PlusEssay

Waarom niet meer kunnen feesten meer is dan een luxeprobleem

Beeld Yoko Heiligers

Vanaf woensdag begint de vijfdaagse online editie van Amsterdam Dance Event, die in de plaats komt van het alsnog afgelaste coronabestendige festival. Volgens journalist Gijs van der Sanden mogen we het stilvallen van het nachtleven wel wat serieuzer nemen.

“Even kopje-onder gaan,” zei een vriendin toen we in de nacht van 8 op 9 februari de trappen van de kelder in De School afliepen. Hoewel we dit soort avonden de laatste ­jaren meestal zorgvuldig planden – zoals het cliché geworden agendahedonisten in hun dertiger jaren betaamt – waren we nu weer eens spontaan op de dansvloer beland. Een beslissing waar ik achteraf erg blij om was.

Een paar uur later kwamen we weer bovendrijven. Toen ik in de schemer door het Rembrandtpark naar huis fietste, voelde ik me zoals ik me vaak voelde als ik een avond in een donkere club had doorgebracht: voldaan, uitgeraasd, lichter – alsof ik in die kolkende massa van dansende, ­zwetende lichamen wat mentale ballast overboord had ­gegooid.

‘Precies wat we nodig hadden,’ appte ik later die dag naar mijn vriendin met een emoji van een duiveltje erbij.

De onvermijdelijke kater had zich inmiddels aangediend, maar op een heel ander niveau had de avond me energie gegeven, me op nieuwe ideeën gebracht, mijn blik weer wat verruimd.

‘Over een tijdje weer,’ appte mijn vriendin terug.

Maar die mogelijkheid diende zich vanwege het oprukkende coronavirus niet meer aan. Zeven maanden geleden sloten de clubs hun deuren (de deuren van De School zelfs voorgoed) en het ziet er niet naar uit dat ze op korte termijn weer zullen opengaan.

Illegale raves

Zijn er in een pandemie ergere dingen dan niet meer kunnen uitgaan? Die vraag hangt als een donderwolk ­boven dit stuk – boven alle gesprekken die je over het gemis van het nachtleven voert – en over het antwoord zal iedereen het eens zijn: natuurlijk zijn er ergere dingen. Er zijn ouderen die eenzaam en alleen sterven, er zijn mensen die ­altijd kerngezond waren en door Covid-19 de trap niet meer op kunnen en er is een vrijwel voortdurende dreiging: van overvolle ic’s, een economische crisis die zijn weerga niet kent en een toekomst die voor iedereen onzeker is geworden.

Beeld Yoko Heiligers

Dat de illegale raves die elk weekend weer in het nieuws komen op veroordeling stuiten, is goed te begrijpen. Zonder toezicht en regulering vormen ze een direct gevaar voor de volksgezondheid. Maar ook als feesten legaal zijn – in de buitenlucht, met vergunning – kunnen organisatoren en dj’s rekenen op onbegrip. De Russische techno-dj Nina Kraviz kreeg in augustus nog bakken kritiek over zich heen toen er op Twitter filmpjes opdoken van de set die ze voor een Italiaans publiek – zonder mondkapjes en onderlinge afstand – ten gehore bracht. Zelf postte ze op ­Instagram alleen een foto van een dag ná haar optreden, vermoedelijk niet geheel toevallig.

De nacht- en ravecultuur is een mijnenveld geworden, stelde een journalist van het Britse tijdschrift DJ Mag ­onlangs in een groot achtergrondverhaal. Zelfs als organisatoren zich aan alle regels proberen te houden, kun je je volgens hem afvragen hoe ethisch verantwoord het überhaupt is om in een pandemie te feesten.

Is het eigenlijk geoorloofd om plezier te maken als de ­wereld in brand staat? Daarover zullen de meningen verschillen. Wat vaststaat is dat de hedendaagse clubcultuur helemaal niet is ontstaan vanuit een platvloerse behoefte aan hedonisme – een belangrijke nuance waar niet iedereen, Nederlandse politici bijvoorbeeld, evenveel oog voor lijkt te hebben.

In zijn beroemde essay In Defense of Disco uit 1979 beschrijft filmwetenschapper Richard Dyer hoe disco, het muziekgenre dat aan het begin van de jaren zeventig in New York opkwam, voor gemarginaliseerde groepen een tijdelijke escape bood uit het alledaagse leven, vol seksisme en racisme. Clubs werden safe spaces waar mensen van kleur, transpersonen en queers ongestoord zichzelf konden zijn.

Hoewel de nachtcultuur de afgelopen decennia sterk is gecommercialiseerd en vaak door witte mannen wordt ­gedomineerd – een pijnpunt voor velen, omdat house en techno geworteld zijn in de zwarte cultuur – hebben veel clubs nog steeds die functie: niet alleen als een plek waar mensen zich kunnen verliezen in de muziek, maar ook waar ze gelijkgestemden kunnen ontmoeten, hun identiteit kunnen vormgeven en dingen durven waarover ze overdag niet zouden peinzen.

Dieper de kast in

Mij persoonlijk heeft het Amsterdamse nachtleven veel gebracht. In het Brabantse dorp waar ik vandaan kom ­bestond uitgaan vooral uit zo veel mogelijk flügels wegtikken, ‘tongen’ met de meisjes uit mijn klas en meeblèren met Que sí que no van Jody Bernal. Niks mis mee, maar het duwde mij als onzekere puber die worstelde met zijn ­geaardheid, alleen maar dieper de kast in.

Dat veranderde toen ik in 2004 naar Amsterdam verhuisde. Ik zoende voor het eerst met een jongen in de Trut, danste met mijn eerste vriendje in onze zorgvuldig kapotgescheurde T-shirts in Club 11 (we waren nog jong) en ­beleefde spannende avonden in de Church. Je zou kunnen zeggen dat het nachtleven mij heeft gevormd: in de nacht groeide ik uit van een onzekere jongen die worstelde met zijn seksualiteit tot iemand die een stuk zelfverzekerder is over wie hij is en over zijn plek in de wereld.

Ik mag van geluk spreken, besef ik de laatste tijd steeds vaker. Ik heb al deze avonden en nachten tenminste meegemaakt. Ik heb me uit kunnen leven. De verhalen van jonge mensen die op illegale raves te maken krijgen met anti-homogeweld doen pijn: ze laten het belang zien van veilige plekken waar een streng deurbeleid wordt gevoerd, zodat ongenode gasten op afstand kunnen worden gehouden.

‘De nachtcultuur verdrinkt,’ kopte deze krant in september na een manifestatie op het Museumplein, waarbij aandacht werd gevraagd voor het belang van het Amsterdamse uitgaansleven. Al maandenlang is er geen enkel perspectief voor de sector.

Nu we midden in de tweede golf van het coronavirus zitten, de horeca zijn deuren weer heeft moeten sluiten en we opnieuw aan huis gekluisterd zijn, lijkt het misschien ­onze minst hoge prioriteit om het over het nachtleven te hebben. Maar dan beredeneer je vanuit de gedachte dat het nachtleven een luxe is; een extraatje om het leven wat meer glans te geven.

Erken het gemis

Voor een heleboel mensen is het nachtleven veel meer dan dat. Niet alleen voor degenen die in de industrie werken en wier bestaanszekerheid ervan afhangt – clubeigenaren, dj’s, barpersoneel, festivalorganisatoren, beveiligers, schoonmakers – maar ook voor degenen die clubs en uitgaan nodig hebben om simpelweg zichzelf te kunnen zijn.

Bij mogelijke oplossingen wil ik vandaan blijven; die heb ik niet en ik heb er ook geen verstand van. Het is inderdaad een mijnenveld. In mijn ogen zou het al een heleboel schelen als er meer erkenning zou komen – vanuit de politiek, vanuit de maatschappij – voor het feit dat het nachtleven relevant is. In culturele zin, in sociale zin, dat het gemis ­ervan verder reikt dan niet meer een avondje naar de klote kunnen gaan, dat de huidige situatie mensen op allerlei manieren dupeert en wanhopig maakt.

Als ik aan die februarinacht in De School denk, toen alles nog anders was, laat het gevoel dat zich van mij meester maakt zich eigenlijk maar op één manier omschrijven: als rouw. Noem het aanstellerig, overdreven of ongepast, maar ik mis het spontane, het zoenen, de muziek, de lichten, het drinken uit elkaars glas, de mist in mijn hoofd en het vooruitzicht op een nacht zonder einde, waarin alles mogelijk is. 

De luisterbar

Overgewaaid vanuit Japan en ­vanwege de pandemie steeds ­populairder: de luisterbar. Dj’s draaien er luistermuziek – van jazz tot ambient – voor een zittend publiek in een intieme setting. Het is een manier om in de huidige tijd toch nog van (elektronische) muziek te kunnen genieten. In Amsterdam en omgeving kun je voor dit soort luistersessies onder andere terecht bij de Dynamic Range Music Bar in Het HEM in Zaandam en bij nachtclub Doka in het Volkshotel. Vanwege de huidige maatregelen is het hotel alleen open voor hotelgasten.

ADE

Het Amsterdam Dance Event (ADE) vindt dit jaar plaats van 21 tot en met 25 oktober. Vanwege de coronacrisis zou een groot gedeelte van deze editie al digitaal zijn, maar met een selectie van kleine liveshows in zalen als Paradiso en de Melkweg wilde de organisatie ook een coronabestendig en fysiek festival opzetten. Vanwege de vorige week aangekondigde strengere maatregelen moest de organisatie weer terug naar de tekentafel. Er blijven een paar shows over voor beperkt publiek; een aantal geplande shows worden gelivestreamd zonder publiek via het digitale platform van ADE. Kijk voor het nieuwe programma op amsterdam-dance-event.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden