PlusAchtergrond

Wielerinstituut Presto vertrekt uit Haarlemmerstraat: ‘Er liep altijd wel iemand binnen die hier al veertig jaar komt’

Loek Valk (71) bleef met wielersportzaak Presto de Haarlemmerstraat altijd trouw, ook toen de buurt verloederde. Maar volgende week levert hij de sleutels in. Waarmee er weer een klassiek Amsterdams wielermerk uit het straatbeeld verdwijnt.

Peter de Brock en Thomas Sijtsma
Eigenaar Loek Valk van Presto Cycle Sport aan de Haarlemmerstraat: ‘Het voelt gek om hier voor een van de laatste keren te zijn.’
 Beeld Daphne Lucker
Eigenaar Loek Valk van Presto Cycle Sport aan de Haarlemmerstraat: ‘Het voelt gek om hier voor een van de laatste keren te zijn.’Beeld Daphne Lucker

Drie paspoppen, kratten vol onderdelen, een gedemonteerd reclamebord, enkele ladekastjes met schroefjes, nippeltjes en boutjes en midden op de winkelvloer de twee laatste fietsen, waarvan eentje nog nieuw in doos. Het zijn de laatste herinneringen aan Presto Cycle Sport aan de Haarlemmerstraat, een instituut vervlochten met de Amsterdamse wielerhistorie.

“Nog een paar keer rijden en dan is alles wel verhuisd naar de opslag in Oostzaan,” denkt Loek Valk, al een halve eeuw eigenaar van de zaak, waarvan de geschiedenis teruggaat tot 1899.“Het is bijna weer zoals we hier in 1991 begonnen: leeg. Het voelt gek om hier voor een van de laatste keren te zijn.”

Om aandacht schreeuwende opheffingsuitverkoopborden in neonkleuren bleven achterwege. Slechts met een summiere boodschap achter de etalageruiten werd het vertrek aangekondigd: ‘Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan.’ Op de laatste openingsdag, zaterdag 26 februari, kwamen veel vaste klanten nog een laatste keer rondneuzen, herinneringen ophalen, de weemoed voelen en afscheid nemen. Voor de vertrouwde service moeten ze voortaan het Noordzeekanaal over, naar het filiaal in Heemskerk, dat openblijft.

Want Loek Valk gaat niet met pensioen, laat dat duidelijk zijn. Hij is een telg uit een echt Amsterdams rijwielgeslacht, zijn vader had een fietsenstalling aan het Frederik Hendrikplantsoen. Jongere broer Jaap (50) runt iets verderop in de Haarlemmerstraat een reguliere fietsenwinkel. En staat stand-by voor overname. “Een nakomertje, die nog wel een paar jaar meekan.”

Instortingsgevaar

Zo niet een van de twee winkelpanden, waarvan de bouwvalligheid al jaren zorgen baarde. “Aan lekkages raak je gewend, maar nu dreigt de hele achtergevel los te scheuren.” Nog geen 48 uur na de laatste kassahandeling werd met spoed begonnen aan versterking van de gebrekkige fundering.

Het acute instortingsgevaar bezorgde Valk een déjà vu naar 1990 toen Presto iets verderop in de straat zat op nummer 41, naast de oude Rex-bioscoop van Maup Caransa. “Een 17de-eeuws pandje, dat tegen de bioscoop aanleunde. Toen Caransa een sloopvergunning kreeg, kocht de gemeente me uit en kreeg ik deze plek aangeboden.”

Aanvankelijk alleen nummer 76, niet veel later volgde het nu bouwvallige buurpand. Na het oprollen van een brandgevaarlijk, illegaal Turks confectieatelier. “Die hadden illegaal stroom afgetapt, met telefoondraden als geleiding.” Daarvoor zat Perfecta er, een bedrijf in reclamematerialen met een eigen chromeerinstallatie. “Volgens mij willen we niet weten wat er allemaal de grond is ingelopen...”

Een authentieke Presto. 
 Beeld privéarchief
Een authentieke Presto.Beeld privéarchief

Mocht Valk op het oude adres nog wielerframes in elkaar lassen, in het nieuwe onderkomen tegenover het West-Indisch Huis werd dat nadrukkelijk verboden. Gelukkig vond Valk framebouwers buiten de stad, tot in Italië toe. Toch verdwenen de handgemaakte Presto’s op een gegeven moment uit het assortiment. Door het Duitse fietsenmerk Stevens. “Die leverden zulke goede fietsen, mooi afgemonteerd en tegen scherpe prijzen. Daar konden wij niet tegenop bouwen. De markt van toerfietsers is veel groter en interessanter dan die van de profs en liefhebbers van maatwerk.”

Eddy Merckx en Jan Janssen

Aanvankelijk bouwde Valk racefietsen onder zijn eigen naam. Totdat buurman en concurrent Evert Stroober van Presto stopte met zijn zaak en overname van het merkrecht aanbood. “Ik heb geen moment getwijfeld. Presto was een begrip in Amsterdamse wielerkringen.”

Grote namen uit het wielerpeloton gaven de voorkeur aan een handgemaakt exemplaar uit de Haarlemmerstraat boven de merkfiets van hun ploegsponsor, veelal een grote fietsfabrikant. De Amsterdamse frames werden overgespoten in de ploegkleur en voorzien van de gewenste merkstickers, bijvoorbeeld van het Britse Raleigh. “Evert schroomde er niet voor om met die fietsen voor Gerrie Knetemann, Joop Zoetemelk en ploeggenoten te pronken in zijn etalage.”

Stuk voor stuk maatwerk van framebouwer Jan Legrand, die later naam zou maken als mecanicien van de succesvolle TI-Raleighploeg van de Amsterdamse ploegleider Peter Post. Legrand bouwde ook het superlichte tijdritframe waarmee Roy Schuiten tot tweemaal toe een vergeefse aanval zou doen op het werelduurrecord van Eddy Merckx. Zelfs de Kannibaal (de bijnaam van Merckx) heeft zich ooit een Presto laten aanmeten, volgens Valk. Zo ook die andere Tourwinnaar, Jan Janssen.

“Ik reed in 1972 bij Flandria, die fietsen reden als kruiwagens,” zegt Janssen (81), die vervolgens framebouwer Legrand om een racefiets vroeg. “Die maakte hij bij Presto. Prachtig werk leverde hij af. Korte buizen, mooi afgewerkt. Die ging veel beter door de bochten. Merckx kwam in een wedstrijd naast me rijden: ‘Zeg Jan, dat kan geen Flandria zijn.’ Hij zag het vakwerk dus meteen.”

Leegstand in de stad

Net als in de jaren tachtig ziet Valk de leegstand in de stad toenemen. Ook de Haarlemmerstraat heeft betere tijden gekend. En nu vertrekt zelfs een instituut als Presto uit de winkelstraat. “Het liep hier altijd als een tierelier, ons Amsterdamse filiaal draaide jarenlang de beste omzet, maar het werd steeds moeilijker. In Amsterdam is de ruimte voor zaken als die van ons schaars en duur.”

De locatie is uniek, maar eigenlijk ook al te klein. En de zaak openhouden tijdens de ingrijpende renovatie, bleek geen optie. Met de covidpandemie bleven ook de buitenlandse toeristen weg. “Die gingen de deur uit met fietstassen of de door mij bedachte Prestowielershirts met de drie Andreaskruizen. En op de mouw de namen van Bernhard Leene en Daan van Dijk, die op een tandem van Presto goud hadden gewonnen op de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam.”

Rijwielhandel Presto, ca. 1935. In stofjas eigenaar Stroober, met twee zonen en personeel. Beeld Stadsarchief Amsterdam/Archief van de Firma Presto en Athletische Club De Bataaf
Rijwielhandel Presto, ca. 1935. In stofjas eigenaar Stroober, met twee zonen en personeel.Beeld Stadsarchief Amsterdam/Archief van de Firma Presto en Athletische Club De Bataaf

Valk bleef de Haarlemmerstraat altijd trouw, ook toen de straat veertig jaar geleden zwaar te lijden had onder drugsoverlast en kleine criminaliteit. Valk zag ondernemers komen en weer gaan. Toen het betaald parkeren werd ingevoerd en de trouwe klandizie uit de Zaanstreek wegbleef, opende Presto een filiaal in Oostzaan, het huidige magazijn. In 2010 volgde een derde winkel, in Heemskerk.

Dagelijks deed Valk zijn zaak in Amsterdam aan. De files voor lief nemend. Fietsen brengen en halen, de laatste zaken met werknemers bespreken. “We gaan Amsterdam vast vreselijk missen. Ook al was ik er slechts een uurtje, er kwam altijd iemand binnen die hier al veertig jaar komt. Dat was toch de kracht van Presto.”

En toeval of niet, ook nu stapt er een trouwe klant door de deur. Hij groet Valk amicaal met zijn voornaam en wijst naar de niet verpakte fiets: “Ah, hij is klaar. Top!” Loek Valk blijkt de fiets te hebben meegenomen uit de werkplaats in Heemskerk. Voordat de man met zijn fiets de winkel verlaat, scant hij het zo goed als lege interieur. “Heb je wellicht iets kleins over, een soort van aandenken?”

Een kansloze vraag, blijkt. In Heemskerk wachten twee vitrinekasten op de inrichting als Presto-minimuseum, ‘met oude foto’s, kaderplaatjes en meer memorabilia’.

Verzetshaard


De familie Stroober verhuisde in 1924 met hun rijwielstalling vanuit de Binnen Wieringerstraat 9 naar de nabijgelegen Haarlemmerstraat 51. Daar gaat ook de op een na oudste zoon Evert aan de slag, na het verlaten van school op 13-jarige leeftijd. Hij zou later Presto als wielermerk een boost geven.

Voor de oorlog vingen de Stroobers bij het Centraal Station al Duitse vluchtelingen op. Tijdens de bezetting waren ze betrokken bij de verspreiding van pamfletten voor de Februaristaking en hielden ze het verzet fietsende. De fietsenstalling fungeerde ook als contactadres tussen de verschillende verzetsgroepen, met de voortdurende aanloop van klanten als dekmantel. “We kregen koeriersters over de vloer met krantjes of die munitie kwamen halen,” vertelde Evert Stroober in 1988 in Wijkkrant De Gouden Reael. “Ook Hannie Schaft kwam een keer vanuit Haarlem op de fiets.”

Volgens Loek Valk hebben de Stroobers zelfs een aantal Duitsers geliquideerd, die aan het einde van de oorlog het Centraal Station wilden opblazen. “Die lijken hebben ze verzwaard in het IJ laten verdwijnen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden