PlusAchtergond

Waarom keerde moeder Van der Vlugt terug uit Auschwitz – om opnieuw te verdwijnen?

Vier generaties (vlnr): Deborah Stokvis-Farbstein (grootmoeder), Ellen van der Vlugt-Stokvis (moeder), Eleonora Farbstein-Hecht (overgrootmoeder),  Bram van der Vlugt, 1937. Beeld Eigen archief
Vier generaties (vlnr): Deborah Stokvis-Farbstein (grootmoeder), Ellen van der Vlugt-Stokvis (moeder), Eleonora Farbstein-Hecht (overgrootmoeder), Bram van der Vlugt, 1937.Beeld Eigen archief

De vorig jaar overleden acteur Bram van der Vlugt had geen enkele herinnering aan zijn vermoorde moeder. In overleg met hem verdiepte journalist Frits Barend zich in het mysterie. Waarom werd zij ineens teruggehaald uit Auschwitz?

Bijna heel Nederland kende de op 19 december 2020 door corona overleden acteur Bram van der Vlugt als dé Sinterklaas van Nederland. Minder mensen weten dat de ­katholieke goedheiligman werd gespeeld door een kind van een Joodse moeder, en dus een Joodse Sint was. En dat de acteur onder zijn gulle lach een groot verdriet verborg; het verdriet dat hij geen enkele herinnering had aan zijn moeder Ellen Stokvis.

Toen zij in 1943 van huis werd gehaald om nooit meer terug te keren, was Bram ­negen jaar. Vorig jaar maakte hij me deelgenoot van het mysterie dat zijn moeder uit Kamp Vught naar Auschwitz werd gedeporteerd, ineens terugkeerde in Scheveningen en uiteindelijk toch in Auschwitz is vermoord. In overleg met Bram besloot ik me in het lot van zijn Joodse moeder te gaan verdiepen. We belden regelmatig, tot corona ­toesloeg.

Vervalst persoonsbewijs

Bram is nog net vijf jaar als de oorlog uitbreekt, zijn broer Fred negen. Hun moeder is de Joodse Ellen Stokvis, vader is luitenant-kolonel buiten dienst Abraham Rutger van der Vlugt. Het gezin verhuist in de oorlog vanwege de bouw van de Atlantikwall van Scheveningen naar Den Haag. Moeder Ellen waant zich in 1943 veilig, niet alleen omdat ze ‘gemengd gehuwd’ is en een vervalst persoonsbewijs zonder ‘J’ heeft, maar ook een geantedateerd doopbewijs bezit dat de Rijswijkse predikant Jan M. Van Veen haar na haar doop heeft gegeven.

Het noodlot slaat toe als de dominee op 18 augustus 1943 na verraad wordt gearresteerd en het doopregister met aangepaste data, waaronder de doop van mevrouw Van der Vlugt-Stokvis, wordt aangetroffen. Ze wordt van huis gehaald en overgebracht naar de gevangenis in Scheveningen, het tegenwoordige Nationaal Monument Oranjehotel. In het televisieprogramma Volle zalen uit oktober 2018 zegt de dan 84-jarige Van der Vlugt dat hij zich het begin van de oorlog nog herinnert, maar niets van zijn moeder. “Ik heb mijn moeder voor het laatst gezien toen ik negen was. Ik logeerde bij een vriendje in Noordwijk. Toen ik thuiskwam, was ze er niet meer.”

Vader Van der Vlugt gaat na de arrestatie van zijn vrouw naar de beruchte villa Windekind in Scheveningen, waar de Sicherheitsdienst (SD) zetelt, en probeert haar vrij te krijgen. Die poging mislukt, en op 5 september 1943 wordt ze overgebracht naar Kamp Vught. In het Duitse Arolsen ­Archief bevindt zich haar stamkaart: Van der Vlugt, ­geboren Stokvis, voornaam Ellen, gevangenisnummer 0461, T/D nr 944701 uit Konzentrationslager Herzogenbusch (KL Vught).

Brams vader doet een beroep op zijn Haagse stadgenoot Friedrich Weinreb en vraagt of hij kan bemiddelen bij de vrijlating van zijn vrouw. In zijn zwaar bekritiseerde ­memoires Collaboratie en verzet 1940-1945 uit 1969 wijdt Weinreb in deel drie diverse pagina’s aan de ouders van Bram en met name zijn vader.

Weinreb reageert positief op het verzoek om bijstand en suggereert dat hij contact heeft met hoge Duitsers. Eind 1943 is Weinreb op zoek naar levensmiddelen voor Joden in Westerbork en wordt daarbij geholpen door Brams ­vader, die hem later ook nog eens 2000 gulden (rond de 35.000 euro) leent. Bram denkt dat de passages van Weinreb over zijn vader grotendeels waar zijn.

Weinreb: ‘Een grote kerel met een goedhartig gezicht. Hij was zelf Ariër, doch zijn vrouw was Joodse. Zij was opgepakt en het heette dat zij in Vught zat. Zij was een Stokvis, blijkbaar van de eigenaren van de Kwattafabrieken, want men sprak van de Kwatta-Stokvissen.’

Vader Abraham Rutger van der Vlugt met zijn zoons Frederik Jules (l) en Abraham Rutger (Bram).
 Beeld Eigen archief
Vader Abraham Rutger van der Vlugt met zijn zoons Frederik Jules (l) en Abraham Rutger (Bram).Beeld Eigen archief

Kwatta-imperium

De vader van Ellen, Jules Stokvis, is begin vorige eeuw een van de vermogende bezitters van het chocolade-­imperium dat landelijk bekend wordt van de uitdrukking ‘Alle ogen zijn gericht op Kwatta’. Hij trouwt op 30 november 1905 in de synagoge van Breda met Deborah Farbstein. Een jaar later, op 14 november 1906, wordt Ellen geboren, de moeder van Bram. Ze is enig kind, een broertje is bij de geboorte overleden.

Als Ellen vier jaar is, overlijdt haar vader begin januari 1911 op 42-jarige leeftijd. Ellen trouwt eind augustus 1928 met de niet-Joodse Abraham Rutger van der Vlugt. Het echtpaar krijgt twee zonen, op 17 oktober 1930 Frederik Jules (Fred), die bekend werd met het tv-programma Wereld op wielen, en op 28 mei 1934 de naar zijn vader vernoemde acteur Abraham Rutger (Bram).

Een dag na haar 37ste verjaardag is Ellen Stokvis een van de 1149 voornamelijk ‘gemengd-gehuwden’ en ‘half-­Joden’ die als strafgeval zijn opgepakt en vanuit Kamp Vught naar Auschwitz worden gedeporteerd. Echtgenoot Abraham weet dan nog niet dat Auschwitz ­synoniem staat voor de dood en gelooft heilig dat hij zijn vrouw kan terughalen uit het vernietigingskamp, juist ‘omdat zijn vrouw een Arische man en van hem twee kinderen heeft’.

Weinreb twijfelt aan de kans van slagen. Wel schrijft hij dat Van der Vlugt via hem 20.000 gulden (omgerekend ruim 350.000 euro) aan het Duitse Rode Kruis wil doneren als zijn vrouw terugkeert uit Auschwitz. Maar dan krijgt het verhaal een onverwachte wending.

Weinreb: ‘Mevrouw Van der Vlugt is terug uit Auschwitz! Ze zit in het Oranjehotel. Echt waar. Scheen heeft haar zelf gezien en gesproken. Alleen in een cel. Op haar arm getatoeëerd met een nummer. Kaalgeknipt, maar ze ziet er goed uit, betrekkelijk goed. En ze draagt een soort grijze kampoverall.’

De in Den Haag gestationeerde Duitse SD’er Fritz E.W. Koch bevestigt op 14 februari 1947 tegenover de na de ­oorlog ingestelde Politieke Recherche Afdeling (PRA) ­Ellens terugkeer uit Auschwitz: “Teneinde alsnog aan het bevel van Sturmbannführer Zöpf uitvoering te kunnen geven, is zij omstreeks 23 november 1943 uit kamp Auschwitz gehaald en naar de cellenbarakken in Scheveningen teruggebracht.”

Wilhelm Zöpf (of Zoepf) is hoofd van het Judenreferat IV B 4 in Nederland en direct verantwoordelijk voor de ­deportatie van circa 55.000 Joden. Na de oorlog wordt hij voor medeplichtigheid veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf.

Vernietigend oordeel

Ruim dertig jaar na de oorlog verschijnt in 1976 in ­opdracht van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie het Weinreb-rapport, waarin de onderzoekers D. Giltay Veth en A.J. van der Leeuw een vernietigend oordeel vellen over Weinrebs autobiografie Collaboratie en verzet.

­Tegen de onderzoekers zegt Abraham van der Vlugt over de poging zijn vrouw Ellen vrij te krijgen: “Op 15 november (1943) heb ik dit meegedeeld aan de secretaresse van Zoepf. Dit had ten gevolge dat maatregelen zijn genomen en mijn vrouw ongeveer acht dagen later weer uit Auschwitz terug was en in de cellenbarakken te Scheveningen werd opgesloten. Naumann liet mij weten dat zij binnenkort vrij zou komen. Dit is echter nooit gebeurd, want in december 1943 is mijn vrouw door Koch persoonlijk weer naar Auschwitz teruggebracht.”

Erich Naumann was als Befehlshaber van de Sicherheitspolizei en de SD na Höherer SS- und Polizeiführer Hanns Albin Rauter de hoogste SS’er in Nederland. Zijn directe betrokkenheid toont aan dat de zaak Ellen van der Vlugt-Stokvis op het hoogste niveau is besproken. Theo Gerritse, die onlangs promoveerde op Rauter, Himmlers vuist in Nederland, acht het niet uitgesloten dat Naumann na consultatie van zijn SS-baas Rauter is teruggekomen op zijn belofte en alsnog opdracht heeft gegeven de jonge moeder terug te sturen naar Auschwitz.

In het Weinreb-rapport zegt vader Van der Vlugt: “Tot op heden heb ik van mijn vrouw niets meer vernomen, dus ik vermoed dat zij is overleden.”

Die laatste uitspraak, dertig jaar na de oorlog, betekent dat de familie nooit zekerheid heeft kunnen krijgen over hoe, waar en wanneer Ellen Stokvis is vermoord. Het is mede die onzekerheid die zoon Bram op het einde van zijn leven met zich meedraagt.

Maar er is veel meer onopgehelderd. Reist Ellen eind 1943 per (vracht)auto of trein uit Auschwitz naar Nederland? Keert ze terug dankzij de inspanningen van haar echtgenoot en zijn belofte 20.000 gulden te betalen aan het Duitse Rode Kruis? Wordt ze naar Nederland gehaald om ondervraagd te worden over mogelijke contacten met de illegaliteit? De enige zekerheid is dat de 37-jarige Ellen van der Vlugt-Stokvis in 1943 korte tijd is teruggekeerd uit Auschwitz, vlak bij haar echtgenoot en kinderen gevangen werd gehouden, maar ze niet meer heeft gezien.

Over haar tweede reis naar het vernietigingskamp bestaan dankzij de Duitsers die haar hebben begeleid, SD’er Frits E.W Koch en bureaumedewerkster Hedwig Fey-Krencky (Frau Fey), die later door het leven gaat als Hedwig Reinschmidt-Krencky, wel consistente verklaringen.

Koch, in 1947 tegenover de Politieke Recherche Afdeling: “Ik heb haar, mevrouw Van der Vlugt, niet uit Auschwitz gehaald, wel heb ik haar tezamen met Frau Fey terug naar Auschwitz gebracht en afgegeven op het bureau dat buiten het kamp was gelegen. In het kamp zelf ben ik niet geweest, wel heb ik gedurende de reis met mevrouw Van der Vlugt over de toestand in het kamp gesproken. Ze vertelde mij dat ze daar vrouwenarbeid moest verrichten. Over gaskamers en terechtstellingen heeft ze mij niets verteld.”

Zeer bedroefd

Op 17 en 18 november 1966 worden SD’er Koch en Frau Fey uitgebreid gehoord door het Bayerische Landeskriminal­amt. Koch: “Rond 20 december heb ik van Sturmbannführer Zöpf opdracht gekregen mevrouw Van der Vlugt-Stokvis weer naar Auschwitz terug te brengen. Dit is door mij persoonlijk samen met wachtmeesteres Fey gebeurd en zij is door ons in Auschwitz afgeleverd. Dit nadat zij ongeveer drie weken in de gevangenis van Scheveningen had doorgebracht. Ze was kaalgeknipt en had een tatoeëring op de arm. De gevangene was tijdens de terugreis (naar Auschwitz) begrijpelijkerwijs zeer bedroefd. Ze vertelde dat ze al in Auschwitz in een fabriek had gewerkt en dat ze nooit meer gestreepte kleding wilde dragen. De gevangen Jodin heeft me met zekerheid niets gezegd waaruit ik kon opmaken dat Joden vergast of vernietigd werden.”

Frau Fey: “Ik ben eenmaal in Auschwitz geweest, ik moest samen met Koch de vrouw van een chocoladefabrikant brengen en ik meen me te herinneren dat ze Van der Vlugt heette. Mevrouw van der Vlugt heeft bijna de hele reis gehuild, ze was zich zeer bewust van het lot dat haar wachtte. Ik heb daarover niet met haar gesproken, dat kon niet in aanwezigheid van Koch. We spraken sowieso ­nauwelijks. In Berlijn moesten we overstappen, daar was ik vijftien minuten alleen met haar. Ze heeft daar met mij even de kans op vluchten besproken. Ik heb haar eerlijk gezegd dat ze weinig kansen had om onder te duiken en te overleven. Als ze zelf een kans had gezien, had ik haar wel laten vluchten. Ze besloot toen bij mij te blijven. Na Berlijn hoefden we niet meer over te stappen.”

Zes jaar later, 5 oktober 1972, geeft Frau Fey in Düsseldorf tijdens een gesprek met onderzoeker Van der Leeuw voor het latere Weinreb-rapport een mogelijke aanwijzing waarom Ellen na haar terugkeer in Scheveningen uiteindelijk toch niet werd vrijgelaten: “De vrijlating ging toch niet door omdat ‘diese Jüdin’ al was kaalgeschoren en een getatoeëerd nummer had. En het was sowieso gevaarlijk een vrouw met haar kennis van het concentratiekamp Auschwitz vrij te laten.”

Met de uitspraak dat iemand met de ‘kennis van het concentratiekamp’ niet vrij mag worden gelaten, wekt Frau Fey de indruk in 1943 al bekend was wat in Auschwitz ­gebeurde. De bureaumedewerkster, de SD’er en hun Joodse gevangene reizen 20 december 1943 in een afgesloten treincoupé vanuit Den Haag via Berlijn naar het vernietigingskamp in Polen. Vanaf het station Auschwitz hebben ze met z’n drieën ongeveer tien minuten in het donker ­gelopen naar het administratiekantoor waar mevrouw Van der Vlugt-Stokvis is afgeleverd. Na afhandeling van de ‘formaliteiten’ vertrekken Koch en Frau Fey vijf minuten later weer naar station Auschwitz voor de terugreis.

Daarna zwijgen de verslagen. Regina Grüter, die in 1997 over Weinreb het boek met de veelzeggende titel Een fantast schrijft geschiedenis publiceerde, twijfelt niet aan de juistheid van de verklaringen van Koch en Frau Frey. In het boek 102.000 namen, het meest complete overzicht van alle Joden, Sinti en Roma die in Nederland zijn vervolgd, gedeporteerd en vermoord, staat op bladzijde 1881: ‘Ellen van der Vlugt-Stokvis, Breda 14 november 1906, Auschwitz 1 januari 1944’.

Abraham van der Vlugt hertrouwt in juli 1948, maar krijgt daarvoor pas toestemming nadat hij op 19 mei 1948 een officiële overlijdensakte heeft verkregen van zijn vermoorde vrouw Ellen. Op de akte staat als locatie ‘in de buurt van Auschwitz’ en als datum ‘1 januari 1944’. De ­datum van overlijden is bijna zeker niet correct, stelt José Martin, medewerkster van de afdeling Een naam en een Gezicht van Kamp Westerbork: “Haar overlijdensdatum is een schatting, vermoedelijk is ze in het voorjaar van 1944 bezweken.”

Bram van der Vlugt, circa 6 jaar.
 Beeld Eigen archief
Bram van der Vlugt, circa 6 jaar.Beeld Eigen archief

Sporen uitgewist

Zoon Bram heeft aanvankelijk aarzeling om over zijn moeder te praten, mede omdat hij niet interessant wil overkomen of aandacht wil als de acteur van wie de moeder door de nazi’s is vermoord. Pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw begint hij mede op aandringen van zijn vrouw Irma op vijftigjarige leeftijd de zoektocht naar zijn moeder.

Het toenemende verlangen naar zijn vermoorde moeder leidt in 2017 tot de voorstelling Met andere ogen, met zijn dochter Hester en zoon Floris. Bram zegt in die voorstelling: “Ik moet herinneringen hebben, maar ik weet niet waar ze zijn. Ik kan er niet bij, dat is raar, want ik was al ­negen toen ze werd weggehaald.”

Kort nadat Bram is overleden, vraag ik aan de Poolse ­archivaris van Auschwitz informatie over mevrouw Ellen van der Vlugt-Stokvis. Per omgaande antwoordt hij: ‘In Auschwitz is helaas niets over haar te vinden. De nazi’s hebben vlak voor de verovering van Auschwitz begin 1945 door het Rode Leger zoveel mogelijk bestanden vernietigd om de sporen uit te wissen van hun daar begane oorlogsmisdaden. Het deel dat niet is vernietigd, zou zijn overgebracht naar de Sovjet-Unie.’

De moeder van Bram van der Vlugt werd niet ouder dan 37 jaar. Haar moeder, Brams oma Deborah Stokvis-­Farbstein, is op 4 juni 1943 in Sobibor vermoord en werd 62. Na zijn ‘coming-out’ als Jood heeft Bram gezocht naar antwoorden op de voor hem prangende vraag hoe en waarom zijn moeder Ellen Stokvis uit Auschwitz terugkeerde naar Nederland en uiteindelijk toch in Auschwitz is ­vermoord. Een bevredigend antwoord voor zover mogelijk is niet gevonden. Moge haar en zijn ziel gebundeld worden in de bundel van het eeuwige leven. 

Bram van der Vlugt, die 19 december 2020 overleed aan de gevolgen van corona.  
 Beeld Brunopress
Bram van der Vlugt, die 19 december 2020 overleed aan de gevolgen van corona.Beeld Brunopress
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden