PlusPortretten

Wanneer een marathon niet genoeg is: deze ultralopers rennen extreme afstanden

Voor deze ultralopers is een marathon kinderspel: ze willen meer, verder, tot wel honderden kilometers op een dag. ‘Ik wil weten waar mijn 100 procent ligt.’

Jake Catteralls verste loop was 200 kilometer. ‘Het maximum van een ander is niet het maximum voor mij.’ Beeld Jakob van Vliet
Jake Catteralls verste loop was 200 kilometer. ‘Het maximum van een ander is niet het maximum voor mij.’Beeld Jakob van Vliet

Jake Catterall (29), art director

“Als kind wist ik al dat ik veel potentie had. Als ik 20 of 25 word, ga ik geweldige dingen doen, dacht ik,” vertelt Jake Catterall. “Maar toen ik daadwerkelijk twintig was, was de realiteit anders. Ik deed niets anders dan feesten en dronken worden. Ik besefte: fuck, dit is niet het leven dat ik wil.”

Catterrall ging meteen aan de slag. “Ik moest mijn leven resetten van mezelf. Ik wilde andere vrienden, een andere levensstijl, ander werk, echt alles moest ik omgooien.”

Catterall begon met ultrasporten: extreme afstanden klimmen, fietsen en rennen. “Dat gevoel dat je krijgt van onmogelijke afstanden hardlopen en daarna daadwerkelijk finishen is moeilijk te beschrijven. Maar ik vergelijk het met liefde. Als je verliefd bent, ben je gevuld met energie en passie, dat heb ik ook met ultralopen.”

In het leven gelden standaarden die voor mensen bepaald zijn, stelt Catterall. “42,2 kilometer gold lange tijd als de maximale hardloopafstand. Maar dat is een aanname. Iemand anders heeft die lat gelegd en wie zegt dat ik me daaraan moet houden? Het maximum van een ander is niet het maximum voor mij. Mijn verste loop was 200 kilometer: toen rende ik van Amsterdam naar Rotterdam en terug. Ik ontdekte dat ik meer kon dan wat anderen voor me bepaald hadden. En dat veranderde ook mijn kijk op de wereld. Ik zag veel meer kansen.”

Zijn ontdekkingstocht naar zichzelf maakte Catterall egoïstisch. “Ik dacht alleen aan mezelf en was met niemand anders bezig. Pas later dacht ik: ik moet de juiste mensen om me heen verzamelen om me te helpen bij mijn doelen. Zo heb ik door het ultralopen heel veel feestvrienden gedag gezegd en alleen nog mensen om me heen die hetzelfde in het leven staan als ik. Cliché misschien, maar jij kan je eigen leven vormgeven. Heb ik ook gedaan.”

Nitish Zuidema: ‘Het verschil met een marathon: je wil niet sneller, maar verder.’ Beeld Jakob van Vliet
Nitish Zuidema: ‘Het verschil met een marathon: je wil niet sneller, maar verder.’Beeld Jakob van Vliet

Nitish Zuidema (53), verzekerings­medewerker

“Lopen is geen sport maar een manier van reizen, waarbij geest en lichaam zich voortdurend verplaatsen. Dat is een uitspraak van wijlen ultraloper Jan Knippenberg,” vertelt Nitish Zuidema. “Zo voel ik dat ook. Het is een innerlijke en uiterlijke reis en je komt elke keer iets nieuws tegen.”

Zuidema begon met ultralopen toen hij ontdekte dat een marathon voor hem kinderspel was. “Ik beschouw alles wat langer is dan een marathon als een ultraloop. Het is heel interessant om te zien en te voelen hoe je je lichaam en hoofd kunt uitdagen.”

“In totaal ren ik wel honderd kilometer per week. Het geeft me de tijd om zelf na te denken, om te ontspannen en tegelijkertijd ben ik mezelf aan het uitdagen. Ik moet mijn innerlijke motor tijdens zo’n loop steeds draaiende kunnen houden, de vermoeidheid uitstellen en continu gefocust blijven.”

“Daar zit denk ik nog wel een verschil tussen gewoon hardlopen en ultralopen: een marathon gaat vaak op snelheid, terwijl je bij een ultrarun niet per se sneller, maar verder wil rennen. Daar heb je niet alleen fysieke gezondheid voor nodig, ook mentaal moet je scherp zijn. Ik train mijn focus door te mediteren.”

“Als het lukt, ren ik 24 september de Spartathlon. Dat is een hardloopwedstrijd van 246 kilometer, waarbij je van Athene naar Sparta rent. Er is een tijdslimiet van 36 uur. Daarvoor train ik nu vijf dagen in de week en dat combineer ik met mijn werk bij een sociale verzekeringsbank.”

Zuidema organiseert zelf ook ultraruns. De eerstvolgende is op 2 oktober in het Amsterdamse Bos. “Iedereen is welkom en het is een mooie uitdaging om mee te beginnen. Het is een 6-uurs­loop. Hoe snel je rent, is aan de deelnemers zelf.”

Sameena van der Mijden: ‘Ik heb gestreden om hier te komen.’ Beeld Sjansarazzi
Sameena van der Mijden: ‘Ik heb gestreden om hier te komen.’Beeld Sjansarazzi

Sameena van der Mijden (28), verpleegkundige

“Ik ben begonnen op mijn sneakertjes. Niets bijzonders. Geen schema’s, geen bijzondere kleding, gewoon schoenen aan en gaan,” zegt Sameena van der Mijden, die in 2013 begon met ultralopen. In 2016 rende ze zelf haar eerste honderd kilometer. “Omdat ik wilde dat mijn prestatie wel geregistreerd zou zijn, rende ik in 2018 de ultraloop in Winschoten. Daar werd ik per ongeluk Nederlands kampioen. En ik ontdekte: ik had meer kunnen rennen. De volgende keer deed ik een 24-uursloop en rende ik 183 kilometer aaneengesloten.”

Voor Van der Mijden is ultralopen een leuke manier van grenzen verleggen. “Het voelt als een spelletje voor jezelf, als een schaakspel tussen mentaal en fysiek. Want als je denkt dat je niet verder kan, zit je vaak pas op 40 procent van je kunnen. Ik wil weten waar mijn 100 procent zit. Daar ben ik nog steeds niet.”

Voor Van der Mijden is ultralopen ook een manier om het leven te verwerken. Ze is slachtoffer van mensenhandel en werkte rond 2010 gedwongen in de prostitutie. “Uitbuiting is ook een soort ultrarun. Het gaat maar door en je weet niet wanneer je taks is bereikt.”

Ze schreef er een boek over: Sameena – Mijn ultrarun uit de gedwongen prostitutie. “Ik beschrijf daarin op een rauwe manier hoe ik ben uitgebuit. Ik heb het niet mooier of minder mooi gemaakt. Het boek is een weerspiegeling van hoe ik in het leven sta: je bent niet je verhaal. Dat probeer ik uit te leggen. Ik heb gestreden om zover te komen waar ik nu sta en dat is ultralopen ook: elke keer een volgend doel stellen en elke keer een stapje verder komen.”

Hoe gezond is een ultraloop?

Hoewel er weinig bekend is over ultralopen, is er wel onderzoek gedaan naar hoe (on)gezond het is om een marathon te rennen. Wie de runner’s high kent, wil nog een marathon rennen, en nog een. Maar verschillende studies laten zien dat extreme duurlopers niet per se gezonder zijn. Uit resultaten van een onderzoek uit 2019, gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Mayo Clinic Proceedings, blijkt dat de meest extreme duursporters ook de hoogste ‘kalkscore’ hebben. Door de hoeveelheid kalk in het hart te meten, is te zien in hoeverre bloedvaten bij het hart zijn dichtgeslibd – en dus ook of het risico op hart- en vaatziekten groter wordt.

Ook knieën en enkels hebben het zwaar. Tijdens het rennen vangen die bij elke stap een klap op die wel vier tot vijf keer zwaarder is dan het lichaamsgewicht van de loper. Jaarlijks kampt ruim van de helft van de mannelijke marathonlopers met blessures, blijkt uit onderzoek van bewegingswetenschapper Marienke van Middelkoop van het Erasmus MC. Of deze gevolgen ook schadelijk zijn op de langere termijn, is nog niet bekend.

Waar het op neerkomt: hardlopen is op zichzelf gezond, maar geen onderzoek kan met zekerheid zeggen of intensieve, (extreem) lange trajecten dat ook zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden