, exclusief de wisselspelers.

Deze moderne variant van het basketbalspel staat ­bekend als snel, intens en bij vlagen agressief. Pas aan de rand van het veld valt op hoe groot het fysieke geweld is tussen de duellerende spierbonken. De basketballers ­duwen elkaar opzij, trekken aan de ledematen en hier en daar valt zelfs een klap. Al dan niet per ongeluk.

Trainen doet de groep onder leiding van bondscoach ­Brian Benjamin twee keer per dag, op het scherp van de snede. Zeker nu de ploeg sinds een maand weet dat olympische kwalificatie een feit is.

Dat gebeurde bij de laatste kans in het Oostenrijkse Graz. Het Nederlandse team, voornamelijk bestaande uit ­Amsterdammers, versloeg op het olympische kwalificatietoernooi Frankrijk en de regerend wereldkampioen de Verenigde Staten. Dat bleek genoeg om het laatste ticket te bemachtigen.

“Ik ben heel blij dat de Olympische Spelen doorgaan, en nog blijer dat we ons hebben geplaatst,” zegt Dimeo van der Horst (30), al jaren een van de gezichtsbepalende spelers van het Nederlandse team. De basketballer staat nog uit te hijgen van de twee uur durende training. “We hebben er veel voor opgegeven, plaatsing is alle opofferingen waard geweest. Dat is een ultiem fijn gevoel.”

Niet protesteren

Voor de leek die nog nooit een wedstrijd drie-tegen-drie-basketbal heeft gezien: de spelregels zijn anders dan bij het ‘gewone’ basketbal. Het gaat razendsnel. Een potje is bij 21 punten of na tien minuten afgelopen. Binnen twaalf seconden dient de aanvallende ploeg te schieten.

Protesteren bij de scheidsrechter voor een te fysieke ­actie is zinloos om twee redenen. Ten eerste mag er veel meer bij deze variant van de sport en ten tweede mis je als speler de ­volgende actie waardoor de bal al in de basket ligt voor je weer bij de les bent. Het recht van aanvallen ­behaalt een partij door de bal buiten de halve cirkel rond de basket te spelen.

Rustmomenten bestaan niet. De hele wedstrijd gaat in de hoogste versnelling. Na een score of een gemist schot volgt meteen een volgende actie. Wie een seconde niet ­oplet, benadeelt zijn team. Concentratieverlies leidt ­onherroepelijk tot een tegenscore. Deze variant van het basketbal is bij tijd en wijle wreed, snel en meedogenloos.

 ‘Als we goed zijn, kan niemand ons kloppen.’ Beeld Jakob van Vliet
‘Als we goed zijn, kan niemand ons kloppen.’Beeld Jakob van Vliet

Er is niet veel fantasie voor nodig om deze variant te vergelijken met het basketbal dat vrienden onderling spelen op de Amsterdamse pleintjes. Het is soms vechten, de ­regels van de straat bepalen de winnaar.

Het is daarom niet zo gek dat Nederland al jaren meedoet in de wereldtop. Goud in Tokio is een reëel gesteld doel. Op wereldkampioenschappen is het team in 2017 en 2018 al tweede geworden. Nederland speelt vanaf 24 juli tegen ­onder andere Servië, Rusland en Letland, alle drie landen die behoren tot de medaillekandidaten. “Maar wij kunnen elke ploeg verslaan,” zegt Arvin Slagter (35), staand naast zijn teamgenoot Van der Horst. “De uitkomst van het toernooi ligt met name bij onszelf. Als we goed zijn, kan niemand ons kloppen.”

Kwaliteiten

Vraag Van der Horst en Slagter, die grote kans maken om definitief deel uit te maken van het Nederlandse team in Tokio, naar elkaars kwaliteiten en beiden zullen de ander ‘een complete basketballer’ noemen. In het drie-tegen-drie overleeft een speler alleen als alle facetten van het spel worden beheerst. De basketballer moet kunnen dribbelen, schieten, verdedigen, omschakelen en dient ­bovendien snel, sterk en intelligent te zijn. Vanwege het kleine veld moet de basketballer alle facetten beheersen.

Toch is het volgens Van der Horst en Slagter te kort door de bocht om de ander alleen maar compleet te noemen. “Dan doen we elkaar tekort,” zegt Van der Horst. “Ik ben bijvoorbeeld best allround, maar niet de beste schutter. Daarom speel ik graag met Arvin, omdat hij juist heel goed kan schieten. In mijn spel probeer ik ervoor te zorgen dat hij zijn schotkansen krijgt.”

Slagter: “Ieder van ons blinkt ook individueel nog in een aspect van het spel uit. Als team is het de kunst om elk van die kwaliteiten uit te spelen. Dat is de kern van het drie-­tegen-drie-basketbal.”

Overgestapt

De Amsterdammers waren in het verleden beiden actief in de reguliere basketbalcompetitie (vijf tegen vijf). Ze stapten over en werden gegrepen door de snelheid. “Je moet deze kleine variant los zien van de grote broer,” zegt Van der Horst. “Het normale basketbal is zwaarder voor knieën en enkels, omdat ze op volle snelheid heen en weer moeten lopen. Drie tegen drie is zwaarder voor de rug en de rest van het lijf vanwege de harde klappen die elke speler moet opvangen.”

Vanaf links: spelers Ross Bekkering, Arvin Slagter en Dimeo van der Horst.  Beeld Jakob van Vliet
Vanaf links: spelers Ross Bekkering, Arvin Slagter en Dimeo van der Horst.Beeld Jakob van Vliet

Zowel Van der Horst als Slagter maakte deel uit van het team dat de olympische kwalificatie binnenhaalde. Die prestatie gaf niet direct een garantie tot de Spelen, zo liet bondscoach Benjamin weten. De afgelopen jaren wisselde bij toernooien de samenstelling.

Maandag valt de definitieve beslissing wat betreft de ­selectie. Een deel van de trainingsgroep zal niet basketballen in Tokio. Een hard gelag voor sommigen. Van der Horst en Slagter zijn als vast onderdeel van het Nederlandse team vol vertrouwen. “We zullen er staan.”

Jeugd trekken

Drie-tegen-drie-basketbal is een nieuwe olympische sport en past in de trend die het IOC in beweging heeft gezet om meer jongeren geïnteresseerd te krijgen in het grootste sportevenement. Om jeugd te trekken, moet het sneller en flitsender. Om die reden zijn ook onder andere karate, skateboarden en klimmen toegevoegd aan het programma. De Nederlandse drie-tegen-drie-basketbalvrouwen kwamen niet door het kwalificatie­traject.

Het reguliere basketbal in een zaal werd in 1936 al gespeeld bij de Olympische Spelen in Berlijn. De Nederlandse ploeg wist zich nooit te plaatsen. Ook op wereldkampioenschappen was Nederland er nagenoeg nooit bij, alleen in 1986 lukte dat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden