Paul Dirks.

PlusPS van het jaar

‘Wat een mafkees, om vier uur ’s nachts rennen’

Paul Dirks.Beeld Erik Smits

Hardlopen in het blauwe uur, tussen maansondergang en zonsopgang. ‘Het is een magisch gevoel.’

Paul Dirks (48)
Start: 4.30 uur

“Van hardlopen word ik niet per se gelukkig. Ik heb de eerste vier jaar van mijn hardloopcarrière getraind bij een atletiekvereniging, ik heb snelle tijden neergezet op halve marathons, maar het was allemaal te veel gefocust op het fysieke,” zegt Dirks. Pas sinds hij ’s nachts rent, heeft de vader van vier ontdekt dat hardlopen ook genieten is. “Voor mij geen klokjes, schema’s of andere ingewikkelde hulpmiddelen meer. Je moet in de natuur lopen, stilstaan als je een hert ziet en dan weer doorrennen. De mooiste plek daarvoor is de polder buiten Lelystad. Daar kun je naast natuur ook van dichtbij de stijgende en dalende vliegtuigen zien. En hoe paradoxaal ook: ’s nachts zie je meer.”

Dirks, die als materiaalbeheerder werkt bij de NS, rent altijd met een groepje van rond de vijf man. “Echt altijd. Ook als het slecht weer is.” En er is één regel: geen kunstmatige verlichting. “In het begin is dat wennen voor je ogen, maar het is verbazingwekkend hoeveel je na een paar minuten ziet. Je zintuigen worden op een andere manier geprikkeld. Je ervaart meer de temperatuur, er is geen haast en je wordt nergens door afgeleid.” 

Teresa Moriana.Beeld Erik Smits

Teresa Moriana (42)
Start: 05.00 uur

“Je hoort de hele dag nare verhalen over wat er allemaal gebeurt in de wereld. Ik heb een druk leven met een eigen bedrijf en een kind. Het is altijd plannen, op tijd komen, deadlines halen, maar ’s nachts is er rust. Er is even niets,” zegt Teresa Moriana.

Die rust gebruikt de ondernemer om hard te lopen. “Na een paar minuten kom ik in een cadans. Dat is heerlijk. Je ontspant, je kunt niet piekeren over wat er komen gaat, maar enkel nog genieten van het moment waarin je zit.” Moriana trekt er gerust in haar eentje op uit. “Om vijf uur ’s sta ik buiten. Ik ga graag naar het bos.”

Alleen? “Ja, er is nog nooit iets gebeurd. Ook in het buitenland niet. Ik geloof niet dat hardlopen ’s nachts gevaarlijk is. Lang dacht ik: gevaarlijke idioten slapen rond deze tijd. En als we eerlijk zijn: overdag kan er net zo goed van alles gebeuren.”

Moriana, die er overigens ’s avonds niet eerder voor naar bed gaat, wil zichzelf blijven verbeteren. “Dat is ook het voordeel van hardlopen: je kunt altijd progressie boeken. De ondernemer begon met hardlopen nadat ze ziek was geweest. Ze had een zware longontsteking gehad en was te snel weer aan het werk gegaan. “Ik had een doel. Ik werkte destijds op de Zuidas en wilde maar wat graag de Zuidas Run uitrennen. Dat is gelukt. Daarna is mijn hardloopvlam nooit meer gedoofd.”

Joris Bijdendijk.Beeld Erik Smits

Joris Bijdendijk (35)
Start: 00.00 uur

Als de laatste gasten restaurant Rijks hebben verlaten, kan chef-kok Joris Bijdendijk eropuit. “Er gaan altijd een paar collega’s mee. We lopen de deur van het Rijks uit en beginnen direct met rennen,” zegt Bijdendijk.

Hij loopt ’s nachts altijd door het Vondelpark en nooit minder dan vijf kilometer. “Anders heb je niet gelopen,” zegt de kok, die het liefst niet praat tijdens het rennen. “Je komt na een paar minuten in een soort trance. Je gaat nadenken. Het is een soort meditatie. Als ik terugkom, pak ik mijn telefoon om de ideeën die tijdens het hardlopen in me opkwamen op te schrijven.”

Bijdendijk traint elk jaar voor de Dam tot Damloop en de halve marathon van Amsterdam. “Dat wedstrijdelement heb ik nodig, want hardlopen is vaak oersaai, tenzij je een doel hebt.” Al dient het rennen ook een ander doel: “Ik wil graag in shape blijven. Ik sta de hele dag in de keuken en je kent vast het clichébeeld van een kok, toch? Nou, daaraan wil ik niet voldoen.”

Als de Dam tot Damloop en de halve marathon zijn geweest, neemt Bijdendijk een winterbreak. “Dat is omdat dan de hoogtijdagen aanbreken in het restaurant. Het is druk, we zijn dan later klaar en ik wil niet pas om één uur gaan rennen.” Thuis wachten immers een vrouw en twee kinderen van drie en vier op hem. “Om zeven uur staan mijn kinderen aan mijn bed en dan wil ik er voor ze zijn.”

Lydie Hoogenboom.Beeld Erik Smits

Lydie Hoogenboom (51)
Start: 04.00 uur

“Het is een kwestie van tijd maken,” zegt Lydie Hoogenboom (51), die minstens drie keer in de week een rondje in het Duingebied maakt. Het komt goed uit dat ‘het ultieme lopen’ voor Hogenboom, die fulltime werkt als docent op een middelbare school voor speciaal onderwijs in Amsterdam, ’s nachts lopen is.

“Twaalf jaar geleden ben ik begonnen omdat ik vond dat ik iets aan sport moest doen. Ik wilde de TCS 8 km lopen; finishen in het Olympisch Stadion leek me magisch. Ik sloot me aan bij een hardloopclub en de rest is geschiedenis.”

Hoogenboom rende de afgelopen jaren tientallen wedstrijden, ze finishte meermaals in het Olympisch Stadion, maar er was iets wat het gevoel in het stadion overtrof: ’s nachts hardlopen.

“Ik las het boek van Hans Koeleman over het blauwe uur. Daarin beschrijft hij hoe het is om hard te lopen in het blauwe uur, dat is de tijd tussen maansondergang en zonsopgang. Ik dacht: dat wil ik ook.”

“Ik loop een route van ongeveer 25 kilometer, langs het strand, door de duinen en het bos. Het is echt fantastisch, die stilte, de focus, de ontspanning.”

“Ik weet nog goed dat ik een kind in de klas had waar ik me continu zorgen om maakte. Tot ik klaar was met hardlopen en ineens besefte: hé, ik heb helemaal niet aan haar gedacht. Je gaat tijdens zo’n loop helemaal op in je omgeving. Ik heb de maan in de zee zien zakken, de zon zien opkomen en nu denk je: wat een mafkees, om half vier je bed uit om te gaan hardlopen, maar het is echt genieten. Elke keer denk ik weer: wauw, dat ik dit mag meemaken.” 

Manon Tjien Fooh.Beeld Erik Smits

Manon Tjien Fooh (47)
Start: 4.15 uur

“Ik wil de dag zien beginnen,” zegt Manon Tjien Fooh. “In de winter is dat makkelijker dan in de zomer. Maar ik sta met alle liefde extra vroeg op om de zon te zien opkomen. Soms betekent het dat de alleenstaande moeder uit Huizen om kwart over vier buiten staat. “Dan ren ik een rondje van zo’n elf kilometer” Hardlopen is voor Fooh waardevoller dan een paar uur extra slaap. “Je wordt een stuk fijner wakker als je de dag buiten begint in de natuur. En ik laad er als persoon echt van op. Voor mij is er niets mooier dan ’s nachts hardlopen. Het mooiste is naar het strand te gaan. Dan zie je de zon uit het water komen.”

Fooh, die werkt in de ouderenzorg met zwaardementerende ouderen, loopt maximaal twee keer per week. “Ik heb door mijn leeftijd meer hersteltijd nodig. Ik heb een baan en ik heb een zoon van zeven. Het liefst zou ik vaker rennen. Of hardlopen combineren met yoga en krachttraining, maar daar heb ik niet altijd tijd voor. Dat is het voordeel van hardlopen: je kunt het altijd overal doen. Je hebt niets en niemand nodig.”

Al probeert ze af en toe mensen te overtuigen. “Ik sleep ze soms mee. Kijk, dit is het magische gevoel dat je krijgt als je ’s nachts hardloopt. Je moet het ervaren voor je er over kunt oordelen.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden