PlusBeeldspraak

Weer dansen, maar tot middernacht: angst voor de disco of bang in het donker?

Zaterdag mogen we de dansvloer weer op. Net als John Travolta in Saturday Night Fever, maar dan niet in de nacht. Houden de meneren van het gestruikelde kabinet er middeleeuwse denkbeelden op na?

John Travolta en Karen Lynn Gorney mogen weer dansen in Saturday Night Fever (1977).   Beeld Alamy Stock Photo
John Travolta en Karen Lynn Gorney mogen weer dansen in Saturday Night Fever (1977).Beeld Alamy Stock Photo

Hou vol. Heb nog even geduld. We zijn er bijna. Het is nog maar een paar nachtjes slapen en dan mag de disco weer open. Dat kunnen we eindelijk dansen en het leven vieren. Maar niet in de nacht: klokslag twaalf uur is het uit met de pret. Waarom? Daarom! Lekker puh. Wees nou maar gewoon blij dat het kan, het is altijd nog beter dan helemaal niet. Toch?

Ja hoor, meneren van het gevallen kabinet, het is inderdaad beter dan helemaal niet. Overdag dansen onder een dak is heus niet voorbehouden aan bejaarden, peuters en stijldansers in training. Dat kunnen we bijna allemaal als we dat willen. Het voelt misschien een beetje vreemd en onwennig, maar wanneer de basdreunen de trommel­vliezen en broekspijpen doen trillen en wanneer de feestverlichting naar behoren werkt, loopt het wel los. Ik durf te beweren dat hele meutes komend weekend zelfs op af­grijselijke muziek zullen dansen, alleen maar omdat het eindelijk weer kan. De nood is hoog.

Maar wat is er met de invoering van de coronapas en de strenge toegangsmaatregelen nog gevaarlijk aan dansen na middernacht? Het is een merkwaardige restrictie, die vragen oproept en dus verwarring zaait. Het nachtverbod doet vermoeden dat de machtige meneren van het ­gestruikelde kabinet er middeleeuwse denkbeelden op nahouden. Dansen om middernacht? Maar dat doen heksen en andere duivelaanbidders! Die houden zich onledig met duistere zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Voor dat gespuis draait DJ Beëlzebub zijn platen achterstevoren, zodat ze de verborgen boodschappen van de Satan luid en duidelijk kunnen horen. Niet doen! Denk aan de kinderen!

Het Amerikaanse Oostenrijk van Twente

Het is natuurlijk ook mogelijk dat de schrik na het ondoordachte ‘Dansen met Janssen’-experiment zo diep zit, dat er absoluut een verbod aan de nieuwe heropening ge­koppeld moest worden. Wat er eind juni in Enschede ­gebeurde, willen we niet nog eens meemaken. Er werden toen 201 besmettingen herleid naar een dolle avond in Aspen Valley. Dat is een discotheek die zichzelf als ‘Het ­Tirol van Oost-Nederland’ aanprijst. Wablief? Aspen is een stad in de Amerikaanse staat Colorado, Tirol een streek in Oostenrijk en Italië. De meneren van het kapotte kabinet zijn niet de enigen die verwarring zaaien; de Twentse discobranche kan er ook wat van.

Maar wat gaat er komende zaterdagnacht om twaalf uur in het Amerikaanse Oostenrijk van Twente gebeuren? Dan gaat de muziek uit en daarna gaan de ontnuchterend felle zaallichten aan. Buiten verandert de koets van Assepoester in een pompoen, terwijl de heksen in het bos onverstoorbaar rond de ketel blijven dansen. Gelijk hebben ze.

Tony Manero liet zich ook niet zomaar van de dansvloer wegsturen. Hij wist hoe het is om de lange dagen te tellen tot de disco weer opengaat en je de dansvloer eindelijk kunt betreden. Tony deed dat elke week. Want er was het banale leven van alledag en er was het schitterende nachtleven op zaterdag. Dat nachtleven hield hem op de been, daarin was hij koning te rijk.

Opgefokte vriendjes

Tony is de spil van Saturday Night Fever, de Brits-Amerikaanse filmklassieker die de discotheek, de Bee Gees en John Travolta in 1977 aan een wereldwijde opmars hielp. De film toont een scherp contrast tussen het dagelijkse ­leven van de door Travolta vertolkte Tony en diens triomfen op de dansvloer van discotheek 2001 Odyssey. Door de week werkt de negentienjarige Tony in de verf- en ijzer­warenwinkel en worstelt hij thuis met de katholieke mores van zijn Amerikaans-Italiaanse familie. In de discotheek ontpopt hij zich tot een charismatisch fabeldier, een schitterende ster op de dansvloer, een man in zijn element.

Het verbaast niet dat de film en Travolta in de grauwe ­jaren zeventig een fenomeen werden. De kleurrijke dansscènes werken nog steeds aanstekelijk en de strekking is tijdloos en raak. Het leven is geen feest, maar als je het kunt vieren moet je dat absoluut doen. Tony danst omdat hij zich nergens zo goed voelt als op de dansvloer. Dat is begrijpelijk wanneer we zijn thuissituatie, de opgefokte vriendjes en het Brooklyn van de jaren zeventig in ogenschouw nemen. Daar wil je niet in blijven hangen. Daar wil je uit losbreken.

Zolang dat niet lukt heb je een uitlaatklep nodig, dan moet je stoom afblazen. Op de dansvloer. In het nacht­leven. In de disco en de clubs. Desnoods met een vervelend coronapaspoort en gedoe aan de deur. Desnoods ­alleen tot middernacht, omdat machtige meneren bang zijn in het donker. Maar dansen zul je!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden