Korreltje zout

Waar hebben spruitjes hun imagoprobleem aan te danken?

Verslaggever Laura Obdeijn schrijft over de zin en onzin van ons eten en drinken. Deze week: spruitjes.

Beeld Shutterstock

‘Spruitjes drijven de blijmoedigste kleinen gillend de gang op en het portiek in,’ schreef Allerhande in 1961. Dat daarin weinig veranderd is, werd onlangs duidelijk toen een bericht van de gemeente, over het vieren van Sint-Maarten in coronatijd, meer aandacht kreeg dan het feest zelf. Vervang het snoep eens door groenten, stond op de site. Worteltjes werden genoemd, en radijsjes, maar waar mensen pas echt over vielen was de suggestie van spruiten. Waar hebben deze minikooltjes dit imagoprobleem aan te danken?

“Met het product zelf heeft het eigenlijk niets te maken,” zegt Bob Cramwinckel, oprichter van het Centrum voor Smaakonderzoek. “Wel met onze smaakontwikkeling.” En daarin maken spruiten volgens hem een lastige start. Smaak wordt namelijk voor een groot deel bepaald door herkenning en de allereerste referentie die we hebben is (moeder)melk. “Daar krijgen we een goed gevoel bij. Je weet als baby al: dit neemt de honger weg, hiervan ga ik lekker slapen. Vanaf dat moment vergelijk je alles met die smaak.” En zowel de smaak van spruitjes (bitter) als de structuur (vezelachtig) staan haaks op die van zachte, zoete melk.

Dan is er nog de geur. Volgens een Allerhande uit 1984 haalt zelfs de grootste liefhebber van spruitjes zijn neus op ‘voor die akelige kooklucht, die uren in huis kan ­blijven hangen’. De spruitjeslucht schopte het zelfs tot symbool van de Nederlandse kleinburgerlijke bekrompenheid in de jaren vijftig. “Ze waren goedkoop en werden veel gegeten in gezinnen waar weinig geld en culinair talent was,” zegt de smaakexpert.

Zulke associaties maken spruitjes volgens hem niet ­aantrekkelijker. Naast herkenning is een goed verhaal belangrijk in het proces van iets lekker gaan vinden. “Denk aan wijn. Dat vindt ook niemand lekker na de eerste slok, maar omdat er een aantrekkelijk beeld omheen is gecreëerd, leer je het lekker te vinden.”

De weerstand tegen de bittere smaak heeft er al voor gezorgd dat er zoetere varianten zijn ontwikkeld, maar spruitjes hebben ook een positiever verhaal nodig, zegt Cramwinckel. Benadruk bijvoorbeeld hoe gezond en vol vezels en ­vitamine C ze zitten. En begin een recept niet met: zo maak je spruitjes wél lekker. Beschrijf juist wat kort koken, roomboter en een beetje karamelliseren al niet kan doen.

In de Verenigde Staten werkt het. Volgens een bericht van Trouw uit 2019 is de groente er zelfs hip. “Daar kennen ze het verhaal van de spruitengeur niet,” aldus de laatste winnaar van de Elfstedentocht en spruitjeskweker Henk Angenent. Kijk ook naar wat er met boerenkool gebeurde toen ze dat in de VS ontdekten, plotseling zaten we hier allemaal aan de ‘kale’-salade. Dat het spruitjestij kan keren bewezen bovendien ‘vergeten groenten’ aardpeer en pastinaak. En als zelfs ­schorseneren een comeback kan maken, dan verdient ons gedemoniseerde spruitje toch ook een kans.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden