PlusReportage

Wel zelf je bord afwassen: deze kok maakt in de Staatsliedenbuurt wekelijks een driegangendiner voor tien euro

Erik Wilschut (61) kookt al bijna veertig jaar in Zaal 100 voor de Staatsliedenbuurt en verre omstreken. Dat begon met een pan soep voor twintig mensen: ‘Best eng voor iemand die eigenlijk niets met koken had.’ Inmiddels zijn de maaltijden zowel biologisch als veganistisch.

Christiaan de Wit
Erik Wilschut: ‘Ik doe dit werk omdat ik het ­belangrijk vind dat mensen met een kleine portemonnee gezellig buiten de deur kunnen eten’ Beeld Marieke de Bra
Erik Wilschut: ‘Ik doe dit werk omdat ik het ­belangrijk vind dat mensen met een kleine portemonnee gezellig buiten de deur kunnen eten’Beeld Marieke de Bra

“Hoe lang ik dit al doe?” vraagt Erik Wilschut, terwijl hij tijdens het roeren in een grote pan in de keuken van Zaal 100 even zijn rug recht. “Ik durf het niet met zekerheid te zeggen… Maar het moet in 1984 zijn geweest dat ik hier voor het eerst in de keuken stond.” Wilschut is de drijvende kracht achter het Veko-Diner, een wekelijks low budget buurtkeukeninitiatief in de Staatsliedenbuurt.

“Via mijn tweelingbroer was ik vlak daarvoor met de kraakbeweging in aanraking gekomen. Zelf woonde ik tijdens mijn studie aan de sociale academie in een kamer waarvoor ik gewoon huur betaalde, heel toevallig een paar deuren verderop. Zaal 100 is van oorsprong een schoolgebouw dat gekraakt werd rond de tijd dat ik vanuit Zeist naar Amsterdam verhuisde. Op een gegeven moment ben ik op deze plek gaan helpen met de voorbereiding van maaltijden en even later werd ik gevraagd om een pan soep voor twintig mensen te maken – best eng voor iemand die eigenlijk niets met koken had. In mijn eigen keuken maakte ik toen simpele studentenmaaltijden met pasta, kaas en tomatenpuree. Ik heb mezelf het koken door de jaren heen spelenderwijs aangeleerd, gewoon door dingen uit te proberen.”

“Het koken in Zaal 100 deed ik echt voor de buurt. In het begin waren we uniek omdat we óók voor vegetariërs kookten – een eitje of een plak kaas in plaats van een stukje vlees. Je kunt het je nu niet meer voorstellen natuurlijk. Het was een tijd waarin met name veganisten met de nek werden aangekeken. Iedereen dacht in vlees, eieren, kaas en melk. Dat je zonder die ingrediënten iets kon koken, daar konden maar weinig mensen zich iets bij voorstellen. Zo heb ik er trouwens zelf ooit ook over gedacht. Mijn moeder schrok in de jaren zeventig zo van het klimaatrapport Grenzen aan de groei van de Club van Rome, dat ze ineens met vegetarische balletjes ging koken. Mijn vader, mijn drie broers en ik vonden ze vies.”

Geen liflafjes

Tegenwoordig huurt Wilschut een huis even verderop in de Ecowijk en zijn de Veko-Diners inmiddels zowel biologisch als veganistisch. De woensdagavonden trekken, hoewel iedereen welkom is, vooral old­skool idealistische eters. “Verderop zit een restaurant waar wel jonge, hippe veganisten komen,” zegt Tycho Arragon (65), een vaste gast die al twintig jaar van Wilschuts kookkunsten geniet. “Daar serveren ze liflafjes, van die kleine hapjes waarbij het om de smaaksensatie gaat. Je voelt het zeezout altijd tussen je tanden knisperen. Een sensatie is het zeker, maar of het een verfijnde smaak is, kun je je afvragen. In Zaal 100 heb ik nog nooit een slechte soep of pompoencurry gegeten. En je bent hier niet 65, maar tien euro kwijt aan het eind van de avond.”

“Inflatie of niet, tien euro is en blijft het,” zegt Wilschut. “Negen euro voor het bord en twee keer vijftig cent voor de soep en het toetje. Wil je alleen voor of na dan is het anderhalve euro, want ik wil het liefst dat iedereen alle gangen eet. Ik doe dit werk omdat ik het belangrijk vind dat mensen met een kleine portemonnee gezellig buiten de deur kunnen eten. Als er iemand komt eten die heel weinig geld heeft, knijp ik bij de kassa af en toe een oogje dicht. Zelf verdien ik ook niet veel, maar dat is ook niet nodig want ik heb niks met luxe. Ik krijg vanuit de Stichting Vekologisch het minimumloon uitbetaald.”

Minder vrijwilligers

Bij Zaal 100 mag je reserveren, maar het hoeft niet. Gemiddeld komt er zo’n man of dertig eten op een avond, maar in theorie kan het ook ramvol zitten. Zonder vrijwilligers als Angeline van der Pol (69), Michel Huijskens (53) en Marieke Duindam (53) – die door de krappe arbeidsmarkt steeds moeilijker te vinden zijn – kan Wilschut dus niet. Terwijl zij groenten snijden heeft hij zelf even tien minuten de tijd om bij bloemist Jantje Boeketje om de hoek een gratis bosje te halen dat hij vervolgens over de vaasjes op de tafels verdeelt. Ondertussen steekt een van de vrijwilligers de kaarsjes aan.

Huijskens heeft al lang geleden aangeboden een keer te komen helpen met koken en vandaag komt het er voor het eerst van. Samen met Wilschuts doorgewinterde sidekick Wilma van Rijzingen (61) neemt hij vanmiddag een deel van het snijwerk op zich. Huijskens: “Sinds de geboorte van mijn eerste kind acht jaar geleden zijn mijn vriendin en ik volledig op plantaardig eten overgestapt. Van vleeseters zijn we meteen veganisten geworden, het vegetarische stadium hebben we overgeslagen. Je kunt de straat op gaan om te demonstreren voor het klimaat maar je kunt ook op deze manier je bijdrage leveren. Na een wat onwennige periode vind ik het nu helemaal niet meer moeilijk om geen dierlijke producten te gebruiken in de maaltijden die ik kook.”

Het Veko-Diner op woensdagavond. Beeld Marieke de Bra
Het Veko-Diner op woensdagavond.Beeld Marieke de Bra

Zonder nou de hele tijd met het vingertje te willen wijzen is het klimaat voor Wilschut de belangrijkste drijfveer in zijn werk. Superstreng in de leer is hij niet. “Hardcore veganisten zullen het me niet in dank afnemen, maar als iedereen zijn vleesconsumptie drastisch vermindert, ben ik al heel blij. Dieren moeten eerst zelf heel veel eten voor wij ze eten en dat is waarom je zo ontzettend veel voedsel verspilt wanneer je een stuk vlees eet. Wat ik hier wil laten zien is dat je milieuvriendelijk kunt eten zonder er qua voedingsstoffen op in te leveren. In een maaltijd van mij zitten net zoveel eiwitten als in een gerecht met vlees.”

Sociale functie

Om klokslag zes uur komt de eerste golf eters de zaal binnengelopen. De vroegkomers zijn veelal op leeftijd en al jaren bekend met het driegangenmenu van Wilschut. De gentrificatie van de buurt heeft gek genoeg niet veel aan de clientèle veranderd. Niet veel later schuiven er ook wat twintigers aan. “Zij zijn van Milieudefensie Jong,” legt Wilschut uit.

De meeste mensen komen met zijn tweeën of in groepjes, maar er zijn ook eenlingen die bij andere eters aanschuiven. Zaal 100 is een plek waar je makkelijk een praatje maakt met iemand die je niet kent. En niet alleen aan tafel, ook tijdens het afwassen. “Sinds kort vraag ik mensen dat zelf te doen. Het heeft een sociale functie, maar de hoofdreden is dat ik dan ’s avonds anderhalf uur eerder klaar ben. En het zorgt ervoor dat ik wat meer tijd heb om af een toe een dansje te maken. Dat doe ik het liefst op de betere reggae of mellow house, niet alleen voor de lol maar ook een beetje om te rekken en strekken.”

Dat is nodig ook, want door de vele uren in de keuken heeft Wilschut artrose in zijn heupen, benen en voeten opgelopen en heeft hij regelmatig last van zijn rug. “Ik maakte laatst een praatje met een stratenmaker. We kunnen elkaar de hand schudden, zei ik toen, want jij hebt het zwaarste beroep en ik het op een na zwaarste. Hij vertelde me toen dat hij vroeger in de keuken stond en het koksbestaan had verruild voor zijn huidige baan omdat hij het werken met deadlines te stressvol vond. Dat kon ik wel begrijpen, maar ik wil ondanks mijn lichamelijke klachten hoe dan ook nog minstens tien jaar voor de buurt blijven koken.”

Veko-Diner: elke woensdag vanaf 18.00 uur uur in Zaal 100, De Wittenstraat 100, €10 (geen pin).

Langste vegetarische tafel

Erik Wilschut heeft zes keer het evenement Langste Vegetarische Tafel georganiseerd op het Museumplein. Tijdens de editie in 2016 schoven er maar liefst 1950 eters aan. Een record: nooit eerder nuttigden zoveel mensen tegelijkertijd een vegetarische maaltijd.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden