Willie Wartaal

PlusInterview

Willie Wartaal: ‘Het concept moeder is voor mij een stuk minder waard’

Willie WartaalBeeld Rahi Rezvani

Na vijftien succesvolle jaren met De Jeugd van Tegenwoordig komt Willie Wartaal (37) met zijn eerste soloalbum. De rapper over keuzes maken, zijn eigen gezin en opgroeien in de Transvaalbuurt. ‘Als je moeder je achterlaat, voelt dat gek. Het is toch iets van: ze wil je niet.’

Willie Wartaal knikt in de richting van een blok nieuwbouwwoningen. “Daarzo woon ik. Ik ben komen lopen vanochtend.” De eindbestemming was zijn eigen opnamestudio in de Haagse Vinex-wijk Ypenburg. Op het parkeerterrein ervan rookt hij nu een sigaret. Om de hoeken van de bedrijfspanden giert de wind.

Zes jaar terug verruilde hij zijn geboorteplaats Amsterdam voor de plek waar hij een gezin wilde stichten. In 2016 werd dochter Daia geboren. Twee jaar later volgde zoon Othello. “Ik mis Amsterdam totaal niet,” zegt hij. “Hier is het goed, man. Met de familie van mijn vrouw vlakbij. Genoeg oppastantes in de buurt.”

Het was in diezelfde gezinswoning dat Wartaal (Olivier Locadia) besloot voor het eerst in zijn leven een soloplaat te maken. Na vijftien jaar, zeven albums en een trits Top 40-hits als lid van hiphopformatie De Jeugd van Tegenwoordig, moest er ruimte komen voor Willie Wartaal, concludeerde Willie Wartaal zelf, gelegen op de bank met zijn enkel in het gips op een kussen.

Een statische houding die hij bijna drie maanden moest volhouden nadat hij op Koningsdag 2018 van het podium was gevallen bij een popfestival in Enschede. “Ik lag daar echt slecht te gaan. Ik kon helemaal niets doen, terwijl mijn zoontje net was geboren. Mijn vrouwtje leek wel een alleenstaande moeder.”

Hij zelf begon in die weken zijn leven te overdenken. Hij stelde zich vragen die zo klonken: “Hoe gaat het eigenlijk echt met me? Wie ben ik eigenlijk? Waar doe ik het voor?” Toen hij van de bank af mocht, wist hij wat hem te doen stond: al die muziek die hij maakte in de studio uitbrengen. Onder zijn eigen naam. En er een plaat van maken waarop enkel bangers kwamen te staan. De titel had hij daardoor ook al snel: Enkelbangers.

Kon je je eigen muziek niet kwijt bij De Jeugd van Tegenwoordig?

“Met de groep brengen we elke twee jaar een album uit. Maar ik maak zo veel meer. Toch had ik altijd smoesjes om die liedjes voor mezelf te houden. Ik was onzeker of ze wel goed genoeg waren. Of ik dacht dat ze De Jeugd in de weg zouden zitten. Terwijl Freddy (Tratlehner, red.) en Pepijn (Lanen, red.) wel andere projecten doen. Pepijn schrijft boeken, Fred heeft die hele shit met dat koken. Man, ik ben zo blij met mijn eigen muziek. Als het uitkomt, is het er pas echt.”

Had je die gedachte niet gekregen als je niet die verplichte rust had moeten nemen?

“Nee, zeker niet. Gek hè? Ik was mijn verlangen misschien onbewust aan het wegdrukken. Ik bedoel: alles gaat ook gewoon goed. Het is niet dat ik de hypotheek niet meer kon betalen. Er leek me dus geen noodzaak. Maar die was er juist wel. Dit was het enige dat ik nog wilde veranderen aan mijn leven. Dit album voelt als een nieuw begin. Ik kan weer bouwen. Die valpartij is een honderd procent blessing geweest.”

Hoe kwam het dat je zo hard viel?

“Het gebeurde nog voor we aan de show begonnen. Ik liep het het trapje naar het podium op, maar had niet door dat dat een L-vorm had. Ik wilde schuin rechtdoor, omdat de muziek al was ingestart. Ik heb gewoon die hoek overgeslagen en lag ineens beneden. Lijp, hè? Later hebben ze die hoek met wit tape afgeplakt. Maar dat was dus precies te laat.”

Freddy grapte afgelopen zomer op het podium met De Jeugd: ‘Willie was bijna dood.’

“Het podium was 1,95 meter hoog. Was ik op mijn hoofd terechtgekomen, dan had de situatie heel anders kunnen zijn. Ik kwam tussen de buizen en pijpen terecht. Harde spullen. Wat dat betreft heb ik veel geluk gehad. Ik had ook mijn rug kunnen breken.” Opgeruimd: “En Freddy heeft gelijk: ik had ook dood kunnen zijn.”

Wanneer drong de ernst door?

“Pas toen ik in het gips op de bank zat eigenlijk. Hoewel: Freddy en Pepijn waren meteen al echt bang. Ik zag aan hun blik dat het echt niet goed was. Daar schrok ik weer van. Maar pas thuis dacht ik: dit had echt veel erger kunnen aflopen.”

En daarna dacht je: ik moet haast maken met de dingen die ik nog wil doen?

“Als ik was doodgegaan, was ik doodgegaan zonder solomuziek te hebben uitgebracht. Dat had ik toch wel erg gevonden, ja.” Weer helemaal serieus: “Dat is wat ik heb geleerd, denk ik: je moet doen wat jezelf belangrijk vindt, waar jij zelf blij van wordt, niet wat anderen zeggen dat je moet doen.”

En jij vindt het nu belangrijk om je album te openen met een lied dat is vernoemd naar je dochter?

“Dat gebeurde gewoon. Daia zat tegenover me aan tafel. Wat ik tegen haar zei, is het refrein geworden. Later hebben Freddy en ik van de hoofdpersoon van de tekst een stripteasedanseres gemaakt. Misschien een beetje gek: een vader die een stripper de naam van z’n dochter geeft. Maar ik vind het juist grappig als mensen dat gek vinden. Gek is goed.”

Het nummer Minister President maakte je samen met Willem van The Opposites. Die zegt daarin over jonge collega’s: Ik was al bekend/Jij kon je veters nog niet strikken/Toen ik zei: ‘Handen in de lucht’/Zei jij: ‘Mama, kom me helpen met m’n billen.’

“Ja, we lijken wel twee oude rappers die boos zijn op de game, hè.”

Voel jij je zo?

“Ik voel me geen oude man. Maar ik weet wel dat de maatschappij liever naar jonge mensen kijkt. Begin twintigers, zeg maar. En je weet ook: kinderen bepalen de charts. Die kijken liever naar zichzelf in plaats van naar iemand van veertig.”

Voel je de hete adem van de nieuwe generatie rappers in je nek?

“Nee, man. Ik ben zo blij dat ik die leeftijd niet meer heb! Dat ik nu niet meer hoef door te breken. Ik heb niets meer te bewijzen. Probeer maar eens te doen wat ik heb gedaan. Blijf maar eens vijftien jaar on top of your game. Ik kijk soms wel een beetje neer op die jonge gasten, eerlijk gezegd. Wat ik bedoel: iets wat al gedaan is opnieuw uitvoeren, is niet zo moeilijk. Wij hebben met De Jeugd onze eigen stijl uitgevonden. Dat zal altijd veel waard blijven. Maar begrijp me goed: er zijn veel jonge gasten heel erg hard. Sevn Alias bijvoorbeeld. Idaly ook. En Ronnie Flex en Frenna natuurlijk.” Met een rollende lach: “Maar toch nog niet van ons niveau.”

Een sololoopbaan betekent niet dat De Jeugd van Tegenwoordig op de achtergrond raakt?

“Nee, hoor. We hebben nog niet echt laten zien wat we kunnen. Samen kunnen we nog groeien, dat weet ik zeker.”

Zijn Pepijn en Freddy behalve collega’s ook jouw beste vrienden?

“Zeker, man. We zijn een soort broers, zitten met elkaar opgescheept, maar dan om een toffe reden. We horen nu gewoon bij elkaar. Ja, we delen eigenlijk alles, vragen elkaar advies. Pepijn heeft nog een tijdje bij mij gewoond toen zijn vorige relatie was uitgegaan. Dat die twee nu ook weer op mijn album staan is heel vanzelfsprekend. Ik heb echt moeite moeten doen om ze hier buiten de studio te houden.”

Jullie begonnen als jonge twintigers die tussen het feesten door muziek maakten. Nu hebben jullie allemaal een vaste relatie en kinderen.

“Onze levens zijn compleet veranderd. Er raakt tegenwoordig niemand meer kwijt als we gaan optreden. We zijn echt saai geworden. Maar ik denk dat het juist goed is zo. Soms probeer ik nog weleens te vluchten naar het oude leven van partyen, drugs gebruiken en gek doen, maar het kan gewoon niet meer. We hebben kinderen. We zijn niet meer alleen verantwoordelijk voor ons eigen leven. Zonder kinderen zou ik nog steeds in dat leven van feesten en drugs hebben gezeten. Voor mijn gezondheid is het goed dat daar een rem op is gezet.”

Willle WartaalBeeld Rahi Rezvani

Wilde je altijd al kinderen?

“Ja, na mijn twintigste kwam dat gevoel sterk op. Misschien toch een soort biologische drang. En ik wilde het gezinsleven ook leren kennen als iets normaals en leuks. Ik ben blij dat dat nu lukt. Maar ik ben geen type dat roept dat mijn kinderen heilig zijn, hoor. Je mag het blijkbaar als vader niet zeggen, maar ze zijn soms ook gewoon onwijs irritant.”

Wartaal groeide op in de Transvaalbuurt in Amsterdam. Zonder vader, die nooit onderdeel was van het gezin en op Curaçao woont. Zijn moeder was verslaafd aan drugs en liet haar zoon en zijn vier jaar jongere halfbroertje soms enkele dagen alleen en zonder eten in huis achter.

Had jij een plan gemaakt voor je eigen vaderschap?

“Ik wilde het sowieso beter doen dan mijn ouders. Dat was op zich best wel makkelijk. Als ik alleen fysiek aanwezig ben, doe ik het al beter. Wat ik ook wil: niet mijn issues doorgeven aan mijn kinderen. Ik hoop zo erg dat dat lukt. Toch kom ik er steeds meer achter dat ik niet al mijn issues vooraf al had ontdekt. Nu ik meer over mezelf nadenk, merk ik dat ik nooit relaxed kan zijn tegen mezelf. Ik moet altijd méér dingen doen, steeds weer iets nieuws beginnen, me bewijzen. Ik hoop dat mijn kinderen daar geen last van krijgen. Het hindert me in elk geval volledig te genieten van wat ik allemaal heb.”

Waar komt dat gevoel vandaan?

“Dat is dus de vraag. Ik denk er veel over, maar kom er niet uit.”

Je zou kunnen redeneren: omdat je in je jeugd niet gezien bent, wil je nu zeker weten dat dat wel gebeurt.

“Oh ja, da’s een goeie, man. Zou best kunnen. Daar ga ik over nadenken. Ik snap wel dat mijn jeugd beïnvloedt hoe ik nu naar de wereld kijk, maar ik weet nog niet precies hoe, snap je?”

Later: “Kijk, als je moeder je achterlaat, voelt dat gek. Het is toch een gevoel van: ze wil je niet. Sindsdien weet ik wel: ik moet het zelf doen, uiteindelijk kun je op niemand bouwen. Ik denk dat het daardoor komt dat ik niet kan stoppen met werken.”

Je voelt je nog steeds niet veilig?

“Ja, dat is het. Het voelt nog steeds alsof het allemaal nog kan misgaan. Daarom kan ik niet ontspannen. Ik moet, ik moet, ik moet. Maar eigenlijk hoeft het allemaal niet meer op die manier.”

Je moeder overleed in 2016. Heb je hier met haar nog over kunnen spreken?

“Helemaal niet. De laatste paar jaar van haar leven heb ik nog wel contact gezocht, geprobeerd het gesprek aan te gaan. Maar dat werkte niet. Er kwam niets terug. Ik kreeg geen antwoorden. Eigenlijk had ik maar twee vragen. Eén: waar was je al die jaren? En twee: was het daar leuker dan bij ons thuis?”

“Ik hoefde geen excuses ofzo. Die tijd is geweest. Ik dacht alleen: laten we proberen om samen een connectie te vinden. Laat me je leren kennen. Maar daar stond ze niet voor open. Tja, wat moeten we dan nog? Ze hoefde zich echt niet kut te voelen over wat er is gebeurd, maar ik wil dan wel als een echt persoon worden gezien. Ze heeft me als mens nooit serieus genomen. Toen ik dat besefte, dacht ik: dat doe ik met jou ook niet meer.”

Jammer.

“Ja, jammer. Want volgens mij was ze wel tof. We hebben nooit echt gelachen met z’n tweeën, terwijl ik denk dat dat best kon met haar. Ze heeft lijpe shit op haar naam. Aan de andere kant: het concept moeder is voor mij gewoon een stuk minder waard dan dat waarschijnlijk voor jou is. Ik kan me best voorstellen hoe het is om een moeder te hebben die heel veel van je houdt, maar zoiets heb ik nooit gehad, dus ik kan het niet echt missen.”

Heeft ze je nog als vader gezien?

“Ik heb een foto dat ze Daia vasthoudt, ja. M’n moeder was toen al ziek, is een paar weken later overleden. Mijn vriendin vond het belangrijk om dat vast te leggen. Misschien komt het nog, maar ik ben niet per se blij met die foto. Ik weet niet eens waar hij nu is eigenlijk.”

Hoe heb je daar dood beleefd?

“Ik vond er niet echt iets van eigenlijk. Het is beter zo. Ik heb echt alles gedaan om contact op te bouwen. Het zat er gewoon niet in. Misschien waren haar hersenen ook al kapot van al die drugs die ze in haar leven heeft gedaan.”

Heb je wel weer contact met je vader?

“Ik spreek hem als ik op vakantie op Curaçao ben. Onze relatie is nu veel gezonder. Ik kan met hem een echt gesprek hebben. Hij neemt me serieus als mens. Dat is eigenlijk het enige wat ik van hem verwacht. Een echte vaderfiguur zoek ik niet meer.”

Hoe voed je zelf jouw twee kinderen op?

“Ik probeer vooral positief te zijn, geef veel complimentjes. Probeer ze zich goed over zichzelf te laten voelen en ze aan te moedigen. Wat ik vaak zeg is: ‘Je denkt nu dat het je nooit gaat lukken, maar op een gegeven moment weet je niet meer dat je het ooit verkeerd hebt gedaan.’”

Heeft je eigen vaderschap je blik op de beslissingen van je ouders veranderd?

“Ik kan me best voorstellen dat je, als de kinderen er eenmaal zijn, denkt: dit is bij nader inzien te veel voor me. Je moet je leven echt opnieuw inrichten, om de kinderen heen bouwen. Als je dat niet goed lukt, ga je misschien echt geloven dat die kinderen alleen maar kut zijn.”

Je neemt het je vader niet kwalijk dat hij zich nooit met jou heeft bemoeid?

“Als puber was ik heel verdrietig, maar daarna ben ik toch tot de conclusie gekomen dat mensen recht hebben om hun eigen keuzes te maken.” Stilte. “Staat het eigenlijk in de wet dat je voor je kinderen moet zorgen?”

Dat lijkt me op z’n minst een morele verplichting.

“Kijk, ik vind dat ik mijn kinderen moet klaarstomen voor de rest van hun leven, maar wat als je dat nou helemaal niet vindt? Vroeger, in de tijd van de slavernij, mochten mannen op Curaçao nooit bij de vrouwen in huis slapen. Vrouwen en kinderen waren samen, mannen moesten weg. Die verdeling zag ik in mijn jeugd in Oost ook veel. Het is blijkbaar in onze cultuur gesleten. Waren die mannen dan allemaal fout?”

Jij maakte juist rigoureuze keuzes voor je kinderen. Je ging voor hen in een nieuwbouwwijk ver van je twee beste vrienden wonen.

“Omdat ik het leuk vind, hè. Maar mijn ouders vonden dat dus niet leuk. Ik ben daar wel woedend over geweest, maar dat brengt je nergens. Er zijn blijkbaar mensen die heel anders denken dan jij. Ik denk dat je dat beter kunt accepteren dan boos blijven.”

Willle WartaalBeeld Rahi Rezvani

Hij staat op. Een nieuwe sigaret lonkt. Het wordt een glas water. Vanuit de studio-keuken: “Het lijkt in de huidige wereld al bijna zover dat iedereen verplicht hetzelfde moet denken. Dat is toch raar? Je mag toch vrij zijn in je hoofd? Waarom mag iemand bijvoorbeeld geen racistische gedachtes hebben? Als hij er geen mensen mee beledigt, is het toch niet erg?”

“Ik snap het mechanisme achter racisme heel goed. Dat mag ik waarschijnlijk niet zeggen, maar ieder mens is toch geprogrammeerd om groepen in te delen in wij en zij? Als het geen huidskleur is, verzinnen we wel iets anders. We doen nu met z’n allen of dat niet zo is, dat is best wel lijp.”

Waar pleit je dan voor?

“Om niet bang te zijn voor wat je denkt. Tuurlijk, je moet er niet naar handelen, maar we moeten wel in staat zijn om er rustig over te praten. Maar goed, als je als kind vaak voor ‘Zwarte Piet’ bent uitgescholden, snap ik dat je er wat minder relaxed in zit. Zelf was ik niet echt bezig met mijn kleur. Ik had in die tijd wel wat anders om me druk over te maken. Mij kun je niet meer raken met woorden. Ja, mijn familie of vrienden kunnen dat. Maar niet een of andere buitenstaander.”

Wat vind jij in dat licht van de gebeurtenissen rond voetbaltrainer Ron Jans? Hij werd bij zijn Amerikaanse club geschorst omdat donkere spelers er over vielen dat Jans een liedje met daarin het woord ‘nigger’ meezong.

“Weet je wat het ding is? Sommige donkere mensen vinden dat woord heel vervelend. Andere niet. Als wit persoon is het lastig om te weten met wie je te maken hebt. En in de VS is het weer anders dan hier. Daar zijn zwarten heel lang achtergesteld. Het is moeilijk.” Lachend: “Wat dat betreft ben ik blij dat ik donker ben, ik kan nigger zeggen wanneer ik wil.”

Met De Jeugd van Tegenwoordig maakten jullie in 2010 een nummer met het door jou gezongen refrein ‘Deze neger komt zo hard’.

“Vind ik nog steeds heel grappig. Je moet met wat je maakt mensen ook een beetje pushen, snap je.”

En als ik dat liedje als witte man voor je neus meezing?

“Van mij mag je. Vind ik niet erg. Maar als er iemand naast je staat die dat heel vervelend vindt, raad ik je aan zelf een goeie afweging te maken.”

Een bulderende lach volgt. Hij gaat weer in zijn stoel zitten en buigt zich over zijn laptop. Daarop licht de tracklist van Enkelbangers op. “Ja man, ik ben hier dus echt heel blij mee. Zelfs als niemand het leuk vindt, ben ik trots,” lijkt hij het gesprek te willen samenvatten. Naast het toetsenbord is een foto geplakt: Wartaal poseert met vriendin en kroost.

Ben jij een gelukkig man?

“Ik denk het wel, ja. Maar ik zou in veel andere situaties ook gelukkig zijn. Dat is iets waar jezelf over gaat, snap je. Ik heb een knop omgezet. Er bewust voor gekozen om niet meer verdrietig te zijn. Dat heb ik inmiddels wel geleerd. Je hebt altijd een keuze, ook al denk je soms van niet.” 

Enkelbangers verschijnt aanstaande vrijdag via PIAS Recordings.

Willie Wartaal in 2004. Wartaal heeft zelf geen jeugdfoto's.

Olivier Mitshel Locadia (Willie Wartaal)

30 mei 1982, Amsterdam

1986-1988 De Kraanvogel, Oost

1988-1994 Montessorischool Boven ’t IJ

1994-1998 Bredero Lyceum (mavo)

1998-1999 Walraven van Hall College (mbo)

2004 Begin van De Jeugd van Tegenwoordig

2005 Debuutsingle Watskeburt?! een nummer 1-hit

2006 De Jeugd van Tegenwoordig wint Edison voor Beste Nieuwkomer

2009 Optredens op Pinkpop en Rock Werchter

2010 Sterrenstof wordt grootste hit van De Jeugd na Watskeburt?!

2012 De Jeugd wint de Popprijs. Wartaal neemt deel aan Expeditie Robinson

2013 Het album Ja, natúúrlijk! wordt het best scorende album met een tweede plek in de Top 100

2019 De Jeugd geeft grootste concert ooit in Olympisch Stadion

2020 Soloalbum Enkelbangers

Wartaal woont met zijn vriendin en twee kinderen in Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden