PlusAchtergrond

Waarom is praten over abortus nog altijd een taboe?

Jaarlijks laten circa 30.000 vrouwen een abortus plegen, toch zwijgt het merendeel erover. ‘Het taboe moet eraf, het zou in 2020 heel normaal moeten zijn.’

In 2018 werden 31.002 abortussen in Nederland uitgevoerd.Beeld Getty Images

“Ik wist niet eens dat er abortusklinieken waren. Online was er behalve antiabortusinformatie weinig te vinden en ook mijn huisarts vertelde me maar weinig,” zegt ­Rachel Rumai (30), die op haar twintigste een abortus liet plegen. Rumai studeerde rechten aan de UvA en had haar carrièrepad minutieus uitgestippeld toen ze zwanger werd. Daar paste geen kind tussen.

“Ik miste informatie en ruimte om erover te praten. Van mijn moeder, die er wel achter stond, mocht ik het er met niemand over hebben. Voor mij voelde dat alsof ik iets verkeerds deed.”

Rumai, freelance woordkunstenaar, praat niet vaak over het beëindigen van haar zwangerschap. Zij, en met haar duizenden anderen, vindt echter wel dat abortus bespreekbaar moet worden. “Hoe meer vrouwen opstaan, hoe minder vrouwen zich alleen voelen. Herkenning is heel belangrijk. Dat had ik destijds ook ­gewild. Ik voel nog veel schaamte omdat mensen oordelen over iets wat in 2020 normaal zou moeten zijn.”

Om de acceptatie van abortus te bevorderen is het Humanistisch Verbond de website Open over Abortus begonnen. Mensen kunnen er anoniem hun abortusverhaal delen en het manifest ondertekenen waarmee ze beloven te luisteren zonder oordeel. Een noodzakelijke campagne, zegt Eva de Goeij (29), programmamanager bij het Humanistisch Verbond.

Uit een recent rapport van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) blijkt dat er in 2018 31.002 abortussen in Nederland zijn uitgevoerd, 479 meer dan in 2017. En nog altijd praat 65 procent van de ­Nederlanders die abortus heeft laten plegen of iemand kent die een abortus heeft laten plegen, er vrijwel nooit over. Toch vindt 85 procent dat erover praten altijd zou moeten kunnen, 79 procent vindt dat mensen zich niet hoeven te schamen voor een abortus, blijkt uit ­onderzoek door onderzoeksbureau Ipsos.

Eenzijdige berichtgeving

“Er tekent zich een paradox af die ik ook in de Nederlandse samenleving zie,” zegt De Goeij. “We vinden onszelf progressief door abortus niet af te keuren, maar tegelijkertijd wordt het taboe en het stigma rondom het onderwerp in stand gehouden door de fluistercultuur en de eenzijdige berichtgeving. Dat moet eraf. Die mensen doen niets verkeerds.”

De Goeij, die twee jaar geleden zelf een abortus liet uitvoeren, en Rumai zien dat negatieve verhalen rondom afbreking van zwangerschap overheersen. Verhalen van spijt, schuld en verdriet domineren. Er zijn echter ook vrouwen die helemaal achter hun keuze staan. Die gebruikmaken van hun recht en de regie nemen over hun ­lichaam en leven.

De Goeij: “Toen ik erachter kwam dat ik zwanger was en er nog niet aan toe was een kind op te voeden, kwamen er allerlei gedachten in me op: ik ben dom, het is slecht. Terwijl mijn moeder nota bene abortusarts is geweest.”

Nog steeds worden vrouwen bij de ingang van abortusklinieken gehinderd door demonstranten in een poging ze nog van gedachten te ­laten veranderen. De Goeij vindt het dan ook te vroeg om achterover te leunen ­omdat het in ­Nederland wel goed is geregeld. De belangen van vrouwen die een abortus hebben laten doen, worden nog altijd te weinig behartigd. Bovendien staat abortus nog steeds in het strafrecht. We zijn er dus nog lang niet, zegt ze.

Rumai en De Goeij benadrukken het belang van verschillende verhalen, verteld door verschillende mensen. “Nog ­altijd zijn de meeste vrouwen die erover durven te vertellen wit en hoogopgeleid. Vrouwen zoals ikzelf,” zegt De Goeij. Rumai: “Dat zijn vrouwen die niet op mij lijken. Mijn moeder is Zuid-Amerikaans en katholiek. Ik ben streng opgevoed. Vrouwen die mijn cultuur niet begrijpen, ­begrijpen mijn situatie niet. Dan voel ik me alsnog niet vertegenwoordigd. Ik merkte dat ook bij de nazorg. Het was lastig om erover te praten met een therapeut of arts, omdat er te weinig artsen van kleur zijn in deze sector. Daarom spreek ik me hierover uit. Misschien kan mijn verhaal helpen.”

‘Niemand vroeg er meer naar’

Melanie (33) liet twee jaar geleden haar zwangerschap be­ëindigen. ‘Ik zou het fijn vinden als vriendinnen ernaar vragen.’

“Ik had nog geen jaar een relatie met mijn vriend toen ik zwanger raakte. Ik was net gestopt met de pil vanwege de bijwerkingen. We hadden een borrel op en onveilige seks gehad. Het is stom, maar ik was even vergeten dat ik was gestopt.

Mijn eerste reactie was: dit moet weg. Ik wil nog geen moeder worden, mijn huis is te klein, mijn carrière…. Nee.

Mijn vriend stond er anders in. Hij dacht dat we het wel aankonden. Ik heb mijn eigen keuze gemaakt. Het is mijn lijf. En gelukkig, hoewel hij er niet achter stond, heeft hij me wel gesteund.

Pas toen ik zelf een abortus had meegemaakt, realiseerde ik me dat er nog te weinig op een neutrale manier over wordt gesproken. Het voelde soms eenzaam. Alsof ik de enige was die zoiets doormaakte.

Online staan vooral horrorverhalen. De demonstranten voor de abortuskliniek kwamen er ook nog bij. Ze probeerden me te overtuigen toch geen abortus te laten doen. Dat maakte me boos. Het is mijn beslissing. Toch vond ik niet de demonstranten, maar de mening van mijn omgeving het lastigst.

Ik heb mijn verhaal met drie vriendinnen gedeeld en niemand heeft er daarna nog naar gevraagd. Misschien durven ze niet of willen ze het niet. Dat vind ik jammer. Het is een deel van mijn leven, daar wil ik af en toe over kunnen praten. Het is 2020, we hoeven het onderwerp niet meer uit de weg te gaan.”

‘Abortus is niet altijd zo zwaar’

Devika Partiman (32) liet zes jaar geleden twee keer een abortus doen. ‘Ik wil me er niet voor schamen omdat anderen het veroordelen.’

“Na een oud-en-nieuwfeestje op mijn 26ste werd ik voor het eerst ongewenst zwanger. Ik was onvoorzichtig geweest. Ik liet me overdonderen door het moment. Ik had nog wel een morning-afterpil gehaald. Of ik mezelf iets kwalijk neem? Nee, het was stom van me.

Op de wc, na mijn zwangerschapstest, heb ik meteen ‘abortus’ gegoogeld. Het moest eruit. Toen moest ik nog bijna twee weken wachten, mede omdat de wet voorschrijft dat je verplicht vijf dagen bedenktijd moet nemen. Dat is echt een probleem; dat de wetgever pretendeert dit beter te weten dan de vrouwen zelf, of anders de arts.

Ik heb er bewust voor gekozen open te zijn over mijn abortus, omdat ik me realiseer dat ik dit recht heb en bevoorrecht ben dat ik er open over kán praten. Ik voel me verantwoordelijk. Er is een weinig genuanceerd beeld van abortus. Dat merkte ik ook aan reacties. Mensen deden er heel dramatisch over. Het is niet altijd zo zwaar, dus waarom zou ik het zwaar willen maken? Tegelijkertijd denk ik dat praten mij ook helpt. Ik weiger me te schamen omdat anderen het veroordelen.

Na die eerste keer dacht ik: zoiets overkomt me nooit meer. Een paar maanden later had ik, dacht ik, veilige seks gehad toen ik ongesteld was. Iedereen zei altijd dat je dan niet zwanger kon raken. Het gebeurde toch. Ik schaamde me erg en was enorm geschrokken. Hoewel ik nog steeds geen kind wilde, heb ik toen langer de tijd genomen om na te denken. Ik dacht: is dit een teken van boven? Wat als dit mijn laatste kans is om een kind te krijgen?

Ik besloot de zwangerschap af te laten breken. Hoewel ik erachter stond, duurde het veel langer voordat ik over die tweede keer open durfde te zijn. De schaamte is nu gelukkig zo goed als weg.”

‘Schaamte is echt niet nodig’

Jolien de Jong (27) besloot negen jaar geleden haar zwangerschap af te laten breken. ‘Ik had er minder moeite mee gehad als ik er vanaf het begin over had kunnen praten.’

“Ik was net klaar met de middelbare school. Er was een jongen met wie ik na het stappen altijd naar huis ging. Toen ik niet meer ongesteld werd, heb ik een test gehaald. Ik moest huilen toen ik de uitslag zag en belde meteen de huisarts. Ze stelde veel vragen. Ik wilde alleen maar zo snel mogelijk door. Ik was achttien, dat vond ik te jong om moeder te worden. Ik wilde verhuizen naar Amsterdam, het studentenleven ontdekken. Ik was bang dat dat allemaal aan me voorbij zou gaan.

De vriendin die ik het had verteld, vond dat ik het de vader moest vertellen. Hij reageerde heel bot toen ik zei dat ik het zou laten weghalen. ‘Mooi zo.’ Op de dag zelf heeft hij niets laten horen. Dat vond ik wel lastig. Het was ook zijn kind, zijn verantwoordelijkheid. Hij kwam er zo gemakkelijk van af. Daar kan ik nog steeds kwaad om worden.

Uit schaamte vertelde ik het pas na een halfjaar aan meer vriendinnen. Niemand oordeelde, maar niemand vroeg daarna nog hoe het met mij ging. Dat heb ik later ook aangekaart; dat ik dat stom vond. Ik had de behoefte erover te praten.

Mijn vriendinnen zeiden dat ze niet zo goed wisten wanneer ze het bespreekbaar moesten maken. Wanneer praat je erover? Als je gezellig een drankje doet? Dat dat lastig is begrijp ik wel.

Je merkt aan alles dat er nog een angstsfeer om abortus hangt. Ik denk dat ik minder moeite had gehad met mijn abortus als ik er vanaf het begin al over had kunnen praten. Het is voor mij te laat, maar ik weet nu dat schaamte echt niet nodig is. Alleen de vrouw zelf heeft iets te zeggen over haar zwangerschap of de afbreking daarvan.”

Het ministerie van VWS is onlangs begonnen met het informatiepunt ­onbedoeldzwanger.info. Iedereen die te maken heeft met onbedoelde of ongewenste zwangerschap kan er terecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden