PlusAchtergrond

Wat niet kon, gebeurde: Rachel Verbaan is de jongste zorgverlener die stierf aan Covid-19

Rachel Verbaan met bewoonster mevrouw Groen in verpleeghuis De Gooyer. Beeld Privé-archief

Tot nu toe zijn ten minste negen zorgverleners overleden aan Covid-19, onder wie de Amsterdamse Rachel Verbaan, die met 45 jaar de jongste is. Haar familie vertelt het tragische verhaal van haar dood, dat tegelijk een ode is aan alle medewerkers in de zorg. ‘Als iemand hun een gezicht moet geven, laat Rachel dat dan zijn.’

In de appgroep ‘Famiglia di mamma’ verschijnt een bericht: ‘Kan iemand al mijn bestellingen van AH afzeggen?’

Het is donderdag 16 april, 9.17 uur. Rachel Verbaan (45) ligt met Covid-19 in isolatie in het Amsterdam UMC en begint aan nog een boodschap aan haar familie. Ze heeft hoge koorts en voelt zich benauwd. Ze krijgt 15 liter zuurstof door haar masker – het maximum. ‘Kan iemand een beetje mijn huis opruimen en de was draaien? Lag al een week ziek in bed. Het is een puinhoop.’

Rachel krijgt van een zus én een broer hulp aangeboden. Wat zijn de inlogcodes? Welke AH? En dan om 10.30 uur, schrijft Rachel, kennelijk te verzwakt: ‘Ff stoppen met berichten.’ Een paar uur later ligt ze op de intensive care aan de beademing.

Wrang afscheid

Dat was meteen het laatste bericht in ‘Famiglia di mamma’. Een wrang afscheid, maar ook een teken dat Rachel geen idee had wat haar te wachten stond. De familie – moeder Margriet van Veen, vier broers, één zus plus aanhang – gaan vanaf dat moment verder in de appgroep ‘Rachel in het AMC’ – al snel een zenuwcentrum met berichten over bloedwaardes en lichamelijke condities die het midden houden tussen stabiel en zorgelijk.

Vlnr de broers en zussen Sander Leijen, Sufia Verbaan, Ruben Verbaan, Rachel Verbaan, Angelo Boelijn en Marnix Verbaan, 2016.Beeld Privé-archief

Op 26 april overlijdt Rachel aan een hersenbloeding. Ze is 45 jaar, de jongste van de minimaal negen zorgmedewerkers die in Nederland aan Covid-19 zijn doodgegaan. Niemand kon bedenken dat ze hier echt aan zou overlijden, zegt Sufia Verbaan (44, bewustzijnscoach), de zus van Rachel. “Ik dacht: oh, ze is ziek. Nou die is over drie weken wel weer beter. En daarna: ze ligt aan de beademing. Oh, maar daar komt ook het grootste gedeelte gewoon vanaf. En vervolgens: ze gaat naar de ic, nou ja, dat overleven ook veel patiënten. Tot de laatste dag dacht ik: ze komt er gewoon uit.”

Medewerkers ouderenzorg

Sufia zit in de lichte woonkamer van moeder Margriet van Veen (74), die voor het bezoek een kop koffie neerzet. Naast Sufia zit haar man Peter Schrooders (57, arts infectieziektenbestrijding). “Ze was jong, gezond en had geen onderliggende ziektes. Dus eigenlijk kan dit niet, maar het is haar wel overkomen.”

De familie benadrukt: dit interview is geen aanklacht, geen verwijt, geen statement, maar eerder een ode aan iedereen die in coronatijd in de zorg werkt – in het bijzonder de medewerkers in de ouderenzorg, die lange tijd niet de aandacht kregen die ze verdienen, omdat alle spotlights op de ic stonden. “Als iemand hun een gezicht moet geven, laat Rachel dat dan maar zijn,” zegt Sufia.

Schoolfoto van de zussen Sufia en Rachel Verbaan, tweede helft jaren tachtig.Beeld Privé-archief

Rachel Verbaan groeide op in Waddinxveen en Badhoevedorp. Ze zat op het Hervormd Lyceum West en was daar, net als op de basisschool trouwens, vooral bezig met de sociale bijzaken. “Dan zeiden de leraren: ‘Ontzettend leuk kind, maar ze doet niks op school,’” zegt haar moeder, die daar nog steeds vertederd om kan lachen. “Ze deed bijna over elke klas twee jaar, totdat ze eenmaal op het mbo zat en voor de zorg koos. Tóen had ze haar roeping gevonden. Ze was ontzettend zorgzaam. Ook naar mij toe. Dat zat gewoon in haar karakter. Rachel kon heel goed omgaan met bijvoorbeeld demente bejaarden en gehandicapten, zij was eigenlijk goed met allerlei soorten mensen.”

Humor

Peter vult haar aan: “Ik heb een verstandelijk beperkte dochter en als zij op een feestje kwam, was Rachel de enige die echt contact met haar had. Een ander heeft daar meer moeite mee.” Volgens Sufia trok ze het gewoon aan. Als er een verward persoon bij de bushalte stond en Rachel kwam erbij staan, wist je al dat die man met háár contact zou zoeken, niet met Sufia. Nee, Rachel had die dingen aan haar kont hangen.

Gevoel voor humor had ze ook, zegt Margriet. “Ze kon ook enorm lachen met de bewoners. Dan was er een oudere mevrouw die Wilhelmina heette en dan zei ze: ‘En Wilhelmina, hoe is het vandaag met Hendrik? Zit hij weer achter de vrouwen aan?’ Dat was typisch Rachel.”

Rachel, die in Nellestein in Zuidoost woonde, werkte al 29 jaar in de ouderenzorg, waarvan de laatste jaren als verzorgende in verpleeghuis De Gooyer aan de Von Zesenstraat in Oost.

Hel van een dag

Het werken in coronatijd viel haar zwaar, vertelt haar moeder. “Ze belde me soms na het werk huilend op. ‘Het was een hel van een dag,’ zei ze dan. Dat er bij een overlijden maar twee naasten afscheid mochten nemen, vond ze vreselijk.”

“Ze had ook van die pijnlijke verhalen. Tijdens haar avonddienst stond ze foto’s te maken van de jurken van een bewoonster die net was overleden. De familie had daarom gevraagd. Want wat trekken we moeder aan? Heel schrijnend vond ze dat.”

Rachel op de bruiloft van zus Sufia en Peter Schrooders in 2016.Beeld Privé-archief

Nee, Margriet was nooit bang voor corona, niet voor haarzelf en ook niet voor haar kinderen. Maar toen werd het paasmaandag. Rachel belde. Ze voelde zich al een paar dagen niet lekker en lag thuis op bed. Koorts, hoesten, kortademigheid, de symptomen lieten weinig ruimte voor een andere diagnose dan die van Covid-19.

Sufia bracht nog een grote pot vitamine C bij haar thuis – alles volgens de richtlijnen van het RIVM: potje voor de deur, aanbellen, paar stappen naar achteren. “Ik heb haar toen een paar minuten gezien. Het ging slecht met haar, maar ik dacht: ze is nu ziek, maar over een paar weken is ze weer beter. Dus ik heb daar helemaal niet emotioneel gestaan.”

‘Geheime’ liefde

Omdat Peter de dokter in de familie is, hield hij ook contact met Rachel. “Het is eigenlijk heel snel achteruitgegaan. Dinsdag, de dag voordat ze in het Amsterdam UMC werd opgenomen, klonk ze aan de telefoon nog goed. Het was eigenlijk de Rachel die ik kende: snel veel zeggen, even een ademteugje én weer door. Maar ik vroeg haar ook hoe ver ze kon lopen. ‘Tot het aanrecht,’ zei ze, daarna was ze op.”

Rachel werd thuis verzorgd door haar vriend Bert Kistemaker (56), kok in De Gooyer en tot voor kort haar ‘geheime’ liefde. De familie wist eigenlijk niet precies hoe het met die twee zat en ook op het werk hielden ze hun romance stil. Ze hadden al vier jaar een latrelatie.

In zijn appartement vertelt Bert over die laatste dagen thuis. Hij heeft op een dressoir een paar foto’s van haar neergezet. ‘Opa,’ noemde ze hem liefkozend. “Als ik even niet oplette, zei ze: ‘Luister je wel, opa?’” Hun laatst geplande vakantie naar Lanzarote heeft Rachel met grote tegenzin één dag voor vertrek moeten cancelen, omdat zorgverleners het advies kregen thuis te blijven. “Daar baalde ze ontzettend van.”

Broers Marnix en Ruben, moeder Margriet van Veen, zussen Rachel en Sufia, 1982. Beeld privé-archief

Of Bert bij haar wilde slapen, vroeg ze, toen ze steeds zieker werd. “Ze was bang. Natuurlijk doe je dat dan.” Ja, hij wist dat ze Covid-19 had, en dat hij ook een risico zou lopen om besmet te raken. Maar wat dan? Haar alleen laten? Dat nooit. Hij sliep op de bank en reikte haar dingen met een lange arm aan, waarbij hij die anderhalve meter gemakshalve maar even vergat. “Maar ik gaf haar bijvoorbeeld geen kus.”

Happen naar lucht

Woensdagochtend was ze vreselijk benauwd, zegt Bert. “Een vis op het droge. Zo lag ze te happen naar lucht.” De huisarts heeft na een visite de ambulance laten komen en die heeft haar naar locatie AMC gebracht. Bert heeft haar niet meer gezien.

Hij is er stuk van. Op 16 april had hij voor het laatst contact. Hij zoekt in zijn telefoon en mompelt: ‘Waar ben je?’ Als hij het appje vindt, leest hij het hardop voor: ‘Kut, zo zwaar. Kan niet praten.’

Daarna is het snel gegaan, zegt Peter. “Het virus veroorzaakte allerlei reacties, waardoor haar longen niet meer in staat waren om zuurstof uit te wisselen. Ze moest enorm veel ademhalingsbewegingen maken om zoveel mogelijk lucht door de longen te laten gaan. Dat is uitputtend. Vlak voordat ze naar de ic ging, belde de internist mij. De telefoon stond op de speaker. Ik hoorde haar op de achtergrond heel zwaar in haar masker ademen. Het allerlaatste wat ze zei was: ‘Komt goed’.”

Rachel, 1980.Beeld Privé-archief

Peter kreeg elke dag een update van een kinderarts, die daar vanwege de druk op de ic speciaal voor was aangesteld. “Ik leefde van update naar update – tussen hoop en vrees,” zegt Margriet. “Als ik het woord ‘stabiel’ hoorde, was ik al blij. Als de situatie ‘zorgelijk’ was, had ik het niet meer.” Videobellen wilde ze niet. “Dan zie ik op een schermpje mijn kind in een ic-bed liggen. Dat beeld wil ik niet bij me hebben, want dan slaap ik niet. Wat ik wel wilde, kon niet: naar haar toe om haar te strelen en over haar haar te aaien.”

Longen te ver aangetast

Op zaterdag werd Rachel, bij hoge uitzondering vanwege haar goede gezondheid en jonge leeftijd, aan een kunstlong gelegd. “Omdat zij de ideale kandidaat was om het wél te redden.” Dat was volgens Peter om ‘tijd te kopen’. “Van patiënten die het overleven op de ic weten we dat gemiddeld rond dag negen de longen beginnen te herstellen. Daar zaten we op te wachten.”

Zo ongeveer op het moment dat die omslag had moeten plaatsvinden, overleed ze aan een hersenbloeding. Maar als ze die niet had gehad, was het ook slecht afgelopen. Haar longen waren te ver aangetast. “Ze hebben echt alles uit de kast gehaald,” zegt Margriet. Maar het was niet genoeg. Op zondagochtend 26 april kreeg Peter een telefoontje van zijn contactpersoon. Er was geen redden meer aan. Vier familieleden mochten komen. Dat werden Margriet, Sufia en broer Ruben. Bert ging niet mee naar binnen. Hij had Rachel met videobellen al in slaap aan de slangetjes zien liggen en wilde haar liever in al haar sprankeling herinneren.

Rachel met haar nichtje Nadiah, 2011.Beeld Privé-archief

Margriet was bang dat ze zou schrikken van het beeld van haar dochter in een ic-bed. “Maar het was echt Rachel die daar lag. Ik kon eindelijk door haar haren aaien en ja, dan komt het moment dat ze zeggen: ‘We gaan afkoppelen. Wilt u daarbij zijn?’ Dat wilden wij. De intensivist en de kinderarts gingen naar een andere ruimte met monitoren zodat ze konden ‘meekijken’ met de medische apparatuur.”

“Binnen vijf of tien minuten kwamen de specialisten weer binnen en zeiden: ‘Ze is overleden.’ Het was warm, integer en voor ons heel belangrijk om mee te maken.” Daarna is het even stil in de woonkamer. Sufia slaat een arm om haar moeder heen.

Bang gemaakt

“Ik heb me aan alle RIVM-regels gehouden, totdat Rachel overleed.” Rouwen en troosten op anderhalve meter gaat simpelweg niet. Wat de familie niet wil, is mensen schrik aanjagen voor het enge virus, integendeel. “Er wordt zo veel angst gecreëerd,” zegt Sufia. “Elke dag weer die cijfers van de coronadoden. Iedereen wordt zo bang gemaakt.”

Ja, ze heeft net haar zus ‘weggebracht’, maar Sufia denkt dat het niet zo hard loopt bij iedereen. De theorie is: hoe meer virus je binnen krijgt, hoe zieker je ervan wordt, vult Peter aan. Sufia: “Rachel is aan enorme doseringen blootgesteld door onbeschermd te moeten werken. Er is misschien wel in haar gezicht gehoest. Misschien heeft ze besmette dekbedden schoongemaakt, dag in, dag uit. Zij heeft hoogstwaarschijnlijk zo veel Covidvirus binnengekregen dat er zo’n extreme reactie heeft plaatsgevonden.”

Hoe Rachel besmet is, valt niet te herleiden. Feit is dat de familie niet wrokkig is. Op wie moet je boos zijn? vraagt Peter zich hardop af. “Normaal kun je een bedrijf aanspreken op hun aansprakelijkheid, maar de coronacrisis is zo overweldigend groot. Naar wie moet je wijzen?”

Naar niemand, besluiten ze. Rachel zelf hoorden ze ook niet of nauwelijks over het gebrek aan mondkapjes en beschermende kleding. Zij ging gewoon door. Haar ‘oudjes’ hadden gewoon zorg nodig. Punt. Wie zorgt er anders voor ze? 

Bij verpleeghuis De Gooyer is het nieuws hard aangekomen 

Het overlijden van Rachel is als een bom ingeslagen in De Gooyer, zegt locatiemanager Nanette Quik. Niet alleen bij de collega’s, ook bij de bewoners. Rachel werkte op een afdeling met 12 bewoners met, zoals dat heet, chronische somatiek. Denk aan mensen die veel zorg nodig hebben na een hersenbloeding of ongeluk.

Quik ging ze een voor een af om ze persoonlijk te vertellen wat er met Rachel gebeurd was. “Dat was een van de moeilijkste dingen die ik ooit heb moeten doen. De ene bewoner huilde tranen met tuiten, een andere bewoner wilde dat ik meteen weer wegging. Hij wilde het eerst zelf verwerken. Er was iemand die tijdens mijn aanwezigheid met zijn broer belde, zodat ze samen konden bidden. Bij iedereen was de behoefte anders. Er zijn natuurlijk ook bewoners die het besef niet hebben. Iemand vroeg na de verdrietige boodschap om een broodje hagelslag en een glas chocomelk. Ja, dat hoort er ook bij.”

Daar zou Rachel dan weer heel hard om hebben gelachen, denkt afdelingshoofd Adrie Jansen, die haar nu al enorm mist. “Ze was betrouwbaar, loyaal, vrolijk en altijd als zij avonddienst had, dacht ik: ‘Gelukkig, Rachel zit er, ik kan het met een gerust hart achterlaten’.” Rachel was enorm betrokken en had een kritische blik. “In positieve zin,” zegt Quik. “Eerst mopperen en dan pakte ze het zelf op zodat het opgelost werd,” vult Jansen aan. “Altijd in het belang van de bewoners. Ze werkte vanuit haar hart.”

Soms belden familieleden om van de zorgmedewerkers te horen hoe het met moeder of vader, die cognitief achteruit hobbelde, ging. “Dan stapte Rachel op de bewoner af en zei: ‘Hier heb je de telefoon. Vertel maar even hoe het met je gaat’. Ze wilde dat niet achter de rug van de bewoners doen.”

Was Rachel bang om besmet te raken op het werk? Quik en Jansen weten het niet, al denkt Jansen dat in principe iedereen angstig is. De Gooyer had in maart de eerste besmettingen in huis en was daarmee een van de eerste vestigingen van Cordaan waar Covid binnen was gekomen. “Wij kregen wel altijd voldoende beschermingsmiddelen, al was er een gebrek aan schorten met lange mouwen,” zegt Quik. “Vanaf het begin gingen medewerkers bij patiënten met verdenking van of een bewezen Covid-19 al met beschermende kleding naar binnen, bij de rest niet. Dat was volgens de richtlijnen van het RIVM. Nu gebruiken we bij iedereen mondkapjes en andere materialen. Terugkijkend zeg ik: hadden we dat vanaf het begin maar gedaan, maar ja, zo waren ook de landelijke regels niet.”

In memorian
Rachel Verbaan

Rachel was er al, nog voor ze er was. Op een kleine polaroid zagen Ruben en Marnix hun nieuwe zusje: een klein donker en lachend meisje. Daaronder met pen geschreven: Nasima. Ze werd op 18 juni 1974 geboren in Naokhali in zuidoost-Bangladesh, op dat moment een land in complete chaos door de onafhankelijkheidsstrijd. “Miljoenen mensen stierven er door ziekte en oorlog,” zegt vader Willem Verbaan. Daar, in die tijd, werd Rachel geboren.

Kort na haar geboorte stierf haar biologische moeder Begum Mazeda Khatum aan cholera. “Haar biologische vader heeft Rachel toen naar het Leger des Heils gebracht.” Zo kwam ze bij de bekende majoor Eva den Hartog terecht, die haar, nog maar negen maanden jong, naar Nederland bracht. “Er was een verschrikkelijke oorlog gaande en Eva den Hartog redde haar uit die hel. Ik denk dat Rachel haar zorghart een beetje van Eva heeft geërfd. Dat zorgzame zag je al van jongs af aan bij Rachel. Het zat er altijd al in. Als klein meisje zorgde ze al voor haar zusje Sufia.”

Dat liefdevolle van Rachel was in alles te zien toen ze opgroeide in Waddinxveen. Waar haar twee broers sprintjes van de trap trokken om de venijnige tandjes van hun hond ontwijken, kroop Rachel bij dat beest in de mand. Waddinxveen werd later ingeruild voor Badhoevedorp en hier moest de zes-maanden-regel worden ingesteld. Rachel was namelijk zo geliefd bij de jongens. “Ik keek zelfs een beetje op tegen jou,” zegt Ruben, “trots was ik ook, om ‘de broer van’ te zijn.”

Vanaf 2011 is Susan Poeder als vriendin van Rachels broer Sander part of the family en sindsdien is kerst met de hele schoonfamilie voor haar vaste prik – mede omdat haar lieve schoonmoeder Margriet van Veen dan ook jarig is. De hele bende – zes kinderen plus kleinkinderen – komt op eerste kerstdag samen en de helft blijft slapen. Rachel moesten zij vanwege haar werk soms missen, maar als ze er was, was ze niet te missen.

Met z’n allen op de bank, met een rood wijntje lekker keuvelen over niets. Dan opeens was er wel iets. Alsof er een lont in een vat kruit werd gestoken. Felle discussies, ach, uiteindelijk toch weer over niets. Ja dan zagen ze Rachel. Onvermurwbaar en sterk: hoe meer weerstand ze kreeg, hoe stelliger ze was. Na middernacht taaiden Susan en haar man Sander af naar boven en hoorden ze Rachels Amsterdamse geratel nog door de muren heen. Ze verzuchtten – wat kan dat mens toch praten – en vielen in slaap ver voordat moeders en Rachel naar bed gingen.

21 april was dit jaar extra bijzonder want precies 45 jaar geleden was Rachels Nederlandse ‘geboorte’.

Dit soort data was belangrijk voor haar. “Bijna elk jaar kreeg ik weer een telefoontje van Rachel,” vertelt moeder Margriet lachend, “en dan zei ze: ‘Ben je niet iets vergeten?’ Dan was het weer 21 april en kreeg ik met een knipoog op mijn kop als een man die de huwelijksdag van zijn vrouw is vergeten.”

Rachel was de wandelende database. Ze wist alle belangrijke dagen van iedereen en ze was er als eerste bij om iemand te feliciteren. Haar aandachtigheid was haar grootste kwaliteit en het is niet verwonderlijk dat Rachel al die jaren in de zorg heeft gewerkt.

Ook al had ze haar voorkeuren, ze kon met iedereen omgaan, ook met degenen die anderen links lieten liggen. Mensen die hulp nodig hadden, soms moeilijke mensen. Rachel trok zich het lot van die mensen aan, gaf ze aandacht en praatte vol liefde over ze. “Ach die oudjes,” zei ze dan. Rachel moest altijd om ze lachen en hield zo veel van ze. Deze liefde komt nu terug bij haar.

Dit jaar op 21 april lag Rachel te vechten tegen corona in het ziekenhuis, maar speciaal voor haar vierden de ic-artsen toch haar 45 jaar in Nederland. De kleine grote held.

Na Rachels overlijden maakt de familie een rondje door haar huis en drinkt rode wijn, wat ze zo graag met haar deden. Boven de tv ziet schoonzus Susan ineens een bekend beeld: een foto van de laatste reis naar Japan met haar man Sander. Voor haar een willekeurige foto die ooit in de familie-app is gedeeld. “Dat deze foto zorgvuldig is gedownload, afgedrukt en ingelijst, zegt alles over Rachel.” Het appartement staat er vol mee.

“Ik heb drie camera’s, ben lid van de fotobond, maar Rachel heeft meer foto’s van mijn kinderen staan dan ik,” zegt Ruben. Ze nemen afscheid van haar, maar ontmoeten ook iemand nieuw: haar liefde Bert. “De regel was zes maanden, niet vier jaar,” spreekt Ruben zijn zusje, met een lach en een traan, een laatste keer toe.

De relatie tussen Bert en Rachel bleef de afgelopen jaren voor vrienden en familie wat uit het zicht – dat vonden ze eigenlijk wel spannend en prima zo. “Ja ze kon goed haar mond houden,” zegt Bert tot slot, waarop iedereen in lachen uitbarst.

Rachel die haar mond houdt, wie had dat gedacht. Ze denken dat ze komende kerst een extra glas rood bijschenken en een uurtje langer blijven zitten bij moeders. Maar vooral rond middernacht tijdens deze feestdagen zal het zonder Rachel oorverdovend stil zijn.­

Door Susan Poeder, schoonzus van Rachel

Rachel en vriend Bert Kistemaker op excursie naar Spinalonga, Kreta, 2018. Beeld Privé-archief
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden