Roos Schlikker.Beeld Oof Verschuren

Wat doen we met Hans?

PlusRoos Schlikker

‘Mensen. Het moge duidelijk zijn: there’s an elephant in the room. Fijn om even met elkaar uit te wisselen. Want dit begint pijnlijk te worden.”

In een lunchtent doorklieft een corpulente kerel in één beweging een gepocheerd ei. Hij heet Joris. Dat weet ik omdat zijn collega’s al een uur als hoedenplankhondjes zitten te knikken en elke zin die ze tot hem richten laten eindigen met zijn naam, ongetwijfeld omdat een overijverige communicatiegoeroe hen dat op een peperdure cursus heeft aangeleerd. “Zo laat je zien dat je iemand begrijpt.”

Joris heeft een gezicht dat met zijn scheve lach permanent in standje zelffelicitatie staat. Hij leunt achterover. Dan stelt hij de hamvraag. “Goed. Wat doen we met Hans?”

De zin blijkt het startschot voor een litanie over de medewerker die ‘suboptimaal functioneert’. Dat zijn niet mijn woorden maar die van Kim die sloom op een zalmwrap kauwt. Robert murmelt dat Hans zijn prio’s niet op orde heeft, waarna Inge keft: “Ik zei laatst dat ie de pressure gewoon wat meer moet voelen. Hij had geen idee wat ik bedoelde. Iemand moet hem vertellen dat het tijd is dat hij een nieuwe uitdaging zoekt.”

Ik roer mistroostig in mijn koffie. Ontslageufemismes zijn de dodelijkste varianten van bedrijfstaal. Een nieuwe uitdaging mogen zoeken klinkt leuk, maar iedereen op kantoor weet dat eigenlijk wordt gezegd: opzouten, stuk verdriet.

Of zoals Wim Sonneveld in een sketch over een dochter zwaaiend met een foto van haar zei: “Oorspronkelijk zat er nog een knul aan vast, maar die heb ik er vanaf geknipt, want dat was een bevlieging van zeer tijdelijke aard. Dus ik nam de schaar en knip, knip, daar lag Pim.”

Niet subtiel, wel duidelijk. Wat begin ik behoefte te krijgen aan dit soort klare taal. Half Nederland praat raar, vooral degenen die menen het voor het zeggen te hebben. En dat corporate figuren eigenaardige woorden gebruiken (uitfaseren, opschalen, stukjes service naar de mensen toe), is tot daar aan toe. Echt erg is dat verhullend gebabbel gemeengoed wordt. Niet alleen Jorissen zijn er dol op, ook politici kunnen er wat van. Zo kreeg premier Rutte ooit droogogig dit pareltje over zijn lippen: “Van de verschillende voorkeursvarianten moet er nu toch eens één worden uitgeboord.”

Ik wil niet de purist uithangen, maar dit begrijpt niemand. Wel zo veilig natuurlijk, zo’n vaagzin waar je niet op af te rekenen bent. Het is de taal der voorzichtigen. Nietszeggende pap.

Joris en zijn groepje gniffelen door over Hans. “We verstaan elkaar gewoon niet,” roept Kim. Laatst vroeg ze of Hans even wilde klankborden. “Hij keek me glazig aan en stelde toen voor om eens met het hele team naar het museum te gaan.” Typisch Hans, buldert de rest.

En ik denk: ik mag die jongen wel. Hopelijk pakt ie heel snel de schaar als een stukje service naar zichzelf toe. Knip. Dag Hans. Op naar een nieuwe uitdaging.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden