PlusInterview

Wim Benschop bouwde zijn eigen vliegtuig: ‘Het luchtruim is nu lekker rustig’

Wim Benschop (78) maakte zijn jongensdroom waar: hij bouwde een vliegtuig. Elke woensdag vliegt hij een rondje. ‘Van bovenaf is de wereld veel mooier.’

‘Luchtvaartgek’ Wim Benschop bij en in zijn zelf­gebouwde Sonex Legacy PH-AWXBeeld Dingena Mol

Een vuurrood sportvliegtuigje doorkruist de blauwe lucht. Traag sterft het brommen weg in de lange witte sliert die het achterlaat.

Een kwartier later strijkt Wim Benschop, piloot van het rode gevaarte, neer op het gras van Vliegveld Hilversum. Behendig klimt hij uit de krappe cockpit van zijn zelfgebouwde vliegtuig, de Sonex Legacy PH-AWX. Leren pilotenjack, houthakkershemd, donkere zonnebril en versleten pet. Zijn vrouw Lenie vindt het maar niks, die groezelige pet en dat afgedragen pilotenjack. “Maar dat hoort zo,” zegt Benschop en lacht. “Anders ben je zo’n newbie.” En een nieuwkomer is Benschop zeker niet. Hij loopt al heel wat jaren mee in de wereld van de vliegtuigen. Een ‘luchtvaartgek’ noemt hij zichzelf.

Als kind bouwde hij modelvliegtuigen, herkende hij feilloos de verschillende types en verslond hij alle luchtvaartboeken die hij kon vinden. “Toen ik zestien was, droomde ik er al van mijn eigen vliegtuig te bouwen. Ik wilde ook graag zweefvliegen, maar helaas was die hobby niet populair bij mijn ouders. Een vriendje van me was bij het zweefvliegen verongelukt. ‘We gaan er niet aan meehelpen dat jij ook doodgaat,’ zeiden ze.”

Benschop gooide het over een andere boeg. Hij deed een opleiding voor vliegtuigbouwkunde en ging als vliegtuigmonteur bij Fokker werken. Na het faillissement van Fokker in 1996 vond hij een nieuwe baan als consultant in de luchtvaartindustrie.

“Pas op mijn zestigste kreeg ik meer tijd voor de droom die ik nog altijd koesterde: een vliegtuig bouwen. Mijn oudste dochter Hanneke trok me over de streep, toen zij mij voor Vaderdag een poster gaf met de tekst: A dream leads to nothing, unless you make it happen. Ze heeft gelijk, dacht ik. Het is nu of nooit.”

Slaapkamer opofferen

Vliegen kon Benschop al. Hij leerde op zijn vierendertigste zweefvliegen en haalde dertien jaar geleden zijn vliegbrevet. Nu alleen nog een eigen vliegtuig. Hij volgde in Amerika een workshop van Sonex Aircraft, een Amerikaanse ­fabrikant van vliegtuigbouwpakketten. “Je leert tijdens die cursus alle ins en outs van de Sonex, hoe je hem moet bouwen en welke gereedschappen nodig zijn.”

Beeld Dingena Mol

Benschop raakte na de workshop zo enthousiast dat hij in 2002 besloot om met zijn vriend Aad Eggers zo’n bouwpakket aan te schaffen. “We tekenden een maatschapsovereenkomst waarin we vastlegden dat we ieder de helft van de 45.000 euro voor het vliegtuig zouden betalen.”

Enkele maanden later werd het pakket thuisbezorgd. “Een deel van de onderdelen sloeg ik op in de garage bij mijn huis. Met enige overredingskracht mocht ik nog een slaapkamer opofferen als Sonexmagazijn. Daar hebben ­later ook de staartvlakken enige tijd gelegen. De vleugels kon ik kwijt bij een vriend, die een boerderij heeft.”

Benschop werkte zestien jaar een à twee dagen per week aan het vliegtuig. Hij sloot zich aan bij de Nederlandse Vereniging voor Amateur Vliegtuigbouwers (NVAV) om kennis en ervaringen uit te wisselen. “Het bouwen was echt een odyssee. Je moet drie keer nadenken voordat je ergens een boor in zet. Het duurt vooral erg lang, maar op zich is een vliegtuig bouwen helemaal niet zo moeilijk. Je kunt het vergelijken met een olifant eten, hapje voor hapje en doorgaan tot het einde. Mijn vriend Aad heeft steeds geholpen, maar moest in 2016 stoppen toen hij zijn baan verloor en fysieke problemen kreeg. Alex van der Zouw, ook lid van de NVAV, heeft zijn aandeel overgenomen.”

Zwaarbevochten compromis

Met Van der Zouw maakte Benschop het vliegtuig in 2017 af. Het moest alleen nog gespoten worden. Over de kleur waren de mannen het aanvankelijk niet eens. “Alex wilde hem het liefst appeltjesgroen hebben. Ik zag meer in een donkerblauwe romp met gele vleugels en staartvlakken. Uiteindelijk bereikten we een zwaarbevochten compromis: hij moest felrood worden, met wulpse witte lijnen.”

Op 7 mei vorig jaar maakte Benschop, toen 77 jaar, zijn eerste proefvlucht. “Vaak wordt afgeraden de testvlucht met een zelfbouwvliegtuig zélf te doen. Het is riskant, ­omdat de bouwer vaak probeert zijn vliegtuig in plaats van zichzelf te sparen als er iets fout gaat. Toch heb ik die vlucht gemaakt. Ik voelde gezonde spanning, maar vond het vooral erg leuk.” Zijn Sonex heeft intussen vijftig vlieguren gemaakt. Het vliegtuig haalt een hoogte van 3000 meter en een snelheid van 300 kilometer per uur.

Beeld Dingena Mol

Mensen zijn soms verbaasd dat Benschop zomaar mag vliegen met zijn zelfgebouwde vliegtuig. “Maar het is toch echt toegestaan. We hebben een liberale regelgeving. ­Uiteraard moet het vliegtuig wel aan de veiligheidseisen voldoen. Het wordt vooraf gecontroleerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport. Vervolgens krijg je een ­Bewijs van Luchtwaardigheid (BvL).” Hij moet bij de verkeerstoren altijd om toestemming vragen om te mogen opstijgen en te mogen landen.

Bij goed weer rijdt Benschop elke woensdag naar Vliegveld Hilversum om te vliegen. Ver weg van het coronavirus. “Van bovenaf is de wereld veel mooier. Ik geniet van de weidsheid en de landschappen. Het luchtruim is nu ook erg rustig. Een vriend heeft laatst een rondje om de Schipholtoren gevlogen. Dat kan normaliter nooit.”

Zijn vrouw Lenie is nog niet meegevlogen. “Eerst had ze het excuus dat zij er dan in elk geval nog voor de kinderen zou zijn, als er iets zou gebeuren. Nu hebben we twee teckels en vermoed ik dat ze straks de teckels als excuus gebruikt,” zegt Benschop en lacht. “Maar ik krijg haar nog wel zo ver. Ik heb een broer in Frankrijk en daar kunnen we mooi met het vliegtuig naartoe. Nee, veel bagage kan er niet mee. Een tandenborstel, twee slipjes en twee beha’s, dat is het wel zo’n beetje.”

Emptynestsyndroom

Nog elke week is Benschop blij met zijn ‘rode jongensdroom’. “Al moet ik bekennen dat ik ook een beetje last heb van het emptynestsyndroom. Ik mis mijn man cave. Het gaat niet alleen om het vliegen, ook om het sleutelen. De Sonex was een bouwpakket, ik droom ervan mijn eigen ontwerp te maken. Een vliegtuig dat lichter is, betere start en -landingsprestaties heeft en waarbij de stoelen niet naast, maar achter elkaar zitten. Dat lijkt me zo mooi. Maar of het ervan gaat komen… ‘Over mijn lijk,’ zegt mijn vrouw Lenie. Dan gaat ze er vandoor,” aldus een lachende Benschop. Hij tuurt naar de lucht: “Het is mooi vliegweer. Zonnig, milde wind.”

Tegen het einde van het gesprek worden zijn antwoorden vluchtiger. Hij wrijft zijn duim- en wijsvinger tegen elkaar. Zijn handen jeuken – letterlijk. Ja, hij wil heel graag nog even de lucht in. Hij steekt het sleuteltje, formaat fietssleutel, in het contact. De motor gromt en ronkt. Razendsnel draaien de propellers. Zachtjes deinen de vleugels. Hij taxiet naar de startbaan. Niet veel later vliegt hij met een fraaie schuine lijn de hemel in. Alleen een wolkige, witte streep blijft achter.

Zelf een vliegtuig bouwen

Voor het vliegen met een zelfgebouwd vliegtuig zijn strikte regels opgesteld. Je mag niet boven de bebouwde kom vliegen of in de buurt van grote vliegvelden komen. Ook nachtvluchten en commerciële vluchten zijn verboden. Een Bewijs van Vliegvaardigheid en een Bewijs van Luchtwaardigheid zijn noodzakelijk.

Veel bouwers zijn lid van Nederlandse Vereniging van Amateur Vliegtuigbouwers (NVAV). De club bestaat sinds 1969 en telt 350 leden. In de loop van de tijd zijn ongeveer 150 vliegtuigen zelf gebouwd in Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden