PlusVoorpublicatie

Waarom te laat komen soms een strategische keuze is

Te laat komen leidt tot ongemak en irritatie, maar kan ook grote consequenties hebben. Parooljournalist Vera Spaans schreef er een boek over. Een voorpublicatie: hoe laatkomers de politiek beïnvloedden.

Beeld Getty Images

Hij had er die ochtend nog grappen over gemaakt op de radio. “Coalitie, blijf vooral lekker op het terras zitten!” had hij gezegd, en hij had zijn collega’s van de oppositie op het hart gedrukt toch vooral op tijd te komen. “Het wordt een thriller!” Het was juni 2020, de dag dat er voor de derde keer zou worden gestemd over de verhoging van de salarissen in de zorg, een motie die PvdA-leider Lodewijk Asscher met de SP had ingediend. Aan het begin van de coronacrisis had Nederland vooral veel staan applaudisseren voor de zorg, nu werd het tijd, vond de oppositie, om verpleegkundig personeel ook beter te betalen. De eerste twee keer hadden de stemmen gestaakt. Als dat nu weer zou gebeuren, was de motie van tafel.

Asscher was al een half uur van tevoren aanwezig in de Tweede Kamer. Toen de stemming werd afgeroepen liep hij naar de ingang van de plenaire zaal. Daar liep hij Jan Paternotte, Kamerlid voor D66, tegen het lijf. “Hij had me op Twitter aangesproken dat ik iets niet zo netjes had gedaan, en ik vroeg hem wat hij precies bedoelde. We raakten aan de praat, en ik denk dat ik toen onderbewust dacht: als Jan ook nog hier staat, hebben we nog wel even de tijd. Het had iets geruststellends. Bij een hoofdelijke stemming ga je immers allemaal tegelijk naar binnen.” Maar nu niet: vanwege corona was de Kamer in drie groepen van vijftig mensen verdeeld. Tussen de shifts door werd de zaal ontsmet. Asscher zat in de eerste groep, de P van Paternotte was nog lang niet aan de beurt.

Toen kwam het moment dat hij voorzitter Khadija Arib zijn naam hoorde afroepen. “Ik ben naar binnen gerend, maar tegen de tijd dat ik er was, was het te laat. Mijn beurt was voorbij. Er zijn camerabeelden van, het was de meest zichtbare manier van te laat komen: je ziet mij daar bedremmeld staan, als een kleine schooljongen. Ik ben totaal ontredderd weer naar buiten gelopen. Dat was het moment dat ik dacht: laat mij hier nu met een luik in de grond zakken.”

Geluk bij een ongeluk: de motie wordt met 71 stemmen voor en 73 tegen verworpen. “Ook als ik er wel was geweest, had de motie het niet gehaald. Maar het was een epische blunder.”

Normaal gesproken, zegt Asscher, is hij altijd te vroeg. “Dat maakt het nu extra lullig. Maar vooral is het jammer dat mijn te laat komen afleidt van waar het over zou moeten gaan: hoe schandelijk het is dat de coalitie drie keer tegen salarisverhoging voor zorgmedewerkers stemt.” Een vreselijke fout, hij zegt het nog maar eens. Toch verwacht hij niet dat hem dit nog lang zal achtervolgen. “Mijn ontbrekende stem was niet cruciaal, de motie had het hoe dan ook niet gered. Dus ga ik niet de geschiedenisboeken in als iemand door wiens te laat komen een wet al dan niet is aangenomen, zoals Frank Wassenberg of graaf Schimmelpenninck.”

Verstandig paard

Die Francis David graaf Schimmelpenninck zorgde er zijns ondanks voor dat de leerplicht werd ingevoerd. Als hij niet van zijn paard was gevallen, had die wet een stuk langer op zich laten wachten. Hij was in 1900 onderweg naar de Tweede Kamer om tegen de Leerplichtwet van Hendrik Goeman Borgesius te stemmen. Maar hij kwam nooit in Den Haag aan, doordat hij voortijdig van zijn paard was gegooid. Het paard is verstandiger dan zijn meester, concludeerden de voorstanders vrolijk.

De wet werd door Schimmelpennincks afwezigheid met de kleinst mogelijke meerderheid aangenomen: 50 voor, 49 tegen – de Kamer telde toen nog honderd zetels. De liberalen, die voor waren, hadden er het doodzieke Kamerlid Jacob Johan van Kerkwijk voor met een rijtuig naar Den Haag laten brengen. Van Kerkwijk stierf een jaar later, maar de leerplichtwet was een feit.

Zo blijkt maar: je kunt in Den Haag eindeloos debatteren en proberen tegenstanders te overtuigen, maar soms moet je ook gewoon een beetje geluk hebben. Dan valt een tegenstemmer van zijn paard of mist hij, en dat is wat korter geleden, zijn trein.

Als Frank Wassenberg, Tweede Kamerlid van de Partij voor de Dieren, beter had opgelet, was er nu geen Wet op de Orgaan­donatie geweest. In september 2016 was er een hoofdelijke stemming in de Tweede Kamer over de wet waardoor mensen automatisch orgaandonor werden, tenzij ze actief een andere voorkeur lieten registreren. De wet lag bij de christelijke partijen enorm gevoelig, de stemming zou spannend worden, wist indiener D66. Het hing waarschijnlijk op één stem – maar de wet haalde het doordat een Kamerlid te laat was. De Limburgse volksvertegenwoordiger Frank Wassenberg had de trein gemist. Een enorme blunder. Op Twitter werd zijn partij vrolijk omgedoopt tot de Partij voor de Nieren.

“Als hij het bewust deed,” zegt D66-Kamerlid Jan Paternotte, “heeft hij er een hoop levens mee gered.”

Stom toeval? Zo’n belangrijke stemming en dan zoiets lulligs laten gebeuren?

Volksvertegenwoordigers plaatsen vraagtekens bij Wassenbergs verhaal. ‘“Als er zo’n belangrijke stemming is, dan zorg je dat je er bent. Dan neem je twee, nee, drie treinen eerder,” zegt een van hen. Zij denkt dat Wassenberg bewust is weggebleven, omdat je bij een hoofdelijke stemming nu eenmaal alleen voor of tegen kunt zijn, en er geen ruimte is voor nuances.

Wassenberg, zo is de suggestie, was dus niet ‘zomaar’ te laat. NRC Handelsblad schrijft: ‘Onder lobbyisten circuleert een hardnekkig gerucht dat Wassenberg opzettelijk afwezig was, omdat hij eigenlijk voorstander van de donorwet is, maar niet rechtstreeks in durfde te gaan tegen de christelijke zevende­dagsadventisten binnen zijn partij.’

Wassenberg ontkent dat, en zegt dat hij anders wel een betere smoes had bedacht. Maar hij wil, schrijft de krant, de argwaan niet wegnemen door te vertellen waar hij dan wel was die dag. En ook tegen mij zegt hij de kwestie niet meer te willen oprakelen. Dus het mysterie blijft: kwam Wassenberg ‘zomaar’ te laat, of zat er meer achter?

Buiten adem

Soms maken politici duidelijk strategisch gebruik van de afwezigheid van anderen. In november 2017 vroeg het PVV-Kamerlid Tony van Dijck op een donderdagochtend, totaal onverwachts, een hoofdelijke stemming aan voor het verplaatsen van de Algemene Financiële Beschouwingen. Hij wilde dat het kabinet eerst tekst en uitleg verschafte over een heikele kwestie: welke bedrijven hadden gelobbyd voor de afschaffing van de dividendbelasting, die op dat moment nog boven de markt hing. De grote zaal van de Tweede Kamer was deze ochtend nog vrijwel leeg, de PVV-motie leek het te gaan halen. Tot laatkomer Dilan Yesilgöz, Kamerlid voor coalitiepartij VVD, binnen kwam zetten. Sprintend en buiten adem kwam ze de plenaire zaal in, haar jas en tas gooide ze over de balie van de bodes. Ze wist nog net op tijd tegen te stemmen.

Daarna werd besloten dat Kamerleden op de vergaderdagen – dinsdag, woensdag en donderdag – in Den Haag moesten blijven. De oppositie weet dat het kabinet leunt op een meerderheid van slechts één zetel en is niet te beroerd om de stevigheid soms even te testen. Daarom moeten Kamerleden binnen enkele minuten in de bankjes kunnen zitten.

Het heeft iets ontnuchterends, dat politieke beslissingen kunnen afhangen van zoiets prozaïsch als de fysieke aanwezigheid van een enkeling. Vaak zijn het knikjes in de geschiedenis – de Leerplichtwet was er vast ook wel gekomen, ooit, als graaf Schimmelpenninck gewoon op zijn paard was blijven zitten – maar soms is het effect ingrijpender.

Misschien wel het bekendste voorbeeld dateert van mei 1994. Een groepje Kamerleden was die dag bij de opnamen van Sterrenslag, het spelletjesprogramma waarbij bekende Nederlanders in teams om het hardst door de modder moesten kruipen of een hindernisbaan moesten afleggen. Van de VVD deden Robin Linschoten en Anne Lize van der Stoel mee, van GroenLinks Marijke Vos en van de PvdA Evan Rozenblad en Henk Vos. Op hetzelfde moment debatteert de Tweede Kamer over de IRT-affaire: het Interregionaal Recherche Team dat onder toezicht van politie en justitie drugstransporten doorliet om door te dringen tot grote criminele netwerken. De positie van de, overigens al demissionaire, ministers Ed van Thijn (PvdA) en Ernst Hirsch Ballin (CDA) staat op het spel.

Bij de opnames van Sterrenslag is Den Haag ver weg. Het debat is al anderhalf uur bezig als Hans Dijkstal, de tweede man van de VVD, onrustig wordt, schrijft Het Parool in een reconstructie. ‘Hij ruikt politiek bloed. Weken heeft hij geroepen dat in elk geval Hirsch Ballin zou moeten aftreden en nu ziet hij zijn moment van glorie naderen.’ Als hij merkt dat twee van zijn Kamerleden in Vaals zitten, op drie uur rijden, laat hij ze meteen terugkomen. GroenLinks-Kamerlid Marijke Vos krijgt een lift.

De opnames zijn inmiddels afgerond. Het groepje Kamer­leden zit op dat moment aan het toetje, een bakje mousse. De trainingspakken zijn net uit, de zweetdruppels staan nog op de voorhoofden. ‘Als zij hun collega’s van de oppositie heen en weer zien schuiven, besluiten de PvdA’ers zélf maar eens naar Den Haag te bellen,’ schrijven de verslaggevers. Maar hun suggestie vast terug te komen wordt weggewuifd. Niet nodig, zo luidt de inderhaast getrokken politieke analyse.

Inschattingsfout

Een paar uur later wordt de motie van Hans Dijkstal aangenomen – reden voor Hirsch Ballin en Van Thijn om af te treden. De stemming: 61 voor, 59 tegen. Als Rozenblad en Vos op tijd terug waren gekomen, hadden de stemmen gestaakt. En ook twee andere PvdA’ers hadden het laten afweten. Peter van Heemst had zich, boos omdat hij geen eigen motie had mogen indienen, in de wandelgangen verschanst en weigerde te stemmen. En de latere staatssecretaris Rick van der Ploeg komt pas na de stemming aankakken. “Te laat,” smaalt de oppositie als ze hem zien. Ze hebben immers net zijn minister naar huis gestuurd. “Ik had verplichtingen elders,” verklaart Van der Ploeg een dag later. “Ik baalde wel.” Als ik hem nu vraag wat hij aan het doen was, houdt hij het op een ‘privéafspraak’. “En daarna heb ik te lang zitten puzzelen op een wetenschappelijk probleem. Heel stom.”

Het maakte niet meer uit, hij was te laat. De krant vat het bondig samen: hoe een Avro-toetje de carrière van twee toppolitici ruïneerde.

Dit had niets te maken met de tijd naar je hand zetten. Met expres te laat komen om een punt te maken, met laten zien wie de baas is. In dit geval was het gewoon een blunder. Een politieke inschattingsfout.

Punctualiteit is soms een kwestie van karakter: van consciëntieus zijn of grote tijdsdruk voelen, soms van een strak afgestelde biologische klok. Of een kenmerk van een streng geweten. Waar op tijd komen vaak een keuze is, is te laat komen dat ook. Omdat je ergens niet wilt zijn, omdat je je werk geestdodend vindt of de voorgestelde prins onappetijtelijk. Maar vaker is het overmacht, of een chronisch gebrek aan planning. Een grenzeloos geloof in wat je allemaal voor elkaar kunt krijgen in een paar minuten tijd. Op andere momenten lopen de ideeën over wat ‘te laat’ precies is mijlenver uiteen. Of zit je gewoon klem.

Wat er wanneer achter zit, is elke keer de vraag. Een feest van misverstanden levert dat op, waar je het uren over kunt hebben. Soms is laatkomen een strategische keuze, soms alleen een kwestie van perspectief. En soms, soms zit je nog gewoon aan je chocolademousse in Limburg als je eigenlijk ergens anders had moeten zijn.

Vera Spaans: Te laat – Waarom je nooit zomaar te vroeg of te laat bent, Das Mag, €22,50
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden