PlusAchtergrond

Werner Herzogs Nosferatu is hoogtepunt in het vampiergenre

Soms vliegt er plotseling een film voor je raam. Parool­recensent Bart van der Put keek naar buiten en moest aan Werner Herzog denken.

De schoongelikte rattenplaag op de kade in Schiedam (scène uit Nosferatu, 1979).

De mens is een merkwaardig dier. Toen het door een virus tussen vier muren was opgesloten, werd het zich pas ­bewust van wat erbuiten leefde. Het grote opsluiten werd de opmaat tot de ontdekking van de natuur. Vertwijfeld tuurden we naar buiten en dachten: wat vliegt daar nou? En welk vogeltje zingt er zo vrolijk bij het ochtendgloren? De opsluiting legde ons leven aan banden maar de wereld werd er niet kleiner op, voor wie oog en oor de kost gaf.

Dat deden velen. Het was amusant om te lezen dat in ­allerlei internationale kranten, na een week of zes aan breed uitgemeten rampspoed, enthousiast over lokale ­flora en fauna werd geschreven, door mensen die aan­gaven dat ze er eerder geen oog voor hadden. Het hielp dat schuwe dieren de verlaten straten betraden en dat de stilte na het stadsrumoer de zangvogels een podium bood. Het was lente!

Volksmenner

Er zijn ook dieren die afgrijzen oproepen. Vleermuizen hebben hun uiterlijk niet mee en worden al eeuwen met duisternis, vampiers en hekserij geassocieerd. Ze vervullen als resistente dragers een sleutelrol in de coronavirusontwikkeling. Het is wachten op de eerste volksmenner die ze tot plaagdieren bestempelt en het uitroeien van soorten propageert. Maar wie de vleermuis opruimt, geeft de lucht aan de mug, die ons knokkelkoorts, malaria, zika en het westnijlvirus bezorgt. Nee, dan liever de vleermuis. Die brengt uw criticus in bange dagen verwondering en nuttige filmadviezen.

Naar buiten starend na een maaltijd met zonsondergang werd mijn oog in de schemering getroffen door twee rap fladderende vleermuizen, die zich voor mijn ramen aan insecten te goed deden. Het was tijd voor een vampierfilm waarin de nijvere diertjes zich in een vertraagd tempo voortbewegen, zodat we hun vlucht beter op waarde kunnen schatten. Werner Herzog, kom maar binnen met je plaag. Dan volgt Maarten ’t Hart je op de voet om je tot dierenbeul te bestempelen, maar dat hindert niet. Maarten mag zijn zegje doen.

Ziekelijke graaf

Werner Herzogs Nosferatu: Phantom der Nacht wordt als een van de hoogtepunten van het vampiergenre ­beschouwd, met dank aan de glansrol van Klaus Kinski als een ziekelijke graaf Dracula. Voor veel Nederlanders is het de beruchte vampierfilm waarvoor de Duitse regisseur tienduizend ratten in Delft losliet.

Dat behoeft nuancering. Het waren er minder, een deel liep in Schiedam voor Herzogs camera en helemaal losliepen ze nergens, volgens de filmmaker. De blik achter de schermen op de dvd doet anders vermoeden. In Herzogs 19de-eeuwse voorloper van een pandemische proseccopicknick wemelt het van de ratten, die tijdens de opname van het pestbacchanaal in Delft alle kanten op trippelden.

Herzog had het hoog in de bol toen hij de film in 1978 maakte. Hij beschouwde Nosferatu: Eine Symphonie des Grauens van Friedrich Wilhelm Murnau als de belangrijkste film uit de Duitse geschiedenis, omdat de zwijgende klassieker al in 1922 de opkomst van het fascisme en de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog aankondigde. Niet in letterlijke zin, maar in strekking en toonzetting.

Herzog wilde met zijn versie een brug naar Murnau slaan, omdat alle Duitse filmmakers na Murnau door het fascisme ­besmet waren en er een afgrond in de nationale filmgeschiedenis gaapte. De man die de afgrond kon overbruggen was niemand minder dan Werner Herzog zelf.

De regisseur kwijtte zich goed van zijn taak, al kan zijn dromerige Nosferatu zich niet meten met Murnaus sinistere meesterwerk. Dat lag niet aan de ratten, die Herzog na overleg met gedragsbioloog Maarten ’t Hart uit Hongarije liet overkomen om de pestuitbraak te verbeelden. Van de elfduizend witte laboratoriumratten legden er een paar duizend het loodje tijdens het gruweltransport en in de zwarte verfbaden, die Herzog nodig achtte om zijn brug naar Murnaus Duitse duisternis te slaan.

Lelijke bijsluiter

Die verfbaden waren zinloos: de diertjes die het overleefden likten zichzelf schoon. Werner Herzog is een dierenbeul, concludeerde ’t Hart. De schrijver zei het in 2010 hardop in Zomergasten en voorzag Nosferatu: Phantom der Nacht van een lelijke bijsluiter. Maar de door Herzog optimaal uitgebuite wetenschappelijke opnamen van de vertraagde vleermuisvlucht blijven magistraal.

Een jaar geleden wandelde ik mijmerend langs de Nassaukerk in Amsterdam, waar ik Murnaus Eine Symphonie des Grauens in 1997 met orkestbegeleiding zag. Een ijselijke kreet van boven doorbrak de herinnering aan de geslaagde voorstelling. Ik keek omhoog en zag een krijsende vleermuis die door twee kauwtjes werd achtervolgd. Op klaarlichte dag!

Ik stond perplex. De wachtenden bij de tramhalte staarden onverstoorbaar naar hun smartphone en hadden geen oog voor het spektakel pal boven hun gebogen hoofden. De plaag moest nog komen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden