null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Waar is Nicolien als je haar nodig hebt?

Plus

Maarten Moll

Buiten stortregende het. We hadden het over J.J. Voskuil. Dat in het najaar het eerste van zeven dikke delen van zijn dagboeken zou verschijnen. M. verheugde zich op de scènes met Nicolien, de ruziezoekende, halsstarrig principiële en rechtschapen vrouw van Voskuil. We zijn beiden gek op Nicolien.

Een stukje verder in het café zat een kale, rijzige, luidruchtige man aan een tafel zijn neus steeds in een andere theebus te steken. Hij trok de deksels van de bussen met gebaren van een volmaakte verlicht despoot.

Theeblaadjes dansten in de lucht.

“Is dit rooibos?”

Hij kreeg geen antwoord.

“Hoeveel is er nog van de earl grey?”

Toen de student die achter de bar stond hem aankeek, zei Caesar, naar ons wijzend: “Help deze mensen even, en breng me een dubbele espresso. A.s.a.p.”

De vier letters werden luid en duidelijk afgevuurd en troffen de jonge man achter de bar vol in de borst.

Het was de tiran, die met zijn neus in de thee zat, ontgaan dat de student onze bestelling al had aangenomen.

“Wat een baasje,” zei ik, natuurlijk weer net te zacht voor de tiran om te verstaan.

“Nicolien zou er al wat van gezegd hebben,” zei M.

Daarna ging het gewoon verder. Over de hoofden van de clientèle.

“Geen komkommer, hè?”

De student keek hem vragend aan.

“Ik zie dat je een Tanqueray hebt aangeslagen. Dat moet met sinaasappel of citroen. Dun schijfje. Hendrick’s moet met komkommer.”

“Ja, dat weet ik,” zei de student.

“Is dat zo?” zei de bullebak, alweer met zijn neus in de thee.

“Nicolien zou nu op hoge poten verontwaardigd de zaak hebben verlaten,” zei M.

De student zette glazen koffie op schoteltjes.

“Suiker links, lepeltje rechts,” schalde de directeur.

De student zette twee koffie-verkeerd op onze tafel. Aan een zijde van het glas droop geklopte melk. Ik draaide het glas snel zo dat de alleenheerser het niet zou zien. M. depte met een bierviltje haar schoteltje met voetenbad droog.

De student schonk een glas wijn in.

Machiavelli keek op. “Mijn dubbele espresso! Als ik zeg dat je iets moet doen, verwacht ik dat je dat meteen doet.”

Hij kwam van zijn stoel en ging voor de bar staan. Zette de bussen thee erop. “Hoe vind je zelf dat het gaat?” vroeg hij.

“Het gaat alleen mis als jij er bij bent,” zei de student. “Alle andere keren ging het inwerken goed.”

“Nou, ik heb iets anders gehoord,” zei de grootinquisiteur. “Het ontbreekt jou aan focus. Je denkt te veel voor je iets doet.”

“Waar is Nicolien als je haar nodig hebt,” zei ik.

De student pakte een bus. Bij het deksel. Klassiekertje. Een seconde later stond hij met een stomverbaasd gezicht met alleen het deksel in zijn handen. Een deel van de thee lag op de toog.

Om door de grond te gaan. Je zag hem denken: Nee, hè, waarom gebeurt mij dit nu? Waarom met hem erbij? Waarom?

Stalin stond er kalm bij. “Zie je wel, geen focus,” zei hij alleen maar. Dat hij niet vals lachte maakte het nog schrijnender.

“Nicolien was nu gaan krijsen,” zei M.

Het was gestopt met regenen. We stonden op, betaalden, en verlieten het café. Een beetje bozig omdat we niet des Nicoliens hadden gehandeld.

Op de deur hing een papier met daarop de dringende vraag naar personeel.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden