Plus Reportage

Wandelroutemaker in Osdorp: ‘Sodeknetter, die papavers’

Rutger Burgers: ‘Een route is eigenlijk nooit af, het landschap verandert snel.’ Beeld Renate Beense

Rutger Burgers is wandelroutemaker en werkt door heel Nederland. Vandaag loopt hij door de polders van Osdorp in Nieuw-West. ‘De natuur hier is prachtig, maar je bent wel in Amsterdam.’

“Osdorp, met de Tuinen van West en de polders, is een ­gespreid bedje voor me,” zegt Rutger Burgers (60). “Waanzinnige nieuwe natuur, mooie paden en allerlei onverharde weggetjes.” Hij zet zijn fiets tegen een boom op het erf van een boer in de Osdorper Binnenpolder (Nieuw-West). Dan schuift hij het weidehek open en volgt de houten richtingbordjes die hem de weg door het uitgestrekte weiland wijzen. Hij passeert koeien, schapen, ganzen en ooievaars. “Dit is toch ongelooflijk,” zegt Burgers. “Op een steenworp afstand van de stad, zo’n groengebied. Kijk, daar schiet een haas weg. Mooi, hè.”

Burgers stapt door, steekt via een gammel, houten bruggetje een sloot over en klimt via een kleine trap het hek aan de andere kant van het weiland over. Voor hem ligt een grasdijk. Hij struint door metershoge brandnetels en wild groeiend onkruid, op zoek naar een pad. “Hier zou ik het waterschap over moeten aanschieten,” gromt hij. “Ze moeten vaker maaien. Dit is niet prettig voor wandelaars.”

Beeld Renate Beense

Daar heeft Burgers alle recht toe, hij heeft deze wandelroute zelf ontworpen. Het is bovendien zijn taak om de route te controleren en bij te houden. De wandeling door Osdorp is een zogenoemde Trage tocht, een wandelroute ontworpen vanwege het mooie omliggende landschap. Veel onverharde weggetjes, weinig last van andere weggebruikers. De wandeling gaat ook deel uitmaken van een uitgebreid wandelnetwerk in Noord-Holland, waaraan ­Burgers met zijn eenpersoonsbedrijf Routewerk momenteel de laatste hand legt. Alleen de regio’s Amstelland, ­Amsterdam en Zuid-Kennemerland moeten nog worden bewegwijzerd, dan is het netwerk af.

Veiligheid en horeca

Op de grasdijk – Burgers heeft een begaanbaar pad ­gevonden – houdt hij even stil. Dit is een belangrijk punt. Hier komt alles samen. Achter Burgers het weiland van de boer, zojuist voor hem verschenen: de drooggemalen ­Lutkemeerpolder. In de verte huizen en boerderijen omringd door trosjes bomen, rechts de bochtige ringdijk met grind- en graspaden en een stuk bos. Maar ook: de A5 die door het natuurgebied snijdt en vliegtuigen die met veel kabaal laag overvliegen.

“Bijzonder dat dat zo naast elkaar bestaat,” zegt Burgers. “Dat schudt je wakker. Het zegt: de natuur hier is prachtig, maar je bent wel in Amsterdam.”

Burgers, van huis uit agrarisch socio­loog, gespe­cialiseerd in toerisme en recreatie, werkt sinds 1990 als wandelroutemaker. Hij werkte in opdracht aan langeafstandwandelpaden en ontwikkelde de NS-wandelroutes. In 2003 richtte hij zijn eigen bedrijf op: Routewerk. Inmiddels heeft hij honderden wandelroutes opgezet, de meeste gebundeld in wandelgidsen. Voor de echte liefhebber maakt Burgers sinds een paar jaar de Trage tochten, met zijn voormalig compagnon Rob Wolfs, inmiddels met pen­sioen. Die zijn gratis te downloaden, wat inmiddels al een miljoen keer is gebeurd.

Beeld Renate Beense

Het maken van zo’n wandelroute kan jaren duren. Neem het Romeinse Limespad, van Katwijk naar Nijmegen. Daar heeft de stichting Wandelnet, op basis van onderzoek van Burgers, ruim twee jaar over gedaan. Dit jaar werd de route bekroond tot beste wandelroute van het jaar. “Maar af is ie eigenlijk nooit,” zegt Burgers. “Je kunt blijven schaven. Het landschap verandert snel. Polders worden bebouwd of een boer die zijn land heeft opengesteld voor mijn route denkt na vijf jaar: het is mooi geweest. Dan moet die route worden aangepast, of ga ik met de boer of landeigenaar ­onderhandelen. Een wandelroute is fragiel, veel minder robuust dan bijvoorbeeld fietsroutes.”

Burgers stelt hoge eisen aan de routes die hij maakt. Hij werkt met ’tien geboden’. De belangrijkste is dat je exclusief kunt wandelen, met paden waar alleen wan­delaars mogen komen. Het moet ook afwisselend zijn. Grasdijk, akker, grindpad, klinkerweg, bijvoorbeeld. Of: langs het water, dan het bos in en een stukje heideveld opzoeken. “En wat denk je van veiligheid,” zegt hij. “We steken provinciale wegen over, ik moet zorgen dat dat veilig gebeurt, met verkeerslichten en een middengeleider. En horeca is belangrijk. Je wilt toch wat eten en drinken onderweg.”

Momenteel werkt Burgers aan een wandelnetwerk in Amstelland, in opdracht van Groengebied Amstelland. In de beginfase is het vooral veel overleggen, met onder meer de gemeenten, het waterschap, het Amsterdamse Bos, landeigenaren, natuurorganisaties en boeren. Het is aan Burgers om alle verschillende ideeën en wensen tot één geheel te masseren.

Mooiweerwandelaar

Als iedereen tevreden is, gaat hij een ontwerp schetsen. Eerst op basis van topografische kaarten. Hij maakt denkbeeldige routes, trekt lijntjes, zet plussen en minnen op een rij. Daarna is het tijd voor het echte werk: de geschetste routes lopen, de omgeving uitpluizen, nieuwe paden verkennen. “Dan kom ik op een punt en kan ik twee paden ­nemen. Van tevoren heb ik een keuze gemaakt op basis van plussen en minnen, maar tijdens het verkennen kan je intuïtie het overnemen. Dan kan het zijn dat ik toch voor het andere pad kies. Wanneer ik thuiskom, teken ik de definitieve route uit. Die zit dan nauwkeurig in mijn hoofd. De afgelopen jaren is mijn geheugen zo getraind dat ik alle weggetjes en het bijbehorende landschap onthoud.’

Beeld Renate Beense

Burgers haalt zijn iPad uit zijn rugtas en opent een ­wandelnetwerkapplicatie. Daarop is het tot nu toe gerealiseerde wandelnetwerk in Noord-Holland te zien. Allerlei groene lijntjes, Amsterdam kleurt nog rood. “Die routes zijn ontworpen, maar nog niet bewegwijzerd.” Hij wijst naar een aantal paarse lijnen: “Deze lopen door boerenland, ik moet nog onderhandelen met de boeren om hun land open te stellen. En ze moeten akkoord gaan met bruggetjes en bewegwijzering op hun weilanden. Ze krijgen wel een vergoeding: een euro per strekkende meter per jaar.”

Burgers loopt inmiddels op een grindpad onder de A5 door, in de Osdorper Bovenpolder. “Bijzonder, je hoort de ronkende auto’s nauwelijks. De natuur lijkt het te dempen.” Wat je wel hoort: regen die met bakken uit de hemel komt. Je kunt tot in detail wandelroutes uitstippelen, de natuur doet wat ze wil. Hoewel Burgers naar eigen zeggen een ‘mooiweerwandelaar’ is, mag de regen de pret niet drukken. “Sodeknetter, die papavers, wat mooi. Helemaal in bloei.”

Belangen van de recreant

Onderweg is Burgers slechts twee wandelaars tegen­gekomen. Dat heeft ook met wandeltraditie te maken. In Zuid-Limburg en Nijmegen ligt die bijzonder hoog, in ­andere gebieden lager. “Het begint wel te komen in Amsterdam. In Nieuw-West is veel aandacht voor de belangen van de recreant, maar ik vind dat zo’n wandelnetwerk niet alleen door de buitengebieden, maar ook dwars door de stad moet lopen. Dan kun je vanaf de binnenstad naar buiten lopen. Daarover ben ik in gesprek met de gemeente.”

Burgers ziet steeds meer mensen wandelen, ook jongeren. Toen hij in 1990 begon, waren er nauwelijks wandelroutes, nu zijn de mogelijkheden bijna oneindig. Burgers: “Ik zie het ook als mijn taak om mensen op wandelroutes te attenderen, ze er enthousiast voor maken.”

Beeld Renate Beense

Tijdens het wandelen weidt hij telkens uit over het landschap. Hoe het er in 1860 uitzag, hoe het er nu uitziet. De geschiedenis van de Lutkemeerpolder, boerderijen die kwamen en weer gingen, oprukkende bedrijventerreinen en drooggelegde meertjes.

Hij geniet als wandelroutemaker nog steeds van elke wandeling. Gemiddeld maakt hij er twee per week. Niet verrassend: tijdens vakanties loopt Burgers ook. Met zijn vrouw, die er gelukkig ook van houdt, is hij al jaren bezig naar Istanboel te lopen. Elke zomer reizen ze naar de plek waar ze waren gebleven, dat is nu Oostenrijk, en wandelen dan verder. Tijdens die recreatieve tochten probeert hij te genieten, al blijft dat lastig. “Dan zie ik iets wat mooier had gekund en begin ik te mopperen.”

Persoonlijk favoriet

Trage tocht Ilpendam-Watergang
Lengte: 14 km
Startpunt: Bushalte Dorp in Ilpendam

“De eerste keer dat ik het Varkenslandpad bij Broek in Waterland liep, was ik ronduit verbaasd dat je zó dicht bij Amsterdam zó sterk het buitengevoel kunt ervaren. In een kwartiertje ben je vanaf Amsterdam Centraal in Ilpendam. De eerste kilometers wandel je hoog op de dijk boven de diepe Purmer. Via een paar boerenlandpaden steek je het Rietbroek over en dan sta je aan de rand van de Noordmeer, een droogmakerij. Je volgt de graskade rondom deze ‘badkuip’ bijna helemaal. De kleurrijke, houten huizen van Broek in Waterland zijn daarna een mooie opmaat voor de finale op het Varkenslandpad. Het met witte palen gemarkeerde voetspoor door de weilanden van Varkensland móet je een keer gelopen hebben! Gras onder de voeten, hoge kippenbruggetjes en volop weidevogels. Sinds 1 juli is het broedseizoen afgelopen, dus het kan weer.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden