PlusAchtergrond

Waarom journalist Ton Damen code oranje negeerde: ‘Ik ben ongeneeslijk ziek, uitstel is geen optie’

Journalist Ton Damen, met zijn Kaukasische herder Ringo, arriveert bij zijn huis in Georgië.Beeld Ton Damen

Midden in de pandemie reist Paroolredacteur Ton Damen (62), die ongeneeslijk ziek is, met zijn vrouw af naar Georgië, waar strenge coronaregels gelden. Met militaire precisie en in ambtelijke chaos worden ze begeleid naar verplichte quarantaine.

Mijn vrouw Ellen, geboren Georgische, en ik hadden ons thuis in Amsterdam tot in de puntjes voorbereid voor deze reis. Naar een land met oranje reisadvies, ver buiten de Europese Unie, en dwars tegen het reisadvies in van de Nederlandse ­regering.

Georgië zelf accepteert repatriëringsvluchten voor terugkerende inwoners. Nederlanders kunnen ook wel een vliegticket ­kopen, maar moeten op eigen risico en kosten regelen dat ze het land binnen mogen. Alle landsgrenzen met Armenië, Azerbeidzjan, Dagestan, Tsjetsjenië en Rusland, zijn dicht, behalve voor handel.

Je kunt je afvragen waarom een terminaal zieke kankerpatiënt die in ­Nederland onder behandeling staat midden in de coronacrisis zo nodig naar Georgië wil, met alle rompslomp van dien. Het antwoord is vierledig. Wij hebben in 2014 in het dorp waar de moeder van Ellen opgroeide, grond aan de rivier gekocht. Daarna hebben we er een boerderij en een huis op gebouwd, waar we komen tijdens vakanties. Ik wil als mijn vrouw zo’n spannende reis maakt graag bij haar zijn. Ook verlangen we hevig naar onze familie, kennissen en de beesten. Verder is ons huis in het dorp met verkoelende, dikke bomen en een watertje dat door onze tuin stroomt deze zomer een verademing ten opzichte van ons appartement in de ­warme stad. En ten slotte leek in mijn situatie uitstel van de reis niet echt een optie.

Sinds begin dit jaar, zo ongeveer toen corona toesloeg, weet ik dat ik ongeneeslijk ziek ben. In 2017 kreeg ik darmkanker, plus uitzaaiing in de lymfeklieren. Ondanks operaties en chemotherapie bleek het twee jaar later uitgezaaid naar de lever. Genezing lag toen al niet voor de hand, maar inmiddels zijn opnieuw uitzaaiingen gevonden in de lever en in een lymfeklier, wat betekent dat het overal kan zitten. De chirurgische behandelingen zijn stilgelegd. In plaats daarvan krijg ik nu ‘onderhoudschemo’, die alles moet remmen – sommigen noemen dat palliatief. Als die niet aanslaat, is het snel afgelopen, maar over hoe lang het allemaal duurt, kunnen de artsen niets zeggen.

Aan boord van de Boeing 737-800 draagt het cabine-personeel medische kleding.Beeld Ton Damen

Medisch verzekerd

Als terminaal patiënt kom ik samen met mijn vrouw als mantelzorger in aanmerking voor zelfisolatie in Georgië, in plaats van het verplichte quarantainehotel. Om mijn status te bewijzen, verzamelden we in Nederland documenten, waaronder een medische verklaring van mijn artsen, die gelegaliseerd moest worden door het ministerie van Volksgezondheid in Den Haag en voorzien van een ‘apostille’, een echtheidszegel van de Amsterdamse rechtbank. De vraag was vervolgens of de risico’s voor mij acceptabel zijn. Drie dagen voor de vlucht maakte ik de balans op. Ben ik medisch verzekerd ondanks code oranje? Mijn zorgvezekeraar zei ja. Kan ik thuiskomen, op tijd voor mijn volgende chemokuur en staat het ziekenhuis achter de reis? Het OLVG is akkoord en plant mijn therapie om de vakantie heen. En: helpt ­iemand mij in geval van nood?

Aanvankelijk krijgen we met onze vragen onvoldoende gehoor bij Nederlandse en Georgische autoriteiten, maar dan belt ineens Carolien Dijkstra, de consul van de Nederlandse ambassade in Tbilisi. Ze heeft het Georgische ministerie van Buitenlandse Zaken gepolst en kan een beeld geven, hoewel, benadrukt ze, niemand invloed heeft op de besluitvorming van het Georgische ministerie. Wel betekent de aandacht van de ambassade dat ­onze zaak niet in de anonimiteit verdwijnt.

De gang van zaken is volgens Dijkstra als volgt: wie niets hoort op e-mails moet concluderen dat verzoeken zijn ­afgewezen. Bij positieve besluiten ontvang je persoonlijk bericht. De automatisch aangemaakte standaardmail, die wij ontvingen, betekent dat de aanvraag in behandeling is.

Sciencefictionachtig laboratorium

Op de ochtend van vertrek, zaterdag 1 augustus, staan we om acht uur, bijna drie uur voor vertrek, voor de incheckbalie op Schiphol. De sfeer op de luchthaven is heel losjes. Niemand houdt de anderhalve meter aan. Passagiers worden nergens om de gezondheidsverklaring gevraagd. Tijdens het boarden verandert de sfeer. Het Georgische cabinepersoneel draagt medische kleding. Het lijkt of we in een ­sciencefictionachtig laboratorium beland zijn.

Beeld Ton Damen

Het medicijn dat ik slik tegen de bijwerkingen van de chemo zorgt ervoor dat ik last heb van mijn darmen; ik moet kunnen wandelen om de spijsvertering op gang te houden. Gelukkig valt de vlucht van ongeveer vier uur mee. Ik had in Amsterdam veel getraind – gefietst, gewandeld, ik verkeerde in topconditie. Maar mijn gezondheid zou snel achteruitgaan als ik niet meer kon bewegen. ­Langer dan één of twee dagen stilzitten in een hotel zou dramatisch kunnen zijn, vertelde mijn oncoloog/internist van het OLVG.

Moeilijker dan stilzitten is het om al die uren het mondkapje te dragen. Bij ‘normale mensen’ daalt de zuurstof­opname al bijna dertig procent. Bij mij voelt het even of ik stik. Als ik dan zie dat sommige andere passagiers het masker niet consequent ophouden, doet me dat pijn. Dan denk ik: jullie kunnen toch ook je best doen?

Na de landing op Tbilisi International Airport staat onze Boeing 737-800 van Georgian Airways moederziel ­alleen aan de slurf. Er is geen ander luchtverkeer dan onze repatriërings-chartervlucht voor Georgische burgers. Er zijn 160 passagiers aan boord. Een peloton van meer dan 60 politiemensen, artsen en grondpersoneel in medische kleding staat klaar in de aankomsthal. Voor één vliegtuig. Het is alsof het virus persoonlijk op de nationale luchthaven is gearriveerd.

Zorgvuldig worden mijn vrouw Ellen en ik langs tafels geleid met ambtenaren, douanemensen en politie, die ons met dwingende hand naar bussen duwen om ons naar ‘quarantainehotels’ te brengen. Daar zullen artsen en ambtenaren kijken wie veertien ­dagen in het hotel blijft en wie in zelfisolatie mag.

Op de Georgische luchthaven maken we met onze degelijke voorbereiding en de bijbehorende papieren nauwelijks indruk. Niemand krijgt vrije doorgang. De stemming ­onder de passagiers is gelaten. Een jong Frans stel had van de Georgische ambassade gehoord dat het zoals alle Fransen en Duitsers vrij het land binnen mocht. Omdat de reis via Nederland liep, was daar geen sprake van.

Aangeslagen is ook de Amsterdamse copywriter Carlo Groot, tevens debuterend schrijver, die naar Tbilisi komt om bij een vriend te werken aan een nieuw boek. “Ik hoop dat ik hier geen weken opgesloten zit.” Marina, een Georgisch sprekende vrouw die met haar man in de Vondelbuurt woont en haar broer in Tbilisi bezoekt, heeft daar veertien dagen quarantaine-opsluiting voor over. Ze maakt zich wel zorgen over de kwaliteit van het hotel.

Veel passagiers weten niet hoe streng de regels zijn of denken er onderuit te komen. In juli werd de toegang ­geopend voor de Europese Unie, waarbij Duitsland, Frankrijk en de Baltische Staten geen reisrestricties meer hebben. Een gedetailleerd reisplan mailen volstaat. Voor ­andere ­EU-landen, en dus Nederland, gelden strenge quarantainemaatregelen op eigen kosten.

De passagiers worden onder politie-escorte naar het quarantaine-hotel in Tbilisi gebracht.Beeld Ton Damen

Met dertig anderen stappen we in bussen die onder politie-escorte met zwaailichten naar het quarantainehotel rijden. Ons hotel, Dormitory Hualing Tbilisi, is een simpel driesterrenhotel voor zo’n vijftig euro per kamer per nacht van een Chinese keten in Wasisubani, een buitenwijk in het noorden van de stad. Van buiten lijkt het een militair complex. Binnen is het acceptabel, met gerenoveerde ­kamers. Ook hier staan bewakers en artsen klaar. Overal zijn videocamera’s. Lopen buiten je hotelkamer wordt beboet met 3000 lari, bijna 900 euro. Tachtig mensen zitten hier in quarantaine.

Ellen regelt een grote frisse kamer met airco, een harde douchestraal en drie bedden. We missen een koelkastje. In de kamer tegenover ons zit Marina, die bij ons in het vliegtuig zat. Ze giechelt vrolijk, maar voelt zich als crimineel behandeld. “Waarom mogen we geen luchtje scheppen in de tuin?” zucht ze.

Kennissen in de stad komen ons als apen in de dierentuin vanaf de binnenplaats bekijken, drankjes en snacks brengen, onder toeziend oog van bewakers. Een groep van twintig familieleden en vrienden volgt en helpt ons. De maaltijden van het hotel zijn simpel, wisselend van kwaliteit, een beetje gaarkeukenachtig.

We bellen met Levan Bortishvili, onze arts in het hotel. Hij probeert ons snel vrij te krijgen, maar het besluit is aan het Georgische ministerie van Volksgezondheid. Na vijftien minuten staat iemand namens hem met aanvraagformulieren voor de deur. ‘Levani’, zoals hij zich noemt, zal het met een pleidooi aanvullen.

Op zondagochtend horen we dat de ambtenaren onze aanvraag onderzoeken. Ze overwegen ons huis te bezoeken om te zien of dat vrij genoeg staat.

Maandag is de stemming onder veel hotelgasten vanwege de onzekerheid bedrukt. Drie vrouwen praten met open deur met ­elkaar over de gang, terwijl ze ieder één voet in hun eigen kamer houden. Arts Bortishvili blijft over ons geval positief, maar de ambtenarij werkt traag.

Een dag later komt er schot in de zaak. Bortishvili vraagt mijn documenten opnieuw op, neemt in de middag een coronatest af, voor 150 lari (41 euro) per persoon, en hoopt na acht uur de uitslag te hebben. “Het wordt morgen,” zegt hij ’s avonds.

Op woensdagochtend is er nog geen bericht. Onze arts staat machteloos. Rond de middag gaan we zelf bellen als Bortishvili meldt dat Med Diagnostics ons laboratorium is, een van de drie die de testen analyseert. We dringen door tot een medewerker, die denkt dat mijn vrouw arts is en ons prompt de negatieve uitslag mailt. Die geven we aan onze hotelarts. Hij is stomverbaasd. Maar alleen het ministerie mag akkoord geven. Dat fiat komt om zeven uur, zij het dat alleen een vinkje bij mijn naam staat. Bortishvili krijgt te horen dat hij ook Ellen mag laten gaan, maar de bewakers, de meest bureaucratische ambtenaren, durven het niet aan. We blijven door de ambtelijke chaos vastzitten, zoals dat gaat in een bananenrepubliek.

Thuisisolatie

De Nederlandse ambassade, die wij voorzien van alle ­documenten, schiet te hulp, maar kan voor donderdag niets doen. Wij bellen ook zelf. We zetten het hele overheidsapparaat op zijn kop. ’s Middags horen we van gemeentelijk ‘coördinator’ Giorgi dat Ellens papieren separaat zijn goedgekeurd. Hij kan een auto regelen, maar we mogen hulp van kennissen inroepen, wat we natuurlijk meteen doen. Daarna moeten we in door de politie gecontroleerde thuisisolatie blijven. Dat houdt in dat een gezondheidscentrum toezicht houdt, medewerkers bellen je. Ook komen ze langs om te kijken of je thuis bent. Als je er niet bent, wordt de politie ingeschakeld.

Sasha, de zoon van Ellens schoolvriendin, brengt ons naar ons dorp aan de rivier, tegen de Armeense grens, op drie kwartier rijden van de hoofdstad. Het huis en het hele terrein zijn leeg. Waar anders dorpelingen bij ons komen drinken en feesten, zijn we nu alleen. Onze familie heeft gezorgd voor bier, een huiskip, eieren, eigengemaakte ­yoghurt en net geplukte sappige perziken uit Kakheti.

Een aftakking van de rivier stroomt door onze tuin, we hebben de ruimte, het is hier relatief koel. Het is heel riant juist hier in quarantaine te zitten. Als dan onze hond ­Ringo zich tegen me aandrukt, raak ik ontroerd.

Strenge coronaregels

Georgië, met 4 miljoen inwoners, hanteert strenge ­coronaregels. Die zijn erop gericht te voorkomen dat mensen op schaarse ic-bedden terechtkomen. De infectiecijfers zijn er laag: 17 coronadoden en ruim 1320 besmettingen. 220 mensen verblijven nog in het ziekenhuis, 1100 dragers van het virus zijn hersteld. 7000 mensen zaten en zitten in quarantaine. Volgens de Nederlandse ambassade zijn de statistieken betrouwbaar. De aanpak bij uitbraken is draconisch. Bij een besmettingsgeval wordt een heel district afgesloten. Toegangswegen in de regio worden geblokkeerd. In de wijde omtrek desinfecteren ambtenaren met vrachtwagens de straten. ­Positief geteste personen worden per ambulance naar een ziekenhuis overgebracht en als zwaar zieken behandeld. Die komen er pas uit als een negatieve test is afgenomen. Contactpersonen binnen de ‘bubbel’ gaan verplicht in thuisquarantaine. Dat is geen ­‘dringend advies’, maar wordt afgedwongen door de politie. Woningen gaan op slot, deuren worden ­verzegeld. Op ­overtredingen staan hoge boetes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden