PlusAchtergrond

Wat te doen met gruwelijke filmpjes als die van Peter R. de Vries?

null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

Filmpjes van de neergeschoten Peter R. de Vries vlogen meteen na de aanslag over het internet, net als de oproep om ze niet te verspreiden. Was dit een poging om collectief afspraken te maken over een etiquette voor de sociale media?

Het is inmiddels een eerste impuls bij grote en kleine ­gebeurtenissen in het leven: even snel een foto online zetten. Of het nou een verschrikkelijk verkeersongeluk ­betreft, een halsbandparkiet aan het pindasnoer op het balkon of het perfecte hartje in de cappuccino. Dus zo gek was het nou ook weer niet, zegt communicatiewetenschapper Mark Deuze, dat ook de omstanders in de Lange Leidsedwarsstraat hun smartphones tevoorschijn haalden om de neergeschoten misdaadverslaggever Peter R. de Vries op beeld vast te leggen. “Het zit diep in ons digitale cultuur. Het leven bestaat uit instagrammable momenten.”

Wat Deuze wél verraste, waren de reacties op hetzelfde internet die volgden op de verspreiding van de filmpjes en foto’s. “Er liepen eigenlijk drie lijnen naast elkaar. Het ­begon met de mensen die de beelden hadden vastgelegd en gedeeld en de anderen die de beelden verder verspreidden. Dat leidde meteen tot een stroom van kritische reacties van andere gebruikers: doe dit niet! Interessant vond ik de reactie van de politie: zet het niet online, maar stuur het naar ons. Daarmee maakte de politie duidelijk te ­begrijpen hoe de digitale cultuur werkt. De filmpjes worden toch wel gemaakt en massaal gedeeld. Dus laten we er ons voordeel mee doen.”

De politie koos voor een pragmatische benadering, terwijl de gemoederen op de sociale media hoog opliepen bij de frontale botsing tussen de voor- en tegenstanders van de verspreiding van de gruwelijke beelden. In de woorden van de communicatiewetenschapper: een realtime oproep tot een ethisch reveil op internet. “Dat is trouwens niet nieuw. Sterker, het is een typisch aspect van de internetcultuur. Vanaf het prille begin, en dan heb ik het over eind jaren negentig toen we met z’n allen massaal online gingen, was er meteen discussie. Kan dit wel? Gaan we hier niet een grens over? Dat gold eerst voor nieuwsgroepen, later voor blogs en nu voor sociale media.”

Medeleven

Ook sociaal wetenschapper en publicist Linda Duits viel het op hoe heftig er op Twitter werd gereageerd op het verspreiden van de beelden na de aanslag. “Mensen waren emotioneel aangedaan en reageerden heel heftig op de persoon die de beelden had gefilmd. De filmer werd daarmee bijna tot de dader gemaakt. Vervolgens werden er ook weer beelden van de vermoedelijke filmer verspreid, waarmee ook een klopjacht had kunnen worden ontketend.” Tegenstanders buitelden over elkaar heen in medeleven. Dat bracht de beelden opnieuw onder de aandacht, merkt Duits op. “Het hielp niet per se om het vuur te ­doven.”

Over wat gepast is in deze situatie zijn nog geen gedeelde normen, zoveel is duidelijk, aldus Duits. “We hebben een camera in onze broekzak waarmee we voortdurend alles vastleggen. Dat iemand dit heeft gefilmd is dus niet heel raar, het is eerder een logische reactie. Tien jaar geleden waren burgerbeelden minder aanwezig, nu maken de journalistiek en de politie er gretig gebruik van en zijn ze zelfs naar dat soort beelden op zoek. Omdat de normen en waarden van wat we op dit vlak acceptabel vinden nog niet zijn gevestigd, is het een discussie die moet blijven worden gevoerd.”

null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

Dat verkennen van de grenzen op internet is een permanent proces, legt Deuze uit. “Deze aanslag was een uitermate heftige gebeurtenis, maar feitelijk gebeurt er elke tien seconden wel iets op internet waar mensen iets bij voelen. Verbazing, vreugde, verontwaardiging: die emoties zijn het fundament onder het verdienmodel van de platforms. We leven voortdurend van uitschieter naar uitschieter en daar voeren we vervolgens weer discussie over. Al die discussies zijn een permanent zoeken naar het antwoord op de vraag hoe we met dit medium moeten omgaan. Het is tegelijk boeiend en frustrerend, want de grenzen liggen niet vast en veranderen voortdurend.”

Dat is het grote verschil tussen de digitale cultuur en de analoge media: radio, televisie en krant. Die media zijn af, in die zin dat er in de samenleving een zekere consensus bestaat over waar de grenzen van de goede smaak zo’n beetje liggen. Dat komt, zegt Deuze, door de ervaringskennis die in de loop van lange tijd is opgedaan.

“Internet evolueert voortdurend. Er komt bij wijze van spreken elke week weer iets nieuws bij. Dat betekent dat ook de etiquette een levend ding is. Internet wordt elke dag ­opnieuw uitgevonden. Het kost elke keer moeite om uit te vinden wat de spelregels zijn. Dat maakt het boeiend, maar ook onrustig.”

Seks en geweld

Over spelregels gesproken: de ene schokkende post is de andere niet. Een nieuwswaardige gebeurtenis filmen en online zetten is iets heel anders dan onrechtmatig verkregen beelden de wereld insturen, zoals het plasseksfilmpje met Patricia Paay. Duits: “Dat laatste is illegaal en je bent medeplichtig als je het bekijkt en bijdraagt aan het verspreiden ervan. Maar de fascinatie voor seks en geweld is van alle tijden, en van alle leeftijden. Er wordt altijd makkelijk gewezen naar jongeren als het gaat om de verspreiding van de heftige beelden, maar iedereen met een telefoon kan het doen, ook volwassenen.”

Zo ging het ook in de Lange Leidsedwarsstraat, vermoedt Deuze. “Er zijn altijd mensen in de buurt om het te filmen en te delen. Ik durf te beweren: waarschijnlijk zonder erbij na te denken. Er zitten allerlei motivaties achter het delen van ellende. Het levert iets op: aandacht, erkenning, likes. Zelfs als mensen heel afwijzend reageren, zoals deze week ook massaal gebeurde, is er toch sprake van ­interactie. Heel knappe mensen hebben lang geleden al uitgedokterd dat het gezien worden een van de meest fundamentele menselijke behoeften is. Dat is het: we zitten op internet met zijn allen ontzettend menselijk te zijn.”

Het medium mogen we daar de schuld niet van geven, vindt hij. “De gedachte is vaak: als mensen opgaan in de massa is de drempel lager om heftige dingen te doen. Dat blijkt helemaal niet zo te zijn. Als dat zo zou zijn, zou het voortdurend uit de hand lopen. Het is een collectief spel, waarin over het algemeen maar weinig over de schreef wordt gegaan. De keren dat het gebeurt, wordt het uitvergroot door de journalistiek. Die doet, terecht, verslag van de uitzonderingen. Er is geen sprake van moreel verval, maar het omgekeerde is ook niet waar. Het enige dat we na dertig jaar internet zeker weten: morgen hebben we het weer over iets anders.”

Strafbaar?

Het delen van heftige beelden op ­internet is in Nederland niet verboden, net zo min als het filmen van heftige gebeurtenissen. De bescherming van de privacy staat in veel ­gevallen op gespannen voet met de vrijheid van meningsuiting. Toch werden na de aanslag honderden filmpjes van de neergeschoten Peter R. de Vries door Facebook en Twitter van internet verwijderd. Dat gebeurde in reactie op onder meer burgemeester Femke Halsema, die tijdens de persconferentie van de driehoek opriep de waardigheid van het slachtoffer te beschermen. Ook het openbaar ministerie deed een beroep op de verspreiders om aan het slachtoffer en zijn familie te denken.

null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden