Tyrone Tay.

PlusInterviews

Wel een baan, maar geen huis: ‘Het vreet aan me’

Tyrone Tay.Beeld Nosh Neneh

Ze slapen tijdelijk bij vage kennissen of trokken weer in bij hun ouders: vier ‘economisch daklozen’ over hun leven. ‘Alles liep op rolletjes.’

Tyrone Tay: ‘Mensen moeten weten dat dit kan gebeuren’

Hij heeft alweer twee jaar een vaste baan: Tyrone Tay (51) rijdt voor een horecaverhuurbedrijf met een vrachtwagen door het land. Na een aantal moeilijke jaren heeft hij zijn leven op de rails gekregen. Hij heeft werk, structuur en, misschien wel het belangrijkst, hij krijgt elke maand salaris. Alles op orde, alleen heeft Tay geen huis. “Ik zit nu via hulporganisatie De Regenboog Groep gelukkig in een ­tijdelijke woning en dat is heel fijn. Maar het is geen huis van mezelf, ik weet dat ik hier uiteindelijk weer weg zal moeten.”

Voor Tay liep het leven soepel. Tot hij negen jaar geleden, na een tijdje in Spanje te hebben gewoond en gewerkt en een aantal tegenslagen, zijn woning verloor. “Ingewikkeld verhaal, maar het bleek dat ik mijn huis kwijt was. Toen begon het zwerven. Bij vrienden en kennissen kon ik af en toe blijven, maar er zijn ook nachten geweest dat ik in ­parken sliep. Ik leefde van dag tot dag.”

In die overlevingsstand zit Tay inmiddels niet meer, hoewel hij soms nog moeite heeft om zijn rust te vinden. “Voordat ik in deze tijdelijke woning zat, had ik veel boosheid, veel frustraties. Ik liep steeds met mijn kop tegen een muur. Dat maakt je gevoelloos, niets interesseerde me meer. Nu heb ik dat gevoel nog steeds een beetje, want ik heb ondanks mijn inkomen en mijn verantwoordelijke baan nog steeds geen huis. Dat vreet aan me.”

Het liefst vindt hij een eigen woning. “Dat is in Amsterdam bepaald niet gemakkelijk te realiseren. Dat is ook de reden dat ik met de krant wil praten: mensen moeten weten dat dit kan gebeuren. Dakloos zijn is geen ver-van-je-bedshow.”

Lars Hansen.Beeld Nosh Neneh

Lars Hansen: ‘Als conciërge op een basisschool kan ik geen huur van 750 euro betalen’

Wat het probleem is? Lars Hansen (35) hoeft er niet over na te denken: “Ik ben zelfredzaam, dat is het enige wat er mis is met me. Ik heb een baan, ik ben sociaal vaardig, ik functioneer prima. Maar sinds mijn relatie in 2017 op de klippen is gelopen, is er gewoon geen woning meer voor mij ­beschikbaar.”

Hansen ging sindsdien van hot naar haar. Hij trok weer in bij zijn ouders en verbleef steeds langere of kortere tijd bij vrienden en kennissen, maar een huis voor zichzelf, voor onbepaalde tijd: het zat er niet in. “Als er iets mis was met me, dan zou ik wel in aanmerking komen voor een woning. Dan zou ik worden geholpen. Ik heb geen kruiwagen en ik kan mezelf redden, maar met mijn salaris als conciërge op een basisschool kan ik gewoon geen 750 euro voor een huis betalen.”

De stad uit dan? Als Hansen niet een dochtertje van 5 jaar oud zou hebben, zou hij het zeker overwegen. “In Groningen kan ik vast een huis krijgen, maar ik heb hier mijn werk en mijn kindje dat twee dagen per week bij me is.”

De coronacrisis verergerde de zaak nog verder voor ­Larsen: hij is nu uit arren moede maar weer ingetrokken bij zijn ouders, die beiden in de risicogroep vallen. “Ik maak me daar enorm veel zorgen over, want door mijn werk zit ik de hele dag tussen kinderen en collega’s. Ik ben als de dood dat ik corona oploop en dat aan hen doorgeef. Dus doe ik heel voorzichtig, ga ik uit school rechtstreeks naar huis, waar ik dan veel op mijn kamer zit – ik, als man van 35.”

Hansen is doodmoe, zegt hij. “Ik heb nooit rust. Soms voel ik me zo depressief. Dat komt van alle zorgen, heb ik het gevoel. De situatie is uitzichtloos, want Amsterdam wordt steeds duurder. Zelfs een sociale huurwoning zou ik nauwelijks kunnen betalen.”

Kitty Steenvoort.Beeld Nosh Neneh

Kitty Steenvoort: ‘Ik heb te makkelijk gezegd: dan verlaat ik het huis wel’

Ook zij dacht het regelmatig: dakloos worden, dat overkomt anderen, mij niet. Maar na haar scheiding, twee jaar geleden, vond ook Kitty Steenvoort (56) zichzelf terug, reizend van het ene tijdelijke adres naar het volgende. Ze prijst zichzelf gelukkig met haar grote netwerk. Steenvoort verbleef bij allerhande kennissen, trok tijdelijk in bij een vriendin. “Het heeft me geraakt dat zoveel mensen hun huis voor me hebben opengesteld. Heel bijzonder.

Tegelijk: ik voelde me afhankelijk, het was steeds tijdelijk. Je bent dan toch een gast, het blijft een vorm van logeren. Het is vervelend, je hebt steeds het gevoel dat je anderen tot last bent, je bent bang om te storen.”

Iets anders kopen of huren was geen optie: doordat de formele scheiding meer dan een jaar duurde, kon ze geen kant op en met haar ex-man heeft ze afgesproken dat hun gezamenlijke huis pas wordt verkocht als ook het jongste kind het huis uit is.

Ze woonde in een mooi huis op IJburg, vijf woonlagen. “Ik ben slim en goed opgeleid. Toen het huwelijk met mijn ex-man ten einde liep, heb ik te gemakkelijk gezegd: dan verlaat ik het huis wel. Je zit in een nare situatie, je overziet de gevolgen niet van wat je doet. Ik had toen niet kunnen denken dat ik zo lang in een onzekere woonsituatie zou komen te zitten.”

Plus: Steenvoort werd ondernemer. Ze begon een yoga-school. Hierdoor had ze te weinig inkomen om in aanmerking te komen voor een woning in de vrije huursector. “Dat is het probleem: je moet vier keer de huur verdienen. Als ik dat zou doen, dan kocht ik wel een huis. Amsterdam is hypermoeilijk, via Funda of in de vrije sector ben ik kansloos. Er is gewoon te weinig voor alleenstaanden.”

Voorlopig zit ze goed in een studentenwoning. “Het is ­eigenlijk best gezellig, maar ik ben 56. Het is niet de bedoeling dat ik hier de rest van mijn leven zit.”

‘Na de intensive care was mijn leven veranderd’

Het dieptepunt was het moment dat Gijs (54) uit pure wanhoop maar bij een vage kennis, een man die hij kende uit de kroeg, in een niet al te riant bemeten tweepersoonsbed moest slapen. “Het was wat het was, het bleef allemaal in het nette, maar toen dacht ik wel: waar is het in hemelsnaam misgegaan in mijn leven?”

Voor Gijs, die niet met zijn volledige naam in de krant wil (‘Hoewel het mij allemaal ook maar is overkomen, is er ook schaamte’), ging het twee jaar geleden mis, toen hij werd getroffen door een hersenbloeding. “Ik lag vier dagen op de intensive care en toen ik daaruit kwam, was mijn leven veranderd.”

Daarvoor was Gijs een kickbokser, had hij werk en een huisje, maar door de gevolgen van de hersenbloeding verloor hij zijn baan en zijn relatie. “Als je midden in het leven zit, ben je je er natuurlijk niet dagelijks van bewust, maar ik kan nu wel zeggen dat mijn leven voorheen op rolletjes liep.”

Na die ‘ongeluksdag’ liep alles fout. “Dat ik nergens meer een eigen plekje had, dat ik het moest doen met de goedheid van de mensen om me heen, dat maakte me ongelukkig. Ik voelde me down, ik kwam tot helemaal niets meer. Deels doordat ik moeite heb met woorden vinden soms, maar vooral ook door de situatie waarin ik was terechtgekomen. Ik geld als zelfredzaam en inmiddels ga ik weer een beetje die kant op, maar zeker een jaar lang kon ik niets. Als je geen eigen plek hebt, al is het maar een kamertje, dan is het lastig om jezelf ook echt te redden.”

Gijs heeft sinds twee maanden een klein huisje gevonden via een hulporganisatie. “Vanaf nu kan het hopelijk alleen maar beter gaan.”

Economisch dakloos

Wel een baan, maar geen huis. ­Economisch daklozen, of zelfredzame daklozen, slapen niet in parken of de nachtopvang, maar zijn in veel gevallen wel aangewezen op vrienden, kennissen of familie. Vorig jaar sloegen de vier grote steden alarm: van de 40.000 daklozen zouden voor zover bekend 16.000 economisch dakloos zijn. Er is bij hen geen sprake van onderliggende oorzaken als een drugsverslaving of psychische problemen. Als oorzaak geldt in het algemeen dat mensen dakloos worden na een scheiding, een faillissement of het teruglopen van inkomsten bij ondernemers. Sinds de coronacrisis worden de problemen nijpender, omdat het ingewikkelder wordt logeerbedden te vinden: vaste bewoners werken vaker thuis en zijn bang voor besmetting.

Naast de G4 heeft ook de Nationale ombudsman recent de noodklok geluid over de toename van het aantal daklozen in Nederland. Volgens verschillende bronnen zijn het er nu 40.000, een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden